Elk nadeel heb z’n voordeel, en vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.

Tsja, daar zijn we dan aangekomen.  Nummer 150, verhaaltje honderdvijftig.  Voluit geschreven lijkt het zelfs nog meer.  Inmiddels ben ik al een aantal keren bezig geweest alle voorgaande bij langs te lopen.  Hier en daar wat verbeteringen aangebracht, en soms zelfs iets verwijderd.  De intentie heb ik getracht te laten staan.  Er is een plan het op de één of andere manier uit te geven, dus wie weet.
Wat u wel al weet is dat ik elke keer dat ik iets verwoordde, het deed met de tot op dat moment vertrouwde informatie.  Sommige dingen komen af en toe terug, de mij bekende voorvallen.  Andere feiten ben ik eigenlijk een beetje vergeten, of gewoon naar de achtergrond gedrukt.  Het is verrekte lastig ergens een balans in te vinden.
Laat ik eerlijk zijn, ik heb niks te klagen.  Tenminste, dat houd ik mijzelf steeds voor.

Mijn therapeut kwam een paar weken geleden met de term KOP.  De eerste letter staat voor klacht en de tweede voor omstandigheid.  Deze beide hebben een verband, namelijk het zijn zaken waar we mee te stellen hebben.  Waar we dus iets mee moeten, al is het dan voor het gevoel.  De P, staat voor persoonlijkheid.  Ik zou er ook, probleem van kunnen maken.
Ergens heb ik vroeger wel eens dingen geroepen waarvan ik nu denk, dat het af en toe, achteraf bekeken, best wel eens een ietwat bezijden de waarheid zat.  Niet dat ik in het verleden heb gelogen, al geef ik toe dat ook dat niet helemaal waar is.

Wat is eigenlijk persoonlijkheid ?  “ Persoonlijkheid is een dynamisch en georganiseerd geheel van karakteristieken, die aan een persoon kunnen worden toegekend. Dit geheel van eigenschappen bepaalt dan weer de manier waarop een persoon in verschillende situaties zal reageren, de manier waarop hij denkt en waardoor hij gemotiveerd zal worden”.  Tot zover, copy en paste.
Meteen rijst hier nu de volgende vraag.  Misschien wel, in deze constellatie de belangrijkste.  Kunnen we onze persoonlijkheid veranderen ?  Voor mijzelf moet ik het antwoord schuldig blijven.  Wel heb ik een vermoeden, maar dat is dan slechts wat mijn gevoel me influistert.

Als we ons leven zien als een toneelstuk, een blijspel desnoods een tragedie, dan hoeven we niets te doen aan de persoonlijkheid.  We hebben altijd de mogelijkheid, een rol te spelen.  Zoals een acteur of actrice zich inleeft in een karakter.  Er blijft dan wel een klein puntje achter wat ook onze aandacht verdiend.  Wie houden we dan voor de gek ?
Kijk, als een toneelspeler een interview geeft, hoe kunnen we dan weten of daar de echte persoon aan het woord is ?  Kan een schouwspeler zichzelf spelen ?  Het is altijd mogelijk een persiflage neer te zetten, maar kan de werkelijke persoon ook ?

Waar begint de verbeelding, en waar eindigt de werkelijkheid ?  Is er toch zoiets als magisch realisme, om maar eens een zijweg in te slaan ?  Kunnen wij doen alsof we onszelf zijn ?  Beter nog, hebben wij door dat we een rol spelen ?  Zodra we tot die slotsom komen, hebben we de oplossing te pakken.  Nee, een persoonlijkheid kun je niet veranderen.  Hooguit dan wat futiele aanpassingen, de wijze van doen enigszins corrigeren.  Daar blijft het dan ook echt bij.  Er bestaat dan ook de geringe kans, dat een ander op die toegepaste modus anders reageert.  Anders dan wanneer je geen masker opzet, en je persoonlijkheid laat spreken.  In wezen beïnvloeden anderen steeds weer je leven.  Er is slechts één maar, bij deze voorstelling.  We weten het zelf.  Ons verstand weet dat het niet zo is.  Dus toch de onenigheid tussen ons weten en ons gevoel.

Als ik alle stukjes teruglees die ik geschreven heb, dan herken ik iemand die ik heb gekend.  Ik kijk nu, met enige distantie en verworven kennis, naar hoe ik toen deed.
Hier maak ik dus het onderscheid, tussen zijn en doen.  Nog steeds ben ik, die ik ben.
Na twee jaar, ben ik dus wel wat anders gaan kijken naar wat er om mij heen gebeurt.  Desalniettemin zal er altijd de neiging blijven, mezelf te zijn.
Het is geen kwestie van afleren.  Het is net als iets van jezelf in een andere taal vertellen.  Je wilt iets zeggen met je eigen woorden, maar moet die van een ander gebruiken.  Dus elke keer weer je verstand gebruiken.

Misschien kan ik het zo kwalificeren, dat wat er in je ziel gebeurt door je brein wordt gefilterd en aangepast, voordat je het een plekje geeft in de overvolle opslagkamer waar je naam op de deur staat.
“ Het leven is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel “.  Joost mag het weten.  Van Vondel dan.  Maar dat lijkt me logisch, zou Cruijff mee hebben besloten.
“Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd “.

Waar de bochtige weg ons leiden zal.

