Het hele leven blijft een feestje

Eigenlijk heb ik niet echt iets met feestjes, nooit gehad.  In die lijst stonden de bruiloften bovenaan, meteen gevolgd door mijn vroegere verjaardagsfeestjes met mede leerlingetjes.  Nu moet ik hierbij wel erkennen, dat mij er eigenlijk weinig zijn bijgebleven.  Eigenlijk maar eentje, dat betreft mijn eerste verjaring in Winschoten.  Wij woonden toen op de Vossekamp in Winschoten noord, eigenlijk een redelijk nieuwe woonwijk die in die tijd slechts bestond uit een kleine dertigtal bungalows met platte daken, en even verderop in mijn herinnering iets van vier blokken rijtjeshuizen van twee verdiepingen.  Verder was daar alleen weiland en wat boerderijen, in principe keken wij in de verte uit over het Winschoterdiep.

De datum waarop mijn geboorte viel en die ik sedert die tijd heb aangehouden als mijn verjaardag, viel samen met de geboortedag van mijn vader.  In het jaar Onzes Heren, 1961 werd hij op zijn verjaardag verblijd met mijn komst.  Jaren hebben we dat in stand gehouden, samen onze verjaardag vieren.  Dat kwam er eigenlijk op neer, dat alle kennissen, die ik mijn broers en zus steevast benoemden met de toevoeging oom of tante, al naar gelang hun geaardheid, dat deze meestal ‘s avonds op de verjaardag van mijn vader verschenen met de woorden, “ Oh ja, Peter is natuurlijk ook jarig “.

Dit was dan meteen voor mij het onweerlegbare bewijs, dat er geen presentje voor mij in zat.  Of er dan in klinkende munt een compensatie werd gedaan is mij niet bijgebleven.  Eén kado kan ik mij tot op de dag van vandaag nog herinneren, misschien dat ik het zelfs nu nog in bezit heb.  Het was een lieve geste van een alleraardigste dame, een beetje de hartsvriendin van mijn vader.  Mijn moeder was hier van op de hoogte, ook deze dame werd door ons altijd tante Krijna genoemd, ze was al jaren getrouwd met . . . jawel, ome Kees.  Ook deze, altijd vriendelijke mensen waren in de verste verte geen familie van ons, maar daar ben ik pas jaren later achter gekomen.  Zij kwam op één van mijn verjaardagen, het was nog in Utrecht, met een grote foto van een herdershond.  Jaren heb ik die grote ansichtkaart gekoesterd als een ware schat.

Nee, feestjes zijn verder echt niet aan mij besteed.  Er zijn velen die ik goed ken, die mij altijd mogen vragen om ergens mee te helpen, en die ook het afgelopen jaar enorm met mij en ons hebben meegeleefd.  Mijn dochters vonden het dan ook een goede zaak om dit jaar nou wel eens echt mijn verjaardag te vieren.  Inmiddels hebben wij genoeg mogen beleven wat een klein feestje wel rechtvaardigt, al is er natuurlijk altijd wel een reden om iets te vieren.  En natuurlijk hebben ze daar helemaal gelijk in.  Wie moet je dan in elk geval uitnodigen ?  We willen het ook niet te groot aanpakken, gewoon even gezellig met een paar goede vrienden en familie bij elkaar.

En zo hopen we dat te gaan doen, geen idiote spelletjes die vroeger door andere vaders werden gedaan tot ergernis van het desbetreffende jarige jobje.  Misschien sla ik soms een beetje door in mijn vertelsels, misschien dat ik ook wel eens aan de kern voorbij ga.  Deze keer hou ik het simpel, vandaag op mijn verjaardag een doos met chocolaatjes gekregen bij het clubje waar ik sinds een tijdje als vrijwilliger behulpzaam ben.  Dat is ook lang geleden, de laatste keer dat ik op mijn verjaardag door collega’s werd verrast was toen ik vijftig werd.  Zulke dingen doen een mens goed, ik kan daar alleen maar dankbaar voor zijn.

Nee, ik weet niet hoe het allemaal in de toekomst gaat.  Dat heb ik natuurlijk nooit echt geweten.  Maar ergens dacht ik dat ik mijn zaakjes best onder controle had, dat is een schijnwaarheid.  Als bij mijn laatste verjaardag was verteld, wat ik in het afgelopen jaar heb moeten / mogen beleven, dan had ik ze voor gek verklaard.  En is dat nou niet het mooie in het leven, je weet pas hoe het is, als het er is.  En pas hoe het was, als het al achter de rug is.

Ik zal nog eens op zolder kijken of ik de foto van die herdershond terug kan vinden, hij moet er ongetwijfeld nog zijn.  Zo ja, dan zal ik hem een ereplaatsje geven in de werkkamer, waar mijn buro staat waar achter ik de meeste van mijn gedichten heb geschreven en vele verhalen.  Al heb ik die, gezien de toenmalige omstandigheden, ook veel vanuit de vertrouwde stoel in de woonkeuken geschreven.

Ja, het leven is mooi, en af en toe mag dat resulteren in een feestje.  Maar eigenlijk is elke intens beleefde dag een feest.  Mij verheugend op wederom een nieuw levensjaar, groet ik u allen vanuit mijn hart.

Het ga u goed, en het liefst nog iets beter.

Advertenties

Goede uitslag en de rest

Vandaag weer op gesprek geweest bij de begripvolle en vriendelijke meneer van de arbo.  Daar de tussentijdse rapportage doorgesproken, en verder het wel en wee betreffende mijn persoontje besproken.  Zo af en toe kom je in je leven mensen tegen die echt enorm geschikt zijn voor hun werk, die betrokken zijn bij anderen.  Ik voel het als een privilege met deze mensen om te mogen gaan.

Gisteren dus naar het ziekenhuis geweest, in Stadskanaal dit keer.  Logistiek gezien is dit makkelijker te doen, dan naar Emmen te rijden.  En de andere reden dat wij toch weer voor het plaatselijke ziekenhuis hebben gekozen lijkt mij zeer voor de hand liggend, gezien de pijnlijke ervaring die wij mochten beleven in de nazorg van de opererende arts destijds.  Eigenlijk wil ik daar verder geen woorden aan besteden, maar inmiddels zijn wij iets meer ingelicht over de buien van deze, overigens prima in zijn werk als opererend arts.  Eén en ander kunt u, indien dit gewenst is, nalezen in de voorgaande verhalen ergens medio april, als ik me niet vergis.

Hoe ging ons bezoek op woensdag ?  Allereerst de mededeling dat de PSA-waarde nog steeds op 0.1 staat.  Dot is goed, beter nog dit is zoals het, van te voren gehoopt, had moeten zijn.  Er is dus nog geen reden om aan te nemen dat er iets kwalijks is achtergebleven.  Als dit wel het geval zou zijn, dan openbaart zich dat meestal binnen een jaar na de ingreep.  We hebben dus nog drie maanden te gaan, in december zal het jaar afgerond worden.  Het blijft spannend, maar alles wijst er op dat het weg is en niet weer komt.  De andere klachten waar ik toch wat mee worstel komen vaker voor.  Nogmaals is ons verteld dat het om een zeer zware operatie is gegaan, met een toch wel behoorlijke agressieve tumor.

