Wat beweegt een rozijn ?

Dit weekend hebben we voor de eerste keer een baby shower mogen beleven, een heel bijzondere ervaring.  Voor mezelf had ik daar geen enkele voorstelling van, achteraf is het gewoon een gezellig samenzijn met wat goede vrienden en familie van de toekomstige ouders.  In dit geval dus van mijn oudste dochter en haar man, aangevuld met een klein groepje waar ik dus er één van was.  Ook was mij gevraagd wat foto’s te maken net als bij hun feestje wat vooraf was gegaan aan hun soort van trouwen, geregisteerd partnerschap vind ik zo’n mondvol.

Het wordt voor mij zo langzamerhand een gewoonte dat nadat ik een tijdje een hoge stoel als mijn zitplaats heb gebruikt, ik blij ben mijn toevlucht tot de bank te mogen vinden met mijn linkerbeen gestrekt voor mij uit op een krukje.  Geloof mij, dat is een gelukzalig moment.  Mijn bezoekje aan Muriël, u weet wel de therapeute die zich indertijd nogal bezorgd uit liet over mijn buik waar dan weer door de uroloog met verbazing op werd gereageerd toen ik dat vertelde bij het gesprek waarin de goede uitslag van de PSA waarde werd vermeld, aangezien hij, zoals door hem verkondigd, de operatie prima had verricht.

Zij, Muriël, kwam met het voorstel de onderliggende spieren, die bij een normale massage niet geraakt konden worden, met een speld te triggeren.  Dit heet met een dure term, dry needling.  Het komt er alleen maar op neer dat er met naalden in de spieren wordt geprikt, en dat daarbij de zenuwen en bloedvaten worden ontweken.  Dat laatste is bij een aantal keer prikken één keer niet gelukt, maar dat schuif ik onder de noemer kleine ongenoeglijkheden.  Heel eerlijk moet ik zeggen dat het goed voelt, een beetje vermoeid maar het lijkt zijn uitwerking niet te missen.

Tijdens de hele behandeling heb ik nog wel een keertje iets laten merken dat het wel wat pijnlijk was, maar ik heb niet gescholden of gevloekt, dat laatste doe ik uit diep respect en overtuiging als vanzelfsprekend nooit.  Vandaag moest ik van haar kalm aan doen, in elk geval niet met kruiwagens sjouwen.  Ook geen twee, ik heb me keurig ingehouden, dat kan ik.  Heb nog wel even wat kleine aanpassingen gedaan zodat de kippen eenvoudiger in hun leghok kunnen komen, nu maar afwachten of ze het pad kunnen vinden.  Het zijn en blijven kippen, die volgen over het algemeen hun eigen weg.  Dat probeer ik ook steeds te doen, mijn eigen weg te volgen.  Alleen jammer dat die soms wat onbegaanbaar lijkt en gehuld in een hardnekkige mist.  Maar gezien de huidige toestand in de wereld, wat mag je dan verwachten van de toekomst ?

Hoe ver kun je voor uit kijken of plannen, niet heel ver ben ik bang voor.  Vanmorgen heb ik een start gemaakt met de cursus mindfulness, dat was op advies van mijn therapeute.  Ze had me al gewaarschuwd voor de start van het trainingsprogramma, maar het ging mijn verwachting ver te boven.  Misschien moet ik hier een iets genuanceerdere beschrijving voor trachten te geven, maar misschien is dat wel onmogelijk.  Vijf minuten heb ik mij ingelaten met een rozijn, beter dan dit zal mijn verhouding met deze gedroogde vrucht nooit worden.  Eerst is er de sensatie van het kijken naar een rozijn, daarna het voelen en vervolgens de geur opnemen met het reukorgaan.  Daar had ik het bij kunnen laten, volgens Hennie de therapeute, was voor velen deze oefening een beetje belachelijk.

