Ik denk, tenminste dat denk ik

Is het eenvoudigweg instinct dat mij met mijn geboorte, op de verjaardag van mijn vader, is meegegeven ?  Als goedmakertje dan, omdat ik de komende jaren nooit echt alleen mijn verjaardag zou kunnen vieren ?  Niet dat ik iets te klagen heb gehad, in die tijd beschouwde ik het als de normaalste zaak van de wereld.  De anderen vierden hun verjaardag zielig alleen, en ik deelde deze.  Voor zover je een verjaardag dus kunt delen.  Misschien wel net zoiets als je geboortedag beleven op een feestdag, zoals daar zijn de Kerstdagen of bijvoorbeeld Nieuwjaarsdag.  Erger nog, op 5 december.

Kijk samen met de Koningin jarig zijn, geeft de zaak natuurlijk een echt majesteitelijk tintje  En dan zodra haar zoon de taak overnam werd het de beurt aan zij die twee dagen eerder het levenslicht zagen.  Mijn schoonzus was dus één van degenen die het met twee vorstinnen te stellen had.  Natuurlijk is het begrijpelijk dat je niet midden in de winter een gezellig buitengebeuren kunt houden.  Heel vervelend ook dat koekhappen in de snijdende kou en klompendansen op het ijs.  Toch moet men ook in de Koninklijke familie even gedacht hebben aan de andere verjaardagers en verjaardagerinnen die ook de dertigste april als de hunne of de hare beschouwden.

Terug naar de eerste zin.  Beschikken mensen over een vorm van instinct ?
Mijn opleiding is niet van dien aard geweest dat ik hier een wetenschappelijk verantwoorde solide onderbouwde theorie op los kan laten.  Echter een mening heb ik, zoals voor mij gebruikelijk, daar over wel.  Volledigheidshalve wil ik er vooraf op wijzen, nog nooit overtuigd geweest te zijn dat er zoiets als een evolutie heeft plaatsgevonden.  Laat staan, dat deze zich ook op dit moment dus nog zou kunnen voortzetten.  Daar moet ik dan wel weer aan toevoegen, dat ik soms op een persoonlijkheid stuit waarbij ik mijn overtuiging overweeg.  Dan prijs ik mij gelukkig met de veronderstelling dat er heel misschien nog geëvolueerd wordt.

Mensen vallen in de categorie denkende wezens.  Daar staan wij alleen in.  Voor zover mijn kennis reikt, is dit bij geen enkel ander wezen op deze aarde een in de genen doorgegeven eigenschap.  Dat deze of genen er geen gebruik van maken, valt daar geheel buiten.  Soms kijk ik wel eens naar onze hond.  Op zich zullen er velen zijn die dit wel eens doen.  Naar hun eigen viervoeter uiteraard, anders zou onze Dantje het toch wel een heel erg klein beetje veel druk gaan vinden.  ( ik moest kloppen want de bel deed het niet ) Het is een Friese stabij, en die zijn van nature nogal aanwezig.
Op die regel is Danthé geen uitzondering, eerder een bevestiging.  Als ik dan zo een tijdje naar dat donkere koppie kijk met die diepliggende ogen, dan heb ik soms het gevoel dat hij ergens aan zit te denken.

Nu zult u denken, althans dat lijkt mij begrijpelijk, waar haalt hij, ik dus, het idee vandaan om een hond te laten denken.  Klopt, en dat is weer exact het omgekeerde van wat ik zoëven beweerde.  In het kort.  Er zijn mensen waarbij ik twijfel of ze kunnen cq willen gebruikmaken van hun denkvermogen.  En er zijn dieren waarbij ik in principe hetzelfde vermoed, maar dan andersom.  Het ligt in het kader der verwachtingen.

Kom ik weer terug op mijn verjaardag.  Daar kwam dan ‘s avonds menig oom en tante, die dus niet met mijn aanwezigheid rekening hadden gehouden.  Helaas, geen kadootje voor het kleine ventje.  Ergo, als je niets verwacht is alles veel.  Dat is helaas ook in veel andere gevallen een toepasselijke uitspraak.  Dus geen aangeboren instinct.  Het is er gewoon.  En hoe ik ook mijn best doe anderen te begrijpen of te volgen in hun doen en, vooral ook, laten, telkens moet ik erkennen dat het mijn bevattingsvermogen te boven gaat.  Zo langzamerhand begint het tot mij door te dringen.
Het ligt niet aan een ander.  Het zit in mij.  En ergens snap ik Albert Einstein wel.  Niet wat betreft zijn kennis, dat lijkt mij duidelijk.  Nee, het zijn zijn uitspraken die ik op waarde weet te schatten.
Mijn favoriet is deze, “ De grootste reden van stress, is het dagelijks omringd zijn door idioten “.

Blijven we wel weer zitten met de vraag wat idioot zijn in wezen inhoudt.  Zelf beschouw ik mij als de grootste sukkel.  Maar dat is dan achteraf bekeken.  Ten tijden van, meende ik het goed te doen.  Ach, vaak ben ik best wel jaloers op de hond.
Behalve dan op de momenten dat ik iets uit de kelderkast wil pakken.  Dan is hij, zoals Reinhard Mey het al eens bezong, jaloers op mij.
Het is slechts weer één van mijn vele onbegrijpelijke gedachtekronkels.

Advertenties

Zoals dingen gaan, zo gaan ze.

Zonder dat het zo bedoeld is, kom je van het één naar het ander.  Ongetwijfeld is het bij geen levende ziel bekend wat er in de toekomst allemaal staat te gebeuren.  Nou ja, Uri Geller, Donald Trump en mijn schoonmoeder daargelaten.  Met de mij ter beschikking staande kennis, tracht ik mijn leventje een beetje op de welbekende rails te houden.  Nou is er kennis genoeg.  Wat goede kennissen, wat minder goede en een enkele vage.
Zeer juist opgemerkt, ik wijk nu al af van mijn oorspronkelijke onderwerp.

Dave Allen, een Ierse komiek en één van de eerste stand-up comedians uit vroeger tijden, vertelde eens in één van zijn vele televisieshows, dat geschiedenis zich herhaalt.  Hij voegde daar aan toe, dat het dus niet nodig was de show uit te kijken, daar deze later dus toch weer vertoond zou gaan worden.  Schiet mij ook weer te binnen, waarmee hij steevast zijn show beëindigde.  “ Goedenavond, dank u, en moge uw God met u gaan ”.