Al meerdere malen heb ik de afgelopen twee jaar vergeleken met een ritje in de achtbaan.  Ook wel als een waterval, waarbij na het donderende geraas van het vallende water er een poosje een ogenschijnlijk kalme watervlakte te zien is.  Wij zijn jaren geleden, mijn vrouw en ik, bij de Krimmler watervallen geweest.  Om daadwerkelijk bij het hoogste punt van deze waterpartij te komen hebben wij er zo’n vier-en half uur over gedaan.  Naar beneden was het trouwens aanmerkelijk sneller.  Tussendoor waren er een aantal keren mooie uitzichten op het neerdalende water te bewonderen.
Dan kijk je over het relatief kalme water tot waar het uit het zicht verdwijnt.  Daar waar het zich, buiten ons bereik, de diepte in stort.  Vooral bij de afdaling vraag je je dan af, of je weer helemaal beneden bent aangekomen, of dat achter de volgende bocht nog een stukje water aan het vallen is.

De weg omhoog gaat bijna achteloos.  Oké, het is even doorstappen, maar je doet het dan ook om een hoger doel te bereiken.  Omlaag gaat het anders.  Ineens ben je weer bij het begin terug.  Een mensenleven zit misschien ook wel een beetje zo in elkaar.  Wanneer komt het moment dat je de top hebt bereikt ?  Als je die dus al ooit zult bereiken.
Soms is een leven te kort om aan het hoogste punt te geraken, en soms pieken mensen te vroeg.  Zonder te weten waar onze weg ons leiden zal, is het al een overwinning te noemen dat we ergens aankomen.  Ik bedoel dat we niet ergens onderweg verdwalen in het grote enge bos dat wij de wereld noemen, en worden verslonden door de boze wolf.  Die dan in wezen niets anders is dan wij zelf.

Wij maken onszelf bang voor het leven.  Bang voor wat er achter de volgende bocht op de loer ligt.  Bang voor de angst die pas dan komt, als we niet meer bang zijn.  Onder het helder, de mooie blauwe lucht weerspiegelende, wateroppervlak gaat niets schuil.  Het enige struikelblok in dezen is, dat we dat wel verwachten.  Het bekende appeltje voor de dorst.  Waar we nooit gebruik van hoeven te maken, omdat we de dorst al voorbij zijn.  Het is nooit anders geweest, en zal dat ook nimmer worden.  Terwijl we druk bezig zijn oplossingen te bedenken, lossen de problemen zichzelf op.
In de Bijbel staat geschreven, “ Er is niets nieuws onder de zon ”.  We vallen en we staan weer op, om dan even later weer onderuit te gaan.  Gevolgd door overeind komen en weer doorgaan.  Pas op het allerlaatst zullen niet meer opstaan, dat is dan na onze laatste val.

Afgelopen week ben ik naar een crematie geweest.  Het was een bezoeker van de Regenboog, waar ik een paar dagdelen per week help.  Iets meer dan een jaar geleden heb ik deze man leren kennen.  Kennen is natuurlijk geen vlag die de lading dekt.  Een aantal keren heb ik met hem mogen praten en wat assistentie verrichten bij het maken van zijn speksteenbeelden.  Vanuit een rolstoel en halfzijdig verlamd, is dat een hele opgave.  Als er iemand is die iets te klagen had over het leven, dan was hij het wel.
Geen klacht heb ik ooit van hem gehoord.  Alleen de laatste keer dat ik met hem sprak,    “ Het gaat niet meer “.  Jaren bij de bereden politie geweest.  Een statige man, zoals ik mocht horen bij de afscheidsplechtigheid en zien op de getoonde foto’s.  Ik ken hem alleen vanuit zijn zittende positie.

Voor mensen als hij, zouden ze een standbeeld op moeten richten.  Ja, hier kan menigeen een voorbeeld aan nemen.  Wie ben ik om te klagen over wat er allemaal niet meer is ?  Er zijn meer dingen die ik wel kan, dan welke niet meer voor mij zijn weggelegd.
Twee jaar geleden wist ik dat niet.  Twee jaar, en langer, geleden had ik dat wel kunnen weten.  Het enige wat ik had hoeven doen, was een beetje opletten.  Mijn blik was slechts gericht op andere zaken.  Valt mij dit euvel te duiden, om het maar eens op een indringende wijze mijzelf af te vragen ?  Nee, natuurlijk niet.  Hoe moest ik nou weten dat achter één van de vele bochten die mijn levenspad nam, deze afdaling kwam ?

We gaan stilaan verder.  Hier en daar ontmoeten we nieuwe vrienden, en hier en daar laten we iemand gaan.  Moeten we afscheid nemen.  Zolang we maar verder willen.  Ook als het soms even niet verder wil.  Hoe, wat, waar, met wie, waarom, hoe lang ?  Maakt het iets uit ?  Neem het leven.  Pak het met twee handen aan.  Omarm het, koester het.  Het is van jou.  En het mijne van mij.  Ruilen kunnen we het niet.  We zouden er hoe dan ook spijt van krijgen als we het omwisselden.
De meesten weten dat stilstaand water gaat stinken, en alleen dode vissen met stroom meedrijven.  Dus, wat doen we ?

Als ik het dan niet meer (d) acht

Een maand verder.  Wat is een maand ?  Afgelopen zaterdag, mochten wij vieren dat mijn lieve dame en ondergetekende vijfendertig jaar een huwelijkskoppel vormen.
Een zogeheten koralen mijlpaal.  Dat is een hele lange tijd.  Alle lof voor haar die het al zo lang met mij heeft uitgehouden.  Langer dan twee jaar, en al helemaal van langere duur dan een maand.  Uiteraard hebben er nogal wat ontwikkelingen de revue gepasseerd.  Mooie maar ook minder mooie.  Dat zal bij ieder ander ook na een periode van deze lengte gebruikelijk zijn.  Per slot van rekening is het, voor gangbaar menselijk begrip, een aanzienlijke periode.

