Over gedichten en zo

Afgelopen weekend was het alweer de laatste dag van de expositie van schilderijen en beelden van mijn gewaardeerde vriend.  Vier weken geleden, dat was dus vorig jaar, toen ben ik daar ook geweest tijdens de opening.  Op zijn vriendelijke verzoek.  Nou is eigenlijk alles wat hij mij vraagt vriendelijk, maar op zijn toenmalige verzoek wat korte gedichtjes te schrijven om bij zijn schilderijen en beelden te plaatsen had ik eigenlijk meteen ja gezegd.  Samen hebben we daar een aantal uitgezocht en een vijftiental zijn ook daadwerkelijk gebruikt.

Ruim twee weken voor de eerste expositiedag belde hij mij op met de vraag, of ik ook eventueel wat wilde voordragen uit mijn eigen werk.  Zoals het mij steeds weer overkomt, heb ik daar ook meteen instemmend op gereageerd.  En zoals ik al eerder hier heb geschreven, denk ik dan achteraf heb ik niet te snel ja gezegd ?  Nee, ik heb mij daar niet met een Jantje-van-Leiden afgemaakt.  Hetgeen betekent dat ik, zoals ik in alle zaken waar ik voor ga, mij er voor de volle honderd procent voor in gezet heb.  Eén van de aanwezige kunstenaars kwam na mijn voordracht meteen naar mij toe, mij zijn onderarm tonend, met de woorden, “Ik heb kippevel op mijn armen, wat heb jij mij geraakt met je gedicht”.  Kijk, daar ben ik dan weer trots op.

Niet vanuit de hoogte, nee gewoon trots dat ik een ander weet te raken.  Dat beschouw ik als een gegeven talent, iets waar ik alleen maar dankbaar voor kan zijn.  Binnenkort is er weer de week van de poëzie, waarin gedichten centraal staan bij zij die daar in geïnteresseerd zijn.  Met in die week, de avond van de poëzie.  Al drie voorgaande jaren heb ik daar enkele van mijn gedichten voor mogen dragen.  Zij die mij kennen, weten dat ik helemaal niks op heb met wedstrijden in wat voor vorm dan ook.  Kijk als het om punten, snelheden of vaste waarden gaat, dan is er altijd een winnaar.  Zodra echter er sprake is van een beoordeling, dan laat ik mijn beurt voorbijgaan.

Iets mooi vinden heeft niks te maken met objectiviteit, dat gaat om gevoel.  En zeg nou zelf, gevoel is niet te meten.  Sterker nog, gevoel kan zelfs voor dezelfde persoon de volgende dag anders zijn.  Het is stemmings gerelateerd.  Nee, bij een dichterswedstrijd zul je mij nooit als een deelnemer aantreffen.  Wat mij wel sterk is bijgebleven van de drie afgelopen keren, is de variatie van het gebrachte werk.  Een oordeel zal ik er niet over geven, dat zij verre van mij.  Of het mij aanspreekt ?  Dat is natuurlijk een geheel andere kwestie, dat heeft met twee partijen van doen.

Wat vind ik essentieel aan een gedicht ?  In elk geval, dat men minstens twee minuten na het gehoord of gelezen te hebben van de laatste zin, nog weet waar het betreffende werkje over ging.  Daarnaast, en dat komt vast omdat ik er ook technisch naar luister, dat het simpelweg loopt.  Ik zie een gedicht altijd als een lied zonder melodie, die moet je er zelf bij maken.  Het hoeft dan geen lekker deuntje te zijn, gewoon dat het in een vast ritme te lezen is beschouw ik als een minimale vereiste.  Moet het persee rijmen, daar laat ik een ieder vrij in.

De definitie van een gedicht luidt dan ook, “Een gedicht is een poëtische tekst die als eenheid gelezen dient te worden”.  Dan heb je nog diverse toelichtingen en uitleg over de diverse vormen, maar in wezen draait het enkel om die eenheid.  Als ik mijn goede vriend Karwan mag geloven, is dat met kunst dus niks anders.  We hebben vanmiddag een hele tijd gesproken hoe wij beiden tegen de uitingen en weergaven van kunst en gedichten aankijken.  Kortweg gezegd, we waren het behoorlijk met elkaar eens.

Toen ik daar vier weken geleden stond tussen wat kunstenaars, waren ook mijn eerste woorden dat ik wel enige ervaring had met het voordragen tussen andere amateurdichters ( deze toevoeging vind ik belangrijk, amateur, volgens mij bestaat er niet zoiets als profesioneel dichter )  maar dat ik niet wist wat een kunstzinnig publiek daarvan zou vinden.  De hierboven beschreven reactie lijkt mij ruim voldoende, met dat kippevel-gevoel.

Van de gedrukte gedichtenbundels heb ik er zelf nog drie over van de honderdtien, misschien ook eens gaan nadenken over een verhalenbundel.  Maar ach, wie zit daar nou eigenlijk op te wachten.  Al die idiote vertellingen van mij, niemand toch ?

