Een week, een dag, een eeuw

En zo is het weer een dag later, en zo zijn we weer een eeuw verder.  Tegenstrijdig ?  Ja, absoluut.  Wat is een eeuw, een vrij lange periode.  En deze periode wordt dan aangeduid met het jaartal waarin het zich manifesteerd.  Van nul tot duizend jaar heet dan dus de eerste eeuw, eigenlijk best wel logisch.  Maar wat weten wij op het moment van die eeuw terwijl hij zich aan ons voltrekt, er gemakshalve even van uitgaand dat een eeuw onder de mannelijke categorie valt.

Vaak spreken wij onze mening uit over zaken die al hebben plaatsgevonden, vóór het eigenlijke gebeuren blijven wij hangen in een verwachting.  En zeg nou zelf, verwachtingen komen zelden uit.  De geschiedenis daarentegen liegt zelden, zij het dan dat die soms een ietsjes rooskleuriger wordt weergegeven.  Wij hebben inmiddele al een paar ervaringen op ons conto mogen bijschrijven die wij niet, en nu druk ik het zacht uit, hadden verwacht.

Vroeger toen ik nog een klein knaapje was, verheugde ik mij eind november op menige morgen op een rijk gevulde schoen.  In principe hoefde het niet eens om een rijk gevuld exemplaar te gaan, een beetje gevuld zou mijn verwachtingen al ver te boven gaan.  Soms ging ik, nadat ik heel vroeg al even had gecheckt of de goedheiligman, waar ik dus stellig in geloofde, mijn schoeisel had bezocht.  Dit viel voor mij te herleiden in het feit dat er zich enige pepernoten of iets in de vorm van marsepijn zich daar in bevond of direkt in de buurt, per slot van rekening hadden we hier te stellen met een toch wel wat bejaarde man, en mikken zou niet meer zijn sterkste punt kunnen zijn.  Nee, dat zou ik hem zeker niet euvel duiden, niet kwalijk nemen.  Helaas, als ik dan ten tweede male een gang gemaakt had om de inhoud op waarde te schatten, dan bleef het bij een hoopje ontastbare lucht.

Zo leven wij veelal in verwachtingen, altijd proberen wij ons een beeld te vormen van de toekomstige tijd.  Zodra er ingrijpende voorvallen in ons leven plaats vinden, is dat niet anders.  Inmiddels mag ik teruggrijpen op enige ervaring, jawel ook ervaringen die mij liever vreemd waren gebleven ook dat was een te simpel ingeschatte verwachting.  Zoals het er nu voorstaat, is er een geruststellende verwachting dat het helemaal goed gaat komen.

Nina ligt nog steeds op de IC, en zal daar ook naar alle waarschijnlijkheid nog één of twee dagen moeten blijven.  Zonder teveel op de technische zaken in te gaan, mag ik hier uit de doeken doen dat de hele vernauwing verwijderd is en de slagader derhalve een iets krappere bocht naar het onderlichaam maakt.  Dit zal ook regelmatig gecontroleerd moeten worden, maar in principe is het tijdens de operatie geheel volgens de verwachting verlopen.  De deskundigen hebben tijdens de gehele ingreep overlegd gepleegd, en in de overleggingen die beslissingen genomen die tot het uiteindelijke resultaat hebben geleid.  Langzaam aan zullen de diverse aanluitingen losgekoppeld gaan worden, te beginnen met de beademing.

Hoe dat allemaal in zijn werk gaat is mij niet geheel duidelijk, maar of dat nou nodig is om te weten ?  Vast niet, zolang ze het daar maar weten en daar zijn wij wel van overtuigd.  Daarna zal ze misschien nog een poosje moeten verblijven op de kinderafdeling, maar ook dat zal beslist niet langer gedaan worden dan nodig is.  Mama wil haar graag voor het weekend weer in huis hebben, maar ze weet ook dat wat nodig is nodig is.

Voor beide, papa en mama, is het een hectische tijd waarin ze welhaast geleefd worden door de omstandigheden.  Toch doen ze het in mijn ogen echt goed, ik druk dit heel behouden uit, maar geloof mij ik ben zo ontzettend trots op deze twee jonge mensen dat kan ik niet beschrijven zonder in de gebruikelijke gemeenplaatsen te vervallen en dat zij verre van mij.  Het is goed dat niemand weet wat zij doormaken, het is niet mogelijk voor welk weldenkend mens dan ook om zich daar een zuiver beeld van te vormen.  Gelukkig maar, zullen we maar zeggen.  Zonder de Kracht en de veerkracht die er op dat moment onontbeerlijk voor nodig zijn, is dit niet te bevatten.  Nog wordt het geduld op de proef gesteld, nog is er net het moment aangebroken waarop we het kunnen benoemen als in de afgelopen eeuw.

We zitten er nog steeds middenin en daar valt op dit moment niets aan te veranderen.  Het enige wat voor mij zo belangrijk is, we zitten er samen in.  Wij van iets meer terzijde maar zij beiden, eigenlijk met hun drietjes, als in het oog van de tornado. ogenschijnlijk windstil, maar een dreigende storm voelbaar nabij.   Waarom zoveel woorden besteed aan alles wat zich op dit moment op ons pad bevindt ?  Misschien om een vorm van helderheid te creëren, misschien om al diegenen die er zo door geraakt worden een goed beeld te geven.  Misschien ook om het een beetje van ons af te schrijven, ja ik zeg nu we en ja ik zeg ook dit keer van ons áfschrijven.  Later zullen we weten of het goed is geweest, nu gezien de vele reacties hebben we er een goed gevoel bij.

Wij willen iedereen daarvoor bedanken, Wendela en Elwin voelen zich daar enorm door gesteund.  En ook wij zijn daar echt door geraakt, bedankt allemaal.

Advertenties

Het bericht van ons leven

En zo zijn we dus vijf dagen verder, vijf dagen en zes nachten van knagende onzekerheid.  Namens Wenri en Elwin mag ik iedereen die op wat voor wijze met ons heeft meegeleefd, vanuit de grond van ons hart bedanken.  Oh ja, voor ik het belagrijkste oversla, Nina is geopereerd en alles is boven verwachting goed verlopen.  Waarom boven verwachting, zult u vragen ?

Het is een hele heftige gebeurtenis die wij hebben beleefd, en dan is er niks meer over van de zelfbedachte ingebeelde zekerheid die wij onder normale omstandigheden om ons heen hebben opgetrokken als een ondoordringbare barrière.  Aan de andere kant hebben we steeds er op vertrouwd en in geloofd dat het goed zou komen.  Maar we wisten allemaal dat het ook de enig goede manier was om er samen mee om te gaan.  Ik heb in de afgelopen dagen twee zo ontzettend sterke mensen gezien, dat ik er haast niet in de schaduw durf te gaan staan.

Wat zij hebben ervaren dat zou je nooit maar dan ook nooit iemand toewensen.  Het is op verzoek dat ik hier dus schrijf.  Vrijdag kwamen er nog best verontrustende berichten van het ziekenhuis toen zij daar met z’n tweetjes waren.  Doordat er meer van het jonge hartje van Nina werd gevergd, moest er door medicatie worden bijgestuurd.  Alles wat er sinds woensdagavond is gedaan ging steeds gepaard met de zorgen in ons hoofd over dat kleine prinsesje die daar verbonden en ondersteund lag te vechten in dat grote mensenbed op de IC van het UMCG.