En weer speelde er door mijn hoofd, hoe gezegend wij zijn dat het op tijd ontdekt is.  En weer speelt het door mijn hoofd waarom niet alle mannen van in de vijftig, niet eventjes de moeite nemen hun PSA-waarde te laten checken.  Zelfs de huisarts vertelde mij een aantal weken geleden, dat hij het nu zelf ook had laten controleren.  Zijn waardes waren zoals het bij een gezonde man moet zijn, ik was daar blij om.  Ik weet nu na een lange periode van herstel, hoe het is als de uitslag anders is.  Soms denk ik wel eens terug aan het begin, toen ik nog in volledige onwetendheid verkeerde van wat mij nu haast als eigen voelt.

De af en toe stekende pijn in mijn bovenbeen/lies, zijn een gevolg van beschadigingen door de operatie, ongewilde uiteraard, maar ze zijn onoverkomelijk.  Wetende dat er zes millimeter snijvlak niet schoon was en de tumor al uitgebroken was, mogen we er gerust van uitgaan dat de uroloog zijn werk tijdens het opereren op uitmuntende wijze heeft gedaan.  Het herstel heeft gewoon veel tijd nodig, heel veel tijd.  Dat geldt ook voor de vermoeidheid, al is die ook waarschijnlijk mede het gevolg van de geestelijke tikken die ik heb gehad.  Nog steeds kan ik niet datgene aan mijn hoofd hebben dat ik altijd heb gekund.

Nee, het valt wel, maar niet allemaal mee.  Toch blijf ik positief, er zijn absoluut lichtpuntjes en die moet je vieren.  Morgen de verjaardag van mijn dochter en volgende week mijn eigen.  Weet u, er is een tijd geweest dat ik echt twijfelde of het nog allemaal zo ver zou komen.  Nee, het is een feit dat we geen garantie hebben.  Wat mij wel opvalt aan mijn eigen gedrag is dat ik heel enkel wat heftiger reageer op anderen, met name met zij die het niet goed met hun naasten voor hebben.  Al twee keer heb ik mij in moeten houden er niet even naar toe te gaan.  Dat is dan een gelukje geweest voor zij die ik wel even persoonlijk had willen toespreken.  Nu lig ik daar wel eens wakker van door ergernis, maar dat is nog altijd beter dan geconfronteerd te worden met welke vorm van letsel ook, hetzij bij mij of bij de aangesprokene.

Nee, ik ben van nature een vredelievend mens, en dat is wat ik ook in de toekomst wil blijven nastreven.  Maar tussen u en mij, ik vraag me wel eens af hoe het in zijn werk gaat als er een iemand solliciteert om als leraar / mentor ergens op een school te mogen werken.  “Ach, u hebt een bonuskaart van de Albert Heijn, u rijdt in een mooie auto en u hebt vroeger bij de Kamer van Koophandel gewerkt ? ”  “Wat zegt u, of planning belangrijk is ? ”  “Welnee, die kunnen we altijd weer wijzigen, de leerlingetjes die moeten zich maar aanpassen ?”  Of dit laatste enige uitleg verdiend ?

Laat ik het er op houden, dat ik niet denigrerend wil zijn over zij die zelf over een hoge eigen dunk beschikken.  Je kunt een hond ook niet kwalijk dat deze niet in staat is te fluiten.  Misschien een beetje onpasselijk voorbeeld, maar dit kwam me als eerste bovendrijven.  In het land der blinden, is éénoog koning.  In het land der manken, huppel ik mijn stukje mee.  En als alle auto’s op de wereld kop aan staart gaan staan, is er altijd nog een gek die gaat inhalen.

Dat laatste slaat nergens op, heb ook geen enkele reden het hier te vermelden.  Maar ach, het zij zo.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Inmiddels weer een dag of wat verwijderd van ons avontuur in Polen, alweer een ochtend mee mogen draaien bij Cosis in Stadskanaal en ook drie maanden verder na de geboorte van onze prachtige kleindochter.  Bij mijn lieve dame is door een oogarts geconstateerd dat ze aan beide ogen staar heeft, daar zal ze aan geopereerd worden.  Ik ben dan meteen weer zo, net als dat ik het bij de aan mijzelf toentertijd te verrichten operatie, dat ik op internet probeer daar het één en ander over te lezen.  Het schijnt een vrij eenvoudige operatie te zijn, hooguit een kwartier en de slagingskans ligt rond de achtennegentig procent.

Dat is heel wat meer dan laatst bij de open hartoperatie van onze kleindochter.  Toch blijft het natuurlijk een ingreep, maar we prijzen ons gelukkig dat er geen vorm van blindheid voor haar in het verschiet ligt.  Ik weet nog goed toen ik indertijd liep te kampen met een carpaal tunnelsyndroom aan mijn handen, daar werd mij de toezegging gedaan op een goede afloop van iets minder dan vijfenzeventig procent.  Dat was in negentienhonderdnegenennegentig, de vorige eeuw dus.  Ook voor deze operatie zal er tegenwoordig geen groot risico meer meespelen.

Gisteren hoorde ik over mijn overbuurman, waar ik al in het begin van dit jaar eens over had geschreven, dat er bij zijn controle alles als goed mocht worden beschouwd.  Wel werd hem daarbij medegedeeld, dat hij er wel rekening mee moest houden dat de kwaal eens weer van zich zou laten horen.  Woensdag mag ik weer naar de uroloog, een kleine hoeveelheid van mijn bloed heb ik daar kortgeleden al af laten tappen voor onderzoek naar de welbekende PSA-waarde.  Het lijkt vrij logisch dat het een spannend moment gaat worden, er was indertijd zes millimeter snijvlak dat niet schoon was.  En de prostaat was al uitgebroken, dus er blijft altijd een ongewenste kans dat er toch iets is uitgegroeid.  Natuurlijk ga ik daar niet van uit al heb ik nog wel vaak wat onenigheid bij het urineren, maar misschien is dat een logisch gevolg als er in de urineleiding wordt gesneden.

Er is mee te leven en, zoals mijn vader altijd plachtte te wijzen op het feit, er zijn altijd mensen die het erger hebben.  Er is een klein dingetje dat ik graag anders had gezien, dat het bij momenten iets groter werd.  Helaas, het werkt niet meer.  Ik kom daar eerlijk voor uit en begrijp heel goed dat het iets is waar niet vaak over geschreven wordt.  Mijns inziens is dit juist goed om te weten, weer om exact dezelfde reden die ik al zo vaak heb aangevoerd.  Wees gelukkig met wat je kunt of hebt, garantie dat het altijd zo zal blijven is er niet.

