Verhalend

Op cursus in Friesland

Ja, ondanks mijn jarenlange rijervaring.  Ja, ondanks naar mijn gevoel een vrij veilige rijstijl er op na houdend.  En ja, ondanks mijn beperkte hoeveelheid schadegevallen, is mij toch eens een slipcursus aangeboden door mijn vrouw en kinderen.  Nog steeds ga ik er van uit dat dit louter en alleen bedoeld was om mij een plezier te doen.  Een voucher, zoals zo’n bon op een sjieke manier wordt betiteld, gekregen voor mijn verjaardag.

Nu moet ik als nare eigenschap van mijzelf wel meteen erbij vermelden, dat ik niet een type ben die met genoegen in onbekende gezelschappen verkeert.  Eigenlijk ook niet in bekende gezelschappen, maar daar gaat het in dit geval dan weer niet om.  Ik hou er ook niet van om mij met mij onbekende individuen samen in een auto te begeven, waarvan eentje door middel van het draaien aan het stuurmechaniek op doeltreffende en basale wijze de wielen in een zodanige positie manouvreert dat er binnen de grenzen, letterlijk wel te verstaan, van een daarvoor ingericht parcours gebleven wordt.  Zelfs in het uitzonderlijke geval dat er door middel van het aanbrengen van water op eerder genoemde baan gesproken kan worden van een glad tot glibberig wegdek.

En om het geheel helemaal kompleet te maken, het abrubt aantrekken van de handrem, door de co-passagier.  Dit met het direct gevolg dat de achterzijde van het rijtuig een poging onderneemt de voorzijde in te halen.  Wat uiteraard alleen maar mogelijk is als de zaak in tweeën wordt gezaagd.  Bij ons bleef het bij een draaiïng van het voertuig.  Dat zich volledig, inclusief de vierkoppige bemanning, met de neus naar de andere zijde richtte.  Daar waar eerst de kofferbak nog heen wees.  Dit geheel als in een horizontale verplaatsing een rondje makende om de eigen, denkbeeldige, as.

Dat met die handrem ga ik straks nog even verder op in.  Om mij daar, door die kadobon, alleen tussen een stelletje vreemden te begeven was niet zo mijn ding.  Nou had ik sinds een tijdje kennis gemaakt, virtueel dan, met iemand uit Lelystad.  Een beetje vreemde gast, maar wel heel aardig voor zijn vrouw en kinderen.  Het leek mij een leuke geste hem te inviteren daar, naast mij, acte de présence te geven.  Daar was hij wel voor te porren, per slot van rekening had hij nog maar kort zijn rijbewijs, en in die tijd slechts één auto bijna totaal loss gereden.  Dat bijna lag puur aan het feit dat er aan beide zijden van de rijbaan waar hij reed, zich vangrails bevonden.  Beetje het flipperkast effect, althans zo heb ik mij dat getracht voor te stellen.  Kleine aantekening, het was niet zijn eigen auto, die was door een mij niet bekende oorzaak danwel reden naar de garage.  Misschien dat ik hem daar ooit nog eens naar zal vragen.

Bij aankomst werden wij genodigd ons naar een zaal te begeven met meer mensen dan dat daar stoelen aanwezig waren.  Zeer vervelend, maar niet als zodanig ernstig ervaren alswel het ontbreken van een koffiejuffrouw, sterker nog, er was zelfs helemaal geen koffie in het gehele complex te verkrijgen.  Overmacht, daar zullen we het maar op houden, of toch gewoon slecht georganiseerd.  In deze beperkte ruimte werd ons op totaal onnavolgbare wijze, door iemand die je het gevoel gaf deze vorm van onderricht geven helemaal niet plezant te vinden, uitgelegd, in theorie, wat je wel en niet moet doen in het geval dat je ooit in een slip terecht komt.  En deze in dezelfde vorm te verlaten als in die waarin je je bevond voor het hele gebeuren.

Hij vroeg zelfs of er al eens iemand iets dergelijks had meegemaakt, na een korte stilte kon ik het toch niet laten de voorvallen van mijn, zich op dat moment naast mij bevindende, vriend  Hij kon dit wel waarderen, mede gezien het feit dat hij er zelf nooit over zou beginnen.  Het is niet zo’n prater.  Ik vind het nu eenmaal genoeglijk om toch jezelf te onderscheiden van de grijze meute en dat ze weten dat je er bent.  Die aandacht hebben we absoluut gekregen.  Later toen we het geleerde in de praktijk moesten brengen, was het de bedoeling ons met vier personen in een daarvoor klaarstaand voertuig te verzamelen.  Toen bleek achteraf dat het niet zo’n heel verstandige opmerking van mij was geweest.

We hebben twee andere deelnemers toch kunnen overtuigen dat het niet zo’n vaart zou lopen.  Pas toen de portieren gesloten waren, heb ik nog kleine een toelichting gegeven.  De voormalige brokkenpiloot, die alleen maar gewend was automaat te rijden en niet meteen doorhad waar nou eigenlijk de koppeling voor diende, kreeg niet direct de zaak in beweging.  Ik vertrouwde ze toe, dat ze zich geen zorgen hoefden te maken, hij had per slot van rekening al bijna drie maanden zijn rijbewijs.  Pas toen werden ze echt nerveus.

Geheel onterecht natuurlijk, wat kon er nou misgaan, als je niet sneller dan dertig kilometer per uur mocht rijden.  Dan praat je niet over racen, we werden zelfs nog ingehaald, door twee bejaarden achter een rollator.  Kijk, dat is natuurlijk een grapje.  Dat zorgen maken bij de andere deelnemers achterin, kreeg pas echt vorm toen ik reed en de persoon naast mij verzuimde de handrem weer los te doen, zoals eerder verteld was om uit de slip te komen.  Nee, ik noem geen namen.

Later hebben we gezellig nog wat gegeten, daarbij heeft hij het dus gepresteerd dwars door een autovrij centrum te rijden.  Gelukkig was de agent die hem aanhield in een goeie bui, en wees hem de juiste weg waar het wel geoorloofd was met een voertuig te komen.  Aardige mensen, die Friezen.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Opwindende uitjes

De vraag is, mag je je kwaad maken terwijl je een dagje uit bent in ik noem maar een pretpark of openlucht museum.Het enige juiste antwoord hierop luidt natuurlijk, “Nee”.Volgende vraag, worden wij wel eens kwaad bij een dagje uit in een pretpark of een openlucht museum.Het trieste antwoord op de tweede vraag is helaas soms, ”Ja”.