Zondag kregen we foto’s gestuurd van de vader, waarop mama bij Nina op bed lag om haar heen als een beschermende cocon.  Dit zijn beelden die nooit meer van mijn netvlies zullen verdwijnen.  Pijn, krachtig zijn, onzekerheid, vertrouwen en daarbij het steeds onverteerbare afwachten.  Het is net of de tijd zich dan in een vertraagde vorm manifesteerd, tergend langzaam.  Je wilt verder, je wilt weten, je wilt troosten en bovenal de juiste dingen zeggen of doen.  Nogmaals, met grote dankbaarheid schrijf ik hier deze woorden.  Wij voelen ons gedragen en gezegend.

Gisteren zat ik met mijn dochter te praten over hoe we het straks gaan vieren als het allemaal achter de rug was.  Telkens gaat het dan door mijn hoofd, maar stel nou eens dat ?  Zo willen wij niet denken, toch sluipt de twijfel door een achterdeurtje naar binnen.  In onze kamer staat de box, daar heeft ze in gelegen, in de gang daar staat de kinderwagen ( nog van onze eigen dochters ) daar heeft Gea woensdagmiddag nog met haar een rondje mee gelopen.  Op tv was weer een voetbalwedstrijd, daar op die stoel had ik ‘s morgens nog met Nina zitten genieten.  Ik kon er niet meer naar kijken zonder de pijn te voelen, van wat als . . .

Het is niet zo gegaan, het is goed gegaan.  Wij voelen dat als een beschermende Vaderhand.  Vraag me niet waarom dingen gebeuren, ik kan daar echt geen zinnig antwoord op geven.  Ik geloof alleen dat wij geen moment in de steek gelaten zijn.  Dit klinkt tegendraads wetende dat er in andere gevallen bij andere mensen de uitkomst net anders is.  Natuurlijk weten we dat, we kunnen slechts spreken van wat ons is overkomen.  Met al die anderen wil ik meeleven, maar wij voelen ons rijk gezegend.

Ja, we hebben een vervelend jaar achter de rug, en ja er zijn mensen die fluitend door het leven gaan.  Wij zijn tevreden met ons leven, en dan tevreden in de betekenis dat het voor ons voldoende is.  Samen met Nina gaan we op naar de toekomst, en dat die onzeker is dat is voor ons inmiddels wel bekend.  Maar we gaan er samen van genieten, elk moment dat ons als presentje wordt voorgeschoteld.  En als er dan weer eens een kadootje bij zit dat we liever zouden willen ruilen, dan zullen we tegen die tijd wel weer zien hoe we er mee om mogen en kunnen gaan.

Tenslotte wil ik dan nogmaals, en ook namens de ouders de grootouders en de rest van de familie, iedereen echt bedanken voor alle steun die gegeven werd in welke vorm dan ook.  Er zal vast, met name de eerstkomende tijd wat angst zijn.  Ook het terugdenken aan wat er die woensdagmiddag allemaal is gebeurd, en proberen niet te denken wat er allemaal had kunnen gebeuren in de zin van totaal misgaan.  Zo is het dus niet gebeurd, en ook voor de tijd die nog in het verschiet ligt zullen we daar een weg in moeten vinden.  Ook dat zullen we samen doen, wij samen en samen met Hem die het alles voor ons zo goed heeft gemaakt.

Voor de komende tijd is Thelma hun hond even bij ons, ik ga haast denken dat ook zij het voelen kan.  Is dit idioot om te denken ?  Laat ons maar denken wat we willen denken, het leven gaat door.  Kom maar op, wij zitten in het winnende team, en onze kleine sterspeelster is onze allergrootste trots, en vandaag precies een maand oud.  Samen met haar mama en papa, de kanjers.

De schrik van ons leven

Er wordt door velen uitgegaan van het feit dat wat gebeurd is het verleden vormt, en dat wat nog niet gebeurd is noemen we de toekomst.  Tussen deze twee gevormde toestanden waarin zich alles afgespeeld heeft of in de eerste verwezenlijking nog moet plaatsvinden, bevindt de toestand waarin wij het nu beleven.  Wat ik hier net boven heb geschetst is dus nu ik dit noteer, verleden tijd.  Datgene wat onder deze zin verwoord wordt, is dus hier op dit moment nog toekomst.

Een hele beschrijving waar de meeste van mijn lezers, zo niet allen, geheel vertrouwd mee zullen zijn, maar misschien nooit op deze wijze bekeken.  Op dit moment, om het nu naar de realiteit van het hier en nu te halen, op dit moment leven wij in een pijnlijk onzekere tijd.  De afgelopen tijd is er uiteraard al heel wat in ons, ik beperk het hier even tot ons eigen kringetje, dus ons eigen gezinnetje inclusief schoonzoon Elwin voorgevallen.  Eén en ander is terug te lezen in de voorgaande verhalen die ik hier al geplaatst heb daar wil ik hier nu niet verder op terugvallen.

Nina, de jongste spruit aan onze familieboom, is op dit moment, en als goed begrijpelijk de eerste vier weken van haar zijn, onze grootste schat.  Zonder verder in teveel details te vervallen zou ik hier, en ik hoop dat ik mijn boekje niet te buiten ga, even een beperkte toelichting geven.  Het begon eind van de woensmiddag met huilen, daarna is het heel snel gegaan.  Stoppen met ademhalen, blauw worden en niet meer bewegen.  Elwin heeft onmiddellijk beademing toegepast, ongelofelijk de rust en kalmte die hij bewaarde.  112 gebeld, daar heb ik de hele tijd mee gesproken, totdat de ambulance arriveerde.

Tot die tijd steeds de vraag gehoord, iedereen was in de opperste staat en bleef maar in afwachting van de medische hulp vragen, “ Huilt ze nog ? ”  Dit om de eenvoudige en verklaarbare reden, dat zolang ze huilde ze nog leefde.  Dit wens je niemand toe, en uiteraard helemaal niet na wat er afgelopen jaar al met haar zusje was gebeurd.  Zuurstof toegediend door de ambulancebroeders, waarvoor alle lof.  Hoe kalm deze mensen ermee omgaan, dat is voor een buitenstaander niet te bevatten.  De traumahelicopter zou naar, het tien minuten verderop liggende Pekela vliegen met een specialist.  Nadat Nina gestabiliseerd was in de ziekenwagen, zijn ze onder politiebegeleiding naar de plek van de helicopter gereden, met mede nemen van de vader.

