Soms een verwachting die uitkomt

Er is altijd de tijd, lees het moment, er voor en er na.  Er vóór is in veel, zo niet alle gevallen sprake van een zekere mate van onwetendheid.  Achteraf is het ons allen volledig helder.  Tenminste als we het hebben over hoe het zal gaan, of desgewenst gegaan is.  De diverse kenners van onderwerpen, sommige lieden dikwijls speciaal opgeleid voor deze tak van sport hun taak volbrengend bij organisaties als bijvoorbeeld het NIPO en in het verleden de onvergetelijke en veelal er net even naast zittende Jan Pelleboer, doen en deden nog wel eens een poging in die richting maar niet altijd met succes.

Neem nou het gegeven songfestival, daar zijn altijd de zogenaamde kenners, of althans daar willen ze voor doorgaan, die beweren te weten welk land hoog gaat scoren.  Bij opiniepeilers in de politiek zie je hetzelfde gebeuren.  Zij hebben een soort van basiskennis en ervaring ontwikkeld die hen heeft geleerd met het oog op vooraf beperkte informatie een uitkomst te voorspellen. ( die dan achteraf vaak net even anders uitpakt )  Bij alle voorstellingen die wij onszelf inbeelden blijft het grotendeels gaan om wat wij denken dat het gaat worden.  Het spreekwoord luidt nog steeds, “Als je niets verwacht, is alles veel “, en nog toepasselijker,  “ De wens is de vader van de gedachte “.

Er is ook een spreekwoord dat luidt, “ Het hinkend paard komt achteraan “.  Geen idee waarom ik dat hier schrijf, het slaat helemaal nergens op.  Maar het is wel een gezegde.  “ Angst is mar veur eben, spiet is veur altied “, Daniël Lohues heeft dat eens in een heerlijk nummer gezongen.  En dat is precies waar het om draait.  Als je iets niet doet, komt er ook geen dag er na.  Ja, die dag komt er wel maar niet nadat je iets gedaan hebt.  Mij overkomt het heel vaak dat ik ergens waar ik naar uit zie, wordt overschaduwd door wat er daarna dan komt.  De afgelopen paar maanden eigenlijk alleen maar.

Laat ik proberen het zo uit te leggen, steeds gooide ik in mijn leven een anker ver voor mij uit.  En dan, door middel van het inhalen van de ankerketting, trok ik mij daar naar toe.  Een verjaardag bijvoorbeeld, waar ik persoonlijk nooit zo gecharmeerd van ben.  Ik ben meer voor het één op één onderhoudend gesprekje met goede muziek op de draaitafel en een goed glas wijn.  Niet op de draaitafel zoals u kunt begrijpen maar gewoon op een viltje op de lage tafel.  Nu ben ik zover gekomen dat ik mijn anker te ver vooruit gooi, voorbij het mooie, het leuke, het aardige, zoals bijvoorbeeld een verjaardagsfeestje.

“ Is that all there is, is that all there is, if that’s all there is my friends, then let’s keep dancing, Let’s break out the booze and have a ball, if that’s all there is “, Peggy Lee zong dat eens, zo’n verhelderend nummer en het zegt precies waar het om gaat.  De werkelijkheid voldoet slechts in uitzonderlijke gevallen aan ons verwachtingspatroon.  Dat is dan tevens weer het mooie van het leven.  Het is zelfs de hoofdzakelijke reden voor velen om iets te doen.  De ene keer uit spontaniteit de andere keer omdat er toch een lichte vorm van dwang aanwezig is, en een heel enkele maal omdat we het lot willen tarten.  En telkens hebben we van te voren een beeld waarvan we hopen dat het een juiste weergave is.

Alle keuzes die ik ooit in mijn leven heb genomen zijn gebaseerd op bepaalde te verwachten uitkomsten.  Zo heb ik, geheel tegen de waarschuwing van mijn vrouw in, indertijd een oude kever gekocht.  Vierduizend gulden voor een bakje van het bouwjaar negentienhonderdvijfenzestig, meen ik mij te herinneren.  Bijna een jaartje in gereden toen heeft de motor van het bejaarde beestje de geest gegeven.  Heb er nog vijfhonderd gulden voor gekregen van iemand die er wel wat mee kon.  Achteraf heb ik gehoord, dat je voor hetzelfde geld in die tijd een nieuw motorblok kon verkrijgen.  Maar ik ben nou eenmaal geen automonteur die op een verloren zaterdag even een motor ombouwt, ik ben een houtman.  Waarom wilde ik persee dat karretje ?  Een jeugdliefde denk ik, mijn vader heeft veel Kevers gehad als leaseauto’s, hij was vertegenwoordiger en maakte veel kilometers.

Wij zijn als het ware geboren en getogen in een kever, zo gingen wij vrolijk met ons zevenen en nog twee koffers van Utrecht naar Enschede.  Daar woonde veel van onze familie, het was de geboorteplaats van mijn beide ouders.  Ik zat dan, samen met mijn één jaar oudere zus, in de kattenbak.  De plek waar nu de hoedenplank in menig auto is gesitueerd.  Was dat een veilige plek om te verblijven tijdens een lange rit op de snelweg ?  Met de kennis en inzicht van die tijd was dat vrij normaal.  Nooit is er van te voren van uit gegaan dat er wel eens iets heel ergs zou kunnen voorvallen.  Ook dat was een vorm van verwachten, gelukkig is dat allemaal goed afgelopen.

Morgen is mijn dochter uitgeteld, een echte verwachting als in “ in verwachting “.  Nog steeds geen appje of belletje dat het zover is.  Het hele leven is soms net een wachtkamer, en daar wachten we op onze afspraak.  Onze gemaakte afspraak, en achteraf is er dan het later.  Het later, waar wij soms hooggespannen verwachtingen van hadden.  En heel soms . . . ja heel soms.

Advertenties

Een totale misrekening

Ja, ik heb het geprobeerd.  Tegen het advies in van de deskundigen, toch er voor gaan.  En ja, ik heb de afgelopen nacht slecht geslapen, en ja ik had een spanning in mijn borst, en ja mijn hoofd heeft geen moment opgehouden met malen.  U ziet en leest ik ben een eigenwijze donder, vergeeft u mij tevens mijn ongewone taalgebruik.  Op dit moment ben ik de volledige controle kwijt over mijn leven, maar eerlijkheidshalve moet ik daaraan toevoegen dat dit voor alle aardbewoners geldt.  Het verschil zit hem er in, dat ik voor mijn gevoel nog een beetje kon aansturen op, maar ook dat was slechts een vals ingebeelde illusie.