Deze week zag ik op tv een praatprogramma, of hoe ze zoiets ook noemen, met Jochem Myjer.  Zoals bij velen bekend is, heeft hij een paar jaar geleden, een zware operatie ondergaan.  Een tumor in zijn nek die daar is verwijderd, waar hij vooral over sprak was de blijvende vermoeidheid waar hij mee verder moet in zijn leven.  Eigenlijk heb ik dat, met name bij mijzelf, nooit zo serieus willen nemen.  Daar moet ik tot mijn spijt helaas op terugkomen, het is wel zo.  Het is een hele apparte vorm van vermoeidheid, tenminste als ik voor mij als persoon spreek.  Er is een hele lange tijd geweest, eigenlijk de tijd van mijn opgroeien tot na de operatie, dat ik altijd doorzette.  Elke dag maar weer, de zondag vond ik in dat opzicht altijd een nare dag.  De hele tijd stilzitten en vooral niets mogen doen, ik ben wat dat betreft nogal streng opgevoed, maar vast met de beste bedoelingen.

Van ons weekje in Polen heb ik minstens één dag gerust en één keer aan het eind van de middag naar bed gegaan tot de volgende ochtend.  Gewoon om weer bij te komen, waarvan ?  Alleen maar lopen, geen zware activiteiten, hooguit dan een lange trap oplopen ergens in het centrum van Warschau of om een perron te bereiken via de ondergrondse tunnels en zodoende de trein te bereiken die ons zou verplaatsen naar een in de verte bevindend nog onbekend station.  Misschien zijn dit juist wel de redenen dat ik me zo op mijn plek voel in het begeleiden van anderen, al is het op dit moment dan alleen maar in de vorm van vrijwilligerswerk.

Roeien met de riemen die je hebt, dat is waar het om draait.  Als je niet meer kunt wat je wilt, zorgen dan dat je gaat willen wat je nog kunt.  En dat is nog best veel.  Praten en luisteren gaat me goed af en ook schrijven, zoals uit deze stukjes blijkt en de reacties daarop, is niet een tekortkoming waar ik onder gebukt ga.  Of het goed is ?  Dat laat ik aan anderen over om daar een beslissing in te nemen.  Ik doe wat ik kan, en dat zou meer dan voldoende moeten zijn.

Een nieuwe week met nieuwe kansen en nieuwe uitdagingen.  Onze dochter begint maandag, na een sabbatical van twee jaar, weer met een nieuwe opleiding.  Een hele uitdaging, maar ik ben er van overtuigd dat het haar gaat lukken.  En Nina, onze kleindochter gezegend met liefdevolle ouders, daar gaat het echt fantastisch mee.  U ziet, het leven is goed totdat het tegendeel wordt bewezen.

En ik kan alleen maar zeggen, geniet daarvan.  Carpé Diem.

Vrijwilliger en op stap in Polen

Inmiddels zijn we dus alweer een paar weken verder, een paar weken waarin er voor mij wel het één en ander is veranderd.  Zo heb ik inmiddels al een aantal keren mijn diensten mogen aanbieden als begeleider voor mensen die begeleiding nodig hebben.  Zo ben ik al meerdere malen meegeweest naar de sportschool, gewoon mee er naar toe en daar helpen waar het nodig is en er voor de cliënten zijn.  Daarnaast help ik wat in het zogeheten houtlokaal, weer hoofdzakelijk het ondersteuen.

In de afgelopen dertig jaar, waarin altijd de productie maken de kerntaak was, heb ik dat wel anders meegemaakt.  Het verbaast mij zelfs, dat ik er zo gemakkelijk mee om kan gaan, ook de positieve reacties die ik mag ontvangen van de andere begeleiders.  Het voelt heel vertrouwd, en het komt op mij over als iets wat ik al zo lang had willen doen.  Wie weet zit er een serieuze mogelijkheid in dat ik me hier in kan specialiseren en er mijn beroep van maken.

Mede doordat ik zelf ook steeds weer tegen mijn kleine ongemakken, als in lichamelijke beperkingen, op loop, kan ik bij benadering meevoelen hoe het is als je in je hoofd iets wilt, dat lichamelijk niet gaat.  Bij mij is dat gewoon teveel lopen waardoor ik een zeurende pijn in mijn been voel, vooral traplopen bljft een onderneming.  In vergelijking met iemand die in een rolstoel zit of maar de helft van zijn lichaam kan gebruiken, heb ik natuurlijk helemaal niks te klagen.  Voor deze mensen kan ik alleen maar diep respect hebben.

Al vaker heb ik hier geschreven, dat zolang er sprake is van een goede gezondheid, er in de meeste gevallen niet van uit wordt gegaan, dat dat iets is wat als een zegen beschouwd mag worden.  Hoe zouden de meesten van u omgaan met gebreken ?  Zelf heb ik daar best wel eens mijn gedachten over laten gaan.  Net zoals ik al vele gedichten geschreven heb, waarbij ik mij probeerde in te leven in de gevoelens van anderen die moeilijke tijden doormaken niet wetende waar het naar toe gaat.  Je weet pas echt hoe het werkelijk voelt als je het, zoals zo mooi verwoord wordt, het aan den lijve ondervindt.

We zijn voor een paar dagen bij goede vrienden op bezoek geweest in Polen.  Misschien dat de meesten die dit lezen nu zich achter het hoofd krabben, met de overtuiging dat je wel helemaal ten einde raad moet zijn, om een korte vakantie te beleven in een land als Polen.  In feite is dat ook lang mijn mening geweest.  Waar die op gebasseerd was ?  Dat is vaak lastig te achterhalen, maar zoals wel vaker is de werkelijkheid iets genuanceerder.  Laat ik hier helder stellen, dat het een bijzonder mooi land is met vele gezichten.

Wij hebben ervaring met Duitsland met Oostenrijk met Zwitserland met Denemarken en zelfs een stukje België en Friesland, maar hier is het net even anders.  Dat zal voor een groot deel liggen in het feit dat de tijd hier voor het gevoel een beetje heeft stilgestaan.  Althans geldt dit voor de buitengebieden, de dorpjes en de wegen die de diverse oorden met elkaar verbindt, daarvan hebben ze daar meer dan genoeg.  Zodra je als westerse verwende bestuurder je daar over verplaatst, dan heb je daar ook snel meer dan genoeg van.

Maar het moet gezegd zijn de aan je oog voorbijtrekkende, als je weer door kunt rijden na het zoveelste stoplicht, omgeving blijft er een soort van serene rust uitstralen.  Waarom wij in ons drukke Nederland, of desnoods op de autobahn van onze oosterburen, toch steeds weer trachten net even sneller te zijn, dat leer je hier wel af.  Daar zijn ze hier heel goed in, zoals bij de tolpoortjes op de twee stukken snelweg die wij daar hebben bereden.

Eigenlijk kan ik maar een kleine kritische kanttekening plaatsen en dat heeft hoofzakelijk met de heersende cultuur te maken.  In de grote steden ligt dat iets anders, maar op de andere plekken, zelfs daar waar het toerisme serieuze vormen heeft aangenomen, is het gebruiken van een andere taal dan het Pools niet standaard.  In winkels en restaurants blijft dit een lastig punt, en al helemaal bij de kraampjes waar uit een rijke voorraad de overbekende souveniers, zoals daar zijn de magneetplaatjes, de openers, de goedkope prullaria, veelal geproduceerd in andere landen dan waar het verkocht wordt, en alles keurig voorzien van de naam in welke plaats het te koop wordt aangeboden.  De namen zal ik u hier niet mee opzadelen, aangezien het u weinig zal zeggen en ik niet het risico wil lopen dat menigeen zijn of haar tong zal breken bij het trachten uit te spreken.