Wendela, de moeder, en haar zusje zijn onmiddellijk die kant opgereden, nog even langs huis om wat zaken te pakken.  En even later zijn ook wij, Gea en ik, naar het UMCG gescheurd.  Jawel, ik hield de gang er behoorlijk in maar alles nog net binnen de limiet.  Daar was het vooral een kwestie van er voor elkaar zijn, en lang, heel lang, té lang, véél te lang ( voor ons gevoel ) wachten.  Af en toe kwam de verpleegkundige van de IC even vertellen dat ze druk doende waren met het aansluiten van alle toeters en bellen, het afnemen van bloed en alle andere zo belangrijke zaken die nodig waren.  Daar moet je dan maar op vertrouwen, en stilletjes hopen en bidden dat het allemaal ten goede gaat komen.

Nadat er was verteld dat de toestand van onze grootste schat stabiel was, dat het onder controle was en de anti biotica goed aansloeg zijn de drie vrouwen, de afmatting nabij, naar huis gegaan.  Elwin en ik zijn gebleven.  Tegen elf uur mochten wij naar Nina, ik zal u de beschrijving van die aanblik besparen.  Maar toen ik alle snoertjes, slangetjes en aansluitingen bekeek, moest ik echt even slikken en het gevoel naar de tweede rang schuiven.  Even alleen het verstand haar werk laten doen, het was en is allemaal nodig.

Na nog ruim twintig minuten wachten, wat als een eeuwigheid voelt en waarbij je aandacht op elk piepje en elk knipperend lampje, op de achter de kleine meid bevindende apparatuur met hoop en wanhoop, is gericht.  Vooral de voor je gevoel verontrustende signalen, die volgens de aanwezige, en een kalme rust uitstralende, verpleegkundige, er gewoon bij hoorde.  Daarna werden wij meegenomen naar een klein kamertje waar ons haarfijn alle zaken werden uitgelegd, waarbij alle mogelijke doem scenario’s door mijn hoofd vlogen.  Toen kwamen ze met datgene wat wij zo graag wilden horen, wat zou er aan gedaan worden.

Het is een vernauwing in een slagader bij het hartje naar het onderlichaam.  Als babies pas geboren zijn, is er nog een extra opening tussen de longen en die ader.  Deze gaat na een korte periode dicht, dat is de gebruikelijke gang.  Doordat de ader niet goed open was, is het dus mis gegaan.  Bijna echt mis dus.  Maar het mocht zo zijn, dat er de juiste personen waren om in te grijpen.  Daar zijn wij allemaal ontzettend dankbaar voor.  Hoe het anders had kunnen verlopen daar willen wij niet aan denken.

Maandag de operatie hebben we net vernomen.  Nu nog toekomst, later zal ook dat verleden tijd zijn.  Nu gaan we voor het heden.  Hoop dat ik het hier goed heb mogen verwoorden, dank voor alle medeleven in de afgelopen maanden, weken en dagen.

Wij gaan door, hoe moeilijk de weg ook soms is, in het volle vertrouwen.  Maar straks toch heel graag iets dragelijker, dit hakt er behoorlijk in.

Wie de schuld draagt en de bal heeft

Geef de schuld maar aan de man die de jurk draagt, best een grappige uitdrukking.  Eigenlijk weet ik niet eens of dit wel een bestaande uitspraak behelst, maar het is een keer door iemand gezegd anders had ik het niet geweten.  Om het geheel verhelderend te krijgen, het is een keer gezegd in de uit de tachtiger jaren uitgezonden serie “Alf”.  Okee, een tijdje heb ik het sterke vermoeden gehad dat het gebruikt werd door de mannen van het wereld beroemde Monty Python.  Maar van hun kwam dan weer de uitdrukking, “ Nobody expects the spanish inquisition “.

Wat hebben deze twee uitdrukkingen met elkaar gemeen ?  Helemaal niets, hetzij dan dat ik ze beide wel eens, te pas en te onpas, gebruik.  De eerste uitdrukking wordt dan uiteraard in het Engels gebezigd.  Dus, “ Blame the guy in the dress ”, wat dan ook meteen weer iets aardiger klinkt.  Mannen die in jurken of rokken lopen worden toch een beetje als afwijkend beschouwd.  Vooral als het dus, zoals indertijd, om de Spaanse Inquisitie gaat.  Of eigenlijk natuurlijk om de scetch van de gasten van Python.  Deze kunt u eventueel bekijken op You Tube.  In het geval dat ik u nieuwsgierig gemaakt heb.

Er zijn wat mij betreft twee uitzonderingen, de ene is Sinterklaas waarbij ik het er altijd op heb gehouden dat deze oude man gewoon een lange ruim vallende jas droeg, en de andere gaat om traditie bij de inwoners van een bepaald land.  Exact, de schotten, waar de mannen rokken dragen.  Heeft u zich wel eens afgevraagd of dat wat er over medegedeeld wordt ook werkelijk waar is ?  Ik wou dat even in het midden laten, zoals het spreekwoord luidt van die klok en de klepel.  Waarbij het in de zegswijze gaat om het niet weten waar de klok is, terwijl de klank van de klepel wel gehoord wordt.  Bij de Schotten zou ik het willen omdraaien, wel wetende waar de klepel hangt maar niks van de klok willen horen of zien.

Wanner dames, of laat ik het ruim nemen, leden van het vrouwelijke geslacht zich kleden in broeken dan wordt dat eigenlijk als heel gewoon beschouwd.  Zodra de andere sekse zich kleedt in rok of jurk, dan wordt er meteen vreemd tegen aan gekeken.  Hetzij dan dat het in de periode van carneval voorvalt, of bij een gekostumeerd voetbal.  Vroeger bij ons van de kerk was er één dag in het jaar waarop het er een beetje feestelijk aan toe ging, misschien wel vaker maar nu wil ik het even bij deze ene dag in het jaar houden.

Er was dus ‘s middags ook een voetbalwedstrijd tussen de gelovigen en de oudsten der kerk, de zogeheten kerkeraad.  Niks mis mee zo op het eerste gezicht, nou ja u had dat stelletje moeten zien.  Ten eerste waren het over het algemeen genomen geen echt getrainde voetballers, waar op zich helemaal niks mis mee is aangezien het hier om een vriendschappelijke wedstrijd ging en dus meer om het samenzijn dan het winnen.  Het tweede wat bij de wedstrijd toch wel opviel was de wijze waarop menigeen zich had uitgedost.  Zelf had ik mij voor die gelegenheid het uiterlijk aangemeten van een astronaut of in elk geval iets wat daar nog het dichst bij in de buurt kwam.

Nu heb ik al mijn hele leven, en dus ook in die tijd, totaal niets met het trappen tegen een bal laat staan het heen en weer rennen achter een bal aan die door anderen dan net weer eerder werd bereikt dan mij.  Ik had ook vanwege het slechte zicht door mijn gelaatsscherm welke ik droeg, voorzien van knipperende lampjes en ander verrassend versiersel.  Het ging om een oud degenmasker wat al jaren bij ons in het gezin zwierf, begeleid door twee degens.  Één en ander kwam ik bij toeval deze week op zolder tegen, hoe toevallig dat ik er nu woorden aan spendeer.