Ook ik ben wel eens heel kwaad geworden, meestal geheel onterecht, maar ik voer als argumentatie aan dat ook ik maar een mens ben.Wij zijn eens in het Land van Jan Klaassen geweest, toen onze kinderen nog klein waren en dat nog vermakelijk, boeiend en leuk vonden, daar zou ik nu niet meer naar toe gaan.Niet dat ik me daar in het park opgewonden heb, het was meer de weg er naar toe, het was het tijdperk voordat de Tomtom zijn intrede had gedaan, en we waren al twee keer op afstand er voor langs gereden zonder een mogelijkheid te ontwaren daar meer in de buurt te komen en te kunnen parkeren.

Ik maak dan onnette opmerkingen over degenen die voor dit hele gedoe een oorzaak zijn, van het idee erheen te gaan, tot de ontwerpers van de gehele infrastructuur van het gebied en wegenplan.En dat is nog netjes uitgedrukt, lelijke zwarte stropdas, komt dan niet in mijn vocabulair voor.Tweemaal zijn wij voor een weekend in een hotel in Gent geweest, en beide keren heb ik meer van de binnenstad van Gent, met bijbehorende tram en opgebroken wegen mogen zien dan waar ik behoefte aan had.Om nog maar te zwijgen welke afslag er genomen moest worden om überhaupt bij de parkeerplaats van het hotel te belanden, in mijn herinnering hebben we drie rondjes rond het pand gereden, tot wij de afslag ontwaarden.Stom dat wij dachten dat die inrit bij één of ander congresgebouw hoorde, aangezien het hotel zich daar vlak naast bevond, een Belgisch trekje van waarom moeilijk als het makkelijk kan.

Een keertje in het welbekende openlucht museum in Arnhem liepen wij als zo’n beetje de eerste bezoekers met onze jonge dochters naar een soort van kinderboerderij, daar was een leeftijdslimiet aangegeven voor kinderen.Wij waren daar eind juni, onze oudste was net daarvoor vijf geworden, de grens om naar binnen te mogen was vier en ondanks dat er zich geen enkel ander kind op die plek bevond mocht zij niet naar binnen.Ja, ik geef toe dat ik me heb ingehouden tegen het daar betuttelende onkundige niet meedenkende en bijzonder kind onvriendelijke trutje, maar aan de wijze waarop ik deze dame omschrijf zou u mijn toenmalige gemoedstoestand kunnen aflezen.

Ook ben ik een heel kort moment, ik heb mij snel hersteld, een ietwat verbolgen geweest in een ander openlucht museum, ditmaal was het in Emmercompascuüm.En dan ook nog zeer onterecht op mijn dochter, die niet mee wilde spelen door de leeftijd van mijn andere dochter iets jonger te laten overkomen dan de werkelijke om op die doortrapte en slinkse wijze, de entreepijs te reduceren.Meteen heb ik haar dat vergeven, alleen mezelf heb ik dat eigenlijk nooit vergeven, het was voor mij een wijze les.

Laat nooit je kinderen voor je liegen, en probeer wat er ook voorvalt vriendelijk te blijven wanneer je een dagje uitbent, het leven is veel te mooi om je druk te maken over onzin als tijd en geld.

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De Kelderdeur

Als ik zo terugdenk aan de tijd dat ik nog thuis woonde, en ja dat is al een hele tijd geleden, dan is dat vaak met gemengde gevoelens.Niet dat ik een vervelende jeugd gehad heb, maar die kelderdeur ja dat blijft een gevoelige plek.Ik ben opgegroeid in een, wat ze plachten te noemen, normaal gezin, vader aan het werk moeder thuis, broers en zus eerst op school, toen ze ouder werden aan het werk.En ik, tsja ik was de jongste en als je dat eenmaal bent dan blijf je dat, ik was er wel, maar eigenlijk niet echt, altijd een beetje het buitenbeentje geweest, niet als in lastig, nee gewoon niet zoals de anderen.

Mijn moeder had een eigenaardige hebbelijkheid, niet dat het in dit verhaal wat uitmaakt, maar misschien leuk om te lezen, zij hield ervan zo af en toe de meubels een andere plek te geven, nou ja geven, schuiven over de vloerbedekking.Als ik dan weer thuiskwam van school, meestal was ik als eeste weer thuis, dan was één en ander weer van plaats verwisseld behalve, kijk daar diende zich steeds hetzelfde probleem aan, na zo’n metamorfose, ik wist toen niet eens dat daar een apart woord voor was, maar na die omzetting der huisraad, bleven er altijd twee dingen op hun oude plek.Die waren haar net even te zwaar, en wie mocht dan de puntjes op de i zetten.

Okee, wat was er met onze kelderdeur, op zich een normale deur maar toch, ik zal het uitleggen.Als er een keertje iets van één van de gezinsleden ofwel familie, eventueel aanstaande schoondochters, in een krantje een weekblad of desnoods een foldertje stond.Dan werd dit steevast op die deur geplakt, en daar bleef het dan hangen.Mijn oudste broer had eens een intervieuwtje gegeven voor een bedrijfskrantje waar hij toen werkte, nou ik zie de tekst nog zo voor me : “In elke man schuilt een kind “, en waarom, puur en alleen om de reden dat hij gek was op het bouwen van vrachtwagens, en dan van die plastic bouwpakketjes, hij had er zo’n kleine veertig.Ik bedoel maar.

Helaas, ik heb het nooit zover gebracht, geen plekje op de kelderdeur, de rest van ons huishouden wel, ik meende zelfs een keer iets te hebben zien hangen van iemand die niet eens bij de familie hoorde, maar misschien gaat mijn fantasie nu met me op de loop.De kelderdeur, jaja hij komt, let op, nu wordt het ingewikkeld.Bedenk ik mij opeens, ik had een keer een klein onenigheidje met mijn één na oudste broer.Het gevolg van deze onenigheid was, dat hij mij door het hele huis achterna zat, en met hele huis bedoel ik ook het hele huis, tot ik mij opsloot in de enige slaapkamer die op slot kon.Maar helaas, voor toen, deze barriere kon hem niet stuiten, met enig geweld heeft hij zich toen toegang verschaft tot deze ruimte.