Vanmorgen had ik mij er toe gedwongen weer naar mijn werk te gaan, het kostte mij ontzettend veel moeite maar ik had mijn zinnen daarop gezet.  De hele rit er naar toe heb ik geprobeerd, in het kader van mindfullness, mijn gedachten bij een ander ding te houden.  Tot zover mag ik spreken van een geslaagde dag, toen ik aankwam bij de hal werd ik dusdanig op de proef gesteld dat mijn mind in één keer full was van heel iets anders.  Hier wil ik niet op de details ingaan, maar geloof me het was nog erger dan ik in mijn pijnlijkste verbeelding vooraf had kunnen bedenken.  Doordat ik vaker bij andere bedrijven ben begonnen te werken, heb ik enige ervaring met iets wat je zou kunnen noemen als chaos.  Kortom, ik ben naar buiten gerend, in mijn auto gesprongen en zelfs, geheel tegen mijn vaste gewoonte in, de eerste paar meters zonder autogordel weggereden.  Mijn hoofd was volledig op hol geslagen en mijn hart, als ik dat zo mag noemen, bonkte als een op hol geslagen dieselmotor in mijn borstkas.

Het is mij nog nooit eerder overkomen dat ik zo heftig reageerde op een voor mij ongewenste situatie.  Tot voor een half jaar geleden zou ik gelachen hebben om dit soort zaken, mijn schouders opgetrokken hebben en er gewoon met hart en ziel voor gegaan zijn.  Ik kan mij verschikkelijk opwinden en kwaad maken dat dit me nu niet meer lukt, wat is er met mij aan de hand ?  Er is niks wat ik liever wil dan weer te mogen meedraaien in de maatschappij, wat doe ik verkeerd ?  Nog op de terugweg heb ik een afspraak gemaakt met de huisarts, afgelopen week hebben wij al even met elkaar gesproken.  En ja, hij was één van degenen die mij dringend adviseerde maar vooral kalm aan te doen.  En laat dat nou net mijn bedoeling vanmorgen zijn geweest.  Kalm aan geheel vrijblijvend een poging doen om weer in actie te komen.  Het is mij mislukt, ik kon niet voldoende energie waar dan ook vandaan halen om door te zetten.

Volgens mijn huisarts, zat die kans er in een behoorlijke kans zelfs.  Achteraf gezien een verkeerde inschatting van mij, maar hij voegde er wel aan toe dat ik nu het duidelijke bewijs heb gekregen dat ik er nog niet klaar voor ben.  Hoe lang gaat deze geschiedenis nog duren, het is natuurlijk geen geschiedenis aangezien het nog niet geschieden is.  Steeds zal ik blijven proberen mijn goede humeur niet te verliezen, helaas heb ik vanmorgen al twee keer met natte ogen zitten praten.  Wat ben ik nou voor een slapjanus, ik kon altijd de hele wereld aan.  Nooit zou er iemand komen die mij op andere gedachten zou kunnen brengen, als ik ergens in geloofde dan ging ik er voor.  Maar nu, nu voelt het zo zinloos.

Op de terugweg van de plaatselijke super, waar ik onze voorraad koffiebonen met twee zakken weer op het gewenste nivo heb gebracht ( ze waren deze week in de aanbieding ) kwam ik langs onze favoriete snackbar.  Mijn zeer gewaardeerde vriendin, en samen met haar man eigenaar, van deze excellente patatzaak was net bezig het terras weer in te richten.  Ik ben even gestopt om een praatje te maken, toen schoot ik zomaar ineens vol.  “ Het geeft niet “, zei Trijnie.  Op dat moment dacht ik daar anders over, ik kan haar alleen maar bedanken.  Zoals ik zoveel mensen persoonlijk zou willen bedanken.

Misschien dat ik soms een beetje tever ga in mijn schrijfseltjes, vergeef het deze ouwe lul.  Hij denkt en gelooft dat hij daar goed aan doet.  En geloof me maar, hij bedoeld het echt vanuit zijn hart persoonlijk ken ik hem een beetje, zo’n zesenvijftig jaar.  Bij volledig geestvermogen iets minder lang, maar dat lag dan weer aan hem.  Best grappig, over jezelf schrijven als in de derde persoon.  Zo bouw je toch een stukje afstand in.  Misschien zit het leven wel zo in elkaar, een kleine of desgewenst iets grotere, distantie in acht nemen.

Als je met je neus tegen de spiegel gedrukt staat, kun je slecht zien of je haar wel goed zit ( in het geval dat er gesproken kan worden over de aanwezigheid van enige haargroei op de schedel, voor mij dus ook hier geen reden om te kijken )  Afstand nemen, tijd nemen en de zaken tot rust laten komen.  Of zoals de huisarts vanmorgen zei, “ Wachten tot al het opgewaaide stof weer is teruggekeerd naar de bodem “.  Moet het natuurlijk niet meteen weer gaan stormen.

Hopende u hiermee weer voldoende te hebben bijgepraat, verblijf ik hoogachtend ( en met voor zover ik kan inschatten mijn volle verstand ) etc. etc. etc.

Als ik mocht wensen

Waar het hart vol van is . . . u weet vast hoe het gezegde verder gaat.  Datgene waar wij door geraakt worden of wat ons hele leven, of een groot deel daarvan, bezighoudt daar willen we vaak iets over laten weten aan anderen.  Zelf ben ik steeds weer onder de indruk van de teksten van Reinhard Mey.  Velen in mijn omgeving zijn daar al vaak aan herinnerd, hetzij doordat ik er wat van laat horen hetzij dat ik zinnen aanhaal uit zijn rake en meeslepende teksten.  Omdat ze mij echt aanspreken is het een logisch gevolg dat ik er soms iets van gebruik in een gesprek.

Zo is het ook met mijn wijze van geloven, ook daar wil ik vaak iets over meedelen.  Het is wel zo dat ik er niet te pas en te onpas mee te koop wil lopen.  Er moet wel een aanleiding zijn en het moet ook op een natuurlijke wijze van pas komen.  Anderen mijn mening of overtuiging opdringen, dat zij verre van mij.  Aan de andere kant wens ik iedereen een plekje in de hemel toe, vooral zij die mij dierbaar zijn, valt dat onder egoïsme ?  Voorgaande zinnen heb ik later aan dit stukje toegevoegd, eigenlijk was ik met het nu volgende begonnen.

Alsin mijn ogen zeer passende suppletie, aanvulling, in de uit negentientweeënzeventig stammende film “A thief in the night “ werd het indrukwekkende nummer “ I wish we ’d all been ready “ van de onovertroffen gospelzanger Larry Norman gebruikt.  Voor mij, en velen met mij, blijft hij de grondlegger van de gospelrock, heel wat anders dan wat men tot die tijd gewend was.

Een beetje wat Elvis betekende voor de popmuziek, ook niet passend in de verwachting van de voorgaande generatie.  Ongehoord voor die periode waarin te snelle veranderingen volgens de gevestigde orde niet echt met open armen werden ontvangen, net zoals Larry in de zijne.  “ Why should the devil have all the good music “, ook zo’n schitterend nummer en zeer terecht opgemerkt door meneer Norman.  Helaas veel te jong overleden, ik wil er in geloven dat zijn taak hier op aarde voltooid was.  En ik ben er haast wel van overtuigd, dat hij er ready voor was.  Zijn wij dat ook ?