Één uitzondering wil ik hier maken voor het plaatsje Hel wat zich aan het eind van een landtong bevindt.  Het is te bereiken door een boottocht van ruim een uur.  Naar Hel voelt als een hele belevenis, de weg terug zou het best als een hel bestempeld kunnen worden  Voor zij die daar verdere toelichting over willen ontvangen verwijs ik naar het knopje reageren.  Laat ik hiermee besluiten, wilt u genieten van een nog veelal ontoeristisch gebied, ga gerust eens een kijkje nemen.

Voor allen die graag met de plaatselijke bevolking in contact willen komen, probeer Drenthe eens.  Wij hebben ons prima vermaakt, voor mij is het net iets te vaak net iets te vervelend geweest lichamelijk dan.  Maar zoals al vaker gezegd, we moeten allemaal onze grenzen opzoeken, en er soms overheen gaan.

Even er tussen uit

Voor het eerst dit jaar, zijn we met ons tweetjes een weekend weg geweest.  Vrijdagmorgen tegen half elf zijn we vertrokken met als eerste bestemming Garderen.  Daar bevindt zich het Zandsculputurenfestijn met dit jaar als thema, “ Hollandse Meesters ”.  Afgelopen jaar zijn we daar voor het eerst wezen kijken, twee keer zelfs.  Nou moet ik eerlijk bekennen dat het de eerste keer meer indruk op ons heeft gemaakt dan de tweede.  Ongetwijfeld is dit te herleiden tot het feit dat je de eerste keer onbevangen bent en daardoor soms aangenaam verrast, zodra je voor de tweede maal ergens kennis van neemt weet je al wat er te zien is en ga je er toch anders naar kijken.

Dat is met de meeste dingen zo.  Ook in gevallen dat er iets minder prettigs staat te gebeuren of te beleven, dat wil ik nu even buiten beschouwing laten.  Het is best wel bijzonder knap te noemen wat de diverse kunstenaars, zo zijn ze het best te omschrijven, wat ze met een hoopje zand kunnen vormen.  Het komt dichterbij beeldhouwen dan een zandkasteeltje bouwen, dat kan helder gesteld worden.  Er waren wel vrij weinig bezoekers dit kan gerelateerd worden aan het feit, dat de temperatuur de zevenendertig graden aantikte.  Een gedeelte van de tentoonstelling bevindt zich gelukkiger wijze binnen, daar was het wel uit te houden, maar buiten was het een kwestie van in beweging blijven en uit de zon.

Dus in de warmte van de zon doorlopen, en daar waar de schaduw zich bevond vooral even kalm aan doen.  Helaas, zoals het vaak in die gevallen gebeurt, kom je dan net de andere twee bezoekers tegen en aangezien de meesten lekker in het overdekte restaurant bleven zitten, beginnen die je dan een heel verhaal op te hangen.  Uit beleefdheid ben ik daar dus, in de brandende zon, met ze blijven praten.  Eigenlijk was het meer, blijven luisteren.  De dame, uitermate vriendelijk maar toch enorm vervuld van zichzelf, heeft mij, in de kleine acht minuutjes dat de conversatie duurde, drie keer verteld dat zij een weekend uit waren in een Preston Palace Hotel in de luxe kamer.  De man die zich in haar directe omgeving ophield deed er nog een extra duit in het zakje door erbij te vermelden dat het toch wderkelijk om de luxe kamer ging.  Ook de grootte van het scherm van hun, waarschijnlijk luxe, Tomtom is mij daar meerdere keren geduid door met de handen een bepaalde grootte aan te geven.

Een grootte waar ik in vroeger tijden alleen maar van kon dromen, in de vorm van de beeldbuis op een kleine zwartwit tv met sprietantenne.  Op een nette wijze heb ik mij kunnen distantiëren van dit gezellig keuvelende paar, tot ik wat verderop ze weer achter mij hoorde praten.  Het bleek dat de mannelijke helft van het duo mij iets wilde verhelderen bij één van de sculpturen.  Dat was onder een afdakje waar zich ook een uitnodigend bankje bevond, en aangezien mijn bovenbeen weer wat steken begon te produceren vonden wij het een prima moment om daar even te blijven zitten.  Op deze simpele maar doeltreffende wijze, konden wij zo ook wat afstand creëren tot het gezellig en ongevraagd doorkeuvelende stel.

Iets eerder dan in onze planning lag, vooral vanwege de hitte, zijn we toen vertrokken en, na het nuttige van een ijsje met vruchten en slagroom voor de verkoeling, ons richting het hotel in Raalte begeven.  Nee, het was geen luxe kamer en nee onze Tomtom is van een zodanig formaat dat het in een broekzak zou kunnen passen.  Toch zijn we daar zonder problemen aangekomen.  Bijzonder vriendelijk mensen daar de kamer was in onze ogen ietwat gedateerd en aangezien de zon de hele dag op de ramen had geschenen was het er, ondanks de gesloten gordijnen, tegen de dertig graden.  Er stond wel een ventilator die zijn uiterste best deed nog enige verkoeling te produceren, we zijn toch maar ergens buiten op een terrasje gaan zitten.

Het hele weekend is het warm gebleven, alleen zaterdag aan het eind van de middag viel er een verkoelend buitje.  Nadat deze de laatste sputters had laten neerdalen waren de straten vrij snel weer droog, ach het had erger gekund.  Misschien schrijf ik er nog eens wat over hoe het die paar dagen verder is gegaan, voor nu ben ik me geestelijk en lichamelijk, voor zover dat mogelijk is, wat aan het voorbereiden op mijn nieuwe uitdaging.

Als vrijwilliger mijn diensten vervullen om anderen te helpen in de vorm van begeleider.  Ben best wel benieuwd hoe dat zal gaan, het is nieuw voor mij.  Wie weet is dit wel mijn toekomst.  In elk geval is het een mooie manier om hier kennis van te nemen, en ervaring op te doen die later gebruikt kan worden.  Het omgaan met de vermoeidheid, na weer iets te veel inspanning, blijft voor mij lastig.  Zoals al vaker gezegd, het heeft tijd nodig.  En stapje voor stapje kom je altijd wel ergens.

En soms ontmoet je dan weer aardige mensen, die hun verhaal kwijt willen.  Kom maar op vertel het maar, ik heb een luisterend oor.  Behalve dan als het te warm is en ik er even uit wil zijn om tot rust te komen, verder mag het altijd.

