Even er tussen uit

Voor het eerst dit jaar, zijn we met ons tweetjes een weekend weg geweest.  Vrijdagmorgen tegen half elf zijn we vertrokken met als eerste bestemming Garderen.  Daar bevindt zich het Zandsculputurenfestijn met dit jaar als thema, “ Hollandse Meesters ”.  Afgelopen jaar zijn we daar voor het eerst wezen kijken, twee keer zelfs.  Nou moet ik eerlijk bekennen dat het de eerste keer meer indruk op ons heeft gemaakt dan de tweede.  Ongetwijfeld is dit te herleiden tot het feit dat je de eerste keer onbevangen bent en daardoor soms aangenaam verrast, zodra je voor de tweede maal ergens kennis van neemt weet je al wat er te zien is en ga je er toch anders naar kijken.

Dat is met de meeste dingen zo.  Ook in gevallen dat er iets minder prettigs staat te gebeuren of te beleven, dat wil ik nu even buiten beschouwing laten.  Het is best wel bijzonder knap te noemen wat de diverse kunstenaars, zo zijn ze het best te omschrijven, wat ze met een hoopje zand kunnen vormen.  Het komt dichterbij beeldhouwen dan een zandkasteeltje bouwen, dat kan helder gesteld worden.  Er waren wel vrij weinig bezoekers dit kan gerelateerd worden aan het feit, dat de temperatuur de zevenendertig graden aantikte.  Een gedeelte van de tentoonstelling bevindt zich gelukkiger wijze binnen, daar was het wel uit te houden, maar buiten was het een kwestie van in beweging blijven en uit de zon.

Dus in de warmte van de zon doorlopen, en daar waar de schaduw zich bevond vooral even kalm aan doen.  Helaas, zoals het vaak in die gevallen gebeurt, kom je dan net de andere twee bezoekers tegen en aangezien de meesten lekker in het overdekte restaurant bleven zitten, beginnen die je dan een heel verhaal op te hangen.  Uit beleefdheid ben ik daar dus, in de brandende zon, met ze blijven praten.  Eigenlijk was het meer, blijven luisteren.  De dame, uitermate vriendelijk maar toch enorm vervuld van zichzelf, heeft mij, in de kleine acht minuutjes dat de conversatie duurde, drie keer verteld dat zij een weekend uit waren in een Preston Palace Hotel in de luxe kamer.  De man die zich in haar directe omgeving ophield deed er nog een extra duit in het zakje door erbij te vermelden dat het toch wderkelijk om de luxe kamer ging.  Ook de grootte van het scherm van hun, waarschijnlijk luxe, Tomtom is mij daar meerdere keren geduid door met de handen een bepaalde grootte aan te geven.

Een grootte waar ik in vroeger tijden alleen maar van kon dromen, in de vorm van de beeldbuis op een kleine zwartwit tv met sprietantenne.  Op een nette wijze heb ik mij kunnen distantiëren van dit gezellig keuvelende paar, tot ik wat verderop ze weer achter mij hoorde praten.  Het bleek dat de mannelijke helft van het duo mij iets wilde verhelderen bij één van de sculpturen.  Dat was onder een afdakje waar zich ook een uitnodigend bankje bevond, en aangezien mijn bovenbeen weer wat steken begon te produceren vonden wij het een prima moment om daar even te blijven zitten.  Op deze simpele maar doeltreffende wijze, konden wij zo ook wat afstand creëren tot het gezellig en ongevraagd doorkeuvelende stel.

Iets eerder dan in onze planning lag, vooral vanwege de hitte, zijn we toen vertrokken en, na het nuttige van een ijsje met vruchten en slagroom voor de verkoeling, ons richting het hotel in Raalte begeven.  Nee, het was geen luxe kamer en nee onze Tomtom is van een zodanig formaat dat het in een broekzak zou kunnen passen.  Toch zijn we daar zonder problemen aangekomen.  Bijzonder vriendelijk mensen daar de kamer was in onze ogen ietwat gedateerd en aangezien de zon de hele dag op de ramen had geschenen was het er, ondanks de gesloten gordijnen, tegen de dertig graden.  Er stond wel een ventilator die zijn uiterste best deed nog enige verkoeling te produceren, we zijn toch maar ergens buiten op een terrasje gaan zitten.

Het hele weekend is het warm gebleven, alleen zaterdag aan het eind van de middag viel er een verkoelend buitje.  Nadat deze de laatste sputters had laten neerdalen waren de straten vrij snel weer droog, ach het had erger gekund.  Misschien schrijf ik er nog eens wat over hoe het die paar dagen verder is gegaan, voor nu ben ik me geestelijk en lichamelijk, voor zover dat mogelijk is, wat aan het voorbereiden op mijn nieuwe uitdaging.

Als vrijwilliger mijn diensten vervullen om anderen te helpen in de vorm van begeleider.  Ben best wel benieuwd hoe dat zal gaan, het is nieuw voor mij.  Wie weet is dit wel mijn toekomst.  In elk geval is het een mooie manier om hier kennis van te nemen, en ervaring op te doen die later gebruikt kan worden.  Het omgaan met de vermoeidheid, na weer iets te veel inspanning, blijft voor mij lastig.  Zoals al vaker gezegd, het heeft tijd nodig.  En stapje voor stapje kom je altijd wel ergens.

En soms ontmoet je dan weer aardige mensen, die hun verhaal kwijt willen.  Kom maar op vertel het maar, ik heb een luisterend oor.  Behalve dan als het te warm is en ik er even uit wil zijn om tot rust te komen, verder mag het altijd.

Advertenties

Vallen opstaan en altijd weer doorgaan

Als het zo warm is als nu, lijkt het net of de natuur haar adem inhoudt.  Gras is gestopt met groeien, bladeren aan de bomen proberen zich krampachtig daar vast te houden maar beginnen al hun groene kleur te verliezen en alles wat nog een beetje zou kunnen bloeien begint ook de moed op te geven en laat de jonge knoppen onwelgevallig hangen.  Volgens de meneer op de NDR-eins, de Duitse zender waar ik de radio in mijn werkplaats altijd op heb staan, zou daar op plekken de te bereiken buitentemperatuur gelijk staan met de lichaamstemperatuur.  Dat zijn waarden die ik mij niet kan herinneren ooit beleefd te hebben, zevenendertig graden.  De mussen hoeven niet meer het dak op om dood te vallen, dat wil nu ook prima aan de grond al kun je dat dan geen vallen noemen.

Nina, onze kleine prinses, heeft gelukkig niet heel veel last van de warmte.  Lekker binnen blijven, de ramen en zonwering gesloten en de ventilator die overuren maakt.  ‘s Morgens en ‘s avonds alles open zetten, zodat de ruimtes nog enigszins van lucht ververst kunnen worden.  Het gaat supergoed met haar, maandag het eerste onderzoek na de operatie gehad in ziekenhuis en daar waren ze zeer tevreden.  Mij valt zo af en toe de eer ten dele op haar te mogen passen, ik doe dit met volledige inzet daar ben je per slot van rekening opa voor.  We zijn allemaal zo trots op deze sterke dame, dat is eigenlijk niet goed te beschrijven.  Natuurlijk mede gezien de omstandigheden die we de afgelopen weken hebben moeten doorstaan.  Misschien is mogen doorstaan een beter woord, we hebben daar de kracht voor gekregen.