De rest van dit verhaal doet er op dit moment even niet toe, voor hen die het graag willen weten, jullie mogen altijd contact opnemen.Wat in deze anekdote wel een rol speelt, is het feit dat er een miniscule beschadiging aan de deur was aangebracht.Viel nauwelijks op, ik probeer nu een beetje te bagataliseren, dit om de zaak te veel op te blazen.Daarom had de aanrichter dezes, een paar maanden later, in zijn onmetelijke wijsheid het besluit genomen de deur te herstellen en tevens van een nieuw kleurtje te voorzien.Om dit te bereiken had hij de deur geplamuurd, geschuurd en daarnaast ook besloten wat andere deuren mee te nemen bij deze weloverwogen actie.

Want zo is hij, als je iets doet, pak het dan meteen groots aan geen half werk.Daar lagen dus achter ons huis onder de carport drie deuren te drogen, en nou mag het zo zijn dat ik nog nooit op de kelderdeur heb gestaan, op het moment dat er iemand aankwam achter het huis, de hond dus wel.Sterker nog niet alleen op de kelderdeur ook de kamer- en de keukendeur, allemaal hondepootjes in de vers gespoten nog niet helemaal droge verflaag.

Ik vond het best een mooi gezicht mijn broer niet, die dacht daar totaal anders over, gelukkig was het een snel beestje en gezien het feit dat diegene die langskwam de dominee met zijn vrouw was, bleef ook zijn vocabulaire ruim binnen de voor nette burgerlui gestelde grenzen.Nee, echt ik zit er niet mee, dat ik nooit op de kelderdeur heb gestaan.Daar zou ik me ook niet gelukkig onder gevoeld hebben.

En de hond, ik weet niet of deze er trots op was, ach die heeft het overleefd wat zeker te danken is aan onze kerkelijke voorganger, en het feit dat vier pootjes sneller zijn dan twee.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bij de chinees

Familie bezoek maar dan weer net even anders, vooruit we houden het op een gemeenschappelijke in een door de verre voorgaande generaties verbonden band.Maar daar kom ik nog wel eens op terug, ik wou het over onze gezamelijke maaltijd hebben, beter nog over het verkrijgen van onze later te verorberen gezamelijke maaltijd.               Wij kwamen met het excellente idee iets bij de plaatselijke chinees op te halen, en met plaatselijk heb ik het hier over Voorthuizen, daar bevonden wij ons dat weekend.

Bij de chinees gaat het er altijd formeel aan toe, kalm, netjes en beleefd.Nou dat laatste was wel waar, wat wij daar beleefd hebben, voor mij was het de eerste keer.Een paar keer heb ik eens om mij heen zitten kijken of daar ergens verborgen kamera’s waren verstopt, het belangrijkste kenmerk van verborgen kamera’s is dat ze verborgen zijn,       ik heb ze dus niet gezien, maar dat zegt uiteraard niks.

Waar bij de mij bekende andere chinese restaurants gebruik wordt gemaakt van een modern bestelsysteem werd hier door een, al op gevorderde leeftijd verkerend vrouwtje nog het oeroude bonnenboekje ter hand genomen, een rekenmachientje, welnee gewoon op het, later voor het inpakken van de gerechten benodigde, grote vel papier.Daarbij werd voor elke klant op luide toon de uitroep gedaan,”Tassie bai, tassie bai” ?                  En dat terwijl er met een aantal lege tasjes, die zich op de toonbank bevonden, luchtig werd gezwaaid, dit afgewisseld met een aanstekelijke opvallend chinees lachje, probeert u zich er maar een beeld van te vormen.En dan nog het rijkelijk verstrekte sambal,         ja de bekende vraag, “Sambal bai, sambal bai ?”

Zelfs als er nee werd gezegd, verdwenen er minimaal twee dichtgeknoopte plastic zakjes in het voor tien cent verstrekte tasje waarin de bestelde gerechten vervoerd konden wordenEn weer klonk er door het hele restaurant het spitse spontane lachje,                 van het in mijn ogen toch wel wat gestreste oudje.Ze vloog steeds weer heen en weer achter haar balie, en zelfs die plek was niet groot genoeg, ze liep nog mee naar de deur hield die open liep mee naar buiten en vloog weer terug net op het moment dat daar de telefoon weer rinkelde, waar op luide stem elk bestelde gerechte tot twee keer toe werd herhaalt.

Bij de tweede keer dat zij zo een klant naar buiten begeleide, werd er door een andere aanwezige klant op humoristische wijze aan haar opgedragen weer terug te gaan naar haar plek, waarop zij met een lachje gepikeerd terugriep, dat ze soms het hele restaurant van haar baas moest runnen, en dat dat best wel eens veel werk was, begeleid met weer dat aanstekelijke lachje, hihihi hihihi.Iedere aanwezige, op dat moment zeker twaalf, begon al mee te lachen, en ik maar naar die kamera zoeken.

Na een klein half uurtje was onze bestelling klaar, nee geen sambal nee echt niet, ‘t is goed zo, ja wel tassie bai, en zo werd ons gerecht in twee plastic tasjes gehesen en wij beleefd maar consequent naar de deur begeleid.Het was een belevenis om niet snel te vergeten, maar je moet er bij zijn geweest om het echt te kunnen voelen, en dat in Voorthuizen.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eens op een camping

Het is inmiddels ruim vijfentwintig jaar geleden, wij waren nog met ons tweetjes.Kamperen in een tent in de Zwitserse bergen, een schitterend uitzicht een beekje die zich met het bijbehorende stroomgeluid stevig omlaag kabbelend achter ons langs begaf, niet te zien maar qua geluid wel steeds aanwezig.Ik beaam hier dat het bijzonder rustgevend is, alleen is het wel een soort van stimulans voor de blaas, en dat was dan een ander punt.Wij zaten nogal ver verwijderd van de sanitaire voorzieningen, zelf vond ik dat niet een hele grote tekortkoming, maar mijn lieve dame had daar wat meer moeite mee.

Het nadeel van in een tent ergens in het gebied Wallis, Valais voor de Franstalige ingezetenen, is wel dat het er ‘s avonds behoorlijk kan afkoelen, en een tentdoek is niet echt een goede isolator.Ook de al eerder genoemde geluiden van het zich achter onze plek verplaatsende water drong met alle gemak de ruimte binnen.We zaten eerst ‘s avonds voor de tent daarna verplaatsten wij ons naar binnen om ten slotte te eindigen in de slaapcabine, een soort tent in een tent, als laatste kropen wij maar in onze slaapzakken en ontstaken het gaslampje niet zozeer om het licht maar meer om de warmte die zo’n vlammetje afgaf.