Vallen opstaan en altijd weer doorgaan

Als het zo warm is als nu, lijkt het net of de natuur haar adem inhoudt.  Gras is gestopt met groeien, bladeren aan de bomen proberen zich krampachtig daar vast te houden maar beginnen al hun groene kleur te verliezen en alles wat nog een beetje zou kunnen bloeien begint ook de moed op te geven en laat de jonge knoppen onwelgevallig hangen.  Volgens de meneer op de NDR-eins, de Duitse zender waar ik de radio in mijn werkplaats altijd op heb staan, zou daar op plekken de te bereiken buitentemperatuur gelijk staan met de lichaamstemperatuur.  Dat zijn waarden die ik mij niet kan herinneren ooit beleefd te hebben, zevenendertig graden.  De mussen hoeven niet meer het dak op om dood te vallen, dat wil nu ook prima aan de grond al kun je dat dan geen vallen noemen.

Nina, onze kleine prinses, heeft gelukkig niet heel veel last van de warmte.  Lekker binnen blijven, de ramen en zonwering gesloten en de ventilator die overuren maakt.  ‘s Morgens en ‘s avonds alles open zetten, zodat de ruimtes nog enigszins van lucht ververst kunnen worden.  Het gaat supergoed met haar, maandag het eerste onderzoek na de operatie gehad in ziekenhuis en daar waren ze zeer tevreden.  Mij valt zo af en toe de eer ten dele op haar te mogen passen, ik doe dit met volledige inzet daar ben je per slot van rekening opa voor.  We zijn allemaal zo trots op deze sterke dame, dat is eigenlijk niet goed te beschrijven.  Natuurlijk mede gezien de omstandigheden die we de afgelopen weken hebben moeten doorstaan.  Misschien is mogen doorstaan een beter woord, we hebben daar de kracht voor gekregen.

Inmiddels heb ik al meerdere gesprekken, zowel telefonisch als in ontmoetingen, met een aantal mensen gehad die in verband gebracht kunnen worden met datgene wat ik straks hoop te gaan doen.  Het begeleiden van een aantal bezoekers, zoals dat zo mooi wordt omschreven, die een aantal dagdelen per week samen zijn.  Misschien een beetje omslachtige omschrijving voor het meedraaien als vrijwilliger bij een organisatie die deze vorm van hulp aanbiedt.  Het zal de eerste stap worden naar een nieuwe vorm van hoe ik mijn leven weer wat kleur probeer te geven.  Waar het straks, ik weet echt niet hoe lang, naar zal leiden, dat is nog volledig in nevel gehuld.  Zoals mij al meerdere keren is medegedeeld, “ De toekomst zal het leren “.  Of beter, ik zal het in de mij resterende tijd gaan beleven.

Inmiddels begin ik steeds meer te begrijpen hoe ik naar mijzelf moet luisteren, dat is in het begin best wel lastig geweest.  Steeds weer ging ik net even te ver door, en dan alleen maar omdat ik dat zelf wou.  Dat is dan ook, en dat zal het ook wel blijven, mijn valkuil.  Ik heb genoeg ervaring met mij zelf om te weten dat als ik ergens voor ga, dat ik dat dan ook doe.  Daar ligt nog een hele uitdaging, op tijd rust nemen en vooral niet door blijven gaan als de signalen aangeven dat het genoeg is.  Dat is dan een dubbel gevoel, daarbij in ogenschouw genomen dat ook mijn gevoel zich nog we eens in die strijd wil mengen, kan ik alleen maar bevestigen dat het nog niet een gelopen race is.

Zo af en toe denk ik, ach ik stel mij aan, er is helemaal niets meer mis met mij.  Tot ik dan weer iets teveel heb doorgezet, en de volgende dag mij beweeg als een al op hoge leeftijd gevorderde bejaarde.  Nee het valt niet altijd mee, en toch voel ik mij gelukkig haast tevreden zelfs.  Hoevelen zullen er niet zijn die alleen maar kunnen kijken wat er allemaal mis zou kunnen gaan.  Ik zou ze niet de spreekwoordelijke kost willen geven, dat kan ik nooit opbrengen.

Eens zag ik op tv iets over mensen die wat getrest waren, als voorbeeld liet de gespreksleider een kopje van de tafel afrollen, wat na de vrije val de grond bereikte en daarna in stukken viel.  Vaak wordt er dan in een reactie razendsnel gegrepen naar het overleden stukje aardewerk.  De man die deze handeling teweeg had gebracht, als onderdeel van de les, maakte duidelijk dat het geen enkele zin had daar overbodige drukte om te maken.  Het kwaad was immers al geschied.  “ No used crying over spoiled milk “, een niets aan de verbeelding overlatende uitspraak.  Wij hebben inmiddels al genoeg meegemaakt zodat het niet echt veel zin heeft ons op te winden over dingen die misschien nooit gebeuren.

We hebben al genoeg beleefd om ons nog te laten leiden door scherven die er nog niet zijn, misschien nooit zullen komen en als ze dan toch al gebroken zijn maakt het ook weinig uit daar veel energie in te steken.  En laten we wel zijn, de stukken zijn nog heel.  Halverwege betekent dat er al een weg is afgelegd, maar dat er naar verwachting nog net zo’n stuk mag worden afgelegd.  En alles wat we onderweg meemaken is een lering voor de rest, zo worden we door het leven gevormd, soms zelfs hervormd.

Een ieder mag het verder voor zichzelf invullen, zelfs de grote lijnen staan nog niet geschetst laat staan het inkleuren.  En als het straks twee dagen geregend heeft wordt er toch weer geroepen, “ Was het maar weer een beetje zonnig “.  Niets menselijks is ons vreemd, daar zullen we het maar bij laten.

Nog even bijpraten en tot rust gekomen

Ja, het leven heeft werkelijk veel overeenkomsten met een achtbaan.  Dan beperk ik mij hier tot een achtbaan, waarin we nog niet eerder hebben gezeten.  Al wordt er soms iets beweerd, van al eerder gezien al eerder beleefd.  Het fenomeen deja-vu, maar die uitzondering daargelaten blijven onze dagelijkse begegnungen een verrassing.  Dan weer een aangename en andere keren een wat minder aangename ervaring, op en neer, toppen en dalen, tanden op elkaar en vervolgens happen naar adem.

Het is vandaag precies een half jaar geleden dat ik geopereerd ben, op de datum af.  Morgen op de dag af, vrijdag de twaalfde januari.  Toen was ik er behoorlijk van overtuigd, dat ik na een week of drie vier weer behoorlijk hersteld zou zijn.  In mijn hoofd was ik al weer een beetje aan het bedenken, hoe ik het misschien zou kunnen gaan aanpakken.  Drie onzekerheden misschien, zou en kunnen.  Zo is het dus niet gegaan, en eigenlijk begin ik me daar steeds meer bij neer te leggen.  Iedereen wordt immers ouder, iedereen kan bij het verstrijken der jaren tegen kleine of grotere gebreken aanlopen.  In mijn geval was het dan minder leeftijd gerelateerd, of het moet al zo zijn dat ik wat roofbouw heb gepleegd en vaak teveel in te weinig tijd willen doen en dat ook nog zonder fouten te maken.  Vooral dat laatste heb ik al mijn hele leven problemen mee gehad.