Ook dat geheel terzijde.  Waar was ik gebleven ?  Het is dus, menselijk gezien, uitgesloten dat wij weten waarheen onze weg ons zal leiden.  En ja, soms is dat dus lijden.  Tussendoor nog even iets anders.  Wat is pijn ?  Wanneer wordt iets wat vervelend en zeurderig voelt, een last ?  In wezen is dat alles waar het om draait.  Ik beperk me nu vanzelfsprekend tot wat mij raakt.  En dan vind ik het best wel vervelend dat ik van twee zijden geplaagd wordt.  Het laatste wat ik zou willen doen, is daar over klagen.
Er zijn, ook nu na zoveel ups en downs, nog steeds zoveel mooie dingen om van te genieten.  Ik oefen mij er in, daar vooral oog voor te hebben en te houden.

Het simpele gegeven is, dat alles wat ons geraakt heeft, mooi of juist niet, ons heeft gevormd.  Of in sommige gevallen, had kunnen vormen.  Deze laatste zin vind ik van belang er aan toe te voegen.  In mijn tijd hier op deze planeet heb ik lieden ontmoet die in deze categorie vallen.  Onvervormbaar.  Veelal narcisten, maar in enkele gevallen ook gewone kortzichtig aangelegde sukkels.  De medische wereld is tegenwoordig tot veel in staat.  Er zijn echter twee ongeneeslijkheden.  De niet te helen ziektes die een mens vernietigen, omdat er simpelweg geen remediëring mogelijk is.  De middelen zijn ontoereikend. Zowel voor het lichamelijk welzijn, als de geestelijke variant.  Laten we daar vooral niet bagatelliserend over doen.  Ook dat wat zich in een hoofd afspeelt kan zeer ernstig zijn. 

Er is echter ook een andere categorie.  Zij die alleen maar denken dat er wat mis is.
De scheidslijn is dan ook vaak moeilijk te ontwaren.  Wij hebben dat op zeer pijnlijke wijze een aantal jaren geleden moeten erkennen.  Bij mijn schoonvader zaten we er toen helemaal naast.  Ja, ook dat kunnen we wegschrijven als een beleefde, rijke en ongewenste ervaring.

Bijna tweeënhalve maand heb ik wat mogen meelopen met Erik om te kijken wat er mogelijk is.  Ja, er zijn nog wel mogelijkheden.  Wel soms net even te vaak moeten erkennen dat er voor mij andere grenzen zijn.  Het te pas en te onpas doordenderen kan ik wel vergeten.  Inderdaad is drie dagen een pittige opgave.  Ik vraag me inmiddels af, of dat ook zou hebben gegolden voor mijn activiteiten bij de Regenboog.  Met een gerede zekerheid, begin ik daar in te geloven.  Lopen, staan, bukken of rechtop zitten.
Bij welke bezigheden kom je deze houdingen niet tegen ?  En dan zwijg ik over al die ontastbare prikkels die ik nog opvang.

Hoe schakel je het denken uit ?  Ergens zijn steeds weer van die ultra kleine signaaltjes, voor anderen ongrijpbaar, die bij bij dan een hele reeks aan gedachtenkronkels in werking zetten.  Het is mijn leven.  En geloof me, ik zou met niemand willen ruilen.
Toch zou ik soms voor heel even niet van het één naar het ander komen.  Wel ben ik dan bang dat het best wel eens ontzettend saai zou kunnen worden.
Mijn vader sprak altijd de opbeurende woorden, wanneer het eens wat tegenzat, “Luister jochie, ( ik heb dat altijd een onaangename benaming gevonden ) er zijn altijd mensen die het erger hebben”.  Hij had daar wel een punt. ( niet dat “Jochie” dus )
Maar als het leven dan soms wat tegenzit, heb je er weinig aan te weten dat het bij anderen nog meer tegenzat.

Ik wens een ieder van harte toe, dat als het dan even niet lekker gaat, dat de God waar u in gelooft, met u zal gaan.  En anders, tsja dat ligt dan weer buiten mijn bevoegdheden.  Graag zou ik woorden willen geven tot steun.  Wees gelukkig met het feit dat we het nooit van te voren wisten.  Dat zou pas ellendig zijn.  Wetende dat het pijnlijk zou gaan worden.  Er is altijd de hoop op . . . behalve dan . . .
Iedereen alle sterkte van de wereld toewensende, groet ik u.

Een lange rit, een lange zit en toeschouwer.

Ja, nu weet ik het zeker.  Het zou echt een kinderlijke leugen worden, als ik erbij zou vermelden dat ik het daar vóór nog niet wist.  Vandaar de oprechte toevoeging, “zeker”.  Ik laat het er voor nu even bij.
Het is u vast wel bekend, en heel misschien hebt u er zelfs wel ervaring mee, dat anderen niet luisteren.  Hier maak ik dus een duidelijk onderscheid tussen horen en luisteren.
Zo is het bijvoorbeeld dat ik de hond hoor blaffen, en de vogels hoor zingen.  Naar de laatste luister ik, de eerste moet gewoon zijn kop houden.

Vorige week weer een telefoongesprekje gehad met een niet luisterende dame.  Het was in verband met het ziektewetgebeuren.  Twee weken geleden had er ook al een dame van dezelfde instantie gebeld.  Soms denk ik wel eens of het niet op dezelfde wijze gaat als vroeger met die sekslijnen.  Staan daar gedateerde dames in wollen sokken op al lang versleten slippers met een schort a la ma Flodder met een strijkijzer in de hand de lange onderbroeken van hun man kreukvrij te maken met een oortje en een microfoontje, diepe zuchten te maken en teksten te roepen in de stijl van, “ Ja, ja, ja toe maar je kunt het “.

Tot zover mijn idee wat betreft de beweegredenen dezer dames.  De keer er voor zelfs tweemaal gebeld om te vragen of er ook een financiële vergoeding tegen over mijn werkzaamheden stond.  Sorry hoor, ik heb een heel lange tijd buiten het arbeidsproces gestaan.  Ik ben niet meer in staat mijn eigen werk te doen, en probeer nu voor drie dagen in de week iets op te bouwen.  Uit te proberen hoever ik kan gaan, of het echt vol te houden is.  Dat gaat echt niet tegen betaling.  Welke werkgever zou die gok willen nemen ?  Trouwens, die informatie hadden ze dus al van de arbo-arts ontvangen.
Waar precies vanmorgen over gebeld werd is mij een beetje onduidelijk gebleven.