De laatste tijd, misschien twee á drie weken, heb ik steeds meer het overheersende gevoel dat ik de regie kwijt ben.  Het moge voor zich spreken, dat ik die allicht nooit in handen heb gehad.  Maar ergens had ik de stille hoop en verwachting, dat ik er nog een heel klein beetje aan kon doen.  Heel af en toe was dat ook nog wel eens het geval.
Nu ben ik dat gevoel aan het verliezen.  Ja, ik kan zelf, tot op zekere hoogte, mijn weg die ik gaan wil bepalen.  Toch kan ik er juist niet mijn weg in vinden.

Gistermorgen een goed gesprek gehad bij mijn therapeut.  Wat hij mij vertelde zijn dingen die ik wel weet.  Of in het ergste geval, zou moeten weten.  Het is mij wat dat betreft volkomen duidelijk.  Om het dan nog weer eens uit de mond van een deskundige te vernemen, geeft alleen maar aan dat het wetenschappelijk verantwoord is.
Heb ik dan in mijn voorgaande wijze van (over)leven, die ruim dertig jaar, de zaken verkeerd aangepakt ?  Nu ik hier zo zit te typen, wil ik deze bewering bestrijden.  Althans om, kort door de bocht genomen, te beweren dat ik het fout heb gedaan.

Al in eerdere stukjes heb ik geschreven dat de keuzes die wij maken, gebaseerd zijn op de kennis die wij tot op dat moment bezitten.  Dat is dan voor tweeërlei uitleg vatbaar.
( Mooie uitdrukking die ik ook al heel lang heb willen gebruiken )  Er is kundigheid die wij hebben aangeleerd.  Hetzij door ervaring, hetzij door het ergens bij iemand te hebben afgekeken.  Soms ook doordat wij iets leren.  Wat is een andere uitleg ?  Omdat wij er in ons hoofd, een persoonlijke interpretatie aan toevoegen.  Informatie is één ding.  Het verwerken er van.  Iets wat dan een geheel eigen leven kan gaan leiden.

Neem nou eens de spreuk, of hoe het ook genoemd wordt, “ Acht is meer dan duizend “.  Je hoeft beslist geen hoger wiskundig onderwijs te hebben gevolgd, om te weten dat dit getalsmatig onjuist is.  Bekijk je het echter vanuit het taalkundig opzicht, dan kom je al snel tot een andere conclusie.  Ergens acht op geven, iemand hoog achten of ergens achteloos mee omgaan.  Acht is dus een begrip.  Duizend is dat niet.  Gevoelsmatigheid, geeft zaken een andere dimensie.
Dat is dus wat ik de afgelopen weken heb ondervonden.  Mijn gevoel is nog niet waar mijn hoofd denkt te zijn.  Het heeft ook volgens de vanmorgen gesproken expert, mijn psycholoog, eenvoudigweg met persoonlijkheid te maken.  Mijn persoonlijkheid dus.  Volgens beide kun je iets wat je al vele jaren, in vele gevallen het grootste gedeelte van je leven, gedaan hebt, niet binnen twee jaar veranderen.  Eigenlijk in nog minder gevallen, nooit.  In het mijne dus.  Het is als met een situatie en een handeling.  Als het ene niet aan te passen is, dan moet het andere er aan geloven.  Geloven is iets wat bij mij hoort.  Aanpassen niet.  Mee leren omgaan, als er een weg in vinden, dat is waar het dus op aankomt.

Na een maand van aanrommelen, en weer teveel van mijzelf te vergen, begin ik dat in te zien.  Tegen een burn-out aanlopen is één.  Er prostaatkanker bij krijgen, is vrij ongebruikelijk.  Als ik zo vrij mag zijn dit op deze wijze te duiden.  De hele tijd heb ik dat eerste, onbewust ga ik maar van uit, wat naar de achtergrond verschoven.  Even geparkeerd, zoals ik iemand het eens hoorde noemen.  Inmiddels moet ik erkennen,
dat het niet makkelijk is.  Nu zullen mijn dochters daar dan wel op reageren met mijn eigen woorden.  “Als het makkelijk was pap, dan kon iedereen het “.  Ja, ik weet het allemaal wel.  We gaan weer door.  De eerste maand van afgekeurd zijn zit er op.
De eerste vijfendertig jaar van ons huwelijk ook.  Voor alles is dus een eerste keer.
En volgens verwachting, ook eens een laatste.  Tot die tijd blijf ik mijn best doen er wat van te maken.  Wat had u anders van mij verwacht ?

Hoe denk je, en wat denkt er eigenlijk ?

Op advies van iemand die ik toevallig trof, ben ik gestart met het lezen van een boek.
Nu ben ik inmiddels nog niet op de helft.  Zal ik voor de beeldvorming daar een stukje uit citeren ?  Weet niet of het is toegestaan, maar vooruit, in mijn eigen woorden dan.
“Als wij iets ervaren, hetzij door het te zien, te voelen, te ruiken of te horen, dan is dat een onafhankelijke werkelijkheid buiten ons die leidt tot een beeld in onze hersenen.”  Zoiets als een elektrische impuls die het gebeuren vertaalt naar een natuurgetrouwe voorstelling daarvan in onze geest.  Met geest wordt hier dan onze gedachten bedoeld.  Leuk woord wat mij op viel was, zo-heid.  In het Engels het beter klinkende, “suchness.”  Eigenlijk alles wat zich overal afspeelt, en wat wij ervaren.

Krijgt u al hoofdpijn ?  Ik wel.  Wat ik al schreef, ik ben nog niet op de helft.  De titel had mij juist erg aangesproken, maar in wezen had ik ergens anders op gerekend.  “Verslaafd aan denken”.  Hoe gaan onze gedachten ?  Als wij denken, waarvan ik uitga dat velen deze gewoonte er op nahouden, wie denkt er dan ?  Kunnen wij gedachten sturen of, in het nog betere geval, een halt toe roepen ?  Dat was hoofdzakelijk mijn vraag.
En nog steeds.  In enkele van mijn gedichten, heb ik daar al eens op gezinspeeld.