Nog allemaal de allerbeste wensen voor dit nieuwe jaar, was ik dat nog haast vergeten.  En als het op prijs gesteld wordt, dan zal ik ook nog af en toe wat woorden samenvoegen, hetzij in dichtvorm hetzij als verhaal.

U allen hartelijk groetend, Peter.

Advertenties

Goed beter, het beste gewenst

Misschien een herkenbaar fenomeen tegen het einde van het jaar, na de Kerstdagen in het stukje “eigenlijk-nergens-voor-nodig-aantal-door-te-komen-dagen”.  Er staat nog een Kerstboom, maar de reden dat deze er nog staat heeft inmiddels afgedaan.  Deze periode beschouw ik al heel lang, de op één na vervelendste van het gehele jaar.

Dezelfde bewoording gebruik ik trouwens ook altijd voor het gebied waar we wonen, de op één na mooiste plek om te verwijlen.  Dat geeft ieder ander de ruimte om zijn of haar favoriete oord beter en mooier te vinden.  Persoonlijk vind ik dat die mogelijkheid van fundamenteel belang is.  Het principe goed beter beste heb ik bovendien altijd al een onzinnige bewering gevonden.  Zeg nou zelf, vol voller volst, wat moet je daar nu mee ?  Hooguit gebruikt in een redevoering door een politiek leider van een partij die zaken anders ziet dan de heersende.  Of de hoogste man ( in rangorde, als bij een kolonie apen ) van een vereende natie van verdeelde staten met zeer uiteenlopende denkbeelden en overtuigingen.  Mijn woorden dwalen af, het overkomt me elke keer weer.

Aan het einde van het jaar dan is het vaak een kwestie van de balans opmaken.  Dit jaar staat deze toch een flink stuk in de min, althans als we het geheel zien in de vorm van een winst/verlies rekening.  Ter completering moet ik hier dan wel aan toevoegen dat ik inmiddels van, eerder voor mij, onbekende terreinen onverwacht en ook wel verheugd kennis heb mogen nemen.  Helemaal onverwacht misschien dan niet, aangezien ik altijd al in mijn leven het onverwachte heb verwacht.  Dus in wezen geheel volgens verwachting.

Vreemd dat de wijze waarop wij, waarop ik, met bepaalde dingen omga veelal ergens hun wortels vinden op een in het eigen verleden gevormde traditie.  Ja, ik ben er heilig van overtuigd dat we tradities zelf maken.  We kunnen ze derhalve ook weer loslaten of aanpassen, vervangen door nieuwe tradities.  Die vrijheid hebben we, al zijn er hele volksstammen die traditioneel gedrag als iets heiligs beschouwen.  En om de zaak in evenwicht te houden weer een tegengestelde categorie die tradities zien als een jas, die je elk moment kunt vervangen voor een mooiere cq nieuwere of omdat de oude simpelweg niet meer past.  Elk jaar blijkt achteraf gezien zodra de voleinding in zicht komt, om in de passende terminologie te blijven als het nieuwe jaar het oude jaar wordt, weer een vertrouwd jaar geweest te zijn.

Het is dus niet een “Gelukkig Nieuwjaar”, maar beter gezegd een “Nog te vertrouwen Nieuwjaar“, alleen hebben we dat eerst nog niet door.  Zodra straks de door een sneltrein vervangende stoomtrein, die zijn laatste stoom afblaast, gaat rijden, volgas de eerste maand in.  Beginnend bij het afgaan van de diverse vuurpijlen en ander knalwerk, krijgen we weer nieuwe informatie.  Dan komen er weer momenten die we mogen koesteren, die we mogen omarmen en verwelkomen als onbekende vrienden die ons pad kruisen.  Soms ook ontmoetingen die de laatste keer zijn.

In 2001 hebben wij Sinterklaas met ons zevenen gevierd, het jaar daarop waren er twee mensen minder.  Ook toen wisten we niet bij de jaarwisseling dat, nadat Geert op eerste Kerstdag was overleden, mijn schoonvader hem zeven maanden later zou volgen.  Vorig jaar, negen april tweeduizendzeventien, hebben we Julietta los moeten laten.  Tweeëntwintig weken, nooit haar oogjes opengedaan nooit enig geluidje gemaakt.  Onze wereld stortte in, toch zijn we er samen weer bovenop gekomen.  Halverwege juni dit jaar hebben we dat voor ons gevoel weer gedaan, toen ging het om Nina.                        Ook dit keer zijn we er weer bovenop gekomen, zo ontzettend gezegend zelfs samen met onze kleine meid.  Mijn eigen herstel verloopt niet zoals we hadden gehoopt, het duurt allemaal zo lang, maar ook hier zullen we sterker uitkomen.  Wat zou het leven zijn zonder upps en downs ?