De keren dat er namens deze instantie wordt gebeld, ik heb er inmiddels al vele mogen ervaren, dan word ik onrustig in mijn hoofd.  Vooral als er meerdere keren wordt gezegd, “ Nee, daar hoeft u zich geen zorgen om te maken, laat het maar rustig van uw schouders afglijden “.  Weet u wat het opmerkelijkste is ?  Het gaat met name om de bewoording.  Dus de wijze van de omschrijving hoe het genoemd moet worden, van wat ik nu mag doen.  Bij het ene stond er een maximum van zes tot acht weken voor, bij het andere lag dat anders.  Het beste was er maar de term vrijwilligerswerk aan te geven.

En ik weet het nu zeker.  Sommige dingen kan ik niet veranderen en dus mooi laten voor wat het.  Ja, zoals ik eerder al schreef, toeschouwer worden.  Wel beetje vreemd, toeschouwer zijn bij iets waar je zelf de deelnemer bent.
Dit weekend zijn mijn dochter en ik daadwerkelijk toeschouwer geweest.  In een openluchttheater midden in een bos, waar zich trouwens ook verdacht veel campinggasten ophielden.  Ik hou het maar op het feit dat het Bostheater zich op hetzelfde terrein als een camping bevond.

Een optreden wat absoluut de moeite waard was.  The Kik, begeleid door een klein orkest, speelde de eerste twee albums van Boudewijn de Groot.  Geheel in chronologische volgorde.  Zij het dan, dat ze na de pauze het eerst uitgebrachte album vertolkten en de tweede elpee daar dus voor aan.  Het bostheater heeft het meeste weg van een kleine arena, maar het kan tweeduizend bezoekers bergen.  Helaas voor mij dan waren de zitplekken net te laag.  Eerst ging het nog wel, zij het dan dat ik bleef verzitten, maar de tweede helft van de avond werd de pijn in mijn bovenbeen steeds stekender.
Ik kan mij daar aan ergeren.  Vooral omdat het zo’n prachtige avond was.

Op weg naar huis, terwijl mijn dochter reed, heb ik het meegenomen tabletje genomen.  Ja, toch een vlucht in de morfine.  Was gelukkig ruim acht weken geleden dat ik het nodig had, dat is de grens die ik voor mezelf gesteld heb.  Ook dit keer heeft het de pijn verlicht.  Teruggebracht naar een niveau, waarbij ik niet steeds zit te zoeken naar een aangename houding die er niet is.

Toen we nog stonden te wachten aan het begin van de avond bij de ingang tot we naar binnen mochten, was er een prettige conversatie met een wat ouder echtpaar.  Nadat het hek openging en we de arena betraden gaven zij de indruk dat het op prijs gesteld werd dat wij naast hen kwamen zitten.  Heel bijzonder hoe zulke gesprekken dan gaan, ik ben daar altijd dankbaar voor.  Vertellen en luisteren.

En ook nog Elly Nieman met Dave, Meester Prikkebeen zien vertolken.  Ja, ondanks de pijn een onvergetelijke avond mogen beleven.  Het leven is wat je er zelf van maakt.  Weet, als iets kapot valt, dan zijn altijd de stukken nog heel.

Weer verder en terug.

Bijna twee week verder.  Twee weken waarin ik weer een aantal dagen per week mocht werken.  Het blijft een beetje een vreemde gedachte, weer te mogen werken.  Ik voel het ook echt als mogen werken.  Uiteraard geheel op therapeutische basis, maar toch.  Het zou weer een begin kunnen zijn van een echte baan.  Zo ervaar ik het.  Daar ga ik mijn uiterste best voor doen.  Okee, ik moet oppassen dat ik niet weer in dezelfde kuilen val, maar ik mag mij gelukkig prijzen een bijzondere attente collega te hebben.
De enige trouwens, althans in dit onderdeel van het bedrijf waar alles bij elkaar, voor zover ik het nu weet, rond de tien á twaalf mensen actief zijn.

Aan de andere kant zijn er nog wel wat onzekerheden.  Of ik het nou echt onzekerheden moet noemen, het ligt voor een groot deel aan mijzelf.  Aan mijn eigen kunnen, zowel lichamelijk als wel wat er zich tussen mijn oren afspeelt.
Mijn gesprek bij Hennie, mijn psychologe, was daar zeer verhelderend.  Twee uitdrukkingen zijn mij daarin bijgebleven.  Okee, ik heb ze meteen in mijn telefoon genoteerd, maar toch.  Ze maakten indruk op mij, normaal gesproken ben ik degene die deze zaken bedenkt.  Maar ik vond dat ze exact de situatie weergeven.

Het eerste was ( ik check het even ) “ Op het verkeerde been gezet ”.  Na ruim negentien maanden van aanrommelen, heen en weer geslingerd worden.  In de welbekende achtbaan omhoog en omlaag denderende en leven tussen hopen op een betere toekomst en toegeven dat het niet anders meer gaat worden, bevind ik me nu in, zoals het lijkt, rustig vaarwater.  Mijn tijd als begeleider bij het vrijwilligersgebeuren beschouw ik als een zeer aangename tussentijds verpozing.  Daar heb ik veel van geleerd, vooral het uitoefenen van geduld.

Door meerdere bezoekers werd ik geroemd om het goed kunnen luisteren en de tijd nemen.  Dat verbaast mij nog steeds, al geef ik wel eerlijk toe dat ik daar trots op ben.
Nu mag ik dus weer, zij het dan op basis van kijken wat er mogelijk is, lichamelijke arbeid verrichten.  Er is veel mogelijk.  Er zijn ook grenzen.
Het andere gegeven wat Hennie ter sprake bracht was, toeschouwer worden.  Een belangrijke oorzaak, moet ik achteraf toegeven, van mijn burn-out, was mijn eigen schuld.  Overal wilde ik van weten, en loslaten kwam niet in mijn woordenboek voor.  Zodra ik vond dat iets anders cq beter kon, dan bleef ik daar naar streven.  Dan loop je veel tegen onbegrip op.  Niet uit dwarsliggen, nee, het was steeds weer de kwestie van het zien.  Zien en inzien.

Nu weet ik dat je niet alles kunt veranderen.  Soms zijn dingen en mensen nou eenmaal wat ze zijn.  Wie ben ik om daar iets aan te willen of moeten doen ?  Toeschouwer zijn, en rust vinden in hoe het gaat.
Er blijft toch een vraag over, een vraag die ik me nooit heb willen stellen.  Domweg omdat ik bang was voor het antwoord.  Het antwoord, dat ik misschien van het begin af al heb geweten.  Waarom is mij, is ons, dit allemaal overkomen ?  Had ik het misschien anders willen zien ?