Eén gaat over iemand die een paard kan krijgen, als hij drie minuten alleen maar aan God kan denken.  Geen onoverkomelijkheid, zult u zeggen.  Bij deze man helaas niet dus.  Binnen een minuut vroeg hij of het zadel er ook bij werd verstrekt.  Zo is er ook het verhaal van een arme bedelaar, die te horen krijgt dat er een grote schat onder een boom begraven ligt.  Hij mag alleen, om deze schat te vinden, niet aan een krokodil denken.  U begrijpt het al.  Nooit zal hij rijk worden van de vondst.
Mijn gedachten staan nooit stil.  Sterker nog, ik ben mijn gedachten.  Maar wees gerust, iedereen is zijn of haar gedachten.  Je bent wie je denkt.  Wij allen zijn subjectievelingen.

Afgelopen week zijn wij naar een concert geweest van het beminnelijke stel bestaande uit Elly en Rikkert.  Ondanks het toch wat vervelende zitten voor mij, is de avond omgevlogen.  Zoals een zwaluw overvliegt, terug naar het nest.  Een goed verstaander heeft aan een half word genoeg.  Op een zeker moment, tijdens het optreden, merkte Elly op, dat haar instrument vals was.  Niet als bij een dier hoor, wat wil aanvallen.  Nee, haar harp, of iets wat daar op leek, klonk anders.  Na een kort moment kwamen ze beide tot de conclusie, dat het kwam van de gitaar van de mannelijke helft van het stel.  Er moest van batterij gewisseld worden.  Uiteraard was Rikkert op deze situatie voorbereid.

Net als de vijf wijze maagden uit de bijbel die extra olie hadden meegenomen om hun lampen brandende te houden, en hierdoor met de bruidegom en bruid mee mochten naar het feest.  Na te lezen, voor wie dat willen, in Mattheus 25:1-13.  In het voornoemde geval ging het dan niet om olie, maar een andere energiebron.
Nu is het in onze moderne maatschappij zo, dat vele zaken goed verpakt zijn.  Inderdaad, in plastic dus.  En probeer dat maar eens tijdens een goed pakkend optreden, uit te pakken.  Elly werd derhalve gevraagd, even alleen door te gaan.  Vakmensen als zij zijn, draaien daar hun hand niet voor om.  Uit het publiek werd al geroepen om het liedje, “Zusjes”.  Voordat Elly het inzette, vertelde ze nog dat ze eens een poging hadden gedaan om een liedje te maken over de verpakkingsindustrie.
Voor Rikkert zal dit geen enkele moeite zijn.  Hij is per slot van rekening taalvirtuoos.  Opeens noemde de lieftallige dame mijn naam, zo van, “Misschien kan hij er iets van maken”.  En bij hij werd ik genoemd.  Op dat moment meende ik, in mijn onwetendheid, dat het ging om het daadwerkelijk lospeuteren van de verpakking.
Wij zaten op de tweede rij, en ik keek al even of ik er naar toe kon.  Helaas heb ik al jaren geen zakmes meer bij me, maar een andere toeschouwer had dat wel.

Daarmee, en het vertolken van het liedje door Elly ( https://www.youtube.com/watch?v=gvu1_oy3g9w ), kon het concert verder keurig worden afgewerkt.  En ja, ik heb er een gedichtje over geschreven.  Staande ovatie op het einde, een korte reprise, en we begaven ons, met een voldaan gevoel naar de foyer.  Daar heb ik nog de hand weten te leggen op het voor mij gesigneerde boekje, “De slimme Rikkert”.  Hierin staan oneliners, spreuken en aforismen.  Naast een bezoekje aan hun concert,
een absolute aanrader.
Graag wil ik besluiten met een citaat van Rikkert, dat mij persoonlijk erg aanspreekt,         “Wie niets te zeggen heeft, kan altijd nog gaan schrijven.
Dat was nou precies wat ik altijd al gedacht had.  Zelfs toen ik dat niet wou.  Dat denken.  Ik wens u veel lees-en denkplezier.

Hier nog het versje dat ik de volgende dag in een kwartiertje maakte.

Geen kunst, slechts stof ( tot dichten )

Toen God het plastic tot leven riep
daar ergens in de vijftiger jaren
Wij niets wisten, en onkunstof waren
Hij daarnaast ook het recyclen schiep

Toen in de hof al in Godd’lijke wijsheid
in de grond al de basis daar maakte
ook daarin ons dus echt nooit verzaakte
Ver voor hittegolven en koude ijstijd

Toen al hadden de mensen bezwaren
want dat zijn wij, ook wel de zwakken
Rijk voorzien van alle gemakken

Toen Hij zag, dat wij ‘t niet konden klaren
Hij weet alles, blijft steeds de Ware
Wij slechts het wonder uit moeten pakken

Te doen of niet te doen, dat is de vraag

Hoe moeilijk is het, om te erkennen dat ze bij de betreffende instantie echt wel weten waar ze het over hebben ?  Zoals ik nu al meerdere keren heb mogen horen, “Je komt niet zomaar in de IVA “.  Nu er een, zoals gezegd is “Niets meer moet, en alles mag”, situatie is ontstaan, is er daadwerkelijk een status quo bereikt.
Dat heb ik al eens eerder geschreven, maar nu is het echt.  Hoe mijn lichaam ook reageert op mijn doen en laten, hoe ik daar ook met mijn hoofd mee omga, het gaat niet meer anders worden.  Waar ik, misschien slechts voor de schijn, nog enige controle over heb, is mijn eigen wijze van handelen.
Maar mijn eigenwijze natuur is vaak onhandelbaar.  Inmiddels heb ik een poosje mogen proeven van de vrijheid, die een afkeuring met zich meebrengt.