Vroeger had ik een goede kennis, hij bekleedde in het bedrijfsleven de functie van directeur en was vaak in het buitenland geweest, hij heeft mij een aantal wijze lessen geleerd.  Soms gaat dat toch zo in een leven, je hoort iemand eens wat vertellen of die iemand probeert jou iets mee te geven waar je wat mee kunt.  En in enkele gevallen doet de horende iets met deze goedbedoelde wijze lessen.  “ Als je iets doet dan kan dat op twee manieren ”, vertrouwde hij mij eens toe.  “ Of je doet het goed, of niet “,  en dan werd er met niet verwezen naar het niet doen.  Dus niet naar, niet goed doen maar heel eenvoudig het laten en niet het in het geheel achterwege laten.

Zelf heb ik meerdere keren mogen meemaken dat er een stageloper of iemand die nog maar kort samen met mij aan het werk was, dat er iets niet op de juiste wijze werd gedaan.  Mijn vaste vraag was dan altijd, waarom het fout ging.  Als er dan een vorm van uitleg kwam waarin werd medegedeeld wat de bedoeling was achter het handelen, dan had ik daar altijd begrip voor.  Als er daarentegen door, meestal een niet betrokken knaapje, willekeurig met de schouders werd getrokken met één hand werd gewezen naar een ander daar aanwezig zijnde medewerker met de woorden, “ Ja, hij zei dat het zo ook wel kon “.  Of nog erger, “ Zo heb ik dat altijd al gedaan “ , waarbij het dan niet meteen duidelijk was of het die andere keren dan wel tot een resultaat naar tevredenheid had geleid.  In deze gevallen was ik dan ook iets korter en scherper in mijn reactie, soms zelfs wel ietsjes te.

Wat is goed en wat is fout ?  Waar ik veel waarde aan hecht, is dat er wordt nagedacht voor er tot handelen word overgegaan.  Dit is iets wat voor velen al moeilijk genoeg is, zelfs voor een hoge pief die in een hele verzameling van verschillende staten de juiste beslissingen moet nemen.  Met de nadruk op juiste, en voor een ieder begrijpelijk in de juiste spelling.  Liefst op papier, dat geeft de grote leider de nodige tijd om er nog even extra aandacht aan te besteden.  Niet dat ik hier de betuttelaar wil uithangen.  Als er in het algemeen meer dan tien tellen zit tussen het beëindigen van een vraag en het daarop volgend gegeven antwoord, dan zouden er minder misverstanden ontstaan.

Met Nina, onze prachtige kleindochter, gaat het super goed.  Er is nog wel de soms de ongegronde angst als ze huilt, maar dat zal iets zijn wat door vertrouwen overwonnen moet worden.  Echt ze doet het heel goed, het lijkt er zelfs wel op dat ze bezig is een inhaalslag te maken.  Tijdens haar verblijf op de IC heeft ze minder voeding gehad, alleen het nodige en dan praten we toch over een ruime week.  Ook is het nu goed te merken, nu de storm tot bedaren is gekomen, hoeveel impact alles op ieder van ons heeft gemaakt.  Niets is dan meer van belang, alleen maar het welzijn van deze liefdevolle heerlijke dame.  Nu doen we ons best om ook de andere geneugten des levens weer eigen te maken.

Vanmiddag een gesprekje gehad en het even rondkijken bij een mogelijke plek waar ik wat vrijwilligerswerk mag gaan doen.  Jazeker, al een tijdje wil ik graag weer iets betekenen voor anderen.  Een paar uurtjes in de week om te beginnen, verder zullen we het wel zien.  Mijn toekomst ligt niet meer zo vast als ik jaren gedacht had, wat er in de komende tijd mag plaatsvinden blijft een verrassing.  De achtbaan, waar ik dit stukje mee begon en wat ik al vaker als illustratie had aangevoerd, zit weer in de steigende lijn.

Tenslotte hier de declaratie, de mededeling, dat het inmiddels na alle, soms nergens op slaande, stukjes die uit mijn toetsenbord rolden, de honderdste is bereikt.  Een kleine felicitatie en bedankje is dan vast wel op zijn plaats.  Iedereen die in meer of mindere mate heeft meegelezen, van harte met deze mijlpaal en uiteraard van harte bedankt voor het meelezen.  Misschien tot later.  Het ga u goed.

Op en neer, het leven blijft mooi

En weer een voetbalwedstrijd, nog steeds voor de wereldkampioenschappen.  En weer een weekje verder, een misschien wel vrij rustige week.  En toch een heerlijke week, een niet op gerekende onverdiende prachtige week.  Ik hoor wel eens verkondigen dat het leven hard is, uit persoonlijke ervaring kan ik dat zondermeer bevestigen.  En toch hou ik van dit leven, ik zou met niemand willen ruilen het is mijn leven.  Soms lijkt het leven in herhalingen te vervallen, en heel soms is dat ook meer dan dat het er op lijkt.  Zijn het herhalingen, of zijn het gewoon tweede kansen ?  Gebeurt het werkelijk zo dat we voor een nieuwe ronde mogen gaan, dat het ons niet wordt aangerekend dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen.

Er wordt soms gezegd dat vrede betekent de afwezigheid van oorlog, dat zou betekenen dat rust de afwezigheid van onrust inhoudt.  We hebben woelige tijden mogen meemaken en toch waren het onze tijden.  Nooit zullen we weten, niemand kan dat trouwens, hoe het leven zou gaan als er iets anders was voorgevallen.  Dit is waar we het mee mogen en moeten doen.  Hoe zwaar het soms ook voelde toen we ons er midden in bevonden, toch voelde het zo eigen.  Het is niet zozeer ons leven, het is een deel er van.  Zonder de tegenslagen en zware perioden zou het om een heel ander leven gaan.  Hoe vreemd of hard dat ook klinkt, het is van ons.

Er zullen vast hele volksstammen zijn, die fluitend door het leven gaan die nog nooit een tegenslag hebben hoeven te incasseren.  Waarbij alles keurig op rolletjes gaat, als van een ingevette glijbaan terwijl je je fijn op een gepolijste surfplank omlaag begeeft van een niet te steile schans neerkomend op een ingebeeld luchtkussen of een helder blauw meertje.  Uitziend naar de landing, maar niets belevend aan de reis.  Veel te snel spoeden zij zich door het leven, niet genietend van dat ene vogeltje dat daar haar melodieus gezang aan ons cadeau doet.  Niet in staat zijnd om het kleurenpalet van de ons omringende bloemenpracht op waarde te schatten.

Niet, zoals er in het door Jan van Veen heel lang geleden op melodie gezette gedicht “ Meer “, zo prachtig vertolkt wordt, als een klein jongetje dat door met zijn kleine laarsjes in een plas water stappend alle kleuren van de regenboog tevoorschijn tovert.  ( dat deze kleuren ontstaan omdat er vroeger niet zo nauw werd gekeken als iemand zijn olie van de auto ververste en deze gewoon liet weglopen boven een rioolput, zullen we maar niet in dit vredige tavereeltje meenemen ) en dat de meesten het niet eens opvalt, die regenboogtinten.  Als je nooit onderuit gaat of met minder prettige voorvallen kennis hebt gemaakt, dan weet je ook niet hoe het voelt om na het opstaan weer gelukkig te zijn.