Gisteren een heel gesprek gehad met onze schapenscheerder.  Jazeker, die hebben wij.  Een alleraardigste jongen, met een heldere kijk op het leven.  Ook hij was er van overtuigd dat we allemaal, als we dan zouden mogen kiezen, toch voor ons eigen leven gingen.  En zo is het.  Dat wat je overkomt, dat wat je ooit gedaan hebt ( goed of fout ) alles is van jou, van u.  Wat wij beleefd hebben, dat zijn wij.
Door mijn ziekte heb ik veel tijd gekregen om met anderen te praten.  Praten over juist die zaken die mij geraakt hebben.  In wezen ben ik op een andere manier gaan kijken.

Al mijn hele leven ben ik een denker geweest.  En een spreker.  Op de lagere school ben ik wel eens opgezadeld met bijnamen als, de dominee en de professor.  Toen vond ik dat alles behalve vermakelijk.  Nu kijk ik ook daar anders op terug.  Sinds het begin van de tegenslagen, zo’n tien kilo geleden, ( geleend van Erik, dank je daarvoor )  streef ik er naar dingen gewoon los te laten.  Als ik ergens niets aan kan, of hoef te veranderen, dan moet ik dat dus ook niet meer doen.  Luister, ik heb al meer dan genoeg te stellen met mijn eigen leven.  Waarom dan dingen aanhalen waar ik buiten sta ?

Als ik dit alles zo type, ga ik er haast in geloven.  Nee, zover ben ik nog lang niet.  Regelmatig ga ik mijn boekje en grenzen te buiten.  En nog regelmatiger word ik daar vriendelijk doch streng op gewezen. ( ook hiervoor mijn dank, Erik )  Dank jullie wel.  Het schijnt nodig te zijn.  Gelukkig ben ik hier in niet de enige.
Volgende week weer controle, het begint een gewoonte te worden.  Ik heb een hekel aan gewoontes.  Probeer juist te minderen.  Toch komen ze terug.

Een mening, geloof en afwijkingen

Al heel lang, probeer ik voor mijzelf iets helder te stellen.  Inmiddels ben ik mij bewust geworden, dat heel veel aan mij als persoon ligt.  Kijk, ik ben geen psycholoog en voor psychiater mis ik de juiste opleiding, derhalve ook de betreffende papieren, maar dat lijkt mij een overbodige toevoeging.  Toch denk ik nog steeds, dat ik wel een heel klein beetje mensenkennis heb.  Het feit dat ik soms te weinig met die kennis doe, is voor mij ook niet te begrijpen.
Altijd geef ik een ander het voordeel van de twijfel.  Net zo lang tot het, voor anderen al lang begrepen, bewijs wordt geleverd.  Zelfs dan nog blijf ik mij blindstaren op de kleine positieve signaaltjes.

Ja, ik geloof in de goedheid van ieder mens.  Ja, ik weet dat er enkelen misschien wel meer, zich hier niet aan houden.  In de bijbel lees ik het, “ De andere wang toekeren “.  Ook, “ Het stof van je kleren vegen, en naar een andere plaats gaan “.
Mijn streven, en daar schiet ik gewoonlijk vaak in te kort, maar mijn streven is en blijft het grote voorbeeld te volgen.  Ruim tweeduizend jaar geleden is er Iemand geweest, die het ons heeft voorgedaan.  Hij is zelfs verder gegaan, dan om het even wie het ooit zou kunnen.  Toch heeft Hij in al Zijn goddelijke wijsheid, best wel krachtige taal geuit.
De mensen op hun fouten wijzend.  Zo was er iemand die Hem vroeg wat het koste om goed te zijn.  Zijn antwoord was simpel, “ Hou u aan de wet”.   Dat deed de man.
Toen sprak Hij, “ Verkoopt alles wat u bezit, en geef het geld aan de armen “.
Kijk daar had die man niet op gerekend, dat kwam wel even binnen.

Uiteraard is dit hierboven beschrevene iets wat een ieder voor zichzelf mag uitmaken om te geloven of juist niet.  Dit stukje gaat alleen maar over, wat ik zelf geloof.  Ben ik zonder fouten ?  Absoluut niet !  Ook daar wil ik helder in zijn.  Met de mij gegeven kennis en opgedane ervaring, denk ik het soms te weten.  En net zo vaak, moet ik achteraf weer toegeven, zat ik er volledig naast.  Toch vertik ik het om een ander een oordeel aan te rekenen.  En ja, regelmatig is daar een teleurstelling.  Dan kwam het over, alsof ik iemand iets aan reken.  Een oordeel vel.  Ja, uiteraard heb ik mijn mening over anderen.

Vertel me eens eerlijk, ben ik de enige die hier steeds tegenaan loopt ?  Weet u, het grote verschil tussen mensen en andere schepsels is het feit dat wij kunnen denken.  Ik zeg duidelijk, “ kunnen ” denken.  Dat er zich meer dan dertien sukkels in een dozijn op deze aardkloot bevinden die domweg op hun instinct afgaan, doet daar niks aan af.
Mijn excuses voor de gebruikte benaming van deze wereld en haar ingezetenen.
Soms gaan zinnen een eigen leven leiden, en ontstaat deze taal.

Zo af en toe volg ik een beetje de debatten die politici onderling aangaan.  Ook daar gaat het vaak verdacht veel lijken op instinctieve uitlatingen.  Iedereen heeft recht op een eigen mening.  Maar dan moet er natuurlijk wel een eigen mening zijn.  Het blind achterna lopen van om het even wie dan ook, valt in een hele andere categorie.  Steeds merk ik, in de mij persoonlijk voorgekomen gevallen, dat er een vast riedeltje wordt afgedraaid.  Of er wordt domweg, gezwegen.  Net dus als er al te vaak gedaan wordt, wanneer twee of meerdere kopstukken van politieke partijen met elkaar de degens kruisen.  Dan vermoed ik twee mogelijke redenen.
Ofwel, ze willen er niet over praten, daar zou een belangrijke afweging aan ten grondslag kunnen liggen.  Aan de andere kant, zou het ook kunnen zijn dat ze het eenvoudigweg niet weten.  Dat ze bang zijn om iets te zeggen wat niet waar is, of ze geen opvatting over mogen ventileren.
Nu hoor ik u denken, “ Een politici, die iets zegt wat niet waar is ”.  Ja, zelf zie ik ook de ironie.