Misschien een vraag die u als lezer van mijn steeds curieuze stukjes wat met de wenkbrauwen doet fronsen.  Iets waar mijn eigen dame bijzonder goed in is, vooral als ze net tegen het punt aan zit om te tonen dat ze het er helemaal niet mee eens is en het maar een klein stapje is naar het duidelijk maken daarvan.  Dan begint ze met haar wenkbrauwen te trekken, best een grappig gezicht.  Ook onze dochters zijn van deze vermakelijke, maar zeker niet te onderschatten eigenschap op de hoogte.  Tot zover het gegeven optrekken van wenkbrauwen.  Door met belangrijker zaken.  Zijn wij er dus klaar voor ?  Heus, ik meen oprecht wat ik vraag.  Zo schijnbaar gemakkelijk vliegen we door het leven.  Misschien ook wel terecht, we kunnen niet bij alles denken over wat er na dit leven gebeurt.  En toch geloof ik dat het goed is om er een keer aandacht aan te besteden.  In elk geval om er zelf eens bewust mee bezig te zijn.

Mijn overtuiging is dat iedereen vrij is in de wijze hoe de tijd hier gebruikt wordt.  Dan wel wat mij betreft in elk geval zonder een ander daarmee tekort te doen, dus hoe dan ook met respect.  Toch zie ik het als een onderdeel van mijn taak om het er een keer over te hebben, vergeef het mij als het verkeerd overkomt.  Beschouw het als een goed bedoelde uiting van iemand die het soms ook niet allemaal begrijpt, maar er wel in gelooft.  We willen allemaal graag een goed en gezond leven, alleen wat er daarna dan komt daar verschillen we vaak van mening over.  Het zou natuurlijk ook zo bedoeld kunnen zijn, maar dat is iets wat een ieder voor zichzelf mag geloven.  Dat zouden we ook als positief moeten bestempelen, we hebben allemaal de vrijheid om daarvan te vinden wat we vinden willen.

En toch kan ik ergens ook wel begrip opbrengen voor zij die het niet willen geloven.  Het blijft voor velen ook een ongrijpbaar iets, en hoe er soms met het geloof wordt omgesprongen werkt ook niet altijd mede ten goede.  Aan iemand die nog nooit de smaak van een banaan heeft geproefd, valt het ook op geen enkele wijze duidelijk te maken wat de smaak nu werkelijk inhoudt.  Probeer dat maar eens over te brengen.  We kunnen ze hooguit laten zien hoe er genoten kan worden van een banaan.  Eenvoudigweg door te vertellen en te laten zien dat zo’n in een geel jasje, zij het soms met zwarte vlekken, gestoken boomvrucht een gastronomische beleving kan zijn.  Bovenstaande geldt natuurlijk enkel in het geval je gek op bananen bent, maar dat lijkt mij in dit kader voor de hand liggend.

Iemand die geraakt is door de Hemelse interventie of op minder opzienbarende wijze er mee in aanraking is gekomen of misschien altijd al van wist, die weet hoe het voelt.  En ik denk dat het geen enkele zin heeft een ander iets te willen opdringen als die ander totaal niet voelt wat het is.  Een voorbeeld zijn is alles wat we mogelijk kunnen doen, en dan zoals het ons ruim tweeduizend jaar geleden is voorgedaan.  Ja ik geloof er in en wens uit de grond van mijn hart, dat wij er allemaal klaar voor zouden zijn.  Dat is alles wat ik hierover kan schrijven, en eens zal blijken wie het bij het juiste eind heeft.

Eens . . . als een dief in de nacht.  Dan, wanneer alles goed komt.  Of niet.

Het is goed zo

In de tijd dat mijn geliefde zwanger was van onze eerste dochter, we hebben er zoals velen weten twee, heb ik de babykamer gemaakt.  De ingebouwde commode, de onder het schuine dak geassembleerde wandkast met deurtjes, laatjes en open vakken en uiteraard het ledikantje.  Alles geheel volgens eigen ontwerp en kundigheid geconstrueerd in een combinatie van grenen en wit geschilderd MDF plaatwerk.  Volgens het toenmalige vroedvrouwtje, tevens de gemalin van de plaatselijke huisarts, was het geheel een zodanige samensmelting dat het door haar betiteld werd als het paradijs.  Het moge voor zichzelf spreken dat ik daar bijzonder trots op was.

In mijn achterhoofd speelde daarbij de gedachte dat zij, door haar jarenlange bezoekjes aan diverse kinderkamers, best wel kon terugvallen op een gedegen onderbouwde mening wat betreft het vinden van.  En dan bedoeld als het mooi vinden, wat uiteraard gepaard gaat met haar persoonlijke voorkeur.  Terwijl ik daar zo menig uurtje mij inspande om tot een evenwichtige compositie te komen, wat daarnaast ook ruim zou voldoen in functionaliteit, heb ik mij wel eens afgevraagd hoe ons leven zou worden met een eigen dochter.  Ik was met iets bezig, maar voor wie het werkelijk was ?

Het grappige was dat, door menige echo en diverse ziekenhuisbezoekjes, wij al op de hoogte waren dat het om een meisje was te doen.  Daar hadden wij het met niemand anders over gehad, was in onze ogen niet iets wat anderen hoefden te weten.  Sterker nog, zo af en toe maakten wij een opmerking die het vermoeden bevestigde dat het een knaapje zou worden.  Dat in combinatie met de blauwe kleur die de boventoon voerde op de in afwachting zijnde babykamer, had bij mijn schoonmoeder de volle overtuiging doen wortelen dat het om een nazaat van het mannelijke geslacht ging.  Haar verbazing bij de geboorte was dan ook van dien aard, dat wij in haar ogen door de medische begeleiding in het ziekenhuis op het verkeerde been waren gezet.  Immers we hadden geen roze inrichting, wat dan zou kunnen duiden op een bewust gemaakte keuze voor een dametje.

Ook nu gaat het me een beetje zo, nu gaat het niet meer om de geboorte van onze eigen dochter maar de dochter van onze dochter.  En met de huidige kunst van het maken van drie dimensionale echo’s, is er al best wel een goed beeld van haar gezicht, herkenbare trekjes die wij elke dag zien bij onze eigen dochters.  Maar misschien is dat ook wel in het kader van , “ De wens is de vader van de gedachte “.  Ze, mijn dochter en schoonzoon, hebben alles al klaar staan.  Tot het welbekende koffertje wat, in geval dat het nodig mocht zijn, mee gaat naar het ziekenhuis.  Een weekje nog, hooguit twee.  Maar het zou net zo goed kunnen zijn dat we straks een appje, of in het meer persoonlijke geval een telefoontje, dat het zover is.