Afgelopen week ben ik nog even op bezoek geweest bij de bejaarde moeder van een, veel te jong overleden, vriend van mij.  Negentientachtig is hij heengegaan na de vijfde kuur tegen de moorddadige en levensvernietigende leukemie, hij heeft het toen niet gehaald.  Haar oudere dochter en man heeft ze ook moeten loslaten, zij is alleen nog over van hun gezin.  Is dat eerlijk, is dat terecht ?  Hier zijn geen antwoorden op te geven, ik heb ze in elk geval niet.  Zo af en toe, misschien wel iets te weinig, ga ik even bij haar langs.  Gewoon om even te praten en te luisteren, zoals een gesprekje tussen oude bekenden hoort te gaan.  Ja, de tijd na Kerst is voor mij een tijd van overpeinzen en het door mijn hoofd laten gaan van gedachten die mij bezighouden.  En dat zijn er vele.

Volgend jaar, bij leven en welzijn zoals mijn vader altijd zo veelbelovend eraan toevoegde, volgend jaar nog weer meer om over na te denken.                                            Tot dan, het beste gewenst.

Warme herinneringen aan Kerst

Kerst was vroeger bij ons thuis een echt gezinsgebeuren.  Daar was een vrij eenvoudige reden voor, aangezien de andere familieleden aardig ver bij ons uit de buurt hun gezinnen hadden.  Eigenlijk meer net andersom, wij woonden ver van de oom’s en tantes vandaan.  Nou was het bij ons wel de gewoonte om iedere vriend of kennis, vage relatie van onze ouders zelfs de huisarts steevast met oom of in het geval van de andere sekse met tante aan te spreken.  Maar dat geheel terzijde, over het grote aantal oom’s en tantes heb ik mij in die jaren al voldoende het hoofd gebroken.

Beide Kerstdagen vierden wij dus gezamenlijk met ons zevenen.  Aan het gebeuren Kerstavond heb ik weinig opmerkelijke herinneringen.  Waarschijnlijk omdat daar niet al te veel aandacht aan werd geschonken, of  omdat ik dan al op bed moest.  Kerstnachtdiensten kan ik met de beste wil van de wereld niet iets in mijn, vrij goede, geheugen naar boven halen.  Wat mij het meeste is bijgebleven heeft veel te maken met een zeer rijkelijk aangeklede eettafel met servetten en diverse kaarsenstanders elk voorzien van een rode of witte kaars.

Mijn moeder was een zeer bekwame kookster, in haar jonge jaren had zij gewerkt bij een voor die tijd rijke fabrieksdirecteur in huis.  Naast huishoudelijk werk was zij ook verantwoordelijk voor het bereiden van de maaltijden.  De kerstdiners, zoals ik terugdenkend er een naam aan heb gegeven, ( toen was het gewoon het gezamenlijk eten met Kerst ) die bestonden uit andere gerechten dan welke wij de rest van het jaar voorgezet kregen.  Hooguit met Pasen dan, ook dat waren uitgebreide zeer gevarieerde etentjes.  De rest van het jaar werd gevuld met, eten wat de pot schaft.  Tijdens de Kerstdagen stonden we samen op, aten we samen, waren we samen en gingen we de rest van de dag samen naar de kerk.  Zo deden we dat elk jaar weer, ik wist niet beter dan dat het zo hoorde.

Later nadat we verhuist waren naar het noorden is die traditie eigenlijk stilletjes voortgezet, slechts de ambiance was iets anders met meer ruimte.  Uiteraard kwamen er andere gezichten bij, mijn broers kregen elk een vriendin en later mijn zus een vriend maar verder bleven het de dagen om familie te zijn.  Elk jaar een, net als ieder voorgaand jaar met dezelfde ballen, dezelfde lampjes en dezelfde  slingers versierde, kerstboom.  Het rare is dat als ik aan die tijd terugdenk het me een vertrouwd gevoel geeft, juist in een tijd als deze waarin we nu ons best doen te leven.  Misschien heeft het wel meer weg van overleven.

Nu de Kerstdagen, straks het oude jaar dat met een miniem verzetje van de wijzer in elk willekeurig uurwerk haast onmerkbaar overgaat naar een geheel Nieuwjaar.  Zoals vroeger vaak in wat voor spelshow dan ook zo verzachtend werd gesproken van, nieuwe ronde nieuwe kansen.  Dat zou ook van toepassing kunnen zijn voor een nieuw jaar, maar het grote verschil ligt in het feit dat elk jaar de regels veranderen.  We gaan samen genieten van de Gezegende dagen, misschien dat later mijn dochters er op terug zullen kijken met warme gevoelens.

Misschien niet met elk jaar dezelfde kerstboom of dezelfde versiering, wij wisselen nog wel eens af, ook niet met elk jaar dezelfde vertrouwde glazen kaarsenstanders op tafel met rode of witte kaarsen.  Hier en daar een verlichtend waxinelichtje, en verder een klein houten zelf jaren geleden gemaakt kerstboompje met lampjes waar ieder jaar dezelfde kleine, als kadootjes ingepakte houten blokjes onder liggen.  Geen oom’s en tantes of vage kennissen, nee ons kleine gezinnetje.  Inmiddels gezegend met een prachtige kleindochter, dus niet zoals het ooit geweest is.  Ja, het zijn de mooiste dagen van het jaar.  Daar mogen we, daar moeten we van genieten.  Niet echt een verplichting, nee absoluut niet, het is een rijke zegen.