Bij de gemoedelijke wedstrijd, een fanatieke enkeling daargelaten, had ik mij de positie naast de keeper toebedeeld.  Gezien mijn kennis, inzet en snelheid in het spel, was er eigenlijk geen van de andere teamleden die daar problemen mee had.  Mijn vader die een groot deel van zijn leven ouderling in een kerk is geweest, waar ik toch wel een vorm van respect voor had, heeft dat in die ene middag verspeeld.  Inderdaad, hij had zich in een jurk van mijn moeder gehesen.  En geloof mij die stonden haar toch echt veel beter, vooral gezien het feit dat zij niet in het bezit was van behaarde benen.  Ook het keukenschort dat hij ter completering droeg en, hopelijk alleen in mijn herinnering, het hoofddoekje maakte mij daar niet geruster op.

Misschien een onsamenhangend verhaaltje, maar helaas geen man in jurk die de schuld krijgt.  zij het dan ook schuld met een knipoogje, met een begripvol lachje.  Wie weet komt het ooit in de mode, al heb ik het gevoel dat er wat dat betreft weinig schot in zit.  Aan de overkant van het kanaal zit er meer Schot in, en in voetballen zullen ze ook vast beter zijn dan die twee ploegjes daar die middag.  Niet dat het mijn gewoonte is mij in dameskleding te vertonen, toch mag u mij voor al het bovenstaande de schuld geven.  Graag zelfs, laat maar weten.

Een reden meer of minder

Ja, het is bij de meesten bekend, te zeggen vooral bij hen die bewust leven, dat er altijd een reden voor iets is.  Zonder reden zou je ook onder de noemer “reden” kunnen laten vallen, maar dat zou dit verhaal in een geheel andere riching sturen waar ik eigenlijk niet naar toe wilde.  Een paar voorbeeldjes.  Waarom bepaalde kleding wel of niet gewaardeerd wordt kan, zoals te verwachten was, door vele redenen veroorzaakt worden.

Het niet mooi vinden omdat van de ouders, vaak de vrouwelijke helft van die ouders, als bijzonder passend en mooi gevonden wordt.  En met een lichte drang deze overtuiging overbrengende, het stukje kleding of kledingstukje gedragen zal moeten worden.  Of dat nou om een korte broek met ouderwets blok- of streepmotief of een irritante kriebeltrui gaat, het zal een lichaamsbedekkende functie gaan verrichten.  Voor langere of kortere tijd is daaraan te ontkomen geen optie.  Wat ook als redengevoelig kan worden aangeduid, heeft raakvlakken met een schoolopleiding.  Omdat het je boeit, omdat een geliefde tante of oom er al zoveel jaren met veel genoegen over praat.  Het kan ook zijn dat het groepje waarmee je de basisschool hebt doorlopen allemaal voor deze richting gaan.

Redenen om bepaalde muziek of artiesten te beluisteren of zelfs naar live optredens te gaan.  Ergens is er de eerste keer geweest dat je ervan hoorde, het sprak je aan en jij vond dat voldoende reden om er meer van te willen beluisteren.  Iemand heeft het een keer over een bepaalde uitspraak van een schrijver, jij gaat naar de betreffende quote op zoek en ontdekt dat deze dame of heer al meer zaken in woorden heeft geuit.  Een opvatting uitdragende, of een wijze van vertellen die jou wel aanspreekt, en zo staat een plank van je boekenkast gevuld met het gehele oeuvre van deze schrijver cq schrijfster.

Soms zijn de reden of aanleiding niet direct aantoonbaar, ik heb het eens gehad over mijn rappe vlucht na mijn op nog vrij jonge leeftijd gebrachte toiletbezoeken.  Pas jaren later is mij verteld dat ik eenmaal bij het aantrekken van de ketting die naar beneden hing aan de zijkant van de met water gevulde stortbak aan de muur boven de toiletpot, ik spreek hier over halverwege de jaren zestig, dat ik dus bij het pogen een flinke hoeveelheid water te verplaatsen ook de gehele bak van de muur in mijn richting had verplaatst.  Als klein ventje geeft je dat in de steeds daarop volgende wc-bezoekjes een hele goede reden, eerst de deurklink ter hand te nemen het slot open te draaien en pas daarna de ketting aan te trekken.

Misschien juist doordat ik me de laatste tijd, voor mijn gevoel al veel te lang, bezig houd met het terughalen van zaken die ik heb mogen beleven of eens ontdekken in het verleden, lang of kort geleden, begin ik steeds meer te bedenken wat voor mij redenen zijn geweest om . . .   Dit mag men opvatten als een ruim begrip, maar door mijn steeds weer terugkerende vermoeiheid waar ik, om het op een wat minder nette wijze uit te drukken ( haha uitdrukken ) schijtziek van begin te worden. ( vergeef het mij, maar zo voel ik het wel )  Vele jaren heb ik genoegen gevonden in lezen, eigenlijk lees ik al vanaf de tijd dat mij dat is bijgebracht.

Daar hadden zij, die het mij eigen hebben gemaakt, dan dus achteraf gezien een hele goede reden voor gehad.  Er van uitgaande dat, in het bijbrengen van lezen aan jonge kinderen, er een gedachte achter schuilgaat dat er later veel gebruik van gemaakt gaat worden.  En dan heb ik het niet over tekstjes op beeldschermpjes of ander digitaalachtig werktuig, maar over echt met passie geschreven teksten.  Een door mij bijzonder geliefd schrijver en ook zeker begenadigd spreker, ik heb zijn naam al vaker genoemd, is Godfried Bomans.  Een man die afweek van de grote meerderheid zowel in observeren als in beschrijven van anderen en voorvallen, al dan niet door hem zelf beleefd.

Hij was een meester in het bedenken van zinnen, hij had een overgrote keuze aan woorden ter beschikking.  Maar altijd was er de humor, niet het soort dat er dik boven op ligt maar de subtiele vorm die zovelen moeten ontberen.  Hij had de kracht het verhaal de overhand te laten krijgen, ver boven de verteller.  Een kunst die je niet aan kunt leren omdat het een ongemaakte kunst is, daar kan ik alleen maar jaloers op zijn.  Respectvol jaloers, een groot voorbeeld waar niemand zich ooit aan zal kunnen spiegelen.

Die woorden neem ik voor mijn eigen rekening.  Ik ben er vast van overtuigd dat hij mijn reden is voor wat ik probeer te doen.  Een reden van een redenaar om vooral te bedenken en onthouden dat er altijd een reden is.  Hoe onzeker het soms ook voelt, want ook deze eigenschap was hem niet vreemd.  Ergens blijf ik onzeker over mijn bedachte redenen, ergens blijf ik in de meeste gevallen onzeker.

Maar er is één Reden, ik gebruik met opzet een hoofdletter, daar mag ik op vertrouwen en wil ik in geloven.  Niet altijd mét reden, al is dat dan voor mij weer voldoende reden.

Theo, Chris en Bomans

Heel misschien komt het als iets onbegrijpelijks over, maar ik begin zo langzamerhand een beetje te begrijpen hoe ik zelf de dingen anders kan gaan zien.  Een lange zin die eigenlijk niets meer of minder zegt dan dat het, zoals zo vaak, aan onszelf, in dit geval dus, aan mijzelf ligt.  Dat het mij niet eerder gelukt is deze conclusie toe te passen, is voor mij een raadsel.  Het is als vanzelfsprekend te wijten aan de eeuwige onenigheid tussen ons verstand, het hoofd, en ons gevoel, het hart.  Zoals de Ierse zanger Christopher Johan Davison, bij velen beter bekend onder de naam Chris the Burg, eens zo helder vertolkte in zijn, wat mij betreft mooiste ballad, “It’s the classical dilemma, between the head and the heart “.