Zo blijft het een spannende tijd, en daar heb ik eerlijk gezegd al meer dan voldoende van mogen beleven.  In dit geval is het wel een heel dubbel gevoel, het heeft niets met ernstige ziektes te maken ook niets met beslommeringen van depressieve aard.  Dit is een prachtig vooruitzicht, nu nog verhuld door een wazige blik, als verscholen achter een wapperend laken aan de waslijn in de achtertuin van mijn ouderlijk huis.  Je weet dat het er is, de echo’s en andere bijbehorende onderzoekjes hebben aangetoond dat alles goed is, maar ergens is er nog dat ongewetene.  Zo moet en wil ik naar de toekomst kijken, niet wetende wat maar wel dát het er aankomt.  Beter zelfs nog, het is er al.

De toekomst is nu, meteen vervluchtigd naar het verleden met als enig raakvlak het heden.  Als iemand zegt, hier is het nu, dan kan dat slechts duiden op wat geweest is.  Er is heel veel verleden, ook heel veel geleden maar dat is iets anders, er is maar heel weinig heden en over de toekomst valt nog het minst te vertellen.  Vertrouwen op, geloven in en gewoon er voor gaan.  Zoals bekend is er achteraf veel wat zo moest gaan, tenminste dat is hoe wij het dan, zij het bevooroordeeld, zien.  En voor de zaken die te pijnlijk zijn om ons verder in ons leven te vergezellen, is er een schitterende overlevingsstrategie ingebouwd.

Naarmate we ouder worden, vergroten we de indrukken van de mooie belevenissen en de onaangename of slechte tijden die worden, als door een warm getinte bril, ontdaan van hun scherpe en pijnlijke kanten.  Herinneringen zijn altijd subjectief, het zijn geen wetenschappelijk onderbouwde gegevens.  Niet als bij een dagboek dat, indien naar eerlijkheid gevormd, precies verteld van het hoe en wat.

Het menselijk geheugen is minder doelgericht, het past zich in de loop van ons ouder worden aan.  Dus het geeft niet als je soms iets doet waar je later spijt van krijgt, zolang je bewuste keuzes maar de overhand hebben.  Leef vandaag, denk aan morgen en respecteer het verleden.  Welk verleden dat ook is, het werkelijke of het door slijtage en beschadigingen als beschermend gevormde.

Het blijft wat het was, of zoals je nu voelt dat het was.  En dat is goed, gewoon goed.

Herfst boven alles

Altijd ben ik een man van mijn woord geweest, maar daarnaast ben ik ook altijd een man geweest die achteraf er nog eens goed over nadenkt.  Is het dan zo dat dit onder de noemer, onbetrouwbaar valt ?  Nee, daar geloof ik niet in.  Meningen hoeven niet altijd gelijk te blijven, opvattingen kunnen als door een soort van evolutionair gebeuren aangepast worden.  Ergens van overtuigd zijn betekent niet dat je er bij moet blijven, soms komen er andere zaken aan het licht waardoor je inziet dat je heel misschien een ietwat bezijden de waarheid zat.  Geheel zonder opzet, laat ik daar duidelijk over zijn.

Nog maar kortgeleden had ik hier geschreven, dat ik het niet meer wilde hebben over datgene wat mij zo meedogenloos heeft geraakt.  Zowel geestelijk als lichamelijk en verder alle gevoelige plekken daar tussen in, jawel geloof me die zijn er al weten de meesten niet van dat bestaan af.  Weet u, nu het mooie weer zich zo af en toe van dichtbij laat zien reageert mijn innerlijke ik daar meer op dan ik gewend was.  Voor de veschillende weersinvloeden was mijn eigen zijn totaal niet van zijn stuk te brengen.  Anders uitgedrukt, ik liet mij niet beïnvloeden door mooi, minder mooi of zelfs slecht weer.  Wat ik wel vaak vervelend vond en nog steeds vind, zijn de weersvoorspellers eigenlijk niet meer dan weersverwachters.  Als er dan toch een ander weertype onze kant op kwam, dan hadden zij het anders verwacht.

Al een paar weken ben ik weer wat meer bezig met de toekomst.  En dan met name om weer heel kalm aan werk te gaan verrichten, zoals ik dat tot oktober vorig jaar normaliter gewend was te doen.  Alles geheel op vrijblijvende therapeutische basis, puur om uit te vinden waar de grenzen zich bevinden van mijn kunnen.  Voor een controlfreak die ik van nature altijd was, zijn dit bezigheden waar ik best wel moeite mee heb.  Al vele jaren ben ik mijn eigen gang gegaan.  Was ik ergens bij een werkgever er een beetje klaar mee, dan diende zich weer een nieuwe uitdaging aan.  Als bij een sprong in het diepe ging ik er dan weer voor, met hart en ziel. ( en een goedwerkende prostaat )

Zo langzamerhand begint er zich een beeld te vormen waar ik eerlijk gezegd nooit van was uitgegaan.  De toekomst ligt niet vast en is al helemaal niet als rooskleurig te betitelen.  Op zich is daar natuurlijk niks mis mee, een beetje uitdaging en een enkele verrassing geven het geheel een aanmerkelijk minder voorspelbaar cachet.  Dat is dan ook weer het leuke aan het zijn hier op deze aarde.  En we weten allen dat na zonneschijn er nu eenmaal, in de meest voorkomende gevallen, een regenbui komt.  En soms kan zo’n bui een paar dagen aanhouden, soms zelfs een hele zomer met veel nattigheid.

Mijn favoriete seizoen is nog altijd wat het al was sinds ik klein was, de herfst.  Simpel om de reden dat de herfst geen beloftes biedt.  In de winter hopen we op sneeuw en ijspret, een hele provincie zelfs op een vrij lange schaatstocht langs meerdere steden.  In het voorjaar hebben velen het liefst een constante opwaarts bewegende lijn voor wat betreft de temperatuur, met heel af en toe een voorjaarsbuitje.  Met de kleine kanttekening dat als hetzelfde buitje in de herfst viel, we zouden spreken van een najaarsbuitje.  Maar dat geheel als overbodige aanvulling op een toegepaste woordkeuze, die dus ook veelal tijdsbepalend is.

De zomer rekenen we op een dusdanig weertype, dat iedereen kan genieten.  En daar zit ook het dilemma, voor de zonaanbidders stralend zonnig en droog voor de agrariërs ook wat verkwikkende neerslag.  En voor de vliegeroplaters, kitesurfers en alle andere surfers graag een stevige woei die voldoende opstuwing teweeg brengt in zowel de lucht als het zeewater.  En om kort te zijn, al deze seizoenen staan bekend om hun teleurstellingen.  U kunt dat zelf naar believen inkleuren al naar gelang uw persoonlijke voorkeur.  Mijn geliefde seizoen stelt nooit teleur, net als de Vader in de hemel. Sterker nog, het is het meest standvastige seizoen.  Storm en regen, kou en warmte, afgebroken takken, omgewaaide bomen.  De winterkleding weer van zolder en vierkante wielen bij de treinen.