Wat er ook zal gebeuren, we doen het samen.  In goede en in zware tijden, hebben we het samen gedaan.  Ik ben trots op het gezin waar ik een klein onderdeeltje van mag zijn.  Nee, niet altijd makkelijk maar ik had geen moment willen missen.  Zoals vroeger met mijn ouders, broers en zus, het is goed zo.

En hoeveel van deze saamhorige dagen wij nog mogen bleven, er is niemand die dat weet.  En laten we eerlijk zijn, dat is maar goed ook.  Reden temeer er intens van te genieten, later worden het in het gunstige geval, warme herinneringen waar we met een vertrouwd gevoel aan zullen terugdenken.

Alles op zijn tijd

En zo staat de Kerst al weer pal voor de deur, het feest van de warmte en er voor elkaar zijn.  Direkt daarop volgt, zoals gebruikelijk en geheel volgens de verwachting en ieder jaar weer, het oud en nieuw gebeuren.  En dan . . . ?

Weet u wat mij elk jaar het zwaarste valt ?  Het gat wat zich manifesteert na de decembermaand, de tijd dat “alles” weer normaal gaat.  Bewust gebruik ik hier de aanhalingstekens, want wat is in wezen normaal ?  Maar dat geheel terzijde, waar ik op doelde was dat mijn gevoel altijd moeite heeft met de tijd er na.  Na de vakantie of na een verjaardag, waar ik sowieso al bijzonder weinig mee heb, en verder na alles waar een normaal mens naar uit kijkt.  U vraagt zich nu af of ik, de schrijver dezes, normaal ben.  Nee, dat ben ik dus niet.  En heel eerlijk gezegd ben ik daar ook best content mee, trots op zelfs.

Al heel lang heb ik mij de gewoonte eigen gemaakt, voorbij iets te kijken.  Als eindelijk, na een drukke periode, de bouwvak van start ging en ik mij drie weken niet met het werk hoefde in te laten, waren mijn gedachten al weer bij het moment dat de vakantie voorbij was.  Ze zeggen dat het mooiste van een feestje de dag er voor is, de voorbereiding.  Bij mij was dat zeker waar, met de kanttekening dat ik al ver voor het betreffende partijtje meer bezig was met het daarna.  Echt genieten van iets is niet aan mij besteed.

Deze week heb ik meerdere malen van mening gewisseld met anderen, kortweg gezegd, ik heb verschillende gesprekjes gehad.  Eén daarvan was met een arbeidsreïntegratiebemiddelaarster, of iets wat daarvoor doorgaat.  Ik heb het steeds moeilijk met het beschrijven van dit soort functies die iemand uitvoert met betrekking tot het ziekteverzuim waar ik, nog steeds, middenin zit.  In mijn vorige stukje heb ik daar al mijn gedachten over losgelaten, leest u dat anders nog maar even door ik wacht wel even.  Er is een verschil tussen mensen die hun beroep, en de dientengevolge opgelegde verplichtingen tot op de letter nakomen en zij die naast het nakomen ook de kunst van het luisteren op grandioze wijze daarin weten op te nemen.

Kijk ik ben een leek op het gebied van reïntegratie.  Ik heb dat trouwens ook altijd als een woord beschouwd dat niet zou misstaan in de vocabulaire van de vroegere SS, iedere oprechte nazi of de immer ondergewaardeerde KGB.  De dame die ik eerder voor de telefoon heb mogen spreken bleek een zeer kundig iemand te zijn, we hebben één en ander goed besproken.  Ik heb het sterke gevoel dat we beide hetzelfde doel voor ogen hebben, en daar beiden voor willen gaan.  Zoals altijd weer zo lyrisch verwoord, de toekomst zal het leren.  Met een andere goede kennis, die mij deze week met een bezoekje vereerde, heb ik ook oprecht van gedachte kunnen wisselen.

Deze ontmoetingen geven mij een rustig gevoel, het zijn momenten waarop ik mij gelukkig prijs zulke mensen te mogen kennen.  Niet dat hier om de haverklap iemand op de stoep staat, maar juist in de tijden dat het niet lekker gaat dan zijn ze er.  Vanmiddag kwam er weer een oude vriendin langs, niet dat ze oud is evenmin mijn vriendin nou ja iets als, maar zo worden deze relaties toch in de volksmond omschreven.  We kennen elkaar al meerdere jaren, zijn samen werkzaam geweest in de leiding van de toentertijd plaatselijke zondagsschool.  Een tijd die nog steeds voelt als een bijzonder fijne.  Warme herinneringen heb ik aan die ruim elf jaar overgehouden.  Een beetje een zorgeloze tijd, de jaren negentig, misschien was het ook inderdaad een relatief rustige periode.