Inmiddels heb ik al meerdere gesprekken, zowel telefonisch als in ontmoetingen, met een aantal mensen gehad die in verband gebracht kunnen worden met datgene wat ik straks hoop te gaan doen.  Het begeleiden van een aantal bezoekers, zoals dat zo mooi wordt omschreven, die een aantal dagdelen per week samen zijn.  Misschien een beetje omslachtige omschrijving voor het meedraaien als vrijwilliger bij een organisatie die deze vorm van hulp aanbiedt.  Het zal de eerste stap worden naar een nieuwe vorm van hoe ik mijn leven weer wat kleur probeer te geven.  Waar het straks, ik weet echt niet hoe lang, naar zal leiden, dat is nog volledig in nevel gehuld.  Zoals mij al meerdere keren is medegedeeld, “ De toekomst zal het leren “.  Of beter, ik zal het in de mij resterende tijd gaan beleven.

Inmiddels begin ik steeds meer te begrijpen hoe ik naar mijzelf moet luisteren, dat is in het begin best wel lastig geweest.  Steeds weer ging ik net even te ver door, en dan alleen maar omdat ik dat zelf wou.  Dat is dan ook, en dat zal het ook wel blijven, mijn valkuil.  Ik heb genoeg ervaring met mij zelf om te weten dat als ik ergens voor ga, dat ik dat dan ook doe.  Daar ligt nog een hele uitdaging, op tijd rust nemen en vooral niet door blijven gaan als de signalen aangeven dat het genoeg is.  Dat is dan een dubbel gevoel, daarbij in ogenschouw genomen dat ook mijn gevoel zich nog we eens in die strijd wil mengen, kan ik alleen maar bevestigen dat het nog niet een gelopen race is.

Zo af en toe denk ik, ach ik stel mij aan, er is helemaal niets meer mis met mij.  Tot ik dan weer iets teveel heb doorgezet, en de volgende dag mij beweeg als een al op hoge leeftijd gevorderde bejaarde.  Nee het valt niet altijd mee, en toch voel ik mij gelukkig haast tevreden zelfs.  Hoevelen zullen er niet zijn die alleen maar kunnen kijken wat er allemaal mis zou kunnen gaan.  Ik zou ze niet de spreekwoordelijke kost willen geven, dat kan ik nooit opbrengen.

Eens zag ik op tv iets over mensen die wat getrest waren, als voorbeeld liet de gespreksleider een kopje van de tafel afrollen, wat na de vrije val de grond bereikte en daarna in stukken viel.  Vaak wordt er dan in een reactie razendsnel gegrepen naar het overleden stukje aardewerk.  De man die deze handeling teweeg had gebracht, als onderdeel van de les, maakte duidelijk dat het geen enkele zin had daar overbodige drukte om te maken.  Het kwaad was immers al geschied.  “ No used crying over spoiled milk “, een niets aan de verbeelding overlatende uitspraak.  Wij hebben inmiddels al genoeg meegemaakt zodat het niet echt veel zin heeft ons op te winden over dingen die misschien nooit gebeuren.

We hebben al genoeg beleefd om ons nog te laten leiden door scherven die er nog niet zijn, misschien nooit zullen komen en als ze dan toch al gebroken zijn maakt het ook weinig uit daar veel energie in te steken.  En laten we wel zijn, de stukken zijn nog heel.  Halverwege betekent dat er al een weg is afgelegd, maar dat er naar verwachting nog net zo’n stuk mag worden afgelegd.  En alles wat we onderweg meemaken is een lering voor de rest, zo worden we door het leven gevormd, soms zelfs hervormd.

Een ieder mag het verder voor zichzelf invullen, zelfs de grote lijnen staan nog niet geschetst laat staan het inkleuren.  En als het straks twee dagen geregend heeft wordt er toch weer geroepen, “ Was het maar weer een beetje zonnig “.  Niets menselijks is ons vreemd, daar zullen we het maar bij laten.

Nog even bijpraten en tot rust gekomen

Ja, het leven heeft werkelijk veel overeenkomsten met een achtbaan.  Dan beperk ik mij hier tot een achtbaan, waarin we nog niet eerder hebben gezeten.  Al wordt er soms iets beweerd, van al eerder gezien al eerder beleefd.  Het fenomeen deja-vu, maar die uitzondering daargelaten blijven onze dagelijkse begegnungen een verrassing.  Dan weer een aangename en andere keren een wat minder aangename ervaring, op en neer, toppen en dalen, tanden op elkaar en vervolgens happen naar adem.

Het is vandaag precies een half jaar geleden dat ik geopereerd ben, op de datum af.  Morgen op de dag af, vrijdag de twaalfde januari.  Toen was ik er behoorlijk van overtuigd, dat ik na een week of drie vier weer behoorlijk hersteld zou zijn.  In mijn hoofd was ik al weer een beetje aan het bedenken, hoe ik het misschien zou kunnen gaan aanpakken.  Drie onzekerheden misschien, zou en kunnen.  Zo is het dus niet gegaan, en eigenlijk begin ik me daar steeds meer bij neer te leggen.  Iedereen wordt immers ouder, iedereen kan bij het verstrijken der jaren tegen kleine of grotere gebreken aanlopen.  In mijn geval was het dan minder leeftijd gerelateerd, of het moet al zo zijn dat ik wat roofbouw heb gepleegd en vaak teveel in te weinig tijd willen doen en dat ook nog zonder fouten te maken.  Vooral dat laatste heb ik al mijn hele leven problemen mee gehad.

Vroeger had ik een goede kennis, hij bekleedde in het bedrijfsleven de functie van directeur en was vaak in het buitenland geweest, hij heeft mij een aantal wijze lessen geleerd.  Soms gaat dat toch zo in een leven, je hoort iemand eens wat vertellen of die iemand probeert jou iets mee te geven waar je wat mee kunt.  En in enkele gevallen doet de horende iets met deze goedbedoelde wijze lessen.  “ Als je iets doet dan kan dat op twee manieren ”, vertrouwde hij mij eens toe.  “ Of je doet het goed, of niet “,  en dan werd er met niet verwezen naar het niet doen.  Dus niet naar, niet goed doen maar heel eenvoudig het laten en niet het in het geheel achterwege laten.

Zelf heb ik meerdere keren mogen meemaken dat er een stageloper of iemand die nog maar kort samen met mij aan het werk was, dat er iets niet op de juiste wijze werd gedaan.  Mijn vaste vraag was dan altijd, waarom het fout ging.  Als er dan een vorm van uitleg kwam waarin werd medegedeeld wat de bedoeling was achter het handelen, dan had ik daar altijd begrip voor.  Als er daarentegen door, meestal een niet betrokken knaapje, willekeurig met de schouders werd getrokken met één hand werd gewezen naar een ander daar aanwezig zijnde medewerker met de woorden, “ Ja, hij zei dat het zo ook wel kon “.  Of nog erger, “ Zo heb ik dat altijd al gedaan “ , waarbij het dan niet meteen duidelijk was of het die andere keren dan wel tot een resultaat naar tevredenheid had geleid.  In deze gevallen was ik dan ook iets korter en scherper in mijn reactie, soms zelfs wel ietsjes te.