Vandaag ben ik naar mijn huisarts geweest voor een gesprek.  Al ruim twee weken liep ik met die gedachte rond, gewoon om even met iemand te praten die mij een beetje kent.  Het was een goed gesprek, hij is een zeer wijs man met een luisterend oor en een duidelijke mening.  Hij had zich de laatste keer dat wij spraken, zo’n twee maanden geleden, er al over verbaast dat ik zo positief in het leven stond.  Dat was niet passend voor iemand die heeft beleefd wat ik heb mogen ervaren.  Zoals mij al vaker door menig andere is duidelijk gemaakt, ik wil te snel.  Het gaat om het realiseren hoe mijn leven op zijn kop heeft gestaan.

Dat er littekens zijn, van buiten en van binnen, die maar heel langzaam en in het minst gunstige maar aannemelijke geval, nooit meer zullen helen.  Een beetje de herfst van mijn leven, de mooiste tijd dus.

Een nieuwe start

Niet iets schrijven is eigenlijk één van de eenvoudigste zaken die je maar zou kunnen bedenken om te doen.  Hier bedoel ik vanzelfsprekend, niet te doen.  Het is net zoiets als, niet denken.  Als ik eerlijk moet zijn, en van mijzelf moet ik dat, dan kan ik hier met de hand op mijn hart toegeven dat ik het niet denken al heel lang aan het oefenen ben.  Misschien wel vanaf het moment dat ik ben begonnen met denken.  Het was voor mij absoluut beter geweest om nooit te gaan denken.  Maar u weet hoe dat gaat, als je nog klein bent en weinig van doen hebt met gedachtengangen dan zijn er altijd weer van die schoolvossen.  En die hebben de schone taak op zich genomen om niet denkende totaal onervaren kleutertjes haarfijn bij te brengen om toch maar vooral een begin te maken met het in gebruik nemen van het brein.  Vanaf dat moment is de zaak verloren.

Zong Gerard Cox al niet in het lied 1948, Toen was geluk heel gewoon, de allesomvattende tekst, “ De schooltas was het eerste teken, dat de zaak al was bekeken “.  Bij het schrijven van deze tekst zal het bij de heren van Kooten en de Bie vast om een andere leeftijdscategorie gegaan zijn.  Toch ik vind dat het ook niet misstaat bij kinderen die aan het begin staan van hun denkproces op te jonge leeftijd opgedrongen en onder valse voorwendselen door een maatschappij die niet meer weg kan denken.  Weet u wat ik me ineens realiseer, een afwijking in mijn manier van denken, het woord an sich heeft toch wel een nare bijklank gekregen.

Zouden we het straks terugvinden in het steeds langer wordende rijtje van “ Nietwoorden “, dat we er een andere benaming voor moeten uitvogelen ?  Zwarte Piet, Negerzoenen ( al dan niet als marketingstunt van de firma Buys ) zijn we al verloren.  Straks nog de Jodenkoeken, de Hotdog, Koninginnesoep, de Berliner bol en wie weet de Hamburger.  Welk woord ik hier bedoel, het woord denk.  Sinds het ontstaan van het politieke clubje dat deze naam voert, heb ik steeds meer moeite er niet om of aan te denken.  Zelfs de mooie uitdrukking van Descartes,  “Cogito ergo sum “, waarin hij alles eigenlijk terugbrengt tot het begrip denken waaraan hij direct het bestaan koppelt.  Vele jaren later zo voor de hand liggend gebruikt door de Henken van Het goede doel, “ Ik denk, dus ik besta “.

Eigenlijk komt het er steeds weer op neer dat de geschiedenis zich herhaalt, we spreken ook van wat geschieden is.  Dat is dan door de loop van de jaren een eigen leven gaan leiden, en daar denken we dan weer aan.  Een kleine kanttekening zou hier op zijn plaats zijn.  Is alles wat er geschreven is, ook bedacht door de schrijver ?  Nee, ik denk van niet, hele volksstammen denken iets nadat het door individualisten ooit eens is gedacht.  Heel bewust zeg ik dus niet, bedacht.  Zelf heb ik altijd geroepen dat dieren niet kunnen denken, dat moeten zij dus missen.  Door de metamorfose van de mensheid vaak betiteld als evolutie, is daar maar weinig in veranderd.  Nu had ik altijd al mijn twijfels over de evolutie, maar het vult wel mijn stelling mooi aan.  Als denken te vaak leidt tot onnodige frustratie, waarom zijn we er dan vele eeuwen geleden niet mee gestopt ?

Ooit is de mensheid begonnen met schrijven, daar zal ongetwijfeld een heel denkproces aan voorafgegaan zijn.  Het was misschien wel na één of andere ijstijd, maar ze zullen indertijd vast niet over éénnachts ijs gegaan zijn.  Maar dat is alleen maar zo een gedachte van uw schrijver, dus of u er veel waarde aan moet hechten dat laat ik dan weer geheel in het midden.  Denk er het uwe van, zou ik willen zeggen.

Een stukje tekst dat in gesproken vorm gebracht wordt in het nummer “ In held ‘T was in I “ van Procal Harum luidt, “Still write it down, it might be read, nothing’s better left unsaid “.  Dus schrijf het maar op, misschien ooit gelezen, niets is beter onuitgesproken te blijven.  Een verwarrende tekst, ik geef het toe.  Ook een reden te meer om niet te stoppen woorden vast te leggen.  En dus een noodzakelijk kwaad, te blijven denken.

Al met al een heel ander verhaal dan al mijn voorafgaande stukjes.  Er is mij van meerdere kanten gevraagd toch af en toe wat te verwoorden, en zoals ik al eerder heb toegegeven, ik ben nog steeds slecht in nee zeggen.  En eerlijkheidshalve voeg ik er aan toe, ik vind het ook nog steeds leuk om te doen.  Als tegenvoorwaarde vraag ik dan of u mij waarschuwt als ik begin onzin of zinloze informatie door te geven, dat zou wel het laatste zijn wat ik wil.

Genoeg is ruim voldoende

Terugdenkend aan de tijd dat alles nog normaal leek te zijn, of in elk geval iets wat daarvoor door ging, heb ik het gevoel dat het nooit meer goed komt.  Misschien moet dat ook wel zo zijn, alleen houd ik voor de definitie van goed, nog een flinke slag om mijn arm.  Iets wat goed was is per definitie niet voor de rest van de tijd als goed te bestempelen.  De reden dat ik indertijd begonnen ben met het schrijven van deze soms onsamenhangende verhaaltjes, was alleen maar om niet elke keer hetzelfde verhaal te hoeven vertellen.

Het begint steeds meer tot me door te dringen dat het hele verhaal al verteld is.  Misschien is het nog niet helemaal uit, maar het zou dan om een heel ander verhaal gaan.  Zelf ben ik er niet zo van overtuigd dat er iemand zit te wachten op nog meer negatieve uitingen of niet ter zaken doende vertelsels.  Niet ter zaken doende gezien vanuit het oogpunt van een lange en moeizame herstelperiode.  Dat heb ik al uitvoerig getracht over te brengen, en ik weet dat er meerdere stukjes tussen zaten die op waarde geschat werden.  Van verschillende kanten heb ik dat mogen horen en lezen, mijn dank daarvoor.  Ter verduidelijking wil ik hier nog aan toevoegen, dat ik geschreven heb vanuit mijn eigen ervaring.