We hebben het, in de anderhalf uur dat ze hier was, over diverse dingen gehad.  Uit het verleden, maar ook hoe we nu met het leven omgaan.  Maandagmorgen begon voor mij met een verschrikkelijke dip, waar ik maar niks van begrijpen kan.  Hoe is het toch mogelijk dat alles maar door m’n hoofd spookt en ik daar geen controle over kan krijgen, en dat ik dan ‘s middags rondloop met de gedachte waar ik me ‘s morgens dan wel zo druk over maakte.  Misschien zijn depressieve gevoelens net zo moeilijk te omschrijven als het moeten omgaan met welke vorm van kanker dan ook.  Eigenlijk geldt hetzelfde voor het geloof, waar ik de afgelopen weken best wel eens aan heb getwijfeld, maar toch.  Vroeger werd mij dat eens uitgelegd met het proeven van een banaan.

Had u trouwens dat vorige verhaal nog even doorgelezen, ik ben zo vrij geweest om toch even verder te schrijven.  Mijn excuses als u nu iets gemist hebt, later leg ik het nog wel eens uit.

Wat betreft die banaan.  Als iemand nog nooit de smaak van een banaan geproefd heeft, hoe zou iemand die deze zuidvrucht wel gegeten heeft dan het hele spectrum van impulsen op de smaakpapillen kunnen omschrijven ?  Dat is niet mogelijk, afgezien van de menselijke bijkomstigheid dat smaken verschillen.

Als u persoonlijk in de gelukkige omstandigheden verkeert om nog nooit met enige vorm van geestelijke of lichamelijk tegenslagen kennis te hebben gemaakt . . .                    Helaas, ik kan het niet vertellen.  U mag eventueel zeggen, “Ja, ik begrijp het ”.  En daar zullen we het dan ook bij laten.  Want dat is meer dan voldoende, al kunt u het in wezen nooit weten zonder het zelf te beleefd te hebben.

Ik wens u ondanks alles, gezegende Kerstdagen en een voorspoedig Nieuwjaar.

Waarheen en hoe lang nog ?

Ruim een jaar geleden leefde ik, leefden wij, in een tijd van spanning.  Onwetend zijn van waar het naar toe gaat met een leven is eigenlijk altijd het geval.  Vaak wordt er gedacht dat we wel enige vorm van sturing hebben.  Dat is maar voor een klein gedeelte waar, we hebben hooguit de keuze om het op te pakken of bij dezelfde pakken neer te gaan zitten.  Slechts als er berichten over ernstige zaken die je persoonlijk raken worden medegedeeld, dan valt alles wat je eerst belangrijk vond volledig in het niets.

Nu meer dan een jaar verder en ogenschijnlijk wijzer, nu moet ik bekennen dat het nog steeds, of zelfs nog minder, gaat.  Nooit heb ik de bedoeling gehad om negatief te zijn, hoe lastig het bij momenten soms ook was.  Op de puinhopen van, toch voor mijn gevoel en in wezen, ingestorte leven heb ik steeds weer getracht iets op te bouwen.  Verder gaan met dingen die niet meer wilden zoals het altijd wou.  Ja ik geef toe dat er, vooral ‘s morgens als ik wakker wordt net als ‘s avonds als ik probeer snel in slaap te vallen, vreemde dingen door mijn hoofd spelen.

Zou het kunnen zijn dat de prostaatkanker en de gevolgen daarvan, die misschien dus nog niet volledig weg zijn, dat deze de burnout cq depressieve gevoelens hebben overschaduwd ?  Het voelt nu of het nog zwaarder is dan toen ik met deze klachten voor de eerste keer bij de huisarts kwam.  Steeds heb ik mij er tegen opgezet om maar weer te kunnen en mogen meedraaien in deze toch wel doorgedraaide maatschappij.  En een tijdje leek het mij ook aardig te lukken.

Nu loop ik tegen de ambtelijke molens op van niet begrijpende mensen en op instanties die met de regels in hun hand vertellen wat ik moet doen.  Al vele malen heb ik een voorstel gedaan, hoe ik zelf denk en overtuigd ben, dat het de beste manier is om verder te komen.  “Ja meneer, ik begrijp u heel goed, maar nee zo werken wij niet.”  De laatste die mij belde om een afspraak te maken voor reïntergratie, noemde zo’n jaar waarin ik zoveel heb moeten doorstaan zelfs als het verwerken van een rouwproces.  Ik ben er zelf welhaast zeker van, dat dit een verre van oprecht gemeende opmerking is.  Dus helaas voor de lieden die dit werk elke dag moeten doen, “Geloof mij, jullie snappen er helemaal niks van.”

Me hier over op winden, gaat alleen ten koste van mezelf.  Nachten heb ik weer liggen malen en woelen, vechtend tegen de onbekende gedachten die mij door het hoofd gaan.  Waarom hebben deze speciaal daarvoor opgeleiden nooit geleerd te luisteren ?  Waarom zijn ze er zo op gebrand iemand volledig over de kling te jagen.  Alleen al mijn lichamelijke beperkingen, niet lang op een hoge stoel stil blijven zitten of autorijden.  Ik wil wel meer lopen, maar dat gaat me nog niet gemakkelijk af.  Moet ik zo ver doorgaan dat de breuk gevaarlijke vormen gaat aannemen ?  Met welke voorstellen van beroepen komen ze dan voor de dag, niet lachen want het is serieus.  Taxi-chauffeur of zelfs heftruckchauffeur.  En licht administratief werk zoals typiste, gewoon kalm er bij kunnen zitten.