Onze levensreis gaat over bergen en door dalen, toch weer een beetje het achtbaangevoel waar ik al eerder naar verwees.  Wat is er nu leuk aan een achtbaan die alleen maar omhoog gaat, dat zou toch geen enkele spanning teweeg brengen ?  Juist het weten van de komende afdaling maakt de beleving kompleet.  Dat wanneer je alle moed bij elkaar hebt verzameld om dan toch in bijvoorbeeld de Python te stappen, is dit enkel het gevolg van de te nemen in het vooruitzicht bevindende afdalingen.  Het instappen levert weinig tot geen verhoogde hartslag op, of het moet al zo zijn dat er net voor je in de rij een vader en moeder met twee opgroeiende pubers ( die in een uitzending van de rijdende rechter met grote zekerheid hoge kijkcijfers zou scoren ) en die daar dan een soort van onenigheid ontwikkelen met een ander jong gezin over het feit dat er een zwak vermoeden bestond dat één van beiden in de rij had voorgedrongen.  Hoe ik hier bij kom ?  De toenmalige vriend van mijn jongste had één van die moeders even iets te lang aangekeken en geglimlacht, dit werd door mama één niet echt gewaardeerd, tot vreugde voor mama twee.

Kortweg zou dit kunnen leiden tot een wat verhoogde spanning, maar in alle andere situaties is het wachten in een rij een saaie bedoening.  Ook het omhoog gaan is nog te doen, maar als we dan even in de toekomst kijken recht voor ons uit lijkt de baan te eindigen.  De afdaling ontwaart men pas zodra dat hoogste punt bereikt is, waarop meteen die daling wordt genomen daarna een enorme bocht een steiging en wederom een onverwachte reis in de diepte.  Die opeenvolging van bochten en hoogteverschillen, in combinatie met het gegil van de medereizigers, maken het tot een geheel.  Van één ding zijn we dan wel overtuigd, dat we allemaal veilig de finish halen.  En in practisch alle gevallen is dit ook een feit, wat het interessant maakt is dus de reis.  Ik vertrouw op een goede aankomst, al vaker heb ik dat verteld, maar hoe het levenspad zich verhoudt, daar weet ik weinig van.

Gisteren een tijdje alleen geweest met Nina, opeens begon ze weer onbedaarlijk te huilen.  Ja, dan slaat toch weer de schrik om je hart.  Wij weten dat ze lichamelijk herstelt is, dat het gevaar niet meer bestaat, het is goed zo.  Het huilen duurde een minuut of vijf, rondjes lopen met haar op mijn arm en ze werd weer rustig.

Het vertrouwen moet weer groeien, en dat heeft gewoon zijn tijd nodig.  Maar voor altijd zo trots op deze kleine engel, dit grootse wonder.  Dit kleine hoopje liefde, alle opa’s zullen dit met me eens zijn, natuurlijk ook alle oma’s en papa’s en mama’s en nichtjes.  Het leven is mooi.

Klavertje vier of toch iets anders

En zo mogen we dus weer een bladzijde omslaan, een hoofdstuk afsluiten wetende dat er weer een nieuw geschreven gaat worden.  In eerste instantie werd er door de kinderarts gisteren nog gezegd, dat vanwege iets wat leek op een nog nasudderende luchtwegontsteking, Nina voor één of meer nachtjes nog in het nieuwe ziekenhuis nabij Winschoten zou worden overgebracht.  Dit alles puur uit voorzorg, de moeder wilde niets liever dan haar kleine prinsesje mee naar huis nemen.  Maar er absoluut van overtuigd dat de arts wist waar hij het over had, en omdat er zondag nog sprake was van enige verhoging, hadden de ouders in deze beslissing ingestemd.

Vanmorgen bleek dat er in het nieuwe ziekenhuis toch niet zoveel plaats vrij was en, wederom door dezelfde geneeskundige verwoord, aangezien de afgelopen zesendertig uur er geen te hoge temperatuur was gemeten mocht ze vandaag dus wel mee naar huis.  Toen ik daarover gebeld werd heb ik dus de al reeds klaarliggende paal met tekstborden inclusief grondboor achterin de auto geschoven, en heb mij heenwaarts gesneld naar het altijd pittoreske stadje Winschoten.  Daar, net voordat het drietal van Groningen aankwam, de tuin versierd met vlaggetjes en het hierboven vermelde kunstwerk.  Hier op staat in sierlijke plakletters, “ Welkom thuis, dappere Nina “.  Samen ziet het er uit als een feestelijk geheel, zowel Wenri als Elwin waren er zeer mee ingenomen.

Aan de overzijde van de straat stond ook een gekleurd bord in de tuin.  Afgaande op de korte belettering die er te lezen valt ( 50 ) konden wij daar met grote zekerheid uit concluderen dat daar een bewoner de aangegeven leeftijd heeft behaald.  Twee opgeluisterde tuinen zo vlak bij elkaar geven de hele straat toch een opbeurend karakter, lijkt mij zo.  Waar wij ons dan wel weer hoofdbrekens over maakten, was de vorm van het voorwerp waarop de eerder genoemde cijfers te lezen waren.  Mijn dochter had mij daar al even attent op gemaakt, en ook Elwin kon het niet nalaten mij nogmaals te vragen of ik ook iets herkende in de vorm.

Als iemand mij zo specifiek naar iets vraagt heb ik altijd de terughoudendheid en de angst iets over het hoofd te zien.  Dit keer was dat absoluut niet het geval, zij hadden ook geen flauw idee wat er werd uitgebeeld met dat model.  Hij dacht dat er misschien de grenzen van een provincie mee vergeleken kon worden, mijn voorkeur ging dan naar de provincie Utrecht, een eigenaardig trekje dat ik van vroeger heb overgehouden.  Maar zelf dacht ik dat het om de nabootsing ging van een klavertje vier, geen correcte immitatie maar dat buiten beschouwing latend kon het er voor doorgaan.

Nog tot twee keer toe heb ik er bij mijn schoonzoon op aangedrongen, het er eventjes te gaan vragen.  Nee, dat was nou ook weer niet nodig, we hadden immers genoeg omhanden met Nina die er de voorkeur aangaf vooral duidelijk te maken dat zij toch de afgelopen weken een beetje tekort aan geborgenheid heeft gehad.  Dat had natuurlijk vanzelfsprekende redenen, en vanaf het moment dat ze wel weer met liefde gekoesterd en getroost mocht worden heeft, zelf al op de IC, haar moeder zich als een warme handschoen om de kleine prinses genesteld.  Nu mag ze weer in de armen genomen worden, ook mij is die eer te deel gevallen.