Misschien een overbodige toelichting hierop, ik zou een zeer beroerd lid van welke politieke partij dan ook zijn.  Zelfs verenigingen van welke aard dan ook of clubjes zouden mij liever niet in hun gelederen willen opnemen.  De reden ?  Ik ben op mijn allerslechts als ik een compromis moet sluiten.  Er worden in mijn ogen zoveel tussenoplossingen bedacht, dat er eigenlijk nooit iemand een tevreden gevoel overhoudt aan de uitkomst.  Zo is dat immers altijd, er wordt zoveel water bij de wijn gedaan dat het eerste wonder welke Jezus hier op aarde heeft verricht ( op de bruiloft in Kana, u kunt dit nalezen in het nieuwe testament in de bijbel, ervan uitgaande dat dit Boek bij u bekend is ) dat dat wonder in omgekeerde vorm wordt gereproduceerd.  Toen water veranderen in wijn, een hele goede wijn zelfs staat er vermeld.

En nu weer zoveel water er doorheen spoelen dat er op den duur  alleen maar een waterige substantie overblijft.  Tot zover de theologische inslag.  Weet u trouwens, ik ga nu trachten een grapje te maken om het geheel iets verluchtigens te geven, weet u wat het tegenovergestelde is van een theoloog ?  Sorry, dat was te voor de hand liggend, vergeef mij deze afdwaling.  Ergens aan het eind van dit stukje zal ik, voor zij die het echt niet weten, het antwoord geven.  Eén van mijn grote voorbeelden, misschien wel hét grote voorbeeld voor mij en een reden misschien wel dé reden voor mij, om met woorden en zinnen te stoeien, is de in december negentienéénenzeventig, veel te vroeg, overleden Godfried Bomans.

Nu weet ik niet of een van u deze naam iets zegt, persoonlijk vind ik dat dan een tekortkoming, maar tegenwoordig is het vrij simpel om deze naam eens te googelen.  Eén van de vele woorden die in het vocabulair van de grote Bomans, met een aan absolute zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, nooit is voorgekomen.  Hij is en blijft de grootmeester in de perfecte taal virtuositeit, als een ware componist weet hij precies dat taalgebruik ten tonele te doen verschijnen waardoor zelfs de allergrootste geesteloze verstandeloze en onwetende, meteen weet waar Abraham de mosterd haalde.  Gek eigenlijk, dat er maar een enkeling is die zich dan weer afvraagt waar Abraham die gehaalde mosterd dan weer opsmeerde.  Zeg nou zelf, de kroketten zijn toch vele jaren later pas ontwikkeld net als de altijd in gezelschap verkerende bitterbal.

Maar goed, dat geheel daargelaten, daar waar Theo de waarheid sprak dus ver voordat hij het liegen als vorm van uiting ging gebruiken.  ( dit was trouwens het antwoord op eerder gemaakt grapje cq vraag )  Helemaal terug naar het begin, dus voor Godfried, voor de water / wijn kwestie, het wel of niet de waarheid verkondigen van theo en het prachtige lied van de Ierse folkzanger.  Datgene wat mij dus zo langzamerhand helder begint te worden, of beter gezegd, dat wat zo langzamerhand de overwinning schijnt te behalen.  Mijn gevoel verwacht dat anderen hetzelfde zien / voelen / ervaren als ik, mijn verstand zegt me dat dit utopische zinnebeeld er nooit in zal zitten.  Toch blijft mijn gemoed zich daar in vastbijten, of zoals het nu begint te lijken, bleef het zich in vast bijten.

Iedereen heeft het recht op zijn eigen wijze van denken en doen, dat heeft voor mij altijd als een zekerheid gegolden.  Misschien dat het bij de één of ander die ik heb mogen ontmoeten in dit aardse tranendal soms verkeerd is overgekomen, die schuld neem ik geheel voor mijn eigen rekening.  Er is maar één ding wat bij mij steeds weer naar de achtergrond werd verdrongen.  Precies ja, datgene waar een hart van af het begin van de wereld voor is bedoeld.  Liefde geven, de liefde verlangt niks, ze veroordeeld niet, en ze zal nooit vragen stellen.  De liefde zal altijd blijven bestaan, geduldig en en vol goedheid.  De liefde is de grote copromis sluiter en toch komt ze altijd uit de strijd als overwinnaar. De Dalai Lama heeft het ook zo helder gesproken, “Liefde, mededogen en verdraagzaamheid zijn geen luxeartikelen, maar eerste levensbehoeften. “

“ Ons resten Geloof, Hoop en Liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is Liefde “.  Tijd om het hoofd een kopje kleiner te maken, niet letterlijk dan maar niet meer de beslissingen te laten nemen.  Het hart moet het nieuwe hoofd zijn, als in leiding geven.

Bedankbare gesprekken

Volmondig kan ik hier alleen maar erkennen dat het een besproken week is geweest.  Een week waarin ik best wel veel gesprekjes heb mogen voeren.  Nu is dat een vermaak waar ik mij vaak aan te buiten ga, het is nou eenmaal zo dat ik er een waar genoegen in schep met anderen een praatje te maken.  Het uitwisselen van meningen en het even bijpraten over diverse, in de afgelopen tijd voorgevallen, zaken.  Echt in details zal ik hier niet gaan, maar het waren gesprekken met de huisarts, mijn goede vriend Wim, Hennie van Lentis, mijn schoonzoon Elwin, de zeer meelevende Lucas van de Arbo, mijn vertrouwde therapeut Kees en mijn jarenlange fijne vriendin Mannie.

Dat waren stuk voor stuk enerverende onderhoudjes, als in kalm converseren en wat bijpraten.  Door meerderen van dit genoemde rijtje word ik beschouwd als iemand met een zeer positieve instelling.  Een persoon die te snel door wil en eigenlijk niet aangespoord hoeft te worden om het leven op te pakken, maar steeds afgeremd dient te worden.  Zelf kijk ik daar als vanzelfsprekend geheel anders tegenaan, ik heb van mijzelf meer de indruk dat ik me aanstel.  Dit schijnt er van één kant bij te horen, en dan doelt men vooral op het niet goed inzien waar ik vandaan kom, waar ik ben en waar ik naar toe ga.  Dan laat ik het daarvoor toegepaste tempo nog even rusten, het is de gedrevenheid.

En dat is nou net waar het voor een groot gedeelte door ontstaan is, niet de tumor in mijn prostaat die is in geheel eigen tempo zijn gang gegaan.  Ik noem deze vergroeïng een hem aangezien ik me niet kan voorstellen dat het hier om een haar zou kunnen gaan.  Wat zou een zij trouwens in mijn prostaat te zoeken hebben, daar waren voor een haar vast veel intrigerendere stukjes aan mijn lichaam te ontdekken.  Ook hier zal ik weer niet verder in details treden, dat staat als een paal boven water.  Een paal die nu helaas kopje onder gaat, het hoofd wat laten hangen.