Wat is goed en wat is fout ?  Waar ik veel waarde aan hecht, is dat er wordt nagedacht voor er tot handelen word overgegaan.  Dit is iets wat voor velen al moeilijk genoeg is, zelfs voor een hoge pief die in een hele verzameling van verschillende staten de juiste beslissingen moet nemen.  Met de nadruk op juiste, en voor een ieder begrijpelijk in de juiste spelling.  Liefst op papier, dat geeft de grote leider de nodige tijd om er nog even extra aandacht aan te besteden.  Niet dat ik hier de betuttelaar wil uithangen.  Als er in het algemeen meer dan tien tellen zit tussen het beëindigen van een vraag en het daarop volgend gegeven antwoord, dan zouden er minder misverstanden ontstaan.

Met Nina, onze prachtige kleindochter, gaat het super goed.  Er is nog wel de soms de ongegronde angst als ze huilt, maar dat zal iets zijn wat door vertrouwen overwonnen moet worden.  Echt ze doet het heel goed, het lijkt er zelfs wel op dat ze bezig is een inhaalslag te maken.  Tijdens haar verblijf op de IC heeft ze minder voeding gehad, alleen het nodige en dan praten we toch over een ruime week.  Ook is het nu goed te merken, nu de storm tot bedaren is gekomen, hoeveel impact alles op ieder van ons heeft gemaakt.  Niets is dan meer van belang, alleen maar het welzijn van deze liefdevolle heerlijke dame.  Nu doen we ons best om ook de andere geneugten des levens weer eigen te maken.

Vanmiddag een gesprekje gehad en het even rondkijken bij een mogelijke plek waar ik wat vrijwilligerswerk mag gaan doen.  Jazeker, al een tijdje wil ik graag weer iets betekenen voor anderen.  Een paar uurtjes in de week om te beginnen, verder zullen we het wel zien.  Mijn toekomst ligt niet meer zo vast als ik jaren gedacht had, wat er in de komende tijd mag plaatsvinden blijft een verrassing.  De achtbaan, waar ik dit stukje mee begon en wat ik al vaker als illustratie had aangevoerd, zit weer in de steigende lijn.

Tenslotte hier de declaratie, de mededeling, dat het inmiddels na alle, soms nergens op slaande, stukjes die uit mijn toetsenbord rolden, de honderdste is bereikt.  Een kleine felicitatie en bedankje is dan vast wel op zijn plaats.  Iedereen die in meer of mindere mate heeft meegelezen, van harte met deze mijlpaal en uiteraard van harte bedankt voor het meelezen.  Misschien tot later.  Het ga u goed.

Op en neer, het leven blijft mooi

En weer een voetbalwedstrijd, nog steeds voor de wereldkampioenschappen.  En weer een weekje verder, een misschien wel vrij rustige week.  En toch een heerlijke week, een niet op gerekende onverdiende prachtige week.  Ik hoor wel eens verkondigen dat het leven hard is, uit persoonlijke ervaring kan ik dat zondermeer bevestigen.  En toch hou ik van dit leven, ik zou met niemand willen ruilen het is mijn leven.  Soms lijkt het leven in herhalingen te vervallen, en heel soms is dat ook meer dan dat het er op lijkt.  Zijn het herhalingen, of zijn het gewoon tweede kansen ?  Gebeurt het werkelijk zo dat we voor een nieuwe ronde mogen gaan, dat het ons niet wordt aangerekend dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen.

Er wordt soms gezegd dat vrede betekent de afwezigheid van oorlog, dat zou betekenen dat rust de afwezigheid van onrust inhoudt.  We hebben woelige tijden mogen meemaken en toch waren het onze tijden.  Nooit zullen we weten, niemand kan dat trouwens, hoe het leven zou gaan als er iets anders was voorgevallen.  Dit is waar we het mee mogen en moeten doen.  Hoe zwaar het soms ook voelde toen we ons er midden in bevonden, toch voelde het zo eigen.  Het is niet zozeer ons leven, het is een deel er van.  Zonder de tegenslagen en zware perioden zou het om een heel ander leven gaan.  Hoe vreemd of hard dat ook klinkt, het is van ons.

Er zullen vast hele volksstammen zijn, die fluitend door het leven gaan die nog nooit een tegenslag hebben hoeven te incasseren.  Waarbij alles keurig op rolletjes gaat, als van een ingevette glijbaan terwijl je je fijn op een gepolijste surfplank omlaag begeeft van een niet te steile schans neerkomend op een ingebeeld luchtkussen of een helder blauw meertje.  Uitziend naar de landing, maar niets belevend aan de reis.  Veel te snel spoeden zij zich door het leven, niet genietend van dat ene vogeltje dat daar haar melodieus gezang aan ons cadeau doet.  Niet in staat zijnd om het kleurenpalet van de ons omringende bloemenpracht op waarde te schatten.

Niet, zoals er in het door Jan van Veen heel lang geleden op melodie gezette gedicht “ Meer “, zo prachtig vertolkt wordt, als een klein jongetje dat door met zijn kleine laarsjes in een plas water stappend alle kleuren van de regenboog tevoorschijn tovert.  ( dat deze kleuren ontstaan omdat er vroeger niet zo nauw werd gekeken als iemand zijn olie van de auto ververste en deze gewoon liet weglopen boven een rioolput, zullen we maar niet in dit vredige tavereeltje meenemen ) en dat de meesten het niet eens opvalt, die regenboogtinten.  Als je nooit onderuit gaat of met minder prettige voorvallen kennis hebt gemaakt, dan weet je ook niet hoe het voelt om na het opstaan weer gelukkig te zijn.

Onze levensreis gaat over bergen en door dalen, toch weer een beetje het achtbaangevoel waar ik al eerder naar verwees.  Wat is er nu leuk aan een achtbaan die alleen maar omhoog gaat, dat zou toch geen enkele spanning teweeg brengen ?  Juist het weten van de komende afdaling maakt de beleving kompleet.  Dat wanneer je alle moed bij elkaar hebt verzameld om dan toch in bijvoorbeeld de Python te stappen, is dit enkel het gevolg van de te nemen in het vooruitzicht bevindende afdalingen.  Het instappen levert weinig tot geen verhoogde hartslag op, of het moet al zo zijn dat er net voor je in de rij een vader en moeder met twee opgroeiende pubers ( die in een uitzending van de rijdende rechter met grote zekerheid hoge kijkcijfers zou scoren ) en die daar dan een soort van onenigheid ontwikkelen met een ander jong gezin over het feit dat er een zwak vermoeden bestond dat één van beiden in de rij had voorgedrongen.  Hoe ik hier bij kom ?  De toenmalige vriend van mijn jongste had één van die moeders even iets te lang aangekeken en geglimlacht, dit werd door mama één niet echt gewaardeerd, tot vreugde voor mama twee.