Zelfs een flesje geven werd mij vergund, en ik kan hier geen woorden bedenken die dat gevoel zelfs maar bij benadering kunnen beschrijven.  Voor de zware operatie als ze haar flesje half had leegedronken, kon je gewoon zien dat het haar moeite koste.  Nu valt ze gewoon kalm in slaap, even op de andere arm en ze drinkt zo weer door tot er nog een bodempje in het flesje overblijft.  De bodem blijft vanzelfsprekend over maar ik heb het hier begrijpelijkerwijze over een bodempje voeding onder in het flesje.  ( dit uiteraard weer als het flesje met de speen naar boven wijst )

U, als mijn trouwe lezer weet dat ik als de dood ben om verkeerde beweringen de wereld in te helpen.  ( vandaar de korte toelichting tussen haakjes, voor zij die het wel hadden begrepen kan de tussen haakjes staande woorden als niet geschreven worden beschouwd )   Mijn welgemeende excuus als ik een beetje aan het bazelen sla, geloof mij wij zijn hele gelukkige en gezegende mensen.  Het zal echt even wennen zijn, de beelden van woensdag, veertien dagen geleden, staan op mijn netvlies gebrand.  En daarom ben ik ook zo trots als ik zie hoe deze jonge ouders omgaan met deze dappere jonge deerne.  Dat ik daar de vader, schoonvader en opa van mag zijn, dat maakt mij nederig.

Ik weet dat ik zelf nog steeds een lange weg te gaan heb.  Maar ik weet ook, dat ik die weg niet alleen hoef af te leggen.  Mijn gezin en familie staat er om heen en Hij zal ons ook nooit alleen laten.  Ook al voelt het soms dat de hele wereld instort, wij worden gedragen en dat juist op de momenten dat het voor ons te zwaar is.

Nog steeds weet ik niet wat ik moet denken van die achtergrondvorm van die vijftig, het is misschien gewoon een reststukje multiplex van één of andere hobbyiest.  Ja, laten we het daar maar op houden.  Gewoon voor de vorm, en het daarbij laten.

Misschien nog een dagje

Hoe vaak wij de afgelopen dagen een ritje hebben gemaakt naar Groningen, ik weet het echt niet in elk geval minder dan de papa en mama van Nina.  Elke dag, soms wel vaker op één dag, zijn zij met de Twingo of de Micra die kant op getoerd.  Vanmiddag op de terugweg kwam het mij al voor dat de afstand steeds korter aanvoelt, maar dat zal ongetwijfeld alleen in mijn hoofd zo zijn.  Er wordt regelmatig wat aan de weg gewerkt, maar dat al deze aanpassingen de afstand tot het UMCG verkorten dat is iets waar ik van weet dat het niet zo is.

De wandeling door het ziekenhuis zelf, naar de afdeling waar onze kleindochter ligt, is wel iets korter geworden.  Niet zozeer in het aantal te zetten stappen alswel in de af te leggen hoogte.  Van de derde naar de tweede verdieping, van de kinder IC naar de kinderafdeling.  Ook is het daar een stuk rustiger, ze ligt daar nu zelfs helemaal alleen.  Morgen zullen er nog wat onderzoeken gedaan worden, zodat ze weten hoe haar hartje het doet na de ingrijpende operatie.  Verder zal dan blijken of ze misschien wel naar huis mag, waar Elwin en Wendela als goede ouders natuurlijk enorm naar uitzien.  Ze weten wel dat het verblijf in het hospitaal niet eerder zal beëindigen dan wanneer de artsen er groen licht voor geven.  Bijna twee weken heeft het al met al dan geduurd.

Twaalf dagen en dertien nachten, voor een vakantie vaak net te kort voor een verblijf op een verpleegafdeling in het ziekenhuis een lange tijd.  De beide afgelopen keren dat ik er zelf heb gelegen, mocht ik in principe dezelfde dag, of in het nodige geval, de volgende weer huiswaarts keren.  In het eerste geval niet een geplande overnachting, alleen ‘s nachts weer met ambulance opgehaald vanwege hevige pijn.  Toen mocht ik wel een nachtje langer daar vertoeven, in het budget van een liesbreuk operatie was geen ruimte voor een overnachting.  Weer ophalen met een ziekenauto en dan wel een nacht blijven, kwam uit een ander potje.

Ja, ik heb mij daar de volgende dag bijzonder over opgewonden.  Vooral toen door de behandelend arts werd medegedeeld, dat als ik nog een tweede nacht wilde blijven, dat geen enkel probleem zou zijn.  Ik heb nog iets gezegd van, “ Dat hadden jullie beter gisteren kunnen zeggen “.  U begrijpt vast dat ik onwetend was van het bestaan van de verschillende daartoe rijkende potjes.  Nu, hier bij Nina is van dit alles geen enkele sprake.  Niet eerder dan verantwoord.  Ik denk dat het straks weer even wennen zal zijn, vier weken voor een jonge dochter gezorgd en dan ineens het los moeten laten.  Alles wat er gebeurd is zal een plekje moeten krijgen, bij ons allemaal die er zo direkt bij betrokken waren.

Als ik mijn dochter daar in het ziekenhuis zie zitten met haar kleine dochtertje op de arm, dan moet ik soms even slikken.  Het is goed zo, het is allemaal goed zo ook als ik Elwin daar bij zie zitten dan voel ik ergens de pijn die ons te lang heeft begeleid.  Van het ziekenhuis hebben ze een bedelring gekregen, nee niet om bij de ingang van het Universitair Medisch Centrum Groningen elke passerende voorbijganger aan te klampen om mee te willen dragen in de onkosten die dit alles met zich meebrengt.  Daar zijn gelukkig ziektekostenverzekeringen voor, en laten we daar in dit land dankbaar voor zijn.

Dat wat zij gekregen hebben, eigenlijk is het dus voor Nina, is een ring van een kleine acht centimeter rond, waaraan de diverse bedels worden gehangen.  Voor elk gebeuren een bedel, een metalen plaatje in de diverse vormen en kleuren.  Zo is de eerste eentje voor reanimeren, dat alleen al vind ik toch behoorlijk heftig.  Ja, dat is inderdaad hoe het begon.  Wat ik dan wel weer jammer vind is dat er geen eentje was voor een ritje in de ambulance.  Wel voor de IC tijd, de diverse infuses, de beademing, de katheters en het meerdere keren prikken.  Daar kreeg ze er zelfs drie van, ergens vind ik dit een mooie geste toch komt het wel over als iets dat betoont dat alles wat er gebeurd is, er echt iets toe doet.  Naast de vele foto’s en de verhalen die ze later zal horen en zien, naast het grote litteken wat ongetwijfeld langzaam aan minder zichtbaar zal worden, heeft ze dus ook deze ring samen met een bijbehorend dagboekje.

Voor een kleine dame van nog geen zes weken is dat al een hele verzameling.  Ze mag er dankbaar en trots om zijn, dankbaar dat het allemaal zo goed mocht verlopen en trots op die kanjers van ouders die er steeds waren en bij zullen blijven.  En ook wij zijn vervuld van trots, dit zijn dingen die je niemand toewenst, maar samen zijn we er voor elkaar geweest.  En altijd zullen we er voor elkaar zijn, door dik en dun, in voor- en tegenspoed tot de laatste dag.

Misschien dat hier lezers zijn die zich afvragen waarom hier dit alles verwoorden, dat antwoord moet ik u helaas schuldig blijven.  Laten we het er op houden dat er niet altijd een reden hoeft te zijn, en dit lijkt mij zo’n geval.