Ik had, zoals al in een eerder stukje verwoord, ook een paar van deze berichten op Kanker.nl geplaatst.  Inmiddels is dat alweer achter mij, maar heel af en toe lees ik nog eens wat blogs daar.  Over het algemeen is de tendens dat het veelal gaat in mineur stemming.  En laat ik er meteen van zeggen, dat ik dat heel begrijpelijk vind.  Het gegeven dat iemand te stellen krijgt met een zeer ingrijpende verandering in zijn of haar leven of dat van naasten, dan is het een te verwachten reactie dat er alleen maar gedacht kan worden aan hoe zwaar en pijnlijk dit is.  En dan ook vooral de onverwachte zaken en de onpeilbare onzekerheid.

Bij de huisarts zag ik vrijdag weer de poster hangen met de confronterende tekst, “ Kanker doet meer met je dan je denkt “.  Ik heb nu al heel wat gesproken met anderen over aan dit onderwerp gerelateerde aangelegenheden.  Niet dat ik me nou in die positie geplaatst heb dat ik er alles van weet, toch mag ik inmiddels wel annonceren dat ik enige ervaring heb opgedaan.  Het is inderdaad zo dat er heel wat meer bij komt te kijken, en dan vooral het er na.  Nadat het meest ernstige geweest is gaat een leven verder, niet het oude vertrouwde maar wel zoals het voortaan zal zijn.  Bij de overgrote meerderheid van de meelevenden komt dit niet ter sprake, dat is heel kort door de bocht genomen niet meer zo interessant.

Ten overvloede wil ik hier weer verhelderen dat ik niet zeker weet wat mij nu het meeste bezighoudt.  De kanker of de neerslachtigheid, expres neem ik hier niet de woorden burnout of depressie in de mond.  Dat is te groot, ik voel het als iets ongrijpbaars, en dan moet het haast wel klein zijn.  Aan de andere kant zou het ook zo kunnen zijn dat het veel te groot is.  Iets zoals bij een klein hondje die geen grote bal kan pakken, zijn bekje wil niet ver genoeg open.  Zelf heeft zo’n beestje dat vaak niet door, het blijft maar proberen de bal op te pakken tussen zijn tandjes en steeds rolt het begeerde object verder van ze af.  Dat was ook de strekking van de diverse gesprekjes die ik mocht hebben met de deskundigen.  Mijn gedrevenheid staat mij in de weg, ik wil teveel in een te kort tijdsbestek.

De arbo arts was al tot de conclussie gekomen dat ik, waarschijnlijk door zowel de lichamelijke klap die ik heb gehad als de geestelijk die ik al heel lang zelf heb lopen opbouwen, een terugkeer naar mijn oude job als onmogelijk kan worden beschouwd.  En diep in mijn hart weet ik dat hij waarschijnlijk gelijk heeft, hij was dan wel weer zo positief om mij onomwonden helder te maken dat het met mij absoluut goed gaat komen.  Dat is ook het oordeel van de andere professionele kenners waar ik in de afgelopen dagen mee heb mogen van woorden wisselen.  Daar kan ik ze alleen maar dankbaar voor zijn, ook en vooral mijn grootste hulp die daar hoog boven mij troont.

Wie ben ik om van anderen zulke opbeurende berichten te mogen ontvangen, daar word ik klein van.  Klein en groot tegelijk, het komt allemaal weer goed.  Voor alle meelevende anderen van wie ik hier niet de naam heb genoemd, bedankt.

Om een stukje mindfulness erbij te gebruiken, diep vanuit mijn tenen, bedankt allemaal.

Ons prinsesje, rust en hoe computers werken

Wat is er geruststellender dan even in de koelte, met je eigen kleindochter op de arm onderuit gezakt op de bank zitten.  Nu zat ik niet op de bank maar een stoel, maar verder is er geen woord gelogen.  Dat zijn momenten die altijd te kort zijn, zo’n klein mensenkindje dat daar kalmpjes tegen jou aan ligt en in puur vertrouwen met gesloten oogjes slaapt.  In dat kleine hummeltje zitten, naar alle waarschijnlijkheid, ook een paar van mijn genen.  Nee, ik weet nog niet welke maar ik hoop op een paar goeie.

Op dat ogenblik ben ik een toonbeeld van mindfullness, dan is er werkelijk niets anders.  Meteen daarna begint het weer te draaien in mijn eigen koppie.  Nee, ik maak me geen zorgen.  Als we het hier dan hebben over menselijke zorgen, het is goed zo.  Het moet goed zijn zo, dat kan niet anders.  Er zijn wat vrienden en kennissen om mij heen die mij al eerder hadden toevertrouwd, dat wanneer de kleindochter er was dat ik er dan echt van zou gaan genieten.  Ergens doe ik dat ook, echt het is de allermooiste baby die ik de laatste jaren heb gezien.  Ik moet hier uitkijken niet ver de grens van twintig jaar te gaan, toen was Jiska nog een baby en dat was natuurlijk de allermooiste en drie jaar daar voor Wenri, mijn oudste.  Dus ik heb, om het even helder op een rijtje te zetten, drie allermooiste babietjes mogen zien.  Hierbij ook meteen mijn oprechte excuses voor al die andere lieve kleine schatjes die ook ooit eens allemaal pasgeboren zijn geweest.  Hierbij gebruik ik dus ook bewust de term “ Lieve “,  dit om verdere misverstanden meteen de kop in te drukken.

Twee dagen heb ik dus nodig gehad om weer bij te komen, nodig gehad om weer wat energie bijeen te sprokkelen.  Ook bij mijn bezoekje aan de huisarts maandagmorgen, werd daar nog even subtiel op gewezen.  Nou ja, subtiel, hij heeft het mij slechts vier of vijf keer duidelijk verwoord.  Er is, zoals hij het glashelder formuleerde, maar eentje die mij steeds dwarzit danwel tot het uiterste drijft.  Vult u zelf maar in.  Het was gewoon zaak ten eerste de hoogte van de lat aan te geven, en ten tweede daar aan te houden.  En met de hoogte van de lat refereerde hij nog naar het feit dat vier kruiwagens met snoeiafval verplaatsen, twee of misschien wel drie teveel was voor iemand die zich in mijn positie bevindt.

Punt één, wat ik ook doe het is voor mijn gevoel nooit voldoende er kon altijd meer bij.  En ten tweede, op het moment dat ik teveel had gevergd van mijn nog lang niet op orde zijnde lichaam en geest, dat ik dan ook weer een teleurstelling had te verwerken.  Dus twee voor de prijs van één, zoals het volgens mijn jongste dochter ook bij de Hema gesteld was met de luierbroekjes.  Al ging het daar om, drie voor de prijs van twee.  Het kan trouwens ook gegaan zijn om overtrekhoezen voor voedingskussens, in mijn herinnering kwamen ze daar mee naar huis.