Op een avond zijn wij iets eerder naar binnen gegaan, wat als direct gevolg te beschouwen is vanwege het weer, het onweer om iets duidelijker te zijn.Al vaker hadden wij onweer meegemaakt ergens in de bergen van Oostenrijk, maar dit was toch wel als bijzonder stevig te betitelen, alles donker dan een scherpe lichtflits meteen gevolgd door een oorverdovend gebulder.En dat alles goed hoorbaar door het dunne tentdoek, zeer spectaculair maar wat mij betreft niet nodig geweest om onze vakantiepret mee te completeren.Tegenover ons, wij stonden daar aan de rand van de camping op een groot veld verenigd met nog een kleine acht andere kampeerders, ja het was er vrij rustig.

Tegenover ons stond een ouder Duits echtpaar waarvan de dame in dezen een behoorlijk fervent rookster was, en die elke morgen eerst haar longen stond te legen om ruimte te maken waardoor ademhalen, een noodzakeljk kwaad, in elk geval een kans kreeg. Daarna stak zij steevast de eerste sigaret op.

Naast hen was die dag een jong stel, aan het kenteken op de auto te herleiden uit België, aangekomen om de al aanwezige club te vergroten.Zij waren gekomen met een model stationcar, ze aten buiten de tent.Eigenlijk deden ze de meeste zaken buiten de tent, de reden daarvoor moge duidelijk zijn, het was een klein koepeltentje, die je met behulp van twee flexibele kunsstof stangen, in een handomdraai op kon zetten, en desgewenst weer afbreken.

Dit was de bewuste avond van het onweer, waarbij wij nog in het stadium van de voortent waren, en zodoende mede vanwege het nog aanwezige daglicht en de doorzichtigheid van plastic in de voorkant van de tent, op de eerste rang zaten om het zich daar voltrekkende tafereel goed te kunnen volgen.Eerst zaten onze Zuiderburen nog voor het tentje, hetzij met wat bezorgde blikken, toen het wat nattig begon te worden verdwenen ze beide in het tentje.Bij de tweede donderslag ging de rits open en kwam het meisje naar buiten om plaats te nemen in de auto, het duurde nog drie of vier flitsen en wat gedonder totdat ook de jongeman de tent verruilde voor de stationwagen.Toen kwam hij ineens naar buiten gevlogen, pakte met een simpel handgebaar het hele tentje op deed de achterklep los, en schoof het geheel naar binnen, waarna hij weer instapte daarop werd de auto gestart waarna ze van het terrein verdwenen.

Wij hebben nooit wat van hen weergezien of gehoord, het opstarten elke morgen van de Duitse dame naast hen wel.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De schoolfoto

Ergens in een fotoalbum of schoenendoos, moet nog een schoolfoto zijn van de Oudewerfslaan.Zo noemde men die school, simpel om de voor de hand liggende reden dat die school zich bevond aan de Oudewerfslaan, zo was dat bijvoorbeeld ook met de Brederoschool welke zich dan niet bevond aan de Oudewerfslaan maar aan de Brederostraat.De eerst genoemde school was een oud gebouw, met een naast gelegen steegje via welke je op het schoolplein achter de school kwam, daar hing ook de van oudsher bekende schoolbel.

In deze aangelegenheid was het ook een echte bel, geen irritante zoemer, maar een door een menselijke hand, meestal de hoofdmeester bediende bel, die dan ook meteen kon zien hoe er stante pé werd gereageerd op dit door hem persoonlijk gecreëerde schelgeluid.Het was een echte hoofdmeester van de oude stempel, een statige man die vast in zijn legertijd een ondergeschikte rol heeft mogen cq moeten vervullen, en deze teleurstellende slecht verwerkte emotionele diep weggestopte ervaring, werd dan in een later levensstadium gecompenseerd door afstandelijk gedrag, beter nog, gezag uit te oefenen op onschuldige en nog onwetende schoolgaande kindertjes.

Later werd deze man vervangen vanwege een mij in die tijd onduidelijke redenen, maar vast een vorm van overspanning van de persoon in kwestie vanwege het niet serieus genomen worden door toch iets pienterde schoolgaande jeugd dan deze in zijn visie zouden moeten zijn.Maar om schoolhoofd te zijn, danwel proberen te zijn, was er een uitgesproken karaktereigenschap vereist, waardoor alle schoolhoofden de eendere afwijkingen hadden, die hooguit nog wat geperfectioneerd moesten worden, maar daar waren dan weer de zesdeklassers voor in het leven geroepen.

Tijdens het handenarbeidsuur, dat was het rustmomentje in de week waarin onze creativiteit op de proef werd gesteld of in het andere geval ingeperkt vanwege tekortkomingen welke bewerkstelligd werden door de beperkingen in de artisticiteit van de betreffende gene die voor de klas stond danwel tussen de tafeltjes doorliep om de gemaakte scheppingen met een ingebeelde kennersblik op hun waarde in te schatten.

Ons klussenuurtje, als vijfdeklassers werd gevuld met het opnieuw kaften van studieboeken door middel van éénzijdig plakkend doorzichtig folie, wat toch wel een lastig werkje was, met name voor die lieden die een beperkte ooghand coördinatie bezaten, wat dan weer bijzonder vermakelijk was voor de andere kaftertjes die deze eigenschap wel in de genen hadden, de hoofdmeester niet dus.Die foto in die schoenendoos of fotoalbum, daar was deze geschiedenis mee begonnen.

Eens per jaar kwam de schoolfotograaf langs, een handige kwiebus die het hele jaar door waarschijnlijk onvoldoende omzet genereerde en derhalve net als in vroeger tijden de troubadour, de handelsreiziger, Jan Klaasen en het latere Veronica, het land doortrok met hun equipage, de benodigde apparatuur om hun arbeid ter plekke te kunnen verrichten, en op deze simpele doch doeltreffende wijze enerzijds hun verdiensten anderzijds hun bekendheid wat te vergroten, wat eigenlijk alleen maar om de duiten ging.Deze man maakte dan foto’s van een hele groep kinderen, die zich in de meeste gevallen in dezelfde klas bevond, ook plaatjes van individuele kinderen, buiten in dat steegje naast het oude schoolgebouw.