Kortweg zou dit kunnen leiden tot een wat verhoogde spanning, maar in alle andere situaties is het wachten in een rij een saaie bedoening.  Ook het omhoog gaan is nog te doen, maar als we dan even in de toekomst kijken recht voor ons uit lijkt de baan te eindigen.  De afdaling ontwaart men pas zodra dat hoogste punt bereikt is, waarop meteen die daling wordt genomen daarna een enorme bocht een steiging en wederom een onverwachte reis in de diepte.  Die opeenvolging van bochten en hoogteverschillen, in combinatie met het gegil van de medereizigers, maken het tot een geheel.  Van één ding zijn we dan wel overtuigd, dat we allemaal veilig de finish halen.  En in practisch alle gevallen is dit ook een feit, wat het interessant maakt is dus de reis.  Ik vertrouw op een goede aankomst, al vaker heb ik dat verteld, maar hoe het levenspad zich verhoudt, daar weet ik weinig van.

Gisteren een tijdje alleen geweest met Nina, opeens begon ze weer onbedaarlijk te huilen.  Ja, dan slaat toch weer de schrik om je hart.  Wij weten dat ze lichamelijk herstelt is, dat het gevaar niet meer bestaat, het is goed zo.  Het huilen duurde een minuut of vijf, rondjes lopen met haar op mijn arm en ze werd weer rustig.

Het vertrouwen moet weer groeien, en dat heeft gewoon zijn tijd nodig.  Maar voor altijd zo trots op deze kleine engel, dit grootse wonder.  Dit kleine hoopje liefde, alle opa’s zullen dit met me eens zijn, natuurlijk ook alle oma’s en papa’s en mama’s en nichtjes.  Het leven is mooi.

Klavertje vier of toch iets anders

En zo mogen we dus weer een bladzijde omslaan, een hoofdstuk afsluiten wetende dat er weer een nieuw geschreven gaat worden.  In eerste instantie werd er door de kinderarts gisteren nog gezegd, dat vanwege iets wat leek op een nog nasudderende luchtwegontsteking, Nina voor één of meer nachtjes nog in het nieuwe ziekenhuis nabij Winschoten zou worden overgebracht.  Dit alles puur uit voorzorg, de moeder wilde niets liever dan haar kleine prinsesje mee naar huis nemen.  Maar er absoluut van overtuigd dat de arts wist waar hij het over had, en omdat er zondag nog sprake was van enige verhoging, hadden de ouders in deze beslissing ingestemd.

Vanmorgen bleek dat er in het nieuwe ziekenhuis toch niet zoveel plaats vrij was en, wederom door dezelfde geneeskundige verwoord, aangezien de afgelopen zesendertig uur er geen te hoge temperatuur was gemeten mocht ze vandaag dus wel mee naar huis.  Toen ik daarover gebeld werd heb ik dus de al reeds klaarliggende paal met tekstborden inclusief grondboor achterin de auto geschoven, en heb mij heenwaarts gesneld naar het altijd pittoreske stadje Winschoten.  Daar, net voordat het drietal van Groningen aankwam, de tuin versierd met vlaggetjes en het hierboven vermelde kunstwerk.  Hier op staat in sierlijke plakletters, “ Welkom thuis, dappere Nina “.  Samen ziet het er uit als een feestelijk geheel, zowel Wenri als Elwin waren er zeer mee ingenomen.

Aan de overzijde van de straat stond ook een gekleurd bord in de tuin.  Afgaande op de korte belettering die er te lezen valt ( 50 ) konden wij daar met grote zekerheid uit concluderen dat daar een bewoner de aangegeven leeftijd heeft behaald.  Twee opgeluisterde tuinen zo vlak bij elkaar geven de hele straat toch een opbeurend karakter, lijkt mij zo.  Waar wij ons dan wel weer hoofdbrekens over maakten, was de vorm van het voorwerp waarop de eerder genoemde cijfers te lezen waren.  Mijn dochter had mij daar al even attent op gemaakt, en ook Elwin kon het niet nalaten mij nogmaals te vragen of ik ook iets herkende in de vorm.

Als iemand mij zo specifiek naar iets vraagt heb ik altijd de terughoudendheid en de angst iets over het hoofd te zien.  Dit keer was dat absoluut niet het geval, zij hadden ook geen flauw idee wat er werd uitgebeeld met dat model.  Hij dacht dat er misschien de grenzen van een provincie mee vergeleken kon worden, mijn voorkeur ging dan naar de provincie Utrecht, een eigenaardig trekje dat ik van vroeger heb overgehouden.  Maar zelf dacht ik dat het om de nabootsing ging van een klavertje vier, geen correcte immitatie maar dat buiten beschouwing latend kon het er voor doorgaan.

Nog tot twee keer toe heb ik er bij mijn schoonzoon op aangedrongen, het er eventjes te gaan vragen.  Nee, dat was nou ook weer niet nodig, we hadden immers genoeg omhanden met Nina die er de voorkeur aangaf vooral duidelijk te maken dat zij toch de afgelopen weken een beetje tekort aan geborgenheid heeft gehad.  Dat had natuurlijk vanzelfsprekende redenen, en vanaf het moment dat ze wel weer met liefde gekoesterd en getroost mocht worden heeft, zelf al op de IC, haar moeder zich als een warme handschoen om de kleine prinses genesteld.  Nu mag ze weer in de armen genomen worden, ook mij is die eer te deel gevallen.

Zelfs een flesje geven werd mij vergund, en ik kan hier geen woorden bedenken die dat gevoel zelfs maar bij benadering kunnen beschrijven.  Voor de zware operatie als ze haar flesje half had leegedronken, kon je gewoon zien dat het haar moeite koste.  Nu valt ze gewoon kalm in slaap, even op de andere arm en ze drinkt zo weer door tot er nog een bodempje in het flesje overblijft.  De bodem blijft vanzelfsprekend over maar ik heb het hier begrijpelijkerwijze over een bodempje voeding onder in het flesje.  ( dit uiteraard weer als het flesje met de speen naar boven wijst )

U, als mijn trouwe lezer weet dat ik als de dood ben om verkeerde beweringen de wereld in te helpen.  ( vandaar de korte toelichting tussen haakjes, voor zij die het wel hadden begrepen kan de tussen haakjes staande woorden als niet geschreven worden beschouwd )   Mijn welgemeende excuus als ik een beetje aan het bazelen sla, geloof mij wij zijn hele gelukkige en gezegende mensen.  Het zal echt even wennen zijn, de beelden van woensdag, veertien dagen geleden, staan op mijn netvlies gebrand.  En daarom ben ik ook zo trots als ik zie hoe deze jonge ouders omgaan met deze dappere jonge deerne.  Dat ik daar de vader, schoonvader en opa van mag zijn, dat maakt mij nederig.

Ik weet dat ik zelf nog steeds een lange weg te gaan heb.  Maar ik weet ook, dat ik die weg niet alleen hoef af te leggen.  Mijn gezin en familie staat er om heen en Hij zal ons ook nooit alleen laten.  Ook al voelt het soms dat de hele wereld instort, wij worden gedragen en dat juist op de momenten dat het voor ons te zwaar is.