Helaas werkt mijn korte termijn geheugen nog een beetje als een oude Commodore 64 of zo’n oerdegelijke IBM computer.  Te weinig capaciteit qua interne opslag met betrekking tot het geheugen.  Dhr. Schut, mijn betrokken huisarts, noemde het ook in bewoordingen die computergerelateerd waren.  “ Je hebt teveel programma’s te gelijk in je hoofd draaien “.  Ik mag dat wel, van die ongecompliceerde beeldspraken die niets aan de verbeelding overlaten.  De rest van de dag ben ik het meest van de tijd in de directe nabijheid van Nina, ons jonge prinsesje, geweest.

Er was een afvoer bij de wastafel in hun badkamer gescheurd, en toen was het kastje wat er onder stond bevochtigd door het lekkende afvoerwater.  Niks ernstigs hooguit wat vervelend het is, of misschien toepasselijker het was, zo’n zelfbouw product van de Zweedse firma die bij alles wat zij aan de man willen brengen als minimaal eis stellen dat het in een platte doos moet passen.  De afvoerslang had een diameter van ongeveer tweeëndertig millimeter, ik heb dit niet gemeten het is een aannemelijke gok waarbij ik uitga van een standaardmaat.  Enkel ging het geheel over in een platte aansluiting bij de plaats waar het verbonden moest worden aan de wasbak.

De dichtstbijzijnde bouwmarkt daar in de buurt is Formido, dus op mijn slippers niet mijn stoute schoenen, heb ik daar een aantal malen het pad doorgelopen met het gehele uitgestalde assortiment afvoermateriaal.  Dat is een hele hoop kan ik u mededelen, zelfs de maat slang was op een grote rol aanwezig.  Ik heb iets gedaan wat ik alleen in uiterste noodgevallen doe, ik heb daar om hulp gevraagd.  En met wat eigen invulling, door het gewoon afsluiten van de afvoer onder aan de wasbak met een rubber ring, die de behulpzame medewerker mij kosteloos ter hand stelde, en een klein rond stukje plastic in de aansluitschroef heb ik de zaak weer zo terug kunnen brengen dat het afvoerwater aan de binnenkant van de buizen bleef.

Zo eenvoudig kan het soms zijn, is het er niet meer, dan doen we het gewoon zonder.  Misschien ook wel wat voor mijzelf, kan ik het niet meer, dan laten we het gewoon er bij.  En laten we wel zijn, iedereen kan in het latere leven wat minder.  Het verschil is dat er normaal gesproken enkele jaren voor gebruikt worden, bij mij dus enkele weken.  Toch weer die winnaarsmentaliteit, ik wil weer de beste /snelste zijn.

Een herinnering, een geboorte en een weg banen

Toen mijn tweede dochtertje geboren was ben ik vanuit het ziekenhuis, waar de bevalling zich had afgespeeld, met mijn oudste dochter van drie bij de toenmalige Fred van de Werf, een grootgrutter in Winschoten, drie rollen beschuit en twee doojes muisjes broodbeleg wezen kopen.  Roze muisje wel te verstaan aangezien het om het eerste levenslicht van een jong dametje ging.  Aangezien wij altijd vrijdags de boodschappen deden had ik verder geen artikelen uit de schappen meegenomen deze waren er immers al.  Derhalve werd de lopende band bij de kassa slechts gevuld met de eerder genoemde beschuiten en roze muisjes.

Een vrij logische opmerking van de bedienende cassiërre was dan ook, aan het adres van mijn terzijde staande dochtertje gericht, “ Oh wat leuk, heb jij een zusje gekregen ? ”  Verbaast keek zij, niet het winkelmeisje maar mijn oudste dochter, mij aan met een vragende blik op haar vrolijke gezichtje.  “ Hoe weet die mevrouw nou dat ik een zusje heb gekregen ? ”

Nu ik het mij weer voor de geest haal, na ruim éénentwintig jaar, zie ik nog het lachende gezicht van het meisje aan de andere zijde van de lopende band.  Kinderen weten nog niet alles, dat is een gelukkige tijd.  Zodra je dingen begint te weten, ga je ook verbanden leggen.  En als indirect gevolg dus ook onjuiste veronderstellingen daaruit op maken.  Dat laatste is eigenlijk niet relevant voor dit stukje, maar gezien mijn karakter, wijze van denken en eigen onnavolgbaarheid zal het vast door de vingers gezien worden.

Ja, onze kleindochter is geboren, Nina Mariette Elena zusje van Julietta die zij nooit zal leren kennen.  Het driejarige meisje met die vragende blik van toen is nu zelf mama geworden.  Steeds is er voor mij dat dubbele gevoel, van één kant de enorme blijdschap en dankbaarheid voor dit door Hem geschonken leven.  Geloof me het is het allermooiste geschenk wat maar te wensen is, zowel voor de ouders als voor de grootouders.  Aan de andere kant zijn er toch de verantwoordelijkheid en de ouderlijke alswel de grootouderlijke zorg.  Ja, het is een hartverwarmende blik dat kleine lieve gezichtje te mogen zien als het zo rustig in papa’s armen ligt te slapen.  Ook als haar heldere kijkertjes de, zich om haar jonge leventje heen bevindende, wereld in liggen te kijken.  Alles zo nieuw en alles zo ongelooflijk.

Van de tijd dat ik zelf zo klein was weet ik mij weinig te herinneren, toch vraag ik mij nu wel af of Nina doorheeft dat ze de warme buik van haar moeder heeft verwisseld voor een grote wereld.  Sommigen beschrijven het zelfs als, “ De grote boze wereld “.  Dat is niet wat ik mee zou willen geven aan een jong onbevooroordeeld mensenkindje.  Zolang er zulke mooie wonderen gebeuren als het krijgen van zo’n rijke zegen, dan is het nog steeds goed met de wereld.  Okee, voor de ongeoefende nog onervaren ouders kan het in het begin een paar slapeloze nachtjes opleveren.  Dat gezegd hebbende wil ik er direct aan toevoegen dat als je dan toch niet slapen kunt je wel heel veel kunt kijken naar dat aangename bekoorlijke en oogverblindende prinsesje.  Dat kleine wondertje dat je leven nooit meer hetzelfde zal maken.

Met een onmisbare inzet van neef Jan hebben we de coniferenheg langs onze tuin een halve meter minder hoog gemaakt, zo’n kleine vijfendertig meter groene muur ook aan beide zijde weer wat versmald.  Eerlijkheidshalve moet ik hierbij vermelden dat ik slechts hetgene wat op de grond viel heb opgeruimd, het echt snoeiwerk kwam voor de rekening van Jan.  En met een motor heggenschaar is dat best een topprestatie te noemen, vooral als de gemeten buitentemperatuur ruim de zesentwintig aantikt.  Dan komt er wel een hoop vocht los in de vorm van zweet, waar dan één handdoek eigenlijk te weinig voor is.