Hier wil ik het houden bij eerlijkheid, tegen beter weten in.  Een bijzonder verhaal inmiddels.  Hoe ik er bij kom ?  Dat is nou iets wat ik dus liever voor mezelf houd.
Dat er in mijn hoofd soms rare kwinkslagen, zelfs zonder mijn private inmenging, voor onmogelijk gehouden afslagen nemen, dat is mij al heel lang bekend.
Ach, en deze stukjes worden toch niet zoveel gelezen.
Het is inmiddels van een, “ naar anderen toeschrijven “, toch meer iets als, “ van mij afschrijven “ geworden.  En eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.  De mens is toch in wezen een kudde dier.
En waar het aas is, daar zullen zich de dieren verzamelen. ( Matt. 24:28 )
Dus als alle anderen het zo zien, dan zal het wel zo zijn.  Jammer.

Lang geleden, een jaar en weer op weg

Sinds kort heb ik, als ik zin heb of een echte reden om een keukendeurtje te openen, last van een déjà vu.  De meeste van mijn lezers, als ik zo vrij mag zijn het op deze wijze te benoemen, de meesten weten dat mijn vrouw en ik de trotse opa en oma zijn van de allermooiste kleindochter.  Komende zaterdag zal zij één jaar worden.  Voor zij die niet op de hoogte zijn van alles wat wij allen met haar hebben moeten beleven, verwijs ik naar enkele eerdere bijdragen hier op mijn site.
22 Juni en 25 juni, dat zijn de data waarop de ingrijpende stukken staan geschreven.  Nu gaat het super goed met onze grootste schat.  En straks dus haar eerste verjaardag.

Zodra kleine meisjes, ook kleine jongetjes trouwens, maar zodra zij beginnen te lopen, zij het dan met ondersteuning van voorwerpen als een tafel of een stoel.  Of nog beter zelfs, met hulp en begeleiding van mama of papa, oma of opa, of tante Jis.  Dan zichzelf kunnen verplaatsen, en met de kleine grijphandjes iets wat eerder nog, vanwege hoogte, niet bereikbaar was, wordt dat dan ineens wel, bereikbaar dus.  En nu zijn er bepaalde zaken, waarbij dit toch beter voorkomen kan worden.  Ik duid hierbij dan op zaken als afwasmiddel of andere schoonmaak gerelateerde vloeistoffen.
Uiteraard ook zware dingen, die tijdens het vallen naar de grond delen van het bewuste meisje zouden kunnen raken, en tijdens die aanraking het kleintje bezeren.  En tenslotte gaat het hier natuurlijk over persoonlijke bezittingen die niet van nature bestand zijn tegen kleine grijpgrage handjes.  Tevens vallen die spulletjes in de categorie kostbare of dierbare kleinoden, waar steeds zuinig op is geweest.

Dit alles hebben wij dus, als toentertijd ouders, meegemaakt met onze eigen dochters.  Ook toen heb ik de keukendeurtjes, niet van deze keuken, voorzien van inbraakbeveiliging.  Zij het dan, dat ze voor volwassenen vrij eenvoudig te openen zijn.  Hetzelfde geldt trouwens voor flessen met kindveilige sluiting.  Deze werkt trouwens ook voortreffelijk voor ouderen, en alle anderen die niet ongeoorloofd een flesje van het één of goedje dat nadelige gevolgen ter weeg brengt bij hen die dit nuttigen.  Even weer terug naar dat keukendeurtje, waar ik twee weken geleden, in combinatie met alle andere keukendeurtjes, dus beveiliging sluitinkjes aan heb geschroefd.

Bij dat betreffende deurtje is het nu niet meer kindvriendelijk.  Of misschien juist wel, maar dan vanuit het kinderlijk oogpunt gezien.  Ik had een pan nodig, en trok net even iets te hard het deurtje open.  Deze ging ook open, in combinatie met een geluid dat je normaal gesproken niet hoort bij het openen van een keukendeurtje.

Nu een honderdtachtig graden draai naar mijzelf.  Inmiddels heb ik mijn tweede werkweek, we hebben het wel over drie dagen per week, er dus weer op zitten.
Dat, als ik het zo mag verwoorden, is best wel pittig.  Pijnlijk ook, bij tijden dan, maar de capsules die de zenuwpijn moeten beperken, doen uitstekend werk.  En zo af en toe, soms een ietsjepietsje maar, doe ik net even een klein beetje meer.  Dan gaat het net als de, hierboven uitvoerig beschreven, kindvriendelijke / onvriendelijke sluiting.
Dan gaat het niet meteen stuk.  Wel net even anders. ( lees : pijnlijker )  Dan ben ik, zoals wel eens eerder gebeurde, over de grens gegaan.  Het is en blijft een leerproces.
Wederom heb ik weer de juiste mensen om mij heen.  Ik prijs mij daarmee gelukkig.

Weer terug naar de verjaardag zaterdag.  Papa heeft er voor gekozen twee palen en een dwarsligger aan zijn jonge dochter te geven.  Wel op maat gemaakt, en van schroefgaten voorzien.  Mama heeft ze al een keer gebeitst, die palen.
Voor de duidelijkheid, voor haar eerste geboortedag krijgt zij een schommel van de oma van haar mama.  Ik durf dat hier wel te schrijven, ze kan immers toch nog niet lezen.
En mijn laptop ligt in een la waar ze niet bij kan.  Mocht dat wel het geval zijn ?  Ze kent mijn wachtwoord toch niet.

Nu maar hopen dat ze van schommelen houdt.  Kruipen en lopen in elk geval wel.
En pogingen om deurtjes te openen, wat dus met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bij één deurtje zou kunnen gaan lukken.

Zij lopen, hij draait en ik geniet

Andere omgeving, andere gewoontes.  Ach, de meeste mensen zijn gelijk.  Hooguit dat de ene net iets gelijker is dan de andere.  En op plekken of plaatsen waar toerisme een belangrijke bron van inkomsten is, komen veel verschillende gasten.  De ene nog iets verschillender dan de andere.  Maar als ze ontdaan worden van hun rugzakjes, handtasjes, petjes, zonnebrillen, snelle cabrio’s en paraat in de hand gehouden steeds nadrukkelijk aanwezige mobieltjes, blijven we allemaal elkaars gelijke.
Zo hebben we kennis mogen nemen van gasten met een oriëntaals uiterlijk, tenminste ze hadden zo’n kapje waarmee de neus en mond afgedekt werden.  Het vlaams accent kwam zeer regelmatig voorbij.  Onmiskenbaar waren ook de Engelse woorden die gesproken werden, en ja vanzelfsprekend het ons vertrouwde Nederlands passeerde regelmatig de revue.