Het is denk ik, net als bijvoorbeeld het beleven van een depressie, het voor de eerste keer vader worden of het eten van een banaan.  Als je geen van deze drie ooit zelf hebt ondervonden of beleefd, dan weet je niet waar het om gaat.  Het zelf meemaken van iets, is anders dan het te horen of te zien krijgen, van of bij een ander.
De meesten die een lange periode van hun leven elke week, of een groot deel daarvan, hun tijd vullen met onbaatzuchtig te arbeiden ( of iets wat daarvoor doorgaat ) die zien uit naar een periode die in de redelijke en hoopvolle verwachtingen eens zal aanbreken.  Dat er een tijd zal aanbreken, waarin dat elke keer weer moeten werken, eens stopt.  Het voor velen als het overgaan van de levenscyclus naar de herfst.  De fase in het leven waarin gerust mag worden.

Voor mij is dat dus wat eerder, en ook wel onverwacht als ik nog maar twee jaar terug ga in de tijd.  Mijn drie dagdelen vullende vermaak bij AC De regenboog voelt dan ook als nog te mogen werken.  Okee, het is onbetaald en geheel vrijwillig, maar toch.
Met mijn goede vriend Karwan, heb ik een kist gemaakt.  Geen zorgen, het is niet voor lijkelijk gebruik.  Mijn goede vriend, en zeer bekwaam schilder en beeldvormer, mag één van zijn beelden transporteren naar Amsterdam.  Het is, zoals ik begrepen heb, een soort van eerbewijs door het UWV later uitgereikt aan iemand.  Een hele eer voor hem.
Om dit te kunnen vervoeren moet het goed ingepakt worden, zodat het ook als geheel aankomt, en niet als een driedimensionale puzzel.  Ook de wijze waarop het gemaakte wordt overhandigd aan de commissie, moet er natuurlijk wel adequaat uit zien.  De eerste indruk, de buitenkant, zegt veel over de inhoud.

Nou, laat ik zeggen, al ben ik natuurlijk bevooroordeeld, het is een uitstekend geslaagd project.  Tussendoor heb ik dan gisteren ook nog even de ren van de kippen schoongemaakt.  Al een hele tijd heb ik daar tegen aan lopen hikken.  Achteraf, een dag later, kan ik het alleen maar bekennen dat er een goede reden voor was, er tegen op te zien.  Vannacht tegen vier uur wakker geworden met stekende pijn in de al zolang gehinderde streek van mijn lichaam.  Er zit weinig anders op dan maar echt een dagje kalm aan te doen.

Dit is nou precies wat ik hierboven al wilde verduidelijken.  Afgekeurd zijn om nog te kunnen werken, is niet zonder reden.  Tussen de activiteiten die ik nog kan, en graag wil, doen, moet ik ruimte maken voor rust.  De afgelopen twee weken, ben ik daarin te kort geschoten.  En ja, ik heb afgelopen zaterdag weer een beroep moeten doen op de zware pijnstillers.  Langzaam aan kom ik tot de slotsom, dat het om aanpassen gaat.  Laat dat nou één van de dingen te zijn, waar ik me altijd tegen heb verzet.  Vanzelfsprekend weet ik dat ik niet de enige ben die hier tegen aan loopt, maar net als ook datgene wat ik hierboven verwoordde, het gaat hier over ik.

Om mij een hart onder de riem te steken, hoor ik van deze of gene dat het een proces is.  Een enkeling noemt het zelfs een rouwproces.  Misschien is dat wel zo.  Persoonlijk vind ik dat vrij ver gaan, maar het heeft raakvlakken.  Misschien mijn agenda er gewoon een beetje op bijstellen.  Grappig eigenlijk voor iemand die de meeste tijd van zijn leven, het zonder agenda heeft gedaan.  Ach, een mens is nooit te oud om te leren.

Zo blijf ik mijn diensten verlenen aan anderen die dat op prijs stellen.  Drie dagdelen.  Dan zijn er voor mij, snel uitgerekend, nog zeven delen over.  Daarnaast een heel weekend om zelf naar eigen dunk in te vullen.  En één keer in de vier jaar, een extra dagje erbij.  Dat wil zeggen twee dagdelen.  Wat wil een gehavend mens nog meer ?

Verder op het pad des levens.  Wie weet wat er na de bocht te beleven valt.  Nu nog niet te zien, straks een ervaring rijker.  Het leven blijft mooi, en steeds weer een uitdaging.  En altijd hulp van boven.

Na 22 maanden in dit leven, maak ik het testament op van die tijd

Geldt voor een tweede ronde ook tweede kansen ?  Zo wordt er toch gesproken ?
“ Nieuwe ronde, nieuwe kansen “.  Want echt nieuw kan ik het niet noemen.  Per slot van rekening heb ik al een proefperiode doorlopen van ruim driekwart jaar.  Zoals ik in mijn vorige epistel al vermelde, ik hoef niet meer te werken.  Dus ik kan heerlijk op mijn, zogeheten, lauweren rusten.

Ik heb het net even nagekeken waar deze uitdrukking vandaan komt.  Deze werd gebezigd in de Grieks oudheid.  Als iemand daar, bijvoorbeeld bij de Olympische Spelen, won, dan kreeg deze een lauwerkrans.  Dit gaf de persoon een soort van aanzien waardoor hij een hoge positie verkreeg in het maatschappelijk leven.  Hier vanzelfsprekend aan gekoppeld, een vorm van hoge welstand.  Nou ga ik niet vertellen dat de kapitalen straks binnenrollen, maar met een lauwerkrans op mijn koppie lopen is dan ook weer niet zo mijn ding.  Dus vanuit de oudheid bekeken, is het een win-win situatie.