De buitenzijde kon ik eenvoudig bereiken met de zitmaaier, waar ik in dit geval de aanhanger had aangekoppeld.  Dat was nog wel te doen, de binnenzijde werd een geheel andere kwestie.  De heg staat als afscheiding van de onverharde weg naast onze grond en de tuin die de naam draagt, “ Jardin de Julietta “,  een ruim honderdvijftig vierkante meter tellende hof die indertijd bepland is met nog vrij kleine rodondendrons en een aantal sprieterige boompjes.  Dat was ruim twaalf jaar geleden, inmiddels is het, om het wat beeldend uit te drukken, een wat dichtgegroeid paradijs.  In eerste instantie was het ook zaak wat ruimte te creëren om überhaupt de te kortwieken coniferenhaag te kunnen bereiken.

Ik weet niet of u wel eens van die films gezien hebt waar Rambo-achtige figuren zich met een kapmes een doorgang vormen in een dichtbegroeid oerwoud.  Zover wil ik dan niet gaan, maar om met een kruiwagen tot heel dicht bij het afgesnedene te geraken was wel naast enige manouvreerkunst een snoeischaar een onmisbaar artikel.  Vier kruiwagens heb ik klaargespeeld, daarna was het gewoon op.  Er ligt nog zeker voor ruim acht, maar dat was niet meer op te brengen.  Volgende week maar weer wat proberen, ik heb er gewoon niet de kracht voor door te zetten.

Ook vandaag weer ontzettend moe, maar zo heel af en toe lukt het mij gelukkig te zijn.  Al zijn dat vaak korte momenten, tot het weer begint te malen in mijn hoofd.  Zo tracht ik mij een weg te banen. Tot later allemaal.

Afgesloten en besluiten

Hoe lang is het nu geleden dat wij, Gea en ik, voor een weekendje weg waren.  Dit keer heb ik het niet over ons uitje naar het opgebroken Gent.  Enige uitleg ben ik mijn lezers nu wel verschuldigd.  Tot twee keer toe zijn wij in een hotel in het Belgische Gent geweest, tot twee keer toe een weekendje er lekker tussen uit.  Er zat iets van twee jaar tussen deze uitjes, maar in beide gevallen waren ze in het centrum met werkzaamheden bezig.  Vooral rondom het station lag de hele zaak open, de eerste keer was het voor ons een wat onaangename ervaring.  De tweede keer ronduit een tegenvaller, vooral ook omdat we er een beetje van uit waren gegaan dat zelfs voor Belgische begrippen het toch zo langzamerhand wel afgerond zou zijn.  Niet dus, ze nemen er de tijd voor, misschien wel een gebruikelijk iets.  Per slot van rekening blijven onze zuiderburen levensgenieters.

En daar is van één kant alle begrip voor op te brengen, behalve dan als je voor de rust een paar dagen door een oud stadje wilt wandelen.  Stadje is dan ook in dit geval niet helemaal de juiste benaming.  Deventer dat zou ik eerder die titel geven, daar zijn we in die meerdere keren dat we er zijn geweest nooit verrast door enige onaangename werkzaamheden zoals daar zijn, afsluitingen en wegopbrekingen, versperringen door tijdelijke hekwerken en diverse omleidingen.  Eerlijkheidshalve moet ik hier wel aan toevoegen, dat wij met deze vorm van bezwarende omstandigheden in vrij weinig plaatsen waar wij wel eens zijn geweest onplezierig geconfronteerd.  Misschien dat we er nog eens een kijkje gaan nemen daar in Gent, wie weet is de bedrijvigheid aangaande het plaveisel daar inmiddels afgerond.  Zo van, zand erover, wat gebeurd is is gebeurd en verder geen aandacht aan besteden.

In mijn herinneringen komen altijd de warme aangelegenheden boven drijven, ook van de laatste keer dat wij dus met ons tweetjes op stap waren.  Een onbezorgde tijd, ik durf dat nu wel ronduit te verwoorden, onbezorgd.  En toch als ik nu terugdenk aan die dagen, liep ik met zorgen.  Zorgen van totaal andere aard.  Ik was, zoals al veel te vaak en veel te lang, in mijn hoofd met mijn werk bezig.  Hoe vaak me dit in mijn leven al is gebeurd, dat valt niet te tellen op de vingers van één hand laat staan twee.  Hoe lang al heb ik mijn privéleven zo laten verzieken door mijn dagelijkse werkgerelateerde kommer en kwel.  En sterker nog, wat heeft het mij nou eigenlijk opgeleverd ?  Nu gaan alle dagen over in weer een dag, of het nu om Koningsdag gaat, Bevrijdingsdag, de Christelijke feestdagen zoals daar zijn de Paasdagen, Hemelvaart en Pinksteren, alswel de gezamelijke uitjes.

Niets om echt naar uit te zien, niets om echt op terug te kijken.  Geloof mij, ik beleef het allemaal met veel genoegen.  En toch is er daarna weer de tijd dat ik er alleen voor sta, er alleen mee zit.  Het is voor mij allemaal zo betrekkelijk, ligt dat nou aan mij of aan de tijd waarin ik mijn leven probeer wat zin te geven ?  Steeds hoor ik dan weer om mij heen, “ Het komt wel weer terug, het heeft gewoon tijd nodig “.  Maar over hoeveel tijd hebben we het dan hier ?  De weeën zijn lichtjes begonnen, de vliezen zijn gebroken nu het wachten op de ontknopping.  Misschien vanavond, misschien vannacht, wie zal het zeggen.  Zodra de toekomst de naam verleden in bezit neemt is alles wat nu nog onbekend en gevoelsmatig ver weg is, oud nieuws.

Ze vragen nu wel eens aan mij, of mijn naaste gezellen, hoe het gaat.  Eerlijk gezegd weet ik dat echt niet, ook niet hoe het wordt.  Ik kan hooguit enig uitsluitsel geven van hoe het was.  En zelfs dat kan ik soms niet meer met zekerheid zeggen.  Misschien toch een goed idee een paar maanden geleden, om het allemaal wat bij te houden.  Ook heb ik inmiddels de eerste hier verschenen stukjes op Kanker.nl geplaatst, maar dat voelt toch een beetje verkeerd.  Daar ga ik toch maar een punt achter zetten, de meeste verhalen die daar geplaatst worden hebben betrekking op het heden.  Zij die daar hun blogs ten toon spreiden, zitten er nog middenin.  En ik . . . ach misschien ben ik dat punt allang gepasseerd, dat punt van er middenin zitten.

Voor mij voelt het als een beetje liegen, zeggen dat morgen iets staat te gebeuren wat al ruim drie maanden geleden is.  De klachten, klachtjes, waar ik nog mee te kampen heb zullen misschien nog wel wat slijten.  En anders maar niet, dan zal het wel wennen worden.  Er blijven altijd de herinneringen aan goede tijden, zoals eens een weekendje Gent.  Daar heb ik voor het eerst kennis mogen maken met een overheerlijke Westmalle, vooral als je ontspannen bent een verrukkelijk speciaalbiertje.

En straks als onze kleindochter er is, zal ik er samen met de kersverse vader, eentje ( of misschien wel twee ) op drinken.  Net als kinderen, worden er soms ook mooie tradities geboren.  Dat hebben we voor een groot deel zelf in de hand, het is een kwestie van genieten en kalm aan afwachten.