Afgelopen zomer zijn wij een weekje in Polen geweest.  Daar in een wat grotere plaats bij een terrasje hoorde ik ook een moeder iets tegen haar kind zeggen.  Jawel, in het Nederlands.  Ik kan het dan niet laten een opmerking te maken.  Kijk, daar had ze net even niet op gerekend dat jonge moedertje.  En ook dit keer is het me weer gelukt.  Nu was het een oudere Duitse dame die iets opmerkte tegen haar, heb ik voor het gemak maar aangenomen, man.  Terloops beaamde ik haar reactie.  Ik kon haar voelen denken.  Ze herstelde zich snel, en keek lachend achterom.

Wat mij altijd weer het hoogste genoegen schenkt, is als anderen niet op het juiste equivalent kunnen komen wat betreft de vertaling.  Ongevraagd wil ik me daar ook wel eens aan te buiten gaan.  Altijd met oprechte bedoeling, en nooit kleinerend.
IMG_20190519_164935
In Cochem, waar wij een middagje verbracht hebben, zag ik een orgeldraaier.  Vriendelijk gezicht, kleurrijke lange jas afgerond met een bolhoedje en dapper draaiend aan de slinger van zijn kleine orgeltje.  Een pittoresk pleintje rondom een fontein met waterspuwend beeld.  Daarbij wat tafeltjes en iets meer stoeltjes.  Geflankeerd door de vele rijk gesorteerde souvenierswinkeltjes.

Het is allemaal incompleet zonder de in elkaar overgaande welbekende wijsjes.  Voortgesproten uit een klein houten kastje met een idem, maar dan metalen, slinger.  En zo de ontastbare leegtes tussen de oude gebouwen opvullend met tedere klanken van weemoed.  Een weemoed die ons terugbrengt naar vroeger.  Vroeger toen we nog niets wisten van wat we nu weten.
Nadat wij daar aan een klein tafeltje iets eenvoudigs hadden genuttigd, door mij bekrachtigd met een glas witte wijn, was de man verdwenen.  Even dacht ik werkelijk te maken te hebben met iets als magisch realistisch, daar kan ik niks aan doen.  Dat krijg je als je Lampo leest.
Gelukkig zagen wij hem even later verderop weer de betoverende klanken hun vrije gang laten gaan.  Wederom de sfeer ten goede versterkende.

Ik zat bij een vrolijk water spuwende fontein, met mijn rug naar het water.  Toen op een onverwachts moment de wind even uit een andere hoek waaide, werd mijn jas nat.
Op zich niet erg, alleen had ik hem nog aan.  We zijn maar op een andere plek gaan zitten.  Naast mij stond de kleurrijk geklede man zijn boeltje in te pakken.  Het was inmiddels tegen vieren, en misschien was hij dan vrij om te gaan.  Terwijl hij daar zo bezig was keek ik met genoegen op welke eenvoudige doch doelmatige wijze hij zijn kleine karretje vol pakte.  Dan komt hij naar mij toe, en we maken een praatje.
Zoals het hoort blijkt het om een bijzonder vriendelijke man te gaan.
Aan de wijze waarop hij eerder die middag zijn afgespeelde pianorollen weer met toewijding oprolde, had ik al een vertrouwd gevoel.
Soms heb je dat.  Elkaar het beste toewensende, namen wij afscheid met een stevige handdruk.  Nog even keek ik hem na, met een dubbel gevoel.  Vaak denk ik dan wat ik had willen vragen of zeggen.  Hij was op dat moment net bezig de zaken, die van zijn tweewielertje verschoven waren, weer goed te leggen.

Ach, overal kom je toch steeds weer dezelfde mensen tegen.  De poppenkast heeft dan misschien een andere kleur of vorm, er hangen andere gordijnen voor en de gesproken woorden klinken anders.  Jan Klaassen en Katrijn hebben andere namen.  Maar de voorstelling blijft overal hetzelfde.
Of je nu rondwandelt in Evoléne in Zwitserland, Gent in België, Buren op Ameland of Trier in Zuid-Duitsland, overal zijn winkels, terrasjes, oude kerken en diverse bezienswaardigheden.  Het is alleen maar ons gevoel.

Nou ja, alleen dan in Cochem.  Daar speelde een ingetogen sympathieke orgelman aangename deuntjes.  Hoop dat het twee euro muntstuk dat ik in zijn blikje deponeerde voldoende was.  Ach, sommige zaken zijn nou eenmaal onbetaalbaar.

Een stem uit het verleden, toeval ?

Hoe gaat dat in een leven ?  Zijn er redenen aan te dragen waarom wij bepaalde ervaringen als de onze beschouwen ?  Misschien niet helemaal de juiste vraagstelling, een ervaring hebben we achter de rug.  En waar ik naar toe wil, is juist het feit waarom dat zo het geval is.  Zelf ben ik een fervent tegenstander van de dooddoener, “toeval”.
En ja, ik weet dat zelfs in de bijbel tot drie keer toe het woord toeval voorkomt.  U kunt dat zelf eenvoudig controleren, dat is geheel aan u.

Afgelopen week, is de oudste dochter van een goede vriendin getrouwd.  Haar man leeft helaas niet meer.  Dat was ook de reden dat ze mij een tijdje geleden had gevraagd, een kort gedichtje te schrijven wat zij tijdens de dienst wilde voordragen.  In wezen zou het zo over moeten komen, dat haar eigen vader haar iets vertelde.  Al sinds 1972 was ik met hem bevriend, zij het dan met tussenposes waarin wij weinig contact hadden.  Het is zelfs zo, dat hij toch wel de reden is geweest dat ik mijn vrouw heb ontmoet.
Dat ging in die tijd nog met een krijtbord.  Alleen al over deze belevenissen zou ik een verhaal kunnen schrijven.  Zij die mij persoonlijk kennen, weten dat ik verzot ben op vertellen.  Soms maak ik van deze eigenschap met veel genoegen gebruik, in alle andere gevallen gewoon om te plagen.

Al vaker heb ik hier vermeld, dat ik zo slecht nee zeggen kan.  Maar in dit geval, heb ik het met een zekere vorm van trots gedaan.  Ja, ik heb haar vader goed gekend.  Langer zelfs dan alle andere vrienden, wij hebben twee jaar op dezelfde lagere school gezeten.  Ook gingen wij naar dezelfde kerk.  Het is toch iets anders, dan dat ik gewoon mijn eigen gevoel of ervaring aan mijn toetsenbord toevertrouw.
Gisteren kreeg ik een lief berichtje, waarin nogmaals de dank werd uitgesproken.
Ook heb ik een gedeelte van de dienst teruggekeken.  Ja, onze vriendin heeft het fantastisch gedaan.  Best een hele opgave en uitdaging dit zo te doen.
Zelf heb ik, bij de begrafenissen van mijn beide ouders, een persoonlijk gemaakt gedicht voorgedragen.  Ik weet dus uit eigen ervaring hoe aangrijpend dit kan zijn.

