De woorden vormen zich tot zinnen twintig is, denk ik, wel genoeg
Watten lucht
Als witte wol zich wagend, de sfeer zelfs zwaarder maakt zo laag daar hangend vlieden, als lakens even wapperend
Zoals het klokje thuis zwijgt
Eindelijk gaan we dan scheiden en geven derhalve een feest
Nieuw en oud
Toch er blijft nog iets hangen, iets wat niet verder gaat.
De overgang
Hoe vaak al eens gesproken hoe vaak al zo gevoeld
Tekenen der tijd
Geen tijd is in te halen gelopen strijd, gedaan
Stille Feestdagen
Als het feest gedaan is en de familie wegloopt de laatste dan gegaan is het feest zoals gehoopt
De gang van het Leven -levenslang op de gang-
En dan is daar die lange gang die ons zoveel meer wil leren Wij allen gaan ons leven lang om nooit te arriveren
Na de herders
Ze hadden hier nooit aan gedacht hielden toen slechts getrouwe de wacht
De Boodschap (pen)
‘t Begint haast te lijken op een matig excuus