Ik wou mij niet laten kennen en zette dus door.  De derde ervaring was het luisteren, jaja ik weet het, een rozijn is een vrij stille vrucht.  De bedoeling was om hem tussen de vingers door te rollen en er ietsjes in te knijpen.  Dan komt het moment hem in je mond te doen, nee nog niet op bijten, sensueel tussen je tanden er wat doelloos mee spelen, de tong het strelende werk laten doen.  Je zou het haast een erotische ervaring gaan noemen.  Dan komt het moment van de tanden erin zetten en tenslotte het doorslikken en voelen hoe de overleden zuidvrucht zich een weg baant door de slokdarm.  Voor deze hele oefening staat vijf minuten, ik heb nog even op pauze geklikt en er zo nog dertig seconden bijgesnoept.

Misschien dat mijn lezers vinden dat ik hier een beetje banaal over schrijf, maar dit is misschien wel de enige juiste wijze om een beeld voor ogen te krijgen voor een buitenstaander die nog nooit deze belevenis met een rozijn van nabij heeft meegemaakt.  Wat is het doel van deze exercitie, waartoe moet dit geheel mij brengen ?  Het draait allemaal om het beleven, om het ervaren van het hier en nu zonder afgeleid te worden door andere zaken.  Dat leek mij een bijzonder nobel streven, vooral voor iemand die altijd al overdonderd wordt door alle voorkomende indrukken om mij heen.

Nou ja, niet het gedachtengoed van een rozijn dan.  Dat was nieuw voor mij, net als die baby shower en dry needling.  Een enerverende week zullen we maar zeggen.

Advertenties

De keuze het afscheid en het andere

Laat ik voorop stellen dat wanneer iemand met ziekte of in het ergste geval met sterven te maken krijgt, dat ik dat als vanzelfsprekend verschrikkelijk erg vind.  En verschrikkelijk erg vinden valt dan in het kader van een bijzonder zwakke uitdrukking.  Soms wordt het wel ervaren als, het einde van de wereld.  Daar wil ik best van uitgaan, in deze gevallen voelt het alsof je wereld instort dat er nooit meer iets komt dat de pijn zal verzachten.  Wat ik wil verwoorden is dat er twee kanten aan de zaak zitten, dat je er van twee kanten naar kunt kijken.

De eerste lijkt mij vrij voor de hand liggend, en geheel volgens de te verwachten opvattingen van ieder weldenkend mens.  Er gebeurt iets in ons, soms bescheiden en soms uitbundige, leventje wat nooit meer overgaat.  Altijd blijft het aanwezig, zoals vaak benoemd als de periode er voor en de periode er na.  Vaak spreken we de achterhaalde valse hoop uit dat, “Als dit niet gedaan was, dan was dat niet gebeurd “.  Soms wordt er werkelijk gedacht dat we dingen kunnen sturen, dat we controle hebben.  Okee, tot op zekere hoogte wil ik daar wel in mee gaan, maar er zijn grenzen aan ons kunnen en weten.

Voor mezelf heb ik vaak goed nagedacht voordat ik een beslissing nam, en toch heb ik wel keuzes gemaakt die achteraf gezien niet de juiste waren.  Heb ik dan foute beslissingen genomen ?  Ben ik soms een beetje, bijna koninklijk gesproken, dom geweest.  Dat laatste zal ik niet bestrijden, maar volgens mij zijn foute beslissingen alleen maar te maken door niet goed over de plussen en minnen, je gedachten te laten gaan.  Dat heb ik in het merendeel van de gevallen absoluut gedaan.  Dan komt het enkel neer op, wat de doorslag heeft gegeven bij de gemaakte optie.  De eeuwige onenigheid tussen het hart en het hoofd, je verstand of je gevoel.

Verstand is iets heel moois, wat al uit het woord te duiden valt het houdt afstand.  Vaak kan dat als positief beschouwd worden, als we het tenminste hebben over veelal de categorie zakelijke besluiten.  Weldoordachte determinatie, geheel vrij en verlost van menselijke gevoelens.  Zoals een computer zijn werk doet, aan of uit, nat of droog, hard of zacht.  Het glas is gevuld met 11,3 cl vloeistof, de één spreekt dan dat het glas half vol is de ander noemt het half leeg.  De één laat het verstand spreken de ander zijn of haar gevoel.