Alles wat ik tot nu toe hier heb verteld is een uitleg van hoe ik één en ander heb ervaren.  Sinds de tijd dat ik met kanker in aanraking ben gekomen, hebben er meerderen in mijn directe omgeving ook kennis mee moeten maken.  En wat ik al eens heb verduidelijkt, een ieder gaat er op zijn of haar eigen manier mee om.  Er niet over praten en net doen alsof er niks aan de hand is, heeft mij nooit een goede optie geleken.  Toch geef ik toe dat niet iedereen er op de door mij gebruikte wijze mee om kan of wil gaan.  Steeds heb ik gedacht dat ik er goed aan deed, tenminste zolang als ik de overtuiging voelde hier mee door te gaan.

Er zijn inmiddels een groter aantal dagen verstreken tussen mijn bijdragen dan u van mij gewend was.  En als ik heel eerlijk moet zijn, en wat mij dus al in achtenzeventig verhalen is gelukt, dan moet ik erkennen dat dit wel eens de laatste kan zijn.  De laatste voor wat betreft mijn wel en wee.  Op de harde schijf van mijn computer staan nog vele andere verhalen, ook hier op deze site zijn er een aantal te lezen die al eerder geplaatst zijn over diverse andere uiteenlopende belevenissen van mijn persoontje.

Wat is er nu nog aan de hand ?  Misschien de onrust in mijn hoofd, de twijfel over hoe ik verder moet.  Beter gezegd, verder kan.  Nog beter uitgedrukt, verder mag.  Het lukt me niet dat weer onder controle te krijgen.  Laten we wel zijn, als het er echt op aankomt, heb ik die controle natuurlijk nooit gehad.  Als heel lang de dingen gaan zoals je hoopt en verwacht dat ze zullen gaan, dan ga je er haast in geloven dat je iets te vertellen hebt in dit leven.  Ook dat is natuurlijk wel waar, maar het gaat tot op zekere hoogte.  We mogen keuzes maken, we móéten ze zelfs maken.  Geen beslissing nemen is ook een beslissing.  Een keuze voor je uit schuiven, is al een keuze op zich.  Dat laatste begint steeds meer tot mij door te dringen, waar ligt het probleem ?

Met de hele club, en nog twee meer, zijn we naar de Efteling geweest.  Al de keren dat ik daar eerder ben geweest, heb ik enorm genoten.  Ook nu heb ik er veel plezier aan beleefd, maar ergens heb ik er steeds een beetje naast gelopen.  Dat lopen viel trouwens absoluut niet mee, het heeft me er zelfs toe gebracht weer morfine te nemen.  Qua pijn in mijn been was het gewoonweg niet meer te doen, zelf beschouw ik me dan als een zielepiet die zich aanstelt.  Waar ik zelf de meeste moeite mee had was bezig te zijn met waar ik mee bezig was.  Bij het hier en nu, dus niet bij het volgende week en volgende maand.  Heel af en toe is me dat gelukt, maar telkens kwam die wolk weer over drijven.  Komt het ooit weer goed ?

Misschien maar een poosje geen stukjes meer schrijven, negativiteit zou wel eens de boventoon kunnen gaan voeren.  En dat is wel het laatste wat ik wil, dat is wel het laatste wat u van mij wilt lezen.  Zoals er zo mooi wordt gezegd, “ Soms zit het mee, en soms zit het tegen “.  Voor mij ga ik steeds meer denken, “ Soms zit het tegen, en soms blijft dat zo “.  Het mooie weer komt er aan, ons kleinkind komt er aan, en heel misschien komt er nog wel meer aan wat ons vreugde schenkt.  Maar net zo min als toen ik achtenzeventig stukjes geleden begon te schrijven, weet ik niet wat er nog allemaal gaat gebeuren.

Mijn vertrouwen blijft op Hem, en dat is ruim voldoende.  Dat is ruim voldoende om de rest van mijn leven aan te kunnen.  Vertrouwen en verder loslaten, ik hoef niet alles te weten of te kunnen.  Voor nu zal ik het hier bij laten.  Ik dank jullie allemaal voor het meelezen en meeleven, ieder op eigen wijze.  Nu maar door zonder anderen op te zadelen met mijn tekortkomingen, dat heeft nu lang genoeg geduurd.

Tot ziens en heel misschien tot later zullen we maar zeggen, het ga u allen goed en mij wat beter.

Ik wil er voor gaan, hoe dan ook

Mag ik schrijven dat het niet wil ?  Mag ik hier geheel straffeloos meedelen dat het simpelweg als onmogelijk bij mij overkomt ?  Laat ik in elk geval duidelijk maken dat het mij ongelofelijk verbaast, juist als het lichamelijk te dragen is, de af en toe stekende pijn in mijn lies daargelaten, ach ik kan er mee leven.  Het is ook nog steeds niet te doen mij voorover te bukken, misschien dat het overgaat maar het kan ook zijn dat ik er vanzelf aan ga wennen.  Dat zijn niet mijn zorgen, dat zijn ongerieflijkheden waar je mij niet over hoort klagen.

Vroeger bij ons thuis werd er immers steevast medegedeeld, dat er altijd anderen waren die het veel erger hadden.  En natuurlijk is dat ook zo, gelukkig maar zou je haast zeggen.  Stel dat alle anderen in de wereld het makkelijker hadden, dat zou toch wat zijn.  Het moge voor zichzelf spreken dat het voor mij een droomwens zou zijn als er geen pijn meer op aarde was, maar dat is niet wat ik hier bedoel.  Het kan soms ook een enorme troost zijn, juist te weten dat er nog veel meer ellende bestaat dan wij ons maar voor kunnen stellen.  Mijn gevoel wil niet wat mijn verstand en lichaam zouden kunnen.  Kort maar krachtig gezegd, komt het daar op neer.

Ergens kan ik er geen vat op krijgen, hoe ik ook tracht het op een rijtje te hebben het blijft maar steeds een afslag nemen die ik niet wil.  Het enige waar ik naar verlang is een beetje grip krijgen op mijn toekomst, is dat nou teveel gevraagd ?  Mijn overtuiging blijft dat er een behouden aankomst is beloofd, hoe de reis ook mag verlopen.  Misschien ben ik gewoon nog geen stap verder gekomen wat betreft mijn depressieve klachten.  Het is goed mogelijk dat de hele toestand met een uit de kluiten gewassen tumor in mijn prostaat en alles wat er verder aan is op gevolgd, het andere naar de achtergrond heeft verschoven.