Dit is nou typisch een geval, waarvan ik pertinent weiger de term toeval te hanteren.  Laten we wel zijn, áls mijn ouders na hun trouwen niet Enschede hadden ingeruild voor de grote stad Utrecht.  En áls ze daar na twintig jaar niet de wortels hadden losgerukt en verhuisden naar het iets noordelijker gelegen Winschoten.  En áls zij indertijd daar niet nogmaals verkasten van Winschoten-noord naar zuid, waardoor ik op een andere lagere school terechtkwam ?  Ja, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Weet u, als mijn zus een piemeltje had gehad, dan zou ik met vier oudere broers boven mij zijn opgegroeid.  Een enkeling zal het bekend zijn, dat ik een groot liefhebber ben van de Vlaamse, helaas overleden, schrijver Hubert Lampo.  Zijn romans vallen onder de noemer, magisch-realisme.  Voor wie hier niet mee bekend is, zoek de term maar eens op.  Vast en zeker zal de naam Lampo daarbij opduiken.  Soms denk ik wel eens dat het hele leven zo in elkaar steekt.  Wanneer is het vrij gebruikelijk dat iets gebeurd, en in welke gevallen zit er toch een zekere mate van onwaarschijnlijkheid in het spel.

Er is één ding waar ik echt van overtuigd ben, er gebeuren dingen in je leven waar je geen vat op hebt.  Daar kun je dan mee doen wat je wilt.  Ofwel je omdraaien en hard weglopen, er met een grote boog omheen gaan en net doen of het er niet is.  De andere, en wat mij betreft enige juiste mogelijkheid, het met beide handen aan te pakken.  Het te omarmen, en het je eigen te maken.
Heel soms zit je er dan meer dan vijfendertig jaar aan vast.  Zo af en toe komt het er simpelweg op neer, een paar zinnetjes achter elkaar te plaatsen hopende dat je daarmee een stem uit het hiernamaals een klank kunt geven.  Ja, dat doe je voor een vriend.
Als ik niet precies diezelfde week net weer met werken was begonnen, was ik er graag zelf gaan kijken.  Lang zitten blijft lastig, en vooral als je dezelfde week al een paar keer de grenzen niet in acht hebt genomen.

Nee heus, het gaat prima.  Het is even anders dan het afgelopen jaar, maar het voelt goed.  Voor zij die trouwens meer van eerder genoemde vlaamse schrijver zouden willen lezen, kan ik “De komst van Joachim Stiller” aanraden.
Allemaal het beste en veel leesplezier gewenst.

Een oud verhaal met een afloop

mde
Bij ons in de woonkamer staat een oude metalen korf.  Zo eentje die vroeger door boeren werd gebruikt om zaken als bieten of aardappelen in op te bergen.  Dat is ook de geschiedenis van deze, van mijn schoonvader.
Een heel bijzondere man, dat was hij.  Erg in zichzelf gekeerd, gewoon met zijn eigen dingen bezig.  Hij was nog echt van de oude stempel.  Een tractor heeft hij nooit in bezit gehad.  Maar goed ook, want hij zou er geen voordeel van hebben gehad.  Op deze werktuigen rijden, was voor hem niet weggelegd.  Hij had een grote Belg.  Ik doel hiermee op een Belgisch paard, en dan geen kleintje.  Als er dan eens iets op het land te doen was wat teveel werd voor één pk, dan werd er iemand bijgehaald die wel met een trekker overweg kon.

Helaas voor mijn schoonvader heeft de Belg vroegtijdig het loodje gelegd.  Ook waren de acht koeien die hij, samen met zijn vrouw ( mijn schoonmoeder dus ) elke dag twee maal moest melken, al niet meer aanwezig.  Hij deed alleen nog wat eenvoudige dingen op het land, vraag me niet welke.  Binnen zitten was een niet door hem gebezigde traditie.
Tot het moment dat hij op het eind van een zaterdag, nog even een kijkje ging nemen bij zijn oom en tante.  Die lagen begraven op de algemene begraafplaats, aan de rand van het dorp.  Volgens hem, tenminste dat vertelde hij later, stond het zogeheten kopstuk niet heel stevig meer.
We hebben het hier dus over een rechtop staande steen bij een graf, geen liggende steen dus.  Nu moet ik mij trouwens meteen weer corrigeren.  De in eerste instantie nog rechtop staande granieten zerk was, mede doordat mijn schoonvader deze een klein beetje heen en weer bewoog, wel een liggende geworden.  Op zich is daar nog niemand door geschaad.  Helaas voor hem in dit geval viel de steen zijn kant op.  Dit had hij te laat door, en kwam er met één been bekneld onder te liggen.

Volgens eigen zeggen, is hij daar ruim drie kwartier mee aan het wurgen geweest om weer los te komen.  De term, “Met één been in het graf staan”, is voor mijn nooit meer hetzelfde geweest.  Zijn hele onderbeen was zodanig beschadigd, dat hij maandenlang niet kon lopen.  Voor iemand die zijn hele leven buiten vertoefde, is dit een hel.  Ook voor mijn schoonmoeder, is dat geen makkelijke tijd geweest.  We hebben met ons drieën daar zo goed als het kon een weg in gevonden.
Op het laatst dachten wij dat hij ook geestelijk te hard was geraakt.  Het bleek toch ernstiger te zijn, longkanker.  Hij heeft het zelf ongetwijfeld al ver van te voren aangevoeld.  Een ziekenhuisopname, de eerste dag van mijn vakantie.
Drie weken later, de laatste dag ervan, hebben wij hem begraven.  Twee dag na zijn verjaardag, die hij niet meer beleefd heeft.

Het was een goede man.  Wist alleen niet goed dit te uiten, iets wat hem als kind nooit was geleerd.  Zo ging dat vroeger, praten over gevoelens of zeggen iemand iets goed had gedaan, dat deed je niet.  Hij was gek op zijn beide kleindochters.  Zag alleen overal gevaren.  In zoverre kan ik dat alleen maar beamen.  In dat opzicht is er niets veranderd.  Inmiddels ben ik al bijna een jaar geleden bevorderd tot opa.  Ik ga zelfs elke avond met oma op bed.  Geen zorgen, mijn vrouw weet ervan.  Dat zou dan wel weer een heel ander verhaal worden.