Nog steeds weet ik niet wat ik moet denken van die achtergrondvorm van die vijftig, het is misschien gewoon een reststukje multiplex van één of andere hobbyiest.  Ja, laten we het daar maar op houden.  Gewoon voor de vorm, en het daarbij laten.

Misschien nog een dagje

Hoe vaak wij de afgelopen dagen een ritje hebben gemaakt naar Groningen, ik weet het echt niet in elk geval minder dan de papa en mama van Nina.  Elke dag, soms wel vaker op één dag, zijn zij met de Twingo of de Micra die kant op getoerd.  Vanmiddag op de terugweg kwam het mij al voor dat de afstand steeds korter aanvoelt, maar dat zal ongetwijfeld alleen in mijn hoofd zo zijn.  Er wordt regelmatig wat aan de weg gewerkt, maar dat al deze aanpassingen de afstand tot het UMCG verkorten dat is iets waar ik van weet dat het niet zo is.

De wandeling door het ziekenhuis zelf, naar de afdeling waar onze kleindochter ligt, is wel iets korter geworden.  Niet zozeer in het aantal te zetten stappen alswel in de af te leggen hoogte.  Van de derde naar de tweede verdieping, van de kinder IC naar de kinderafdeling.  Ook is het daar een stuk rustiger, ze ligt daar nu zelfs helemaal alleen.  Morgen zullen er nog wat onderzoeken gedaan worden, zodat ze weten hoe haar hartje het doet na de ingrijpende operatie.  Verder zal dan blijken of ze misschien wel naar huis mag, waar Elwin en Wendela als goede ouders natuurlijk enorm naar uitzien.  Ze weten wel dat het verblijf in het hospitaal niet eerder zal beëindigen dan wanneer de artsen er groen licht voor geven.  Bijna twee weken heeft het al met al dan geduurd.

Twaalf dagen en dertien nachten, voor een vakantie vaak net te kort voor een verblijf op een verpleegafdeling in het ziekenhuis een lange tijd.  De beide afgelopen keren dat ik er zelf heb gelegen, mocht ik in principe dezelfde dag, of in het nodige geval, de volgende weer huiswaarts keren.  In het eerste geval niet een geplande overnachting, alleen ‘s nachts weer met ambulance opgehaald vanwege hevige pijn.  Toen mocht ik wel een nachtje langer daar vertoeven, in het budget van een liesbreuk operatie was geen ruimte voor een overnachting.  Weer ophalen met een ziekenauto en dan wel een nacht blijven, kwam uit een ander potje.

Ja, ik heb mij daar de volgende dag bijzonder over opgewonden.  Vooral toen door de behandelend arts werd medegedeeld, dat als ik nog een tweede nacht wilde blijven, dat geen enkel probleem zou zijn.  Ik heb nog iets gezegd van, “ Dat hadden jullie beter gisteren kunnen zeggen “.  U begrijpt vast dat ik onwetend was van het bestaan van de verschillende daartoe rijkende potjes.  Nu, hier bij Nina is van dit alles geen enkele sprake.  Niet eerder dan verantwoord.  Ik denk dat het straks weer even wennen zal zijn, vier weken voor een jonge dochter gezorgd en dan ineens het los moeten laten.  Alles wat er gebeurd is zal een plekje moeten krijgen, bij ons allemaal die er zo direkt bij betrokken waren.

Als ik mijn dochter daar in het ziekenhuis zie zitten met haar kleine dochtertje op de arm, dan moet ik soms even slikken.  Het is goed zo, het is allemaal goed zo ook als ik Elwin daar bij zie zitten dan voel ik ergens de pijn die ons te lang heeft begeleid.  Van het ziekenhuis hebben ze een bedelring gekregen, nee niet om bij de ingang van het Universitair Medisch Centrum Groningen elke passerende voorbijganger aan te klampen om mee te willen dragen in de onkosten die dit alles met zich meebrengt.  Daar zijn gelukkig ziektekostenverzekeringen voor, en laten we daar in dit land dankbaar voor zijn.

Dat wat zij gekregen hebben, eigenlijk is het dus voor Nina, is een ring van een kleine acht centimeter rond, waaraan de diverse bedels worden gehangen.  Voor elk gebeuren een bedel, een metalen plaatje in de diverse vormen en kleuren.  Zo is de eerste eentje voor reanimeren, dat alleen al vind ik toch behoorlijk heftig.  Ja, dat is inderdaad hoe het begon.  Wat ik dan wel weer jammer vind is dat er geen eentje was voor een ritje in de ambulance.  Wel voor de IC tijd, de diverse infuses, de beademing, de katheters en het meerdere keren prikken.  Daar kreeg ze er zelfs drie van, ergens vind ik dit een mooie geste toch komt het wel over als iets dat betoont dat alles wat er gebeurd is, er echt iets toe doet.  Naast de vele foto’s en de verhalen die ze later zal horen en zien, naast het grote litteken wat ongetwijfeld langzaam aan minder zichtbaar zal worden, heeft ze dus ook deze ring samen met een bijbehorend dagboekje.

Voor een kleine dame van nog geen zes weken is dat al een hele verzameling.  Ze mag er dankbaar en trots om zijn, dankbaar dat het allemaal zo goed mocht verlopen en trots op die kanjers van ouders die er steeds waren en bij zullen blijven.  En ook wij zijn vervuld van trots, dit zijn dingen die je niemand toewenst, maar samen zijn we er voor elkaar geweest.  En altijd zullen we er voor elkaar zijn, door dik en dun, in voor- en tegenspoed tot de laatste dag.

Misschien dat hier lezers zijn die zich afvragen waarom hier dit alles verwoorden, dat antwoord moet ik u helaas schuldig blijven.  Laten we het er op houden dat er niet altijd een reden hoeft te zijn, en dit lijkt mij zo’n geval.

Een week, een dag, een eeuw

En zo is het weer een dag later, en zo zijn we weer een eeuw verder.  Tegenstrijdig ?  Ja, absoluut.  Wat is een eeuw, een vrij lange periode.  En deze periode wordt dan aangeduid met het jaartal waarin het zich manifesteerd.  Van nul tot duizend jaar heet dan dus de eerste eeuw, eigenlijk best wel logisch.  Maar wat weten wij op het moment van die eeuw terwijl hij zich aan ons voltrekt, er gemakshalve even van uitgaand dat een eeuw onder de mannelijke categorie valt.

Vaak spreken wij onze mening uit over zaken die al hebben plaatsgevonden, vóór het eigenlijke gebeuren blijven wij hangen in een verwachting.  En zeg nou zelf, verwachtingen komen zelden uit.  De geschiedenis daarentegen liegt zelden, zij het dan dat die soms een ietsjes rooskleuriger wordt weergegeven.  Wij hebben inmiddele al een paar ervaringen op ons conto mogen bijschrijven die wij niet, en nu druk ik het zacht uit, hadden verwacht.