Ik laat dit even bij u bezinken.  Nee, we zijn met ons allen heel ver verwijderd van de realiteit.  Moet ik me hierover opwinden, moet ik door deze vorm van begeleiding mijzelf weer vereren met een bezoekje aan de huisarts omdat het gewoon niet meer wil.  Voor al diegenen die mij helpen, en dat zijn er velen naast de professionele hulp, kan ik alleen maar dankbaar zijn.  Daar waar ik zelf wat vrijwilligerswerk mag verrichten door te luisteren en te helpen, word ik ook zelf geholpen.  Een zeer gewaardeerde wisselwerking die ik ook echt nodig heb.  Maar het zal de langste tijd wel geduurd hebben, straks ben ik helemaal opgebrand en niet meer in staat er voor anderen te zijn.

Een jaar geleden toen we met intense spanning leefden, zo in de tijd van de feestdagen die voor mij alles behalve als huiselijk en feestelijk waren, leef ik nu weer met een gevoel van . . . ach laat maar.  Genieten van het leven ?  Dat was vroeger, die tijd heb ik al lang achter me gelaten.  Nu is het elke morgen weer een strijd om uit bed te stappen, elke morgen weer een hoofd dat overloopt van de naarste gedachten.  Wanneer kan ik hier een punt achter zetten, mag ik hier een punt achter zetten ?  Vergeef me mijn pessimistische verwoording, soms kan ik het niet meer voor me houden.

Ik zal blijven proberen mijn best te doen, voor zover dat binnen de mij toegestane mogelijkheden ligt.  Fijne feestdagen zullen we maar zeggen, “ And may God bless us all, everyone ”.

If it ain’t broken, don’t break it

Inmiddels maak ik, voor het ver kijken in het algemeen en het lezen in bijzonder, weer gebruik van mijn zogenaamde werkbril.  De reden is simpel en ondubbelzinnig, dat laatste als logisch gevolg van het vertekenende beeld dat ik krijg zodra ik met mijn pas verkregen bril tracht om met mijn blik naar voren gericht, opzij te kijken.  Dat vanuit je ooghoeken kijken is een handeling die ik dus vaak tijdens het autorijden gebruik.  Waarom het dus logisch is dat ik weer ben teruggestapt naar mijn vorige bril, is u nu vast ook helder.

In de vele jaren dat ik brildragend ben, is het mij nog niet eerder overkomen dat ik niet kon wennen aan een nieuwe bril.  Nu dus voor de tweede keer niet naar behoren.  Maar de dame van de brillenwinkel bleef voor de telefoon bijzonder vriendelijk en beloofde me dat ze het gingen oplossen.  Als er vroeger iets opgelost moest worden, werd er wel eens schalks opgemerkt dat iets in ongebluste kalk gooien het altijd oploste.  Misschien een beetje hoog gegrepen, maar het moge duidelijk zijn dat er altijd een oplossing voor iets is.

Dat brengt mij op het volgende.  Vandaag weer uitslag bloedonderzoek, de laatste dit jaar.  Ook hebben we weer wat geleerd van de uroloog.  Eerder had ik van hem begrepen, en het ook zo in een vorig verhaal zo gebracht, dat ik met pijnklachten loop vanwege twee breuken.  Eentje op de plek waar het grotere litteken in mijn buik zit, waarvan ik de logica nog wel kon begrijpen, de andere zat voor zover ik het had begrepen in mijn lies.  In eerste instantie kon ik dat slecht plaatsen, ook gezien de soort pijn die ik daar ervaar.  Nu is het ons, mijn vrouw is meegeweest om misverstanden direct uit de wereld te helpen, iets helderder geworden.

Wat de arts bedoelde met de andere breuk, die ook niet op de nominatie komt te staan om verholpen te worden, daar doelde hij dus op een al eerder geopereerde uitstulping door het buikvlies.  Een zogenaamde recidivebreuk.  Een miscommunicatie, zullen we maar zeggen, van beide kanten.  Wel had ik toen nog wel gewezen naar de plek die steeds weer opspeelde in de liesstreek bij mijn linkerbeen ( voor de kijkers rechts ).  Nee, daar was in geen geval sprake van een breuk.  Dat waren nog steeds de beschadigde zenuwen.  Deze zouden wellicht eventueel misschien op niet precies te zeggen mogelijk latere termijn naar redelijke verwachting tot aanneembare waarschijnlijkheid kunnen verbeteren.  De bijzonder vriendelijke uroloog zei het met iets andere bewoording, maar zo kwam het wel een beetje op ons over.  Viermaal daags paracetamol zou de scherpte van de pijn kunnen elimineren, en dat kon op zich ook geen kwaad.