Er was in de afgelopen maanden ook geen enkele reden om me daar mee bezig te houden.  Door anderen ben ik daar meermalen op gewezen, maar door mij steevast weggewuifd omdat ik er voor mijn gevoel geen last van ondervond.  Nu wel dus, het is nooit echt weggeweest alleen maar overschaduwd.  ‘s Morgens is het moeilijkste moment, net of mijn hoofd bij het ontwaken alle informatie die er maar is aan mij probeert voor te leggen.  Zoiets als het opstarten van een computer, zo althans is mij dat wel eens uitgelegd.  Een computer is van zichzelf een dom apparaat, de software en de geïstalleerde programma’s die moeten het doen.  Je kunt nog zo’n perfecte machine hebben staan, als je niet weet hoe die werkt dan heb je er niets aan.  Eerst moet er iets uitgelegd worden, duidelijk worden gemaakt.

En dat voel ik de laatste weken elke morgen.  Nou zijn er toch wat aantoonbare verschillen tussen mij en een computer.  Ook tussen mij en een goed werkende, hetzij dan een ingewikkelde, machine.  Ik zit er juist niet op te wachten, elke ontwaking ‘s ochtends het hele riedeltje voorgeschoteld te krijgen van zaken die ik in de daarop volgende momenten een plek probeer te geven.  Je zou er een film van kunnen maken, oh nee dat is al eens gedaan, Groundhog day.  Mijn verwoede pogingen er ergens de logica van in te zien, strand telkens weer in een herhalen van wat ik weet en denk te weten.  Mijn leven is mooi ik ben gezond, lichamelijk dan, mijn vrouw en kinderen zijn in goede gezondheid ons kleinkind zal zoals het er nu uitziet over een paar weken voor de eerste keer huilen en lachen.

We hebben een dak boven ons hoofd we hebben elke dag voldoende te eten en drinken.  We leven niet in een land waar je geen eigen mening mag hebben, niet dat het verschil maakt maar we hebben de vrijheid, en daar mogen we best trots op zijn.  Het is voorjaar de natuur komt weer tot leven, oma is al aan één van haar handen geopereerd en eind van de week is de koning jarig.  Dit weekend komen goede vrienden op bezoek uit Polen en de winterbanden van mijn auto zijn weer vervangen door de zomer edities.

Waar ik alleen maar naar toe wil is te vertellen, dat ik me niet zo moet aanstellen.  Mijn positiviteit moet weer aan het roer komen te staan.  Van alles wat ik zou willen veranderen, is maar één ding echt mogelijk.  Mezelf, dat is alles.  Is dat iets om op een site te zetten ?  Ja, ik vind van wel.  Ongetwijfeld ben ik niet de enige die tegen deze klachten aanloopt, niet de eerste maar zeker ook niet de laatste.

En wie weet, heel misschien is er een ander die dit leest en denkt, “ Nou ja zeg, wat hier staat geschreven is precies wat ik nu meemaak “.  Dus is het ook mijn morele verplichting hier een opimistische draai aan te geven.  Zoals indertijd dat jurylid met Amerikaans accent in de playback show van Hennie Huisman steeds zei, “ Doorgaan, gewoon doorgaan.”  Nog niet echt de tunnel in zicht, maar wel het licht aan het einde daarvan.

Zin in de zin van de zin

De zin van de zin als de zinnen niet verzet kunnen worden.  Een bijzondere opening voor een verhaal waarvan ik het einde nog niet weet.  Maar zo gaan mijn zinnen in de meeste gevallen als ik er de zin niet van in zie.  Het zou een zinnig verhaal kunnen worden bijvoorbeeld dat ik mijn grenzen op zoek en daar consequent over heen ga.  Heeft dat zin ?  Nee, ik ben bang van niet. Ook de ervaring die ik inmiddels meerdere malen heb opgedaan, bevestigen mijn overtuiging daarin.

Elke morgen als ik wakker word, wat tot nu toe nog elke morgen het geval was, dan moet ik mij er tegen op zetten de nieuwe dag te aanvaarden.  Elke keer als ik mijn dromen achter mij laat, waarvan ik mij in de meeste gevallen niet veel herinner hoe goed ik ook mijn best doe wat natuurlijk nergens op slaat aangezien je een droom niet op herhaling kunt zetten dus hoe zou je je best moeten doen, maar elke keer dan weet ik dat er weer een dag gevuld moet worden.  Gevuld met wat, dat is steeds weer de vraag.  Laat ik er duidelijk over zijn, dat ik graag heel veel wil.  De pest is alleen, dat het mij niet lukt.

Languit op mijn, van mijn lieve dame geleende, relax zetel daar ben ik wel een beetje klaar mee.  Lichamelijke activiteiten daar wil ik mij graag aan te buiten gaan, maar dat is dan vaak slopend en pijnlijk.  Ga maar eens iets doen als plantjes verpoten en op plek zetten, let er dan maar eens op hoe vaak er even gebukt, gestrekt of gebogen moet worden.  En het is, of de plek op mijn buik waar het grootste litteken zich bevindt of het gedeelte van mijn been dat aankomt in de lies waar Muriël al meerdere keren gemasseerd geprikt of intens gedrukt heeft.  Kort gezegd, ik bevind mij op een punt waar bij het lijkt of er oftewel heel erg langzaam, oftewel geen verbetering meer komt.  En dan gooit mijn hoofd ook nog regelmatig roet in het eten.

Ook weer zo’n absurde uitdrukking, wie zit daar nou op te wachten ?  De gebezigde uitdrukking en het roet in het eten gooien op zich, geen mens.  Op onze veranda, die ik vorige week met de hogedrukreiniger heb ontdaan van vuil en groene aanslag wat dan weer op zijn beurt een hele aanslag was op mijn lichamelijke, geestelijke en gemoedstoestand.  Op die houten veranda, heb ik mij bezig gehouden met het poten van, nu nog kleine, plantjes.  En elke keer ben ik dan ‘s avonds volledig uitgeteld opgebrand en uitgeblust.  Nergens meer zin in, zullen we het maar noemen.  De enigste plek waar het dan uit te houden is, precies ja, op de geleende lederen stoel.  Kijk ik weet heus wel dat ik een behoorlijk zware ingreep heb moeten ondergaan en dat ik nu nog elke dag met de gevolgen daarvan moet leven.  Er is maar één ding waar ik naar op zoek ben.

Hoe ga ik hier mee verder, heeft alles nog wel zin ?  Het is natuurlijk dubbel, ik weet het, in mijn hoofd de boel nog steeds aan het malen en de zeurderige steeds weer opspelende steken in mijn been, misschien dat het gaat wennen.  Misschien is het ook wel zo, dat ik steeds meer leer te genieten van de gewone momenten.  Even niks meer hoeven, ook al is het dan zo dat als het wel zou moeten het niet zou lukken, maar dat is een sinecure waar toch geen verdwaalde kabouter vrouwtje op zou letten . . . denk ik zelf, eigenlijk meer iets als hopen dan.  Iedereen weet dat kabouters van nature nooit zullen verdwalen.  Graag zou ik van kabouters willen geloven dat ze er werkelijk zijn, sterker nog, ik zou zo met ze willen ruilen.  Hier moet ik wel aan toevoegen dat mijn beeld van het kabouerleven behoorlijk gekleurd is door de onovertroffen weergave van Rien Poortvliet.