Hiervoor maakte hij gebruik van een door hem meegebracht ezeltje, geen echte uiteraard maar een nepper, daarop kon dan het te fotograferend scholiertje plaats nemen, een gemaakt lachje simuleren, en op de gevoelige plaat worden vereeuwigd.Dit alles om later in één of andere schoenendoos of fotoalbum voor de rest van zijn of haar aardse bestaan een zinloze plek te vervullen, heerlijk toch.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hapjes en toetjes

Er zijn van die mensen die het als een tweede natuur beschouwen om gerechten of hapjes te maken als in bakken, koken of wat er allemaal voor mogelijkheden zijn en daarbij geleid te worden door recepten die, ik noem maar iets, in één of ander maandblad worden gepubliceerd. Soms ook na aanleiding van een uitzending op teevee, waarbij dan het recept of beter gezegd de uitleg over het hoe en wat en vooral ook het juist niet, van de betreffende gerechten danwel hapjes, zouden moeten worden vervaardigt.

Ik heb daar een aantal keren kennis van mogen nemen, als in het proeven van dergelijke hoogstandjes, in een enkel geval dieptestandjes, ik weet niet of dat een goed woord is, maar u snapt vast wat ik bedoel. Mijn schoonmoeder, een fervent lezer van een maandblad voor vrouwen, ik zal de naam niet noemen want het gaat om de Libelle.       Zij heeft ons in vroeger tijden vaak verheugd met vooral de toetjes na een feestelijke maaltijd, met bijvoorbeeld de Kerstdagen of Pasen, dan werd er steevast iets gekokkereld wat dan tevens een probeersel was.

Zelf zou ik dan een paar dagen of weken van te voren even een testje doen, is het wel wat ik er van kan verwachten, is het wel een goede combinatie qua smaak na een toch wel uitgebreidere maaltijd, en bovenal is het wel te eten, is het wel lekker.En last but not least, wat vinden anderen ervan.Menigmaal hebben wij desserts voorgeschoteld gekregen die niet aan deze criteria voldeden.Zij zette dan het voortgebrachte op tafel met zo’n blik in de ogen van, ik hoop maar dat ze het kunnen waarderen, een vage twijfelachtige gelaatsexpressie op haar gezicht.

Wij hebben citroenpudding gegeten, bijna op, koffiedesserts, waar per toetje een zodanige hoeveelheid koffie in ging dat je daar onder normale omstandigheden een week koffie van kon zetten, niet opgegeten.Haar gezicht was dan tevens voor mij de graadmeter. Al naar gelang het moment waarop die gezichtsuitdrukkking veranderde, was tevens de geslonken hoeveelheid toetje in het kommetje bakje, of op het bordje, wat dan weer een direkt gevolg was van de vorm en stevigheid hiervan, afgenomen of in het ergste geval aan de kant geschoven.

Eén keer wil ik u hier niet onthouden, dat was dan niet bij de oma van onze kinderen, nee dit speelde zich een aantal jaren eerder af bij een goede kennis, we zijn nog steeds bevriend mocht u zich dat afvragen.Wij, mijn lieve dame en ik, waren daar op visite, koffie met een gebakje waar niets op aan te merken viel. Later op de avond werd er iets anders geschonken, met de bijbehorende bakjes met pinda’s de kommetjes met chips en waarschijnlijk de voor mij altijd genegeerde tuck’s, een soort zout koekje waar je mij geen feestverhogend genoegen mee doet.Daar kwam de vriendin met een schaal gevuld met hapjes, zoals daar zijn het stukje leverworst het blokje kaas vast ook iets als wat in de volksmond een gerritje wordt genoemd, vraag mij niet waarom, en de voor mij zo herkenbare rolletjes rookvlees gevuld met een partje ei.

Waar ik in dit geval even op in wou gaan was dat laatste, dat rolletje rookvlees, waarvan ik in mijn achteraf veel te vertrouwde verwachtingsvolle onwetendheid was uitgegaan, dat er zich ook daadwerkelijk een door een daartoe bekwame kip geproduceerd legsels in bevond.Ik had dus niet gerekend op een stuk met pindakaas besmeerd banaan, het moment van gewaarwording zodra ik het naar binnen had geschoven kan ik mij nog zo voor de geest halen inclusief de smaakexplosie en de blik op het gezicht van de gastvrouw.Het was mijn eigen schuld, als ik beter opgelet had, dan had ik deze herkend, het was net als bij de moeder van de moeder van onze kinderen, afwachtend, vragend en angstig.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Auto rijden

Het is dan misschien niet waarvoor een normale auto bedoeld is, maar het is wel heel leuk om een keertje te doen.Wat scheuren door het bos over de modderige zandpaden, bomen op je af zien komen, best wel een boeiend tijdverdrijf.Wij waren dat weekend met een hele club jeugd op soort studieweekend met de organisatie Youth for Christ, we zouden daar in de rust en stilte van de ons omringende bossen, het één en ander uitgelegd krijgen, vraag me niet meer wat, het was een lang weekend, het enige wat me is bijgebleven, was dat slipavontuur.

Doet me weer denken aan de eerste keer dat ik een poging deed om de auto van mijn broer te besturen, ook dat speelde zich af op een bospad, in de zomer dat dan wel, maar er stonden wel bomen, veel bomen, en die bevonden zich wat mij betreft te dicht langs het zandpad waar ik probeerde, voor het eerst in mijn geval een Opel Kadett te verplaatsen.Een stuur daar had ik nog een idee over, maar een koppeling, geen flauw benul, ik had alleen nog maar op een fiets gereden met drie versnellingen dat wel dan weer, maar een koppeling zat daar niet op, wel een rem, twee zelfs voor en achter die je met handen kon bedienen door ze in te knijpen.

Om het één en ander te verduidelijken, het kadettje zigzagde over het bospad heen en weer telkens zich weer richtend op een boom, dan weer links van de weg en het volgende moment weer rechts, gelukkig kon ik van binnenuit de wielen bedienen, maar wat ik nou met die koppeling aan moest, nee dat was mij niet duidelijk.

De bezitter van het karretje, en tevens mijn broer, vond de situatie wel grappig, mijn zus, die zich op de achterbank bevond, had daar een heel andere mening over, en dat maakte ze ook bij elke boom die op ons afkwam duidelijk door met enige stemverheffing geluidjes te produceren die er niet toe bijdroegen dat ik me vertrouwder met het hele bestuurdersgedoe ging gedragen, integendeel.Jaren later heb ik het wel beter onder de knie gekregen, maar dat was dan weer mede dankzij een al gepensioneerde autorij-instructeur, bestaat dat woord eigenlijk wel ?