Vroeger toen ik nog een klein knaapje was, verheugde ik mij eind november op menige morgen op een rijk gevulde schoen.  In principe hoefde het niet eens om een rijk gevuld exemplaar te gaan, een beetje gevuld zou mijn verwachtingen al ver te boven gaan.  Soms ging ik, nadat ik heel vroeg al even had gecheckt of de goedheiligman, waar ik dus stellig in geloofde, mijn schoeisel had bezocht.  Dit viel voor mij te herleiden in het feit dat er zich enige pepernoten of iets in de vorm van marsepijn zich daar in bevond of direkt in de buurt, per slot van rekening hadden we hier te stellen met een toch wel wat bejaarde man, en mikken zou niet meer zijn sterkste punt kunnen zijn.  Nee, dat zou ik hem zeker niet euvel duiden, niet kwalijk nemen.  Helaas, als ik dan ten tweede male een gang gemaakt had om de inhoud op waarde te schatten, dan bleef het bij een hoopje ontastbare lucht.

Zo leven wij veelal in verwachtingen, altijd proberen wij ons een beeld te vormen van de toekomstige tijd.  Zodra er ingrijpende voorvallen in ons leven plaats vinden, is dat niet anders.  Inmiddels mag ik teruggrijpen op enige ervaring, jawel ook ervaringen die mij liever vreemd waren gebleven ook dat was een te simpel ingeschatte verwachting.  Zoals het er nu voorstaat, is er een geruststellende verwachting dat het helemaal goed gaat komen.

Nina ligt nog steeds op de IC, en zal daar ook naar alle waarschijnlijkheid nog één of twee dagen moeten blijven.  Zonder teveel op de technische zaken in te gaan, mag ik hier uit de doeken doen dat de hele vernauwing verwijderd is en de slagader derhalve een iets krappere bocht naar het onderlichaam maakt.  Dit zal ook regelmatig gecontroleerd moeten worden, maar in principe is het tijdens de operatie geheel volgens de verwachting verlopen.  De deskundigen hebben tijdens de gehele ingreep overlegd gepleegd, en in de overleggingen die beslissingen genomen die tot het uiteindelijke resultaat hebben geleid.  Langzaam aan zullen de diverse aanluitingen losgekoppeld gaan worden, te beginnen met de beademing.

Hoe dat allemaal in zijn werk gaat is mij niet geheel duidelijk, maar of dat nou nodig is om te weten ?  Vast niet, zolang ze het daar maar weten en daar zijn wij wel van overtuigd.  Daarna zal ze misschien nog een poosje moeten verblijven op de kinderafdeling, maar ook dat zal beslist niet langer gedaan worden dan nodig is.  Mama wil haar graag voor het weekend weer in huis hebben, maar ze weet ook dat wat nodig is nodig is.

Voor beide, papa en mama, is het een hectische tijd waarin ze welhaast geleefd worden door de omstandigheden.  Toch doen ze het in mijn ogen echt goed, ik druk dit heel behouden uit, maar geloof mij ik ben zo ontzettend trots op deze twee jonge mensen dat kan ik niet beschrijven zonder in de gebruikelijke gemeenplaatsen te vervallen en dat zij verre van mij.  Het is goed dat niemand weet wat zij doormaken, het is niet mogelijk voor welk weldenkend mens dan ook om zich daar een zuiver beeld van te vormen.  Gelukkig maar, zullen we maar zeggen.  Zonder de Kracht en de veerkracht die er op dat moment onontbeerlijk voor nodig zijn, is dit niet te bevatten.  Nog wordt het geduld op de proef gesteld, nog is er net het moment aangebroken waarop we het kunnen benoemen als in de afgelopen eeuw.

We zitten er nog steeds middenin en daar valt op dit moment niets aan te veranderen.  Het enige wat voor mij zo belangrijk is, we zitten er samen in.  Wij van iets meer terzijde maar zij beiden, eigenlijk met hun drietjes, als in het oog van de tornado. ogenschijnlijk windstil, maar een dreigende storm voelbaar nabij.   Waarom zoveel woorden besteed aan alles wat zich op dit moment op ons pad bevindt ?  Misschien om een vorm van helderheid te creëren, misschien om al diegenen die er zo door geraakt worden een goed beeld te geven.  Misschien ook om het een beetje van ons af te schrijven, ja ik zeg nu we en ja ik zeg ook dit keer van ons áfschrijven.  Later zullen we weten of het goed is geweest, nu gezien de vele reacties hebben we er een goed gevoel bij.

Wij willen iedereen daarvoor bedanken, Wendela en Elwin voelen zich daar enorm door gesteund.  En ook wij zijn daar echt door geraakt, bedankt allemaal.

Het bericht van ons leven

En zo zijn we dus vijf dagen verder, vijf dagen en zes nachten van knagende onzekerheid.  Namens Wenri en Elwin mag ik iedereen die op wat voor wijze met ons heeft meegeleefd, vanuit de grond van ons hart bedanken.  Oh ja, voor ik het belagrijkste oversla, Nina is geopereerd en alles is boven verwachting goed verlopen.  Waarom boven verwachting, zult u vragen ?

Het is een hele heftige gebeurtenis die wij hebben beleefd, en dan is er niks meer over van de zelfbedachte ingebeelde zekerheid die wij onder normale omstandigheden om ons heen hebben opgetrokken als een ondoordringbare barrière.  Aan de andere kant hebben we steeds er op vertrouwd en in geloofd dat het goed zou komen.  Maar we wisten allemaal dat het ook de enig goede manier was om er samen mee om te gaan.  Ik heb in de afgelopen dagen twee zo ontzettend sterke mensen gezien, dat ik er haast niet in de schaduw durf te gaan staan.

Wat zij hebben ervaren dat zou je nooit maar dan ook nooit iemand toewensen.  Het is op verzoek dat ik hier dus schrijf.  Vrijdag kwamen er nog best verontrustende berichten van het ziekenhuis toen zij daar met z’n tweetjes waren.  Doordat er meer van het jonge hartje van Nina werd gevergd, moest er door medicatie worden bijgestuurd.  Alles wat er sinds woensdagavond is gedaan ging steeds gepaard met de zorgen in ons hoofd over dat kleine prinsesje die daar verbonden en ondersteund lag te vechten in dat grote mensenbed op de IC van het UMCG.

Zondag kregen we foto’s gestuurd van de vader, waarop mama bij Nina op bed lag om haar heen als een beschermende cocon.  Dit zijn beelden die nooit meer van mijn netvlies zullen verdwijnen.  Pijn, krachtig zijn, onzekerheid, vertrouwen en daarbij het steeds onverteerbare afwachten.  Het is net of de tijd zich dan in een vertraagde vorm manifesteerd, tergend langzaam.  Je wilt verder, je wilt weten, je wilt troosten en bovenal de juiste dingen zeggen of doen.  Nogmaals, met grote dankbaarheid schrijf ik hier deze woorden.  Wij voelen ons gedragen en gezegend.