Opeens bedacht hij zich dat er ook andere pijnstillers waren die zenuwpijn konden verminderen.  Die zijn daar speciaal voor, eentje per dag en dan een week aankijken hoe het verloopt.  Kijk bukken, tillen, lang zitten met mijn bovenbeen geknikt als in een zithouding op een hoge stoel verblijvend en iets te lang lopen blijft vervelend.  Dat heeft dus een andere oorzaak, die ik dus wil blijven voelen.  Ik ken mijzelf te goed om te weten wat ik ga doen als ik de pijnklachten van de beide breuken niet meer voel.  Dan is de grens snel gepasseerd, en komt de spoedopname waar ik niet op zit te wachten met rasse schreden nader.

Weer een stapje verder zullen we maar zeggen.  En geloof me, het is goed zo.  Trouwens om nog even terug te komen op die uitslag van de PSA controle.  Deze was dus een heel heel heel heel klein beetje gestegen.  Maar dat kon ook een meetfout zijn, nog geen enkele reden om zorgen te maken.  ( wat ik het afgelopen jaar al niet gedaan had, ik vertrouw op een goede afloop  )  Wel is de volgende controle over drie in plaats van zes maanden, waar ik eigenlijk een beetje van uit was gegaan.  Ja, een extra controle is dan wel een zeer aan te raden gebeuren.  Mocht het dan nog weer een hogere waarde zijn, dan komen er vervolgstappen.  Het woord bestraling kwam wel even ter sprake.  Maar daar was nou nog niet een zinnig woord over te melden.

We zijn er nog niet.  Waar we uit zouden moeten komen, en of ik dat nu al zou willen weten ?  Wat mij betreft hoef ik het niet te weten, tegen die tijd zal het ons wel duidelijk worden.  Morgen de pijnstillers ophalen, en dan maar een weekje uitproberen.  Die bril zal wel wat meer tijd vergen.

Zondag mag ik aanwezig zijn bij de opening van een tentoonstelling van schilderijen en kleimaskers.  De kunstenaar, en inmiddels goede vriend, had mij benaderd of ik korte gedichtjes wilde schrijven bij zijn werk.  Op die wijze kan er voor de bezoeker cq beschouwer een kleine toelichting worden gegeven over het gemaakte kunstwerk.  Dit was nieuw voor mij, maar Karwan was er zeer gelukkig mee.  Voordat iemand een schilderij of masker bekijkt, lezen ze in de meeste gevallen eerst de bijbehorende tekst.  Laat ik het er op houden, dat ik bijzonder nieuwsgierig ben naar het gebeuren.  Er was zelfs al gevraagd of ik eventueel ook wat wilde voordragen uit mijn eigen werk.  Misschien te snel ja gezegd.  We zullen het wel zien, nieuwe uitdagingen zijn er om met twee handen aan te pakken.

Ja, dit was een jaar met tegenslagen, maar ook absoluut met prachtige andere dingen.  Gewoon doorgaan dus.

Schertsend schetsend

Het schetsen van wat woorden

dan gelezen, dan gesproken

Zo verstilt het, eens in wezen

veronderstellend wel beschouwd

Als een teken aan de wand

gehangen doek, doorgroefde dromen

 

Geen kleur, nu lettertekens enkel

van afstand haast onleesbaar zelfs

Ga dan na en wordt een deel

vergane streek, zonder penseel

 

Ik kan het uit de doeken doen

maar zal het schertsend laten

 

Een volwassen kinderfeest

Wie heeft het ze geleerd ?
Waar ging het dan verkeerd ?
Wat er werk’lijk is, nee,
een mening is niks mis mee

Wie wil het anders brengen ?
Waar is het niet te mengen ?
Wat valt er af te wegen ?
Volledig of wat vegen ?

Naïef een naam gegeven,
steeds met het feest verweven.
Nooit onenigheid gekregen.
Je bent ervoor of tegen.

Wie heeft belang bij ruzie ?
Waar blijft dan de illusie ?
Wat is er dan verkeerd geweest ?
Een eens onschuldig kinderfeest ?

Het moet

Het zoeken naar, heeft afgedaan,

het is allang gevonden,

we mogen af gaan ronden.

En snel weer verder gaan.

 

Het heeft ook nooit veel zin gehad,

het was niet te bepalen,

we wilden niets herhalen.

En deden zo maar wat.

 

Het was een goede poging tot,

het heeft ons echt bewogen,

we hebben soms gelogen.

En baden tot dezelfde God.

 

Het zal zo zeker onvermoed,

het juiste doel weer treffen,

we zullen echt beseffen.

En ‘t komt, zoals het komen moet.

Heldere blik en weer doorgaan

Eerlijk gezegd is het me nu weer wat helderder geworden.  Kijk soms loopt een mens wat rond te dolen en denkt dat hij verdwaald is.  Het gaat zoals gewoonlijk om het gevoel, want je kunt alleen verdwalen als je ergens naar toe wilt.  En de vraag is, wil ik dat ?  Het enige juiste antwoord hierop luidt vanzelfsprekend, “ Ja ”.  De kanttekening hierbij is dan wel weer dat ik weet dat het ergens op af gaat, maar dat ik daar niet een vast omlijnd beeld van heb.  Meerdere malen heb ik voor mezelf getracht ergens in de toekomst een doel te stellen, maar te vaak pakte het weer anders uit.  Het had dus wel wat weg van dwalen, maar niet vérdwalen.