Deze week ben ik weer even bij een hele goede kennis geweest, ze is de tachtig al ruim gepasseerd, ik ken haar al vanaf halverwege de jaren zeventig.  Ze heeft al heel wat mee moeten maken.  Haar man is een aantal jaren geleden overleden, waarna zij alleen achter bleef.  Haar dochter is een tiental jaren geleden bij een auto ongeluk om het leven gekomen.  En haar zoon, een hele goede vriend van mij misschien in die tijd wel mijn beste, is in 1980 gestorven aan de gevolgen van leukemie.  Echt bijna elke dag denk ik wel even aan hem.  Nog steeds heeft zij veel moeite met die drie ingrijpende verliezen, dat is voor iedereen die maar een beetje gevoel heeft te vatten.  Weer vroeg zij waarom God haar zoon had laten sterven, al bijna achtendertig jaar lang vraagt zij dat zich af.  Ik had daar steeds iets op geantwoord als, “ Dat daar geen antwoord op te geven is, alleen dat Hij geen fouten maakt “.

Deze week heb ik iets anders gezegd, ik heb geprobeerd uit te leggen hoe ik er soms tegen aan kijk.  Dit is wat ik net noemde, de andere kant van het er tegen aan kijken.  Wij weten hoe het leven ons vergaat nadat er iets is gebeurd, maar wij weten niet hoe ons leven zou zijn vergaan als er niet iets gebeurd.  Die kant blijft het onbekende, het nooit gewetene, hetgene wat nooit een herinnering achterlaat.  Maar stel nou eens dat Jakob was blijven leven, had ik dan ook vaak even aan hem gedacht ?  Of zouden we uit elkaar gegroeid zijn, zou hij zijn eigen weg zijn gegaan ?  Ik denk in mijn hart van wel, een mens heeft keuzes te maken, soms goede maar ook zo af en toe een verkeerde.  Achteraf weten we dat vaak, maar dan moet er wel een achteraf zijn.

Zou er zoiets zijn als een paralelle wereld, iets wat zich manifesteert naast de ons bekende.  En als die wereld bestaat, zou daar ook een plaats zijn waar dan weer aan de onze wordt gedacht ?  Het leven gaat zijn weg, wij maken keuzes en nemen afslagen.  We ontmoeten mensen, die soms vrienden voor het leven worden, en van anderen nemen we afscheid omdat er niets meer is.  Soms is er ook juist wel wat, en toch moeten we afscheid nemen.  En dan zijn er zij die zeggen dat het leven saai is, nou geloof me, het mijne echt niet.

Als het er op aan komt

De menselijke geest blijft toch een vreemd iets, en steeds net weer even anders dan verwacht zijn werk doen.  Net als ik serieus bezig ben weer een begin te maken met het langzaam aan gaan functioneren in het arbeidsproces, lijkt het net of ik weer helemaal terug ben bij af.  Wat is er toch aan de hand tussen mijn oren, heeft dat hele gedoe met die prostaatkanker mij dan toch harder geraakt dan ik wil toegeven.  Zie ik er zo tegen op om weer een redelijk in de basis vrij normaal leven te gaan leiden ?

Ziek zijn geeft van één kant een stuk rust, dat klinkt misschien heel appart.  Natuurlijk is het heel erg om met kanker geconfronteerd te worden, maar ik heb ook een heel ander gevoel mogen ervaren.  Omdat ik, mede door mijn psychische klachten, al wat in de zogeheten lappenmand zat.  Ben je, in mijn optiek, al wat buiten het gangbare leven geplaatst.  Ik wilde daar absoluut niet naar toe, mij mankeerde toch niks.  Beetje oververmoeid, beetje neerslachtig en wat prikkelbaarder dan wat gebruikelijk was.  Zoiets kan toch bij iedereen in een zekere periode voor komen ?  Dan sta je ineens buitenspel, je doet niet meer mee.  Wat mij daarna nog meer overkwam, maakte de afstand alleen maar groter.  Velen die ineens heel erg betrokken zijn bij mijn wel en wee, en mijn wereldje werd beperkt tot mijn bed en de stoel van mijn vrouw, aangezien die wat minder zituren op de teller heeft en derhalve gewoon beter volstaat in het zitcomfort.