Waarom ik, na mijn tweede werkdag, daar ineens aan dacht ?  Ik zit nu wat vaker boven, daar staat immers mijn elpeecollectie.  Ook staat daar, wat een ware uitkomst is voor iemand die er van houdt naar vinyl te luisteren, een platenspeler.  Nu ik overdag wat meer mijn lichaam belast, probeer ik het ’s avonds wat kalmer aan te doen.
Ben zelfs weer begonnen aan, De Elfenkoningin van Hubert Lampo.  Daarbij luister ik graag naar goede muziek.
Tegenover mij, op de bank gezeten, staat die mand met nog een klein stukje oranje touw.  Dat heeft hij er heel lang geleden aangeknoopt.  Uit respect hebben we dat nooit losgehaald.  Uit respect heb ik hier ook een stukje van zijn leven beschreven.

Iets geheel anders dan alle voorgaande stukjes.  Zie het als een eerbetoon.
Ohja, met het werk gaat uitstekend.  Het is wennen, maar het voelt goed.  Zo gaat het leven.  Soms gebeuren er moeilijke dingen, soms hele moeilijke en soms ook hele mooie.  En in een heel enkel geval, we moeten er geen gewoonte van maken, gebeurt er iets prachtigs.

En trouwens, leen nooit onnodig geld.  ( Dat laatste komt van Larry Norman, op het eind van zijn song, Moses in the wilderness te vinden op de briljante elpee, Upon this Rock )  Waarom ik dit laatste hier vertel ? Geen flauw idee, vond het gewoon iets aardigs om dit verhaal mee te laten aflopen.mde

Een eind en een nieuw begin

En weer een dag er voor.  Ja, ik weet wel, er is altijd een dag er voor.  In veel gevallen is het zo dat het een grote zegen is, dat we het niet weten.  Een dag voor een sterfgeval, een dag voor een auto-ongeluk of een dag voor dat er de volgende dag wordt aangekondigd dat je ontslagen wordt.  En ja, van al deze gevallen kan ik beamen dat er een dag aan vooraf ging.  In het huidige geval kan ik zeggen dat er anderhalf jaar aan vooraf is gegaan.  Zoals velen van u zullen en kunnen begrijpen, is dat een heel stuk langer dan de gebruikelijke vierentwintig uur die in een dag zitten.

Afgelopen zaterdag heb ik een statement gemaakt.  Niet als in een uitspraak of een belofte over iets waarvan ik later zou moeten toegeven dat het te hoog gegrepen was.  Nee, ik heb daadwerkelijk iets opgeruimd.  U moet weten, dat wij naast onze woonkeuken beneden ook nog een woonkamer boven hebben.  Bij het tekenen van de woning hadden wij in onze kinderlijke onwetendheid bedacht, dat het misschien wel iets moois zou zijn om lekker kalm tot rust te komen in een aparte ruimte.  Afgezonderd van alle hectiek waarmee een gemiddeld mens zo af en toe in zijn of haar leven te kampen heeft.  Beneden een ruime woonkeuken, met aangrenzend een terras.  Eenvoudig te bereiken via een schuifpui.  Een buitenplek voor in de zomer.
Regelmatig hebben wij van die voorziening gebruikt gemaakt, zij het dan ‘s avonds.
De veranda ligt op het zuiden, en als het zonnetje goed haar best doet is het daar niet uit te houden, behalve dan als je een sinaasappel bent.  Wat wij dus niet zijn.  Boven zou het dan onze herfst, cq winterresidentie worden.  En nee, daar wordt toch minder vaak gebruik van gemaakt dan wij ons hadden voorgenomen.  De Kerstdagen hebben wel vaak de bovenkamer als decor gebruikt.

Dit heugelijk feit lag mede ten grondslag aan mijn persoonlijke inzet, nu anderhalf jaar geleden alweer, er het jaarlijks weerkerende Kerstdorp op te bouwen.  Toen begon het net een beetje tot mij door te dringen, dat de in mijn bloed geconstateerde afwijking gerelateerd aan iets met mijn, toenmalig nog aanwezige, prostaat, best wel eens heel ernstig kon gaan worden.  Ik geef hier ruiterlijk toe, dat het door mijn hoofd speelde, dat dit zomaar mijn laatste Kerst kon gaan worden.  Dit klinkt misschien best wel heftig, maar geloof me, het voelde toen nóg heftiger.
Om de begintijd van mijn burnout wat te verwerken, ben ik toen vrij vroeg met het bouwen van het Kerstdorp begonnen.  Eind november stond het daar in volle verlichting en glorie.

De hele tijd, heb ik het niet op kunnen brengen de zaak weer af te breken.  Alleen kreeg het een aangepaste benaming.  We noemden het gewoon, het winterdorp.  Dat kon gerust het hele jaar blijven staan.  Halverwege december tweeduizendachtien, werd het, zonder dat er iemand met de vingers hoefde te knippen of dozen van zolder tillen en een dag lang op de knieën te bouwen, weer het vertrouwde Kerstdorp.  Tot afgelopen zaterdag sierde deze witte opstelling ons, zo goed bedoelde, wintervertrek.
Na de diverse negatieve ( lees voor ons : positieve ) bloeduitslagen, de inmiddels vrij goed werkende medicatie tegen overijverig werkende zenuwen, de vruchtenafwerpende gesprekken die ik met zowel mijn therapeut als ook de dame van Lentis en het feit dat ik morgen ( lees : dinsdag ) weer mag gaan werken, heb ik de keuze gemaakt het geheel in dozen naar de zolder te verbannen.  Zoals iemand wel eens ritueel wat liefdesbrieven verbrandt of, in een erger geval, enkele eertijds dierbare foto’s aan de vlammen prijsgeeft, heb ik de huisjes, poppetjes, verlichting en drie kerken uit de woonkamer verwijderd.

De hele zaak opfikken vond ik een beetje overdreven.  Hetgeen ik wel eens gedaan heb, met een van lucifersstokjes gemaakt schooltje.  Het hek om het pleintje had ik gemaakt van nog ongebruikte zwafelstokjes, dus slechts de zijkant van een luciferdoosje was voldoende om de zaak in de hens te zetten.
Er wordt wel eens profetisch gesproken van, “ Morgen begint de rest van mijn leven ”.  Dat is in mijn geval meer waar dan ooit.  Hoe het zal gaan ?  Ik weet het echt niet.
Maar heel eerlijk gezegd en geschreven, dat heb ik nog nooit geweten.  Ik prijs mij gelukkig, dat ik dit alles niet van te voren heb geweten.

Zoals er geschreven staat, “ Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last “.  Eén, hooguit twee dagen voor uit kijken, verder moeten we niet gaan.
U hoort het van een ervaringsdeskundige die er lang over na heeft mogen denken.
U al het goede wensende.  Zij die gaan werken, groeten u.