Wat ga ik dus volgende week weer doen ?  Ik mag verder, waar ik een paar maanden geleden gestopt ben.  Het was dus een tijdelijke, maar nodige, onderbreking.  Vanmorgen even naar AC De Regenboog geweest voor een gesprekje.  Eigenlijk een overbodige luxe, natuurlijk willen ze me weer graag in hun gelederen inlijven.  Zelf vond ik het van groot belang om een praatje te maken.  Er is natuurlijk terdege iets veranderd.
Eerst liep ik daar met de overtuiging, dat het om een tijdelijke situatie ging.  Het was een kwestie van tijd.  Als ik weer hersteld zou zijn, dan ging ik iets anders doen.  Ofwel iets in de sfeer van mijn oorspronkelijke werk, en anders, met een passende opleiding naar, begeleider in de zorg.

Ik kan dus toegeven dát ik een poging heb gedaan weer terug te keren naar iets als een betaalde baan.  In eerste instantie noem ik het dan, “Helaas, niet gelukt”.  Toch is dat niet de juiste omschrijving van het uitstapje.  Het is namelijk wél gelukt.  Als ik niet een poging had ondernomen, dus niet voor drie dagen in de week was gaan werken, dan zou ik het nooit geweten hebben.  Mijn overtuiging blijft, dat achter elke donkere wolk de zon steeds schijnt.
Zodra iemand opgeeft, dan is alles verloren.  In negen van de tien gevallen lopen de zaken vaak net even anders dan als verwacht werd.  Kijk nou eens naar de weersverwachtingen, hoe vaak zitten ze er niet naast.

Nog steeds ben ik blij, dat ik dit alles twee jaar geleden niet heb geweten.  Zo zit het leven gelukkigerwijze niet in elkaar.  In een glazen bol kunnen kijken, maakt de zaak er heus niet leefbaarder op.  Zo van, “ Toegezegde winsten behaald in de toekomst, geven geen garantie op veronderstelde rendementen in het verleden “.  Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen sorres.  Op een iets andere wijze staat dat ook in de Bijbel.  Zolang ik maar niet weer teveel probeer de controle te verkrijgen, dan zal het allemaal keurig gaan zoals het moet.  Ook trouwens zonder mijn persoonlijke inbreng.

Mijn mening hier over is bij menig lezers bekend, dat er altijd een keuze te maken is.  Alleen is het tijdstip om ze te maken niet iets in de toekomende tijd, maar slechts op dát moment dat ze zich aandienen.  Kiezen mogen we echt altijd.  Net als opgeven.  En dat heb ik dus gedaan.  Mij opgeven om weer voor een aantal uren per week beschikbaar te zijn bij Cosis.  Het voelt niet als een opgave.  Het voelt meer als weer thuiskomen.
Het is net als in het zwembad, je weet pas hoe warm het water is als je er uit klimt.

Eind Oktober is het twee jaar geleden dat alle ellende begon.  Ik noem het voor het gemak maar ellende, maar in wezen is het gewoon een deel van ons leven waarin het iets anders ging.  Nu kan ik dus de balans op maken.  En een poging doen de zaak weer wat in balans te krijgen.  Komt goed hoor.
Lennaert heeft het al eens zo mooi verwoord.  Ik eigen mij de vrijheid toe, een kleine aanpassing te maken, “ Ik heb nog wel wat mooie idealen, goed van snit hoewel ze uit de mode zijn.  Wie ze hebben wil die mag ze komen halen, vooral gezonde mensen vinden ze wel fijn “.

Hier wil ik het dan bij laten.  Een testament is nog niet noodzakelijk, daarbij is een testament pas rechtsgeldig zodra de opsteller het loodje heeft gelegd.  En dat is nou net iets wat ik nog niet op mijn agenda heb staan.  Maar ook dat is slechts een verwachting.  Ik ga er weer voor, dankbaar en tevreden.

Aan het eind een begin.

Ze noemen het soms, een andere wereld.  Heel lang heb ook ik daar vol bewondering mijn mening over gedeeld.  En nog steeds erken ik, dat het tot de absolute top in haar segment behoort.  Toch is er ergens een heel klein radertje ontsnapt, een los steekje in het ogenschijnlijk magnifieke borduurwerk dat helaas zo vals getuigt van een beloofde droomwereld.  De door mij al eerder aangehaalde uitspraak van de schutting, die zo hoog was dat alleen de kinderen er over heen konden kijken.
Zoals we in onze kinderjaren overtuigd waren dat Sinterklaas echt bestond.
We keken niet verder dan een, in voornamelijk rood geklede vriendelijke op leeftijd zijnde grijsaard, omringd door een aantal zwarte mannen.  Die elk jaar eind november met de boot in ons land aankwam om iets in de schoorsteen te gooien.  Ook nog eens precies in een daar door kleine kinderhandjes geplaatste schoen, waar soms ook nog eens een tekening of een wortel voor zijn trouwe schimmel lag.

Nou woonden wij op een flat en verwarmden de zaak op oliestook.  Geen eenvoudige klus voor een bejaarde man in een jurk.  Zonder enige overtuigende argumentatie of verdere toelichting, geloofden wij in de existentie van deze vrijgevige weldoener.  Waarom ook niet?  Het was een verwachtingsvolle tijd, en we kregen, in enkele gevallen dan, een in zilverfolie verpakte marsepeinen kikker en een handjevol pepernoten.  Als volwassene-in-spé was er voor ons geen enkele twijfel.