Vandaag zelfs even vertoefd op een voorjaarsmarkt, er was bovendien live muziek.  In Bourtange is het, over het algemeen genomen, goed toeven.  En als het weer dan ook nog eens een positieve bijdrage aan het geheel verleend, dan heb ik eigenlijk geen enkele reden tot klagen.  Het lopen op slippers op een met keien beklede weg is dan weer wat vervelender, vooral als de lichamelijke vermoeidheid begint toe te slaan.  Gadverbillekes, ik lijk wel een ouwe lul.  Vergeef mij deze krachttermelijke woordkeuze, heb er al heel lang een zwak voor gehad deze eenmaal te mogen bebruiken.  Niet dat ik een grootverbruikend bierdrinker ben, maar de Weizer witte daar smaakte mij uitstekend.  Jammer genoeg stond er geen bal gehakt op de kaart, daar had ik eerlijk gezegd best zin in.

Zo komt het toch weer aan op de zin, de zin van en de zin in.  Maar één woordje verschil, en toch een geheel andere betekenis.  Net als het echte leven, in grote lijnen hetzelfde en toch geheel anders.  Geen bezint eer gij begint maar, bezinnen na dat je bent begonnen, dat zal het wel zijn.

Zij, wij en de buren

“Mijn vader is een tovenaar, het is echt het is heus het is raar maar waar”.  Weet u hoe moeilijk het soms is een deuntje uit je hoofd te krijgen ?  Zo, dat was toch al jaren mijn ultieme wens, een verhaaltje met deze woorden te beginnen.  Wij waren vroeger van een stichtelijke en christelijke herkomst, zo was dat in die tijd.  Zij waren de slechte, en wij waren de goede.  En met zij werden al die anderen bedoeld die dus niet de goede waren, en geloof me dat waren er heel veel.  Misschien wel de meesten.

Soms vraag ik me wel eens af of dat nou aan opvoeding gelegen heeft, en dan die van de generatie voorafgaand aan de mijne.  Gewoon dus aan de algemeen ingeburgerd Christelijke ingebakken overtuiging van de vastgestelde waarheid.  Was het de waarheid ?  Ik ben overtuigd dat er op die wijze gedacht werd, zonder enige terughoudendheid.  Zij zijn slecht en wij zijn goed.  Ergens is dat misschien wel te begrijpen, niet dat ik er achter sta, maar het is een logisch gevolg op.  Tita tovenaar, waarom mijn dubbele gevoel ?  Onze linker buren bestonden, in de tijd van de Zaanstraat, uit een papa en mama, die een fanatiek beoefenaar van de trombone was en zich verplaatste in een originele fiat 500.

Daarnaast waren zij in het gelukkige bezit van een, in die tijd, jonge zoon iets jonger dan mijn toenmalige leeftijd.  Laten we het erop houden dat het een verwend kreng was, maar dat hebt u dus niet van mij.  Tot op zekere hoogte kon ik het best met hem vinden, hij was de reden dat ik bijna bij een ongewenst aanwezig individu de arm eruit geschroefd heb.  Twee anderen hebben mij daarvan weerhouden, maar ik was al aardig op weg dat moet ik toegeven.  Ook moet ik erkennen dat ik best wel een beetje boos was, u begrijpt vast wel dat ik dit sarcastisch weergeef.  Altijd heb ik al een zwak gehad voor mijn medemens die ergens onder moest lijden, daar had ik moeite mee.  Als ik daar toe in staat was, dan deed ik daar wat aan.  Wat was er nog meer met mijn buurjongen ?  Hij ging naar de school tegenover onze woning, lekker dichtbij.  Ik ging naar de Christelijke basisschool een eindje verder lopen.

Niet dat ik daar mee zat hoor, het is gewoon om voor u als lezer een beeld te scheppen.  Waarom een stuk lopen als de school aan de overkant van de straat was ?  Een hele goede vraag, met een nog goeder antwoord.  Het was een verkeerde school, helaas.  In mijn herinnering komt niet naar voren dat het ook op die manier verwoord is, maar wij voelden dat gewoon.  Op de school waar ik twee jaar heb mogen rondlopen, deden wij aan de Christelijke feestdagen, maar carnaval viel daar niet onder.  Achteraf vind ik dat wel een tekortkoming, aangezien dit toch van oudsher een kerkelijke inslag had.  Okee, daar was ik in die tijd niet van op de hoogte, maar achteraf gezien best wel het vermelden waard.

Tita tovenaar, voor velen van jullie zal dit bekend in de oren klinken.  Zo niet, dan maar even op You Tube, vooral dat leuke blonde ding had in die tijd meer mijn voorkeur dan die idiote buurman.  Dat geheel terzijde.  Er kwamen ook van die Grobebollen voor, althans ik meen dat die zo genoemd werden.  Tegen de tijd dat het carnaval was ging mijn, door zijn moeder overgewaardeerde, buurgenoot geheel verkleed als zo’n Grobbebol naar school.  Nog steeds zie ik hem daar de weg overstekken in zijn langharige kostuum, belachelijk maar bijzonder netjes gemaakt door waarschijnlijk zijn tromboneliefhebbende moeder.  Zijn vader heb ik nooit van enige naai-en breigerelateerde bezigheden verdacht, de hardwerkende man was werkzaam bij de plaatselijke Albert Heyn.  Al zegt dat natuurlijk verder niks over de persoon an sich.

Eén keer ben ik samen met het ventje en zijn moeder in de Fiat 500 ergens naar het hoge noorden gereden, de reden is mij volledig bijster.  Wat ik nog wel weet is dat haar zoontje voorin mocht zitten, ik mocht met opgetrokken benen dwars op de achterbank plaats nemen.  U begrijpt mijn moeizame relatie met een Fiat 500, ook in de huidige vernieuwde uitvoering.  Waar het in mijn bedoeling lag iets over te schrijven is misschien wel te begrijpen. voor deze keer dan.  Dingen die mij door het hoofd spelen, vooral als ik net wakker begin te worden.  Daar loop ik dan de hele dag mee rond, en soms is dat dus een simpel melodietje van een vroeger tv serie.

Aan de andere kant is het ook de laatste tijd het geroekoe van een duif die zijn of haar plek niet weet.  De buren aan de andere kant van onze gehuurde rijtjeshuis, hield er de hobby op na waarbij duiven een belangrijke spil vormden.  Hij hield ze, naar de nabije geluiden te herleiden, op zolder.  Aan de andere kant van de muur waar mijn slaapvertrek zich bevond.  Geloof mij, ik heb een enerverende jeugd mogen beleven.  En nee, er is niet echt iets opzienbarends dat ik hierover zou willen vertellen.

Hoe was dat ook weer met die andere kinderserie over dat kuikentje met die eierdop op z’n koppie, “ Zij zijn slecht en wij zijn goed, en dat is niet eerlijk, oh nee “.  Einde geïnterpreteerde citaat, nu dat iritante liedje nog.