Een toch wel riskant voorval tijdens één van mijn twaalf lessen die mij moesten bekwamen in het rijden, was eigenlijk niet de ingreep die Kiel, de rijlesgever, in het half uurtje dat ik nog even voor mijn eigenlijke examen kreeg, ook daar verschilden onze meningen over, maar meer over die keer dat ik rechtsaf moest slaan, en daarbij een fietspad dat paralel liep met de weg zou kruizen.Gelukkig was ik door bekenden, die ook lessen bij deze bijzonder vriendelijk man hadden gevolgd, eigenlijk alle leden van ons gezin behalve mijn vader maar wel twee van zijn schoondochters in spé, gewaarschuwd.Niet dat er op een onjuiste danwel slechte wijze les werd gegeven, nee er was mij geheel op nonchalante wijze toevertrouwd dat het oude baasje een glazen oog had, welke wisten ze eigenlijk niet, ik, vanaf het moment dat hij bij die afslag zei dat ik kon doorrijden en ik toch duidelijk een fietser ons met aanzienlijke snelheid naderen zag, wel dus, het was zijn rechteroog, voor de kijkers links.

Terug naar dat modderige bospad met mijn achterwiel aangedreven NSU, met drie andere inzittenden, waarvan er twee het even voor hadden gedaan hoe je, door middel van het aantrekken van de handrem, heerlijk kon slippen.Die ene die het niet zag zitten ook eigenhandig dit fenomeen te beleven heeft nadat wij even gestopt waren om van bestuurder te wisselen, zijn maaginhoud langs het parcours aan het bos prijsgegeven, dat luchte toch enigszins op, mede gezien het feit dat hij dat in het ergste geval ook tijdens het rijden had kunnen doen, wat dan ook voor ons een hele opluchting was, dat hij het zolang had weten binnen te houden.Als laatste van de drie wou ook ik wel even een poging doen, en ik mag wel zeggen dat het mij, ondanks mijn gebrek aan ervaring wat slippen betreft, best redelijk tot goed afging.

Toen ik weer terug was bij de grote verbouwde schuur, die dienst deed als een soort van jeugdboerderij, gelegen midden op een groot stuk grasveld, had ik ineens alle ruimte om een paar nog grotere rondjes te maken, het was een genoegen van jawelste.Tot mijn verbazing, doken de andere inzittenden omlaag, ik vond dat in eerste instantie een beetje bijzonder, tot ik voor de ramen van het gebouw alle anderen, die dit weekend aanwezig waren, zag staan kijken.Nog steeds weet ik niet precies wat er door hun gedachten ging, ik hou het maar op verbazing.Maar toen de leider van het geheel, voordat hij begon met uitleggen uit de bijbel, refereerde dat het de bedoeling was samen buiten op het gras plaats te nemen, maar dat dat helaas zojuist was omgeploegd, werd er toch hartelijk om gelachen.

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Brandend vuurtje

Als het vuur gedoofd is, nu zal menigeen zich gaan afvragen, wat bedoeld hij nou weer.Acda en de Munnik zingen dat dan de wolven komen, en pas nu, net vanavond heb ik daar eens goed over nagedacht.Natuurlijk, vuur schrikt wilde dieren af, wolven en meer van dat soort nachtelijk gespuis.Doet me dan weer denken een mijn grote held Drs. P, met zijn relaas van een arreslee, en het grote gezin dat zich daarop bevond, en dat naarmate de tocht vorderde steeds kleiner werd, tot alleen de vader overbleef maar die vanwege de blijdschap dat hij het doel, de plaats Onsk, had bereikt een sprong van blijdschap maakte en derhalve zelf ook van de slee af flikkerde en ook tot etensmaal voor de wolven werd gedegradeerd, maar dat is dan weer een heel ander verhaal.

Nee, even terugkomen, als het vuur gedoofd is, het kan natuurlijk veel meer betekenen.Bijvoorbeeld de brandweer, die het sein brand meester afgeeft, niet daargelaten te erkennen dat in de meeste gevallen het vuur dan nog wel brandende is.Terwijl ik dit zo type, bedenk ik me dat het eigenlijk een zeer belachelijke uitdrukking is, als het vuur nog brandende is, hoe bedenken ze het.Als het niet brand, dan is het geen vuur, dus in navolging van bovenstaande, een vuurtje kun je ook niet aansteken, want er is nog geen vuur.Iets kun je aansteken, dat zou dan een vuur kunnen worden, maar ook een aanstekelijke lach, uiteraard van geheel ander kaliber, maar wat ik zeggen wil, iets heeft een naam maar die naam klopt niet, tot het wel zover is maar dan klopt de naam van de handeling niet meer.

Een vuur aansteken, nee, een niet vuur aansteken, ja, een vuur dat brand aansteken, nee, best wel te volgen, als je maar uitkijkt dat je niet je vingers brandt.Als het vuur gedoofd is, een andere betekenis is in de liefde te vinden, als dan het vuur gedoofd is, krijg je verkilling, dan is de warmte weg, het is niet meer aangenaam.Daar helpt geen kannetje petroleum aan, laat staan een tankwagen.

Komt bij mij die oude zegswijze weer boven drijven, heeft er zijdelings mee te maken, maar geeft wel een goede verklaring over echte liefde en dat je elkaar niet altijd hoeft te zien.Hij luidt: ”Afwezigheid bij de liefde is als wind bij het vuur, het kleine blaast het uit, het grote wakkert het aan “Wat ik eigenlijk bedoelde te zeggen is dat, toen de vuurkorf uitging, het killer werd buiten en daarom zijn we maar lekker samen naar binnen gegaan en in bed gedoken.

Lekker slapen.Of hadden jullie iets anders verwacht ?

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hijnepit

Soms hoor je wel eens een woord, waarvan je denkt dat je het goed verstaan hebt maar niet goed weet wat er gezegd wordt.Met liedjes hebben ze daar zelfs een uitdrukking voor begreep ik, iets met appelsap ofzo, maar daar kan ik naast zitten.Er zijn zelfs artiesten, die, als ze een nummer ten gehore brengen en een stukje van de tekst kwijt zijn, gewoon wat woorden gebruiken om zo de gaten te vullen die ontstaan door het achterwege blijven van het onthouden van een stuk van de tekst die ze misschien al wel honderd keer hebben gezongen.Van de heer Presley zijn daar zelfs opnames van, waar hij dan zelf hartelijk om lachen kan, nu ben ik een groot bewonderaar van Elvis, maar dit vond ik toch wel een behoorlijk zielige vertoning.