Zo wordt ook het gebeuren Efteling beschouwd.  Natuurlijk is het altijd duidelijk geweest, dat het hier om het verdienen van geld ging.  Voor mijn gevoel lag dat er alleen niet zo dik bovenop.  Als er nu, voor een afdrukje van een foto, even daar vóór gemaakt in een attractie als De Vliegende Hollander of het miljoenen kostende Symbolica, als er om zo’n prentje te ontvangen tien euro moet worden afgetikt, dan begint er iets te irriteren.  Heus, ik snap best wel dat het veel geld kost om deze onderneming draaiende te houden. Maar twaalvenhalve euro om er je auto een dagje te plaatsen ?
Laat ik voor de volledigheid zeggen, dat we ons er prima hebben vermaakt.  De beleving is er wel degelijk.

Ook toen oma met haar vierentachtig jaren, door mij een ietwat opgestookt ik geef het eerlijk toe, één of ander groot plastic wiptoestel beklom.  Nu is het je laten zakken op een voor de omvang van haar zitvlak iets te kleine ruimte niet het grootste probleem.  Het weer afdalen van de bijna één meter hoger gelegen troon werd een stuk lastiger.  Er zijn trouwens opnames van gemaakt.  Leuk om later weer terug te zien.
Dat vlak daarvoor heel even de Droomvlucht stil gelegd moest worden, omdat zij haar wandelstok daar had gelegd waar de veiligheidsbeugels zich verplaatsen zodat de inzittenden weer kunnen opstaan, daar wil ik dan maar over zwijgen.  Met oma valt er altijd wat te beleven.  Onbegrijpelijk dat zij dat dan weer niet zo ziet.

Terug naar de andere wereld, waar ik mee begon.  Er is een gesprek geweest met de arbeidsdeskundige.  Al in zijn tweede zin gebruikte hij de afkorting, IVA.  Daar was het voor mij meteen duidelijk mee.  Misschien dat niet iedereen weet wat dit inhoudt.  Het komt er kortweg gezegd op neer, dat ik niet meer geschikt ben om te werken.  En dan tot aan mijn AOW.  Helder.  De kans op herstel is zodanig dat het niet meer nodig is, mij verder druk te maken over werken.
Voor menigeen een utopie.  En ja, ook ik heb jarenlange op een situatie als deze gehoopt.  Alleen met dien verstande dat het zou gebeuren bij een leeftijd ergens halverwege de zestig, en in goede tot redelijk goede gezondheid.  Hoort u mij klagen ?  In geen geval.

Binnen twee jaar ben ik van een druk werkend, altijd ergens mee bezig zijnd, baasje, omgeturnd naar iemand die niet meer druk hoeft te doen.  Het staat zwart op wit, als in een contract.  Voorzien van datum en handtekening.  Was mijn wereld dan een droomwereld ?  Van een droom naar een nachtmerrie, is het maar een klein stapje.  Toch ben ik, en zal dat tot het einde blijven, een gelukkig individu.  Ja, soms kost dat wat meer moeite.  Maar ik word gesteund door de grootste macht.
Nu is het dus echt loslaten geworden.  En vertrouwen.  Stil maar wacht maar, alles wordt goed.  Alleen het wennen aan.  Nee, dat valt niet mee.

Telkens betrap ik mijzelf op de gedachte dat het pure aanstellerij is.  Tot ik daar dan weer duidelijk aan word herinnerd.  Dit is mijn echte wereld.  En daar blijf ik zo af en toe in dromen, tot de attractie stil gezet wordt.  Of het moment dat iemand daar een stokje voor steekt.

Giet it oan ? Ergens tussen drie en zes.

Er wordt wel eens geroepen, “ Zo kom je er nóóit, en zo kom je er twee keer in de week “.  Soms gaan de dingen op een wijze die achteraf gezien, best wel aan de logica voldoen.
Of ze ook echt te doen zijn, dat laat ik dan maar in het welbekende midden.  Zoals in vroeger tijden, de kerk immers in het midden van het dorp gelaten werd.  Twee keer zagen we dus de torenspits in de verte opdoemen.  De torenspits van Harlingen.

Het was al zeker drie jaar, misschien wel langer, geleden dat we een ritje door Friesland hebben gemaakt.  Eén van mijn broers woont daar al vele jaren.  Lang in een plaatsje nabij Franeker, nu inmiddels een jaar of wat aan de rand van de stad.  Harlingen, waar tweemaal onze rit eindigde deze week, is een absolute aanrader.  Gezellige sfeer, en vele leuke terrasjes.  Vanuit deze kustplaats gaat er een boot naar Terschelling.  Daar zijn mijn dochter en haar oma, mijn schoonmoeder dus, een paar dagen op vakantie geweest.

Ook hebben mijn vrouw en ik nogmaals een ritje naar Emmen gemaakt.  Afgelopen woensdag een gesprek bij de arts van het UWV.  Ruim drie kwartier heb ik daar mijn wel en wee mogen toelichten.  Achteraf vraag ik me na zo’n bespreking af, of ik het goed gedaan heb.  Is er duidelijkheid wat betreft mijn situatie, en hoe ik verder zou willen.  Als we er achteraf wat over zitten door te praten, hebben we er beide een redelijk goed gevoel bij.  Natuurlijk weet je nooit hoe het aan de andere kant van de tafel wordt opgepakt.
Er was de vraag over de dagelijkse pijn waar ik mee liep.  Ik mocht het aangeven op een schaal tussen één en tien.  Nu ben ik nooit een aansteller geweest, en ook hier wilde ik mij daar voor vrijwaren.  Rond de drie, leek mij al vrij hoog gegrepen.  We hebben het hier over hoe ik me onder normale omstandigheden voel.  Daarnaast zijn er de uitschieters, de arts opperde tot tien, ik hield het op maximaal negen.