Gisteren zat ik met mijn dochter te praten over hoe we het straks gaan vieren als het allemaal achter de rug was.  Telkens gaat het dan door mijn hoofd, maar stel nou eens dat ?  Zo willen wij niet denken, toch sluipt de twijfel door een achterdeurtje naar binnen.  In onze kamer staat de box, daar heeft ze in gelegen, in de gang daar staat de kinderwagen ( nog van onze eigen dochters ) daar heeft Gea woensdagmiddag nog met haar een rondje mee gelopen.  Op tv was weer een voetbalwedstrijd, daar op die stoel had ik ‘s morgens nog met Nina zitten genieten.  Ik kon er niet meer naar kijken zonder de pijn te voelen, van wat als . . .

Het is niet zo gegaan, het is goed gegaan.  Wij voelen dat als een beschermende Vaderhand.  Vraag me niet waarom dingen gebeuren, ik kan daar echt geen zinnig antwoord op geven.  Ik geloof alleen dat wij geen moment in de steek gelaten zijn.  Dit klinkt tegendraads wetende dat er in andere gevallen bij andere mensen de uitkomst net anders is.  Natuurlijk weten we dat, we kunnen slechts spreken van wat ons is overkomen.  Met al die anderen wil ik meeleven, maar wij voelen ons rijk gezegend.

Ja, we hebben een vervelend jaar achter de rug, en ja er zijn mensen die fluitend door het leven gaan.  Wij zijn tevreden met ons leven, en dan tevreden in de betekenis dat het voor ons voldoende is.  Samen met Nina gaan we op naar de toekomst, en dat die onzeker is dat is voor ons inmiddels wel bekend.  Maar we gaan er samen van genieten, elk moment dat ons als presentje wordt voorgeschoteld.  En als er dan weer eens een kadootje bij zit dat we liever zouden willen ruilen, dan zullen we tegen die tijd wel weer zien hoe we er mee om mogen en kunnen gaan.

Tenslotte wil ik dan nogmaals, en ook namens de ouders de grootouders en de rest van de familie, iedereen echt bedanken voor alle steun die gegeven werd in welke vorm dan ook.  Er zal vast, met name de eerstkomende tijd wat angst zijn.  Ook het terugdenken aan wat er die woensdagmiddag allemaal is gebeurd, en proberen niet te denken wat er allemaal had kunnen gebeuren in de zin van totaal misgaan.  Zo is het dus niet gebeurd, en ook voor de tijd die nog in het verschiet ligt zullen we daar een weg in moeten vinden.  Ook dat zullen we samen doen, wij samen en samen met Hem die het alles voor ons zo goed heeft gemaakt.

Voor de komende tijd is Thelma hun hond even bij ons, ik ga haast denken dat ook zij het voelen kan.  Is dit idioot om te denken ?  Laat ons maar denken wat we willen denken, het leven gaat door.  Kom maar op, wij zitten in het winnende team, en onze kleine sterspeelster is onze allergrootste trots, en vandaag precies een maand oud.  Samen met haar mama en papa, de kanjers.

De schrik van ons leven

Er wordt door velen uitgegaan van het feit dat wat gebeurd is het verleden vormt, en dat wat nog niet gebeurd is noemen we de toekomst.  Tussen deze twee gevormde toestanden waarin zich alles afgespeeld heeft of in de eerste verwezenlijking nog moet plaatsvinden, bevindt de toestand waarin wij het nu beleven.  Wat ik hier net boven heb geschetst is dus nu ik dit noteer, verleden tijd.  Datgene wat onder deze zin verwoord wordt, is dus hier op dit moment nog toekomst.

Een hele beschrijving waar de meeste van mijn lezers, zo niet allen, geheel vertrouwd mee zullen zijn, maar misschien nooit op deze wijze bekeken.  Op dit moment, om het nu naar de realiteit van het hier en nu te halen, op dit moment leven wij in een pijnlijk onzekere tijd.  De afgelopen tijd is er uiteraard al heel wat in ons, ik beperk het hier even tot ons eigen kringetje, dus ons eigen gezinnetje inclusief schoonzoon Elwin voorgevallen.  Eén en ander is terug te lezen in de voorgaande verhalen die ik hier al geplaatst heb daar wil ik hier nu niet verder op terugvallen.

Nina, de jongste spruit aan onze familieboom, is op dit moment, en als goed begrijpelijk de eerste vier weken van haar zijn, onze grootste schat.  Zonder verder in teveel details te vervallen zou ik hier, en ik hoop dat ik mijn boekje niet te buiten ga, even een beperkte toelichting geven.  Het begon eind van de woensmiddag met huilen, daarna is het heel snel gegaan.  Stoppen met ademhalen, blauw worden en niet meer bewegen.  Elwin heeft onmiddellijk beademing toegepast, ongelofelijk de rust en kalmte die hij bewaarde.  112 gebeld, daar heb ik de hele tijd mee gesproken, totdat de ambulance arriveerde.

Tot die tijd steeds de vraag gehoord, iedereen was in de opperste staat en bleef maar in afwachting van de medische hulp vragen, “ Huilt ze nog ? ”  Dit om de eenvoudige en verklaarbare reden, dat zolang ze huilde ze nog leefde.  Dit wens je niemand toe, en uiteraard helemaal niet na wat er afgelopen jaar al met haar zusje was gebeurd.  Zuurstof toegediend door de ambulancebroeders, waarvoor alle lof.  Hoe kalm deze mensen ermee omgaan, dat is voor een buitenstaander niet te bevatten.  De traumahelicopter zou naar, het tien minuten verderop liggende Pekela vliegen met een specialist.  Nadat Nina gestabiliseerd was in de ziekenwagen, zijn ze onder politiebegeleiding naar de plek van de helicopter gereden, met mede nemen van de vader.

Wendela, de moeder, en haar zusje zijn onmiddellijk die kant opgereden, nog even langs huis om wat zaken te pakken.  En even later zijn ook wij, Gea en ik, naar het UMCG gescheurd.  Jawel, ik hield de gang er behoorlijk in maar alles nog net binnen de limiet.  Daar was het vooral een kwestie van er voor elkaar zijn, en lang, heel lang, té lang, véél te lang ( voor ons gevoel ) wachten.  Af en toe kwam de verpleegkundige van de IC even vertellen dat ze druk doende waren met het aansluiten van alle toeters en bellen, het afnemen van bloed en alle andere zo belangrijke zaken die nodig waren.  Daar moet je dan maar op vertrouwen, en stilletjes hopen en bidden dat het allemaal ten goede gaat komen.

Nadat er was verteld dat de toestand van onze grootste schat stabiel was, dat het onder controle was en de anti biotica goed aansloeg zijn de drie vrouwen, de afmatting nabij, naar huis gegaan.  Elwin en ik zijn gebleven.  Tegen elf uur mochten wij naar Nina, ik zal u de beschrijving van die aanblik besparen.  Maar toen ik alle snoertjes, slangetjes en aansluitingen bekeek, moest ik echt even slikken en het gevoel naar de tweede rang schuiven.  Even alleen het verstand haar werk laten doen, het was en is allemaal nodig.