Mijn heilige overtuiging is nog steeds dat ik geleid word, dat er ergens een weg is die ik mag gaan.  Let wel, geen vast omlijnd plan, uiteraard zijn het mijn keuzes welke richting ik wil gaan.  Mijn mening is dat er altijd een keuze is, alleen is er steeds de verstandige en de onverstandige.  De in de volksmond omschreven enige keuze, vaak verwoord door, “ Ik heb toch geen keuze “, is dus een drogreden.  Bij Gea is inmiddels het tweede oog geopereerd vanwege staar.  De eerste operatie is niet geheel vlekkeloos verlopen, maar veel napijn heeft ze daar niet van gehad.  Bij de tweede ging de behandeling in het ziekenhuis beter.  Wel was er sprake van enige beschadiging die tijdens het opereren slecht te herstellen was.  Ze moest het zich voorstellen als soort schaafwondjes op het oog.  Daar heeft ze een aantal dagen flink onder geleden.

Voor de grap opperde ik nog, dat het in haar geval een gelukkige bijkomstigheid is, dat een mens maar twee ogen heeft.  Deze opmerking kon ze niet echt waarderen.  Nu, de vierde dag, gaat het beter.  Ze kon zelfs weer een beetje lezen.  Iets wat gisteren door haar nog voor onmogelijk werd gehouden.  Zo is ze dus weer op de goede weg.  Over een week of acht een nieuwe bril aanmeten.  En dan er op vertrouwen dat het, ondanks de vervelende periode, allemaal goed mocht uitpakken.

Gedreven door de nog steeds aanhoudende klachten, waar ik eigenlijk niet teveel aandacht aan wil besteden, toch weer contact gezocht met de huisarts.  Misschien was het beter een extra afspraak met de uroloog te maken, de volgende controle staat in december gepland.  Dat was nog wel ver weg vond ze.  Zij zou direct een brief sturen met de vraag voor nader onderzoek in ziekenhuis.  Binnen vier dagen al bericht, twee zelfs.  Eentje voor de afspraak bij de uroloog de andere om, op verzoek van dezelfde uroloog, een CT-scan te maken van de buik.  Mijn buik dus, in dit geval.  De week voor de scan viel het mij op, dat het best wel redelijk ging.

Na bijna een jaar met pijnklachten te lopen, ga je haast als vanzelf je houding en wijze van lopen aanpassen.  Al meerdere keren heb ik mij echt in het hoofd gehaald, dat het over was.  Evenzo meerdere malen, bleek dat achteraf niet zo te zijn.  Nu had ik echt het sterke gevoel dat ik me misschien maar wat aanstelde en de afspraken bij de specialist voor niets waren.  Ze zouden vast niets opleveren, gewoon wat beschadigde zenuwen misschien wat geraakte spieren en een enkele verkleving in de darmen.  U ziet dat ik al aardig thuisraak in de medische wereld.  Niet dat ik nu heel erg zielig wil doen, dat zij verre van mij.  Maar er was wel iets op de scan te zien.  Toen ik net tegenover de arts zat, werd mij direct verteld dat ik een breuk had.

Dat was dus meteen helder.  Na een kort onderzoekje van mijn buik en bovenbeen, stapte de uiterst vriendelijke en zeer betrokken uroloog achter de computer en toonde mij het scherm.  Hierop was een doorsnede van mijn buik te zien, ik geloof hem op zijn woord.  Als ze erbij zouden vertellen dat het een nachtopname was van een maanlandschap zou ik het ook geloven.  Als arts hebben ze hier een kundige kijk op,     en hij wees met zijn vinger op het scherm waar de uitstulping in mijn buik zich bevond.  Daarna zocht hij wat verder en vond ook de breuk in mijn bovenbeen.  Twee voor de prijs van één, zullen we maar zeggen.

Opereren is niet echt een optie, ook daaraan zouden weer kwalijke gevolgen kleven.  Weer in een buik snijden om te herstellen wat naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van een ingreep is, eigenlijk af te raden.  Als de darmen er wel doorheen zouden zakken, wordt het een ander verhaal.  En bij mijn been was het helemaal niet een optie, al heb ik daar niet echt een duidelijke reden voor gehoord.  Kortom, geen tilwerk en andere belastingen en verder ermee leven.

Helder dus, en ik vind het prima.  Heb ik keuze ?  Natuurlijk heb ik die.  Niet bij de pakken neerzitten, maar doorgaan met wat ik nu doe.  Anderen helpen, nog in de vorm van vrijwilliger maar in de hoop en verwachting er een echte baan van te maken.       Ook heb ik trouwens sinds een paar dagen een nieuwe bril, dus qua heldere blik zie ik nu geen beren meer op de weg.

En om met Drs. P. te spreken, “Onsk het is een mooie stad, maar net iets te ver weg “.   Dus laat die beren maar.  Het afgelopen jaar is wat zwaarder voor ons geweest dan de daar aan voorafgaande.  We zijn er nog steeds en we gaan door.  Als Hij dan voor ons is, wie zal er tegen ons zijn ?