Er moet altijd ruimte overblijven voor zij die het erger hebben, dat voorrecht vergun ik anderen gaarne.  Mijn lieve dame was het daar, toen we het er na tijd over hadden, beslist niet mee eens.  In haar optiek, zat ik meer rond de vijf of zes.  ‘s Avonds werd dat ook nog eens door mijn dochter bevestigd.  Daar heb ik toch wat moeite mee.  Het klopt dat ik bij de meeste handelingen pijn ervaar, maar ik beschouw dat eigenlijk als vrij normaal.

Zaterdag was ik nog een beetje aan het rommelen in de schuur, geen zware dingen gewoon wat opruimen op zolder.  ‘s Avonds begon de pijn, rond mijn drie volgens mijn naasten dus hoger, op te klimmen naar een iets bedenkelijker niveau.  Omdat het al weer ruim tien weken geleden is dat ik mijn toevlucht heb genomen tot morfine, leek het mij wel verantwoord ook nu weer eentje te nuttigen.
Wat een heerlijk gevoel, helemaal geen pijn meer.  De hele avond een ontspannende rust.  Heel vaak heb ik de laatste paar weken mijn twijfels gehad.

Heb ik werkelijk last van vooral mijn lies en been ?  Zaten de anderen toch dichter in de buurt met hun vijf of zes ?  Hier moet ik het erkennen.  Ja, ik loop elke dag met pijn.  En ja, het zal echt zo zijn dat je daar in mee gaat.  Ik ben het als normaal gaan beschouwen, en vertik het om komedie te spelen.  Het is helaas geen komedie, het is een treurspel dat ik als iets banaal ben gaan beschouwen.  Zo kom ik er nooit, zou ik kunnen zeggen.
Echt wel, ik blijf erbij dat ik een gezegend mens ben.

Soms weet je pas wat je hebt, zodra je het kwijt bent.  De afgezaagde gemeenplaats die te pas en te onpas gebezigd wordt.  Het is jammer genoeg wel de waarheid.  In mijn geval echter andersom.  Zodra ik het kwijt ben, weet ik weer wat ik heb.  Over een tijdje zal er wel bericht komen van wat er staat te gebeuren.  We vertrouwen erop, dat het goed komt.
Het waren weer heel wat kilometers die we deze week in ons Opeltje, met een toch wel vervelende lage zit, hebben afgelegd.  Daar zal komende week in elk geval verandering in komen.

Weer een stapje.  Terug of vooruit ?  Stijgend, vanwege het hogere zitcomfort, een keurig heldere kaart om op juiste wijze te navigeren en daarnaast met een goede blik op wat achter ons ligt.  Dit dan door middel van een achteruitrijcamera gebruik makend van het zelfde  scherm.  “ One small step for man, one giant leap for . . . “
Een ieder is vrij het verder naar gelieve in te vullen.  De twee a4-tjes die de verzekeringsarts aan beide zijden vol schreef kunnen hiervan getuigen.
Het wordt nog steeds vervolgd.

Gelukkig jaar

Het nieuwe jaar is al niet nieuw meer, het is inmiddels al drie dagen oud, is dat oud niet echt natuurlijk. Een kleine baby van drie dagen is nog maar een pasgeborene, wat is oud, wanneer is iets op leeftijd ? Met zesenvijftig jaar voel ik me nog steeds jong, al zal dat meer tussen mijn oren zitten dan dat het echt als zodanig te benoemen is.

Vroeger werden de mensen niet oud, althans naar onze maatstaf gerekend, toen was je met vijfenzestig een bejaarde met op z’n minst één been in het graf  en de andere leunend op een stok, zo kleedde je je dan ook.

Tegenwoordig willen we niet meer oud zijn, wel oud worden. Best wel tegenstrijdig eigenlijk, wel de wijsheid, mocht die als een leeftijd gerelateerd begrip worden beschouwd, maar niet de bijkomende lasten, de kwaaltjes het niet meer alles kunnen doen waar je als twintig of dertig jarige je hand niet voor omdraaide, niks ernstigs in de meeste gevallen, gewoon de tekenen des tijds. Brengt mij ineens op het idee dat het misschien ook wel zo is dat de tijd in een hogere versnelling werkt, zelfs met een factor hoger, ik weet dat dit al vele keren is verwoord, maar soms moet het kwartje bij ons zelf vallen.

Er over lezen of praten is één, maar het zelf ervaren wordt een heel ander verhaal, misschien dat het ook als een soort bescherming werkt, we zouden sommige onderwerpen niet goed kunnen verwerken als we nog te jong zijn.

Oke uiteraard zijn er altijd uitzonderingen, maar die bevestigen dan op hun beurt wel weer de regel, net als met herinneringen. Die worden zachter naarmate de afstand in tijd groter wordt.De zware tijden krijgen een zacht randje, terwijl de mooie momenten ons als de dag van gisteren zijn bijgebleven, ook dat is een zegen die in ons zit ingebouwd.

Ik weet heus wel dat wonden maar moeilijk genezen, ik denk daar niet licht over, maar we leren er wel mee om gaan, we geven het wel een plaatsje, soms zelfs een warm en speciaal plaatsje in ons hart en ons hoofd.

Zo kabbelen we verder het niet echt meer nieuwe jaar door, maar elke dag is dan wel weer een nieuwe, die mogen we ontvangen en op onze eigen wijze invullen met de kleurpotloden die we er elke dag weer bij krijgen, en ja de lijntjes staan er al, maar een gummetje wordt er niet bij geleverd.

Doe met die dag, vandaag, morgen, volgende week, volgende maand en misschien zelfs wel weer een heel nieuw jaar, maar doe het vanuit je zelf, voor jezelf en vooral met alle vrienden om je heen. Ik leef niet alsof dit mijn laatste dag is, ik leef alsof er morgen weer een nieuwe dag komt, en ben zuinig op alles wat ik mag beleven.

Ik wens iedereen een goed en gezegend jaar.