Er wordt weleens beweerd dat bij een crematie of begrafenisplechtigheid de overledene vanuit ergens, waar dat ook moge zijn, mee kijkt bij het hele, vaak emotionele, gebeuren. Persoonlijk hou ik wat dit betreft er een andere mening op na. Toch laat ik een ieder geheel vrij het zijne of hare van te denken. Waar ik wel stellig van overtuigd ben dat zolang we iemand die het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld in onze gedachten houden, niet echt weg is. Er komt alleen geen verdere toevoeging meer in het aardse bestaan van de gemiste. Mijn in 1980 overleden kameraad is voor mij nog steeds aanwezig. Zij het dan op de wijze van hoe hij was en dacht tijdens zijn leven. Hij zou bijvoorbeeld geen idee hebben van computers of elektrische auto’s, ik noem maar wat.
Voor nu even terug naar de uitvaartplechtigheid en het wel of niet bijwonen van degene die gestrekt in de voor in de zaal geplaatste kist ligt. Toch gebeuren er in dat krappe uurtje soms dingen die we niet helemaal los kunnen zien van de betroffene. Een vlindertje die even over de kist met de vleugels vriendelijk wappert, een tak die tijdens een fikse regenbui zacht tegen het raam tikt. Misschien willen velen dat ook zo zien.
Nogmaals, ik heb daar weinig mee. Eigenlijk moet ik daar nu oprecht een aanpassing bij plaatsen, hád ik weinig mee.
Afgelopen januari was ik aanwezig bij de crematieplechtigheid van een hele goede kameraad. Zij het dat we op ruim een uur en drie kwartier van elkaar af woonden en het contact vooral met whatsapp ging. Alles bij elkaar zullen we zo’n zes of zeen keer elkaar in levende lijve ontmoet hebben. Ondanks die afstand beschouwden we elkaar als echte vrienden. Gelijkdenkenden, soulmates, noem het zoals u wilt. Samen met m’n andere goede vriend (als we een knutseldag hadden, waren we steeds met ons drietjes) mocht ik daar een speciaal voor de gelegenheid geschreven gedicht voor te dragen. Mwg bracht eerst zijn verhaal terwijl ik naast hem stond in de geheel gevulde aula. Achter ons was een glazen buitenpui met daar doorheen vallend het heldere licht naar de zaal gericht. Dat was dan ook de reden dat de met water gevulde glaasjes die onder het spreekgestoelte stonden niet goed te onderscheiden van die welke al door onze voorgangers waren leeggedronken. Toen mijn kameraad in zijn verhaal vol schoot wilde ik hem daarin steunen met een glaasje. Dat is me op twee punten gelukt.
Ten eerste gaf ik hem daadwerkelijk een glaasje. Nadat hij dit aan de lippen zette om een slokje te nemen, sprak hij de legendarische woorden: ”Verrek, dat glaasje is leeg”. Gevolg, de hele zaal schoot in de lach, en de spanning was gebroken. Hij kon weer door met wat hij wilde zeggen. Laat dat nou net mijn bedoeling zijn geweest.
Nu weer terug naar het begin van dit verhaaltje. Is er de mogelijkheid dat Wout hier een hand in heeft gehad? Met ons drieën, en nu ik de verhalen van vele anderen over hem hoor nog meer, waren we altijd serieus met onverbrekelijk daarmee verbonden de immer aanwezige humor. Die ging soms best wel ver, maar nooit té ver. Dit geintje zou hem precies passen.
Ja, ik vind het prima om er in te geloven dat het zo moest gaan met dat lege glaasje. Als laatste geintje. Heerlijk toch.
Plaats een reactie