Het leven draait niet meer om werkdagen en weekenden, niet meer om vakanties en vrije tijd.  Het wordt één langgerekt gebeuren van bezig zijn te herstellen en leren omgaan met vervelende bijkomstigheden zoals een stagnerende stoelgang en veel pijn.  In die tijd is er geen enkele aanleiding om bezig te zijn met wat er allemaal gaat gebeuren als en wanneer je er doorheen komt.  Dat is van ondergeschikt belang, iets waar tegen die tijd wel aandacht aan kan worden geschonken.  Nu weet ik uiteraard niet hoe dit wordt opgepakt door iemand die alleen maar te kampen heeft met een depressie.  Of hoe een ander weldenkend mens de zaken weer oppakt na kanker.  Voor mezelf is dat wat lastig aangezien ik met beide mankementen te kampen heb en had.  Dat zal vast niet gebruikelijk zijn, ik wens het in ieder geval niemand toe.  Wat ik wel geloof is dat op het moment dat iemand lichamelijk zware tijden moet doorstaan, het ook absoluut een impact heeft op het geestelijk vlak.

En daarnaast als een bijzonder attente jonge dame in het kader van een in het verschiet liggende best wel pijnlijke, spiermassage je vraagt om je broek uit te doen, ach dan weet ik altijd weer dat relativeren een bijzonder aangenaam tijdsverdrijf is.  Maar dat geheel terzijde.  U ziet dat ondanks alles ik steeds weer mijn best doe er een vrolijke noot aan te geven.  Sommigen schrijven mij een positieve instelling toe en ik geloof ook zeker dat dit mijn streven is.  Alleen als ik dan ‘s nachts soms wakker wordt, om vaak één enkele reden dat mijn blaas irritant een branderig gevoel uitstraalt, en als ik ‘s morgens net wakker ben, vaak met het zojuist beschreven gevoel in mijn blaas, dan valt het niet altijd mee.

Er wordt gezegd, dat mensen met depressieve klachten daar vooral op die momenten moeite mee hebben.  Uit ervaring kan ik dat dus slechts beamen, helaas.  Vanmiddag weer een gesprek gehad met mijn therapeute, ja ik hoor er helemaal bij ik heb nu mijn eigen persoonlijke therapeute twee zelfs als ik Kees meetel.  En daarnaast mijn geheel eigen fysiotherapeute, Muriël.  Ik ben een gezegend mens, zoveel vakmensen die bezig zijn om mij weer in het gareel te krijgen.  En dan ook een bijzonder meedenkende arbo arts, die zelfs mijn hier geschreven stukjes weet te waarderen.  Je zou haast gaan denken, waar zit bij mij het probleem ?  Echt, ik hoop van harte dat er andere, schrijf betere zeg maar evenwichtigere tijden aan mogen breken.

Het zal nog wat tijd in beslag nemen, maar ik heb inmiddels een belofte gedaan me er niet druk over te maken.  Te leven bij de dag, een beetje Carpe Diëm.  Mindfullness, dat zou wat voor mij zijn.  Ik zal het wel zien, stapje voor stapje.  Niet meer dan twee kruiwagens per keer, vier is een ruime overschrijding.  Dat mag ik niet meer doen, ik heb het beloofd.  En beloftes moet je nakomen, dat is mijn mening.

Daarom beloof ik ook alleen maar iets als ik het na kan komen.  Ik doe maar zelden een belofte, en dat is beloofd.  Eén belofte hou ik mij aan vast, en die zal waar en zeker zijn.

Eén gebrek maakt het verschil

En de dag er na, dat is altijd een graag gebruikte uitdrukking nadat er iets heeft plaatsgevonden.  Beetje vreemd natuurlijk aangezien er altijd wel iets voorvalt en er altijd een dag achteraan komt.  Althans zo is het tot nu toe altijd nog geweest, eens zal er een dag komen dat er niets meer achteraan komt.  Niet zoals wij het in de gebruikelijke zin gewend zijn.  Ik geloof dat er dan wel wat achteraan komt, maar het zal anders zijn.  Zoals ik al vaker geschreven en gedicht heb, ik geloof het wel.

Was het een bijzondere dag ?  Van één kant gezien zeker, het was de onjaardag van onze kleindochter.  Ja, wij zien Julietta echt als onze kleindochter en dat zal ze