Kinderen zijn hier heel goed in, en zijn ook niet bang er over te vertellen, een vorm van onbevangenheid, lachen ze erom, nou en, beter dat dan met vragen blijven zitten.Zo was het vroeger als een oom van mij aan tafel hardop bad, dat hij de woorden, kleven kleven, gebruikte.De juiste tekst was, kwam ik veel later pas achter, “Maar geef dat onze ziele niet aan dit vergankelijk leven kleven “, voor een kind is dat een behoorlijk moeilijk te begrijpen zin, en een wijze man, want dat was mijn oom, vragen naar wat hij nou eigenlijk bad, ja daar zag ik geen heil in, om maar in de juiste terminologie te blijven.

Het is in enkele gevallen ook best wel grappig als, met name wat oudere mensen, zaken niet meer zo goed kunnen horen, uiteraard zijn daar weer hulpmiddelen voor, maar in enkele gevallen zijn deze niet afdoende, niet toerijkend genoeg om het gesprokene verstaanbaar te krijgen, mijn schoonmoeder is daar een mooi voorbeeld van.Gelukkig kunnen we daar dan soms hartelijk om lachen, maar ik kan mij heel goed voorstellen dat het in andere gevallen hele nare consequnties zou kunnen hebben.

Twee oudjes, samen in de auto hij rijdt, zij geeft aanwijzingen, “Is het vrij aan de rechterkant ? ”, vraagt de ietwat hardhorende chauffeur aan zijn in dit geval adviserende, bijrijdster.“Niets te zien”, is het gehoorde antwoord, maar er werd gezegd, “Een fiets of tien.”Wat dan weer bijzonder nare gevolgen teweeg kan brengen, ware het niet, dat de oud man ook zelf even een blik in de rechterrijrichting wierp,en zo een hoop ellende weet te voorkomen.

Nu kan ik heel goed begrijpen, dat er toch enige vraagtekens gezet kunnen worden bij de korte titel van dit epistel, vaak bedenk ik pas een titel nadat ik de laatste zin geschreven heb, deze keer dus niet.Mijn broer was vroeger in het bezit van een elpee, inmiddels heb ik zelf zelfs twee exemplaren van dit album, het bijzondere aan de hoes, om even erop door te gaan, is de binnenkant.Daar heeft Rick van der Linden, de man achter Ekseption, de band waar het om gaat, heeft het hele verhaal van de elpee, een soort epos over iemand die met een tijdmachine zijn vriendin achterlaat een tijdreis maakt en weer terugkeert.Aan de binnenzijde van de hoes heeft hij dat volledig uitgewerkt opgeschreven, inclusief tijden van opnames.Steeds was ik van de overtuiging, dat dit na aanschaf door mijn broer was gedaan, tot ik jaren later bij een goede kennis dezelfde elpee zag staan, en hem uiteraard vroeg, of hij die elpee van mijn broer had geleend, pas toen kwam ik tot de ontdekking dat het door de artiest zelf was gedaan.

Weer een uitweiding die ons niet dichterbij de uitleg van de titel van dit vreemde verhaaltje brengt, maar we komen er wel.Op die elpee worden voordat een bepaalde track begint jaartallen uitgesproken, en wel op een zodanige wijze dat ik altijd “Hijnepit” verstond, daar waar “Hundred” werd gezegd.Eet hijnepit, nijn hijnepit, sausend, ieleffen hijnepit, twelf hijnepit.

Ja, zo ontstaan dus deze vormen van versprekingen, of althans dat wat men dan denkt te horen, het gekke is dat juist door dit soort als juist geïnterprteerde woorden of zinnen, dat ik anders ben gaan luisteren, een wijze van denken op het moment dat iets onbegrijpelijks wordt genoemd, wat er dan logischerwijze en binnen de grenzen van het aannemelijke bedoeld zou kunnen worden.En dus niet ervan uitgaan dat de gebezigde uitspraak de juiste is, zoals Conan Doyle het Sherlock Holmes altijd liet verwoorden, “Als je alle onmogelijkheden uitsluit, blijft er altijd één mogelijkheid over, en hoe onmogelijk deze ook lijkt, het is de juiste.”

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Het verkeerspark

Toen onze dochters nog klein waren, en naar ons luisterden, en heel soms ook deden wat wij heel netjes vroegen zoals dat goede ouders betaamt, en wat voor mijn gevoel dus ook al jaren geleden is, toen zijn wij een keertje naar een park geweest.Nu zult u zeggen, een park wat is daar nou voor bijzonders aan, nou ik heb niet gezegd dat het park bijzonder was, laat staan het was niet eens een echt park, het was een verkeerspark.Zoals ik mij heb laten voorlichten schijnt het zo te zijn dat deze parken er op ingericht zijn om jonge kinderen, die wij dus hadden, om die kennis te laten maken, op een speelse wijze uiteraard, met de alhier ten lande geldende verkeersregels.

Ik heb het hier nog wel over de tijd dat de regels voor het verkeer langer meegingen dan een gemiddelde bolide, niet dat er elke maand weer wat regels hetzij werden aangepast danwel volledig herzien, of gewoon afgeserveerd.Als ik, om een voorbeeld te geven, terugkijk naar de tijd dat ik achtien was, ik weet het dat is nog iets langer geleden, toen kon je om in het bezit te komen van een motorrijbewijs simpelweg naar het gemeentehuis, dat was een plek waar ambtenaren zich overdag verzamelden en zo eensgezind en in rustgevend gezelsschap de dag door te komen.En in dat gemeentehuis kon je bij de betreffende balie bij de desbetreffende medewerker, al klinkt dat een beetje ongeloofwaardig, eertijds een ambtenaar in één zin genoemd met het woord werken, maar soir dat terzijde, daar kon je dan een dertigdagenkaart aanvragen.En met dat bewijs kon je, zoals de naam al doet vermoeden, dertig dagen binnen die gestelde gemeentegrenzen lustig op je motor rondtoeren cq scheuren, daarna kon je een betrekkelijk eenvoudig examen aanvragen, waarna je in de meeste gevallen je roze papiertje kreeg wat je de vrijheid gaf om je dan ook buiten de gemeentegrenzen op een motorfiets te verplaatsen.