Na nog ruim twintig minuten wachten, wat als een eeuwigheid voelt en waarbij je aandacht op elk piepje en elk knipperend lampje, op de achter de kleine meid bevindende apparatuur met hoop en wanhoop, is gericht.  Vooral de voor je gevoel verontrustende signalen, die volgens de aanwezige, en een kalme rust uitstralende, verpleegkundige, er gewoon bij hoorde.  Daarna werden wij meegenomen naar een klein kamertje waar ons haarfijn alle zaken werden uitgelegd, waarbij alle mogelijke doem scenario’s door mijn hoofd vlogen.  Toen kwamen ze met datgene wat wij zo graag wilden horen, wat zou er aan gedaan worden.

Het is een vernauwing in een slagader bij het hartje naar het onderlichaam.  Als babies pas geboren zijn, is er nog een extra opening tussen de longen en die ader.  Deze gaat na een korte periode dicht, dat is de gebruikelijke gang.  Doordat de ader niet goed open was, is het dus mis gegaan.  Bijna echt mis dus.  Maar het mocht zo zijn, dat er de juiste personen waren om in te grijpen.  Daar zijn wij allemaal ontzettend dankbaar voor.  Hoe het anders had kunnen verlopen daar willen wij niet aan denken.

Maandag de operatie hebben we net vernomen.  Nu nog toekomst, later zal ook dat verleden tijd zijn.  Nu gaan we voor het heden.  Hoop dat ik het hier goed heb mogen verwoorden, dank voor alle medeleven in de afgelopen maanden, weken en dagen.

Wij gaan door, hoe moeilijk de weg ook soms is, in het volle vertrouwen.  Maar straks toch heel graag iets dragelijker, dit hakt er behoorlijk in.

Wie de schuld draagt en de bal heeft

Geef de schuld maar aan de man die de jurk draagt, best een grappige uitdrukking.  Eigenlijk weet ik niet eens of dit wel een bestaande uitspraak behelst, maar het is een keer door iemand gezegd anders had ik het niet geweten.  Om het geheel verhelderend te krijgen, het is een keer gezegd in de uit de tachtiger jaren uitgezonden serie “Alf”.  Okee, een tijdje heb ik het sterke vermoeden gehad dat het gebruikt werd door de mannen van het wereld beroemde Monty Python.  Maar van hun kwam dan weer de uitdrukking, “ Nobody expects the spanish inquisition “.

Wat hebben deze twee uitdrukkingen met elkaar gemeen ?  Helemaal niets, hetzij dan dat ik ze beide wel eens, te pas en te onpas, gebruik.  De eerste uitdrukking wordt dan uiteraard in het Engels gebezigd.  Dus, “ Blame the guy in the dress ”, wat dan ook meteen weer iets aardiger klinkt.  Mannen die in jurken of rokken lopen worden toch een beetje als afwijkend beschouwd.  Vooral als het dus, zoals indertijd, om de Spaanse Inquisitie gaat.  Of eigenlijk natuurlijk om de scetch van de gasten van Python.  Deze kunt u eventueel bekijken op You Tube.  In het geval dat ik u nieuwsgierig gemaakt heb.

Er zijn wat mij betreft twee uitzonderingen, de ene is Sinterklaas waarbij ik het er altijd op heb gehouden dat deze oude man gewoon een lange ruim vallende jas droeg, en de andere gaat om traditie bij de inwoners van een bepaald land.  Exact, de schotten, waar de mannen rokken dragen.  Heeft u zich wel eens afgevraagd of dat wat er over medegedeeld wordt ook werkelijk waar is ?  Ik wou dat even in het midden laten, zoals het spreekwoord luidt van die klok en de klepel.  Waarbij het in de zegswijze gaat om het niet weten waar de klok is, terwijl de klank van de klepel wel gehoord wordt.  Bij de Schotten zou ik het willen omdraaien, wel wetende waar de klepel hangt maar niks van de klok willen horen of zien.

Wanner dames, of laat ik het ruim nemen, leden van het vrouwelijke geslacht zich kleden in broeken dan wordt dat eigenlijk als heel gewoon beschouwd.  Zodra de andere sekse zich kleedt in rok of jurk, dan wordt er meteen vreemd tegen aan gekeken.  Hetzij dan dat het in de periode van carneval voorvalt, of bij een gekostumeerd voetbal.  Vroeger bij ons van de kerk was er één dag in het jaar waarop het er een beetje feestelijk aan toe ging, misschien wel vaker maar nu wil ik het even bij deze ene dag in het jaar houden.

Er was dus ‘s middags ook een voetbalwedstrijd tussen de gelovigen en de oudsten der kerk, de zogeheten kerkeraad.  Niks mis mee zo op het eerste gezicht, nou ja u had dat stelletje moeten zien.  Ten eerste waren het over het algemeen genomen geen echt getrainde voetballers, waar op zich helemaal niks mis mee is aangezien het hier om een vriendschappelijke wedstrijd ging en dus meer om het samenzijn dan het winnen.  Het tweede wat bij de wedstrijd toch wel opviel was de wijze waarop menigeen zich had uitgedost.  Zelf had ik mij voor die gelegenheid het uiterlijk aangemeten van een astronaut of in elk geval iets wat daar nog het dichst bij in de buurt kwam.

Nu heb ik al mijn hele leven, en dus ook in die tijd, totaal niets met het trappen tegen een bal laat staan het heen en weer rennen achter een bal aan die door anderen dan net weer eerder werd bereikt dan mij.  Ik had ook vanwege het slechte zicht door mijn gelaatsscherm welke ik droeg, voorzien van knipperende lampjes en ander verrassend versiersel.  Het ging om een oud degenmasker wat al jaren bij ons in het gezin zwierf, begeleid door twee degens.  Één en ander kwam ik bij toeval deze week op zolder tegen, hoe toevallig dat ik er nu woorden aan spendeer.

Bij de gemoedelijke wedstrijd, een fanatieke enkeling daargelaten, had ik mij de positie naast de keeper toebedeeld.  Gezien mijn kennis, inzet en snelheid in het spel, was er eigenlijk geen van de andere teamleden die daar problemen mee had.  Mijn vader die een groot deel van zijn leven ouderling in een kerk is geweest, waar ik toch wel een vorm van respect voor had, heeft dat in die ene middag verspeeld.  Inderdaad, hij had zich in een jurk van mijn moeder gehesen.  En geloof mij die stonden haar toch echt veel beter, vooral gezien het feit dat zij niet in het bezit was van behaarde benen.  Ook het keukenschort dat hij ter completering droeg en, hopelijk alleen in mijn herinnering, het hoofddoekje maakte mij daar niet geruster op.

Misschien een onsamenhangend verhaaltje, maar helaas geen man in jurk die de schuld krijgt.  zij het dan ook schuld met een knipoogje, met een begripvol lachje.  Wie weet komt het ooit in de mode, al heb ik het gevoel dat er wat dat betreft weinig schot in zit.  Aan de overkant van het kanaal zit er meer Schot in, en in voetballen zullen ze ook vast beter zijn dan die twee ploegjes daar die middag.  Niet dat het mijn gewoonte is mij in dameskleding te vertonen, toch mag u mij voor al het bovenstaande de schuld geven.  Graag zelfs, laat maar weten.