Het verkeerspark, in ons geval in Assen, oma was ook mee, en daar konden twee medewerkers van dat park misschien wel eens nare herinneringen aan overgehouden hebben.Zij heeft al diverse keren aangegeven, dat zij vroeger heel heel heel lang geleden, wel eens gestuurd heeft, daar bedoelde zij dan mee, dat zij ooit de Daf van haar vader over een stuk weiland verplaatst heeft door met haar voet een pedaal in te trappen.Ook die dag is die opmerking een aantal keren langsgekomen, tot we bij een soort van parcours kwamen waar iets wat op jeeps leek gebruikt konden worden om daar, binnen de aangelegde banen rondjes te rijden.

Dat heeft zij gedaan, de eerste keer met mijn oudste dochter naast haar, die met oma naast zich zelf daar even voor een aantal rondjes had gereden.Toen oma aan de beurt was, heeft een medewerker daar samen met een collega, nadat hij vlak daarvoor heel snel aan de kant sprong, het autootje uit de zich naast de rijbaan bevindende bossage getild, wat die auto daar moest en waarom oma daar heen stuurde, ik weet het niet.Toen ze tenslotte, na een aantal redelijk succesvolle maar geen toptijden opleverende, rondjes had gereden, deed mijn dochter het voorstel om er maar mee te stoppen, ook voor de andere daar aanwezige medeweggebruikers kon er dan weer snelheid gemaakt worden.

Dit soort wagentjes zijn met automatische aandrijving, wat er op neerkomt dat er zich twee pedalen in bevinden, voor rijden en voor remmen.Mijn  dochter was al uitgestapt, haar oma had wat meer moeite naar buiten te komen, een medewerker, nee niet dezelfde, toonde zich bereid haar daarbij te assisteren, tot het moment waarop de oude dame haar voet per abuis op het gaspedaal plaatste, waarop ook deze medewerker, in navolging van zijn collega eerder, heel snel aan de kant moest springen.Ja, sturen kon ze wel, maar of dat voldoende is om aan het echte verkeer deel te nemen.

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De wc deur

Eigenlijk had ik me het nooit echt afgevraagd, zo deed ik het gewoon, het was een vaste gewoonte van mij en het baarde mij geen enkele zorgen.Soms doen mensen iets zonder aanwijsbare reden, ingeslopen gewoontes altijd zo gedaan dus waarom anders doen.Het zou met een simpel voorbeeld verduidelijkt kunnen worden, even denken . . . .

Ja, de inmiddels al jaren geleden overleden radio presentator Kees Schilperoord, al zal die naam velen niks meer zeggen, die vertelde een keer in een interview, dat hij indertijd altijd samen met zijn vrouw boodschappen ging doen.Zij bestuurde hun auto, hij zat er dan naast, net als met zijn in vroeger jaren veel beluisterde radiospelletje, “Raden maar”, waarin ook de meeste bellers er naast zaten, naast het goede antwoord, al is dat weer een andere vorm van er naast zitten.Nadat zijn vrouw was overleden, zo vertelde hij in die uitzending, ging hij alleen op stap voor de dagelijkse benodigdheden.Toen hij bij de eerste keer de boodschappen had ingeladen en terugkwam bij de auto nadat hij het karretje had weggezet, ging hij aan de passagierszijde in de auto zitten, te wachten op zijn vrouw, die uiteraard om heel begrijpelijke reden niet in staat zou zijn de auto te besturen.Nadat hij daar zo een tijdje had zitten wachten drong het tot hem door, dat hij alleen was, vond het zelfs bij nader inzien een tikkeltje grappig, binnen de juiste context uiteraard.

Dit is wel een heel extreem voorbeeld, dat realiseer ik me ook wel, maar zo gebeurt het soms dat dingen gedaan worden zonder er over na te denken, in enkele gevallen komt men er uit zichzelf nooit achter, soms moet een ander je er op wijzen.Terugkomend op mijn vreemde gewoonte, naast altijd iets vier keer willen doen wat waarschijnlijk een tijdelijke dwangneurose was, nee niet naar vragen, mijn vaste ritueel na het gebruik van het toilet was, en dat is niet om te lachen, snel zorgen dat ik de ruimte die was toegerust om je behoefte te doen, te verlaten.Zo snel zelfs, dat ik met mijn ene hand de deurklink vasthield en met de andere de ketting waarmee het mechanisme in werking werd gesteld om de geproduceerde boodschap te doen wegspoelen.

Een kleine uitleg wat betreft het doorspoelreservoir van een oude toiletpot, in die tijd in sommige kringen, de plee genoemd.Tegenwoordig hebben we combinatiepotten, en zelfs inbouwreservoirs zijn volledig ingeburgerd, maar in de jaren zestig en zeventig hadden we alleen de zogeheten vlakspoelers met zwarte bril, en dan bedoel ik niet als die van de Duitse brildragende zanger Heino.De voorraad spoelwater bevond zich boven de pot hoog aan de muur, met een klein buisje dat aan de voorzijde uitstak, waarschijnlijk zo gefabriceerd dat bij een te fanatieke waterstroom en daarnaast als de hangend porseleinen bak de hoeveelheid water niet meer kon bevatten, het water dan via bovenbeschreven pijpje in de zich daaronder bevindende pot verzamelen, om via dat kanaal de riolering bereiken.

Deze bak zat in de meeste gevallen stevig verankerd aan de muur met behulp van, op het te dragen gewicht berekende keilbouten, en zou derhalve zich ook op die positie blijven handhaven, zelfs als er in uitzonderlijke gevallen, stevig aan de ketting werd getrokken.Zoals mij later is verteld, heeft de bak na het door mijn trekkracht in werking stellen van de hele procedure zich in mijn richting begeven, hoe dat verder is afgelopen, geen flauw idee, waarschijnlijk verdrongen in mijn geheugen.En zonder dat ik mij dat kan herinneren, heeft er in mij zich een angst genesteld om bij het aantrekken van de ketting mij zo snel als mogelijk uit de voeten te maken.

Eén hand op de klink, één hand aan de ketting, en later zelfs de schuifbuis, zoals ik die noemde, die er dezelfde functie op nahield.Inmiddels heb ik die angst ver achter mij gelaten, en helemaal nu, daar deze spoelinrichting zich achter een wandje bevindt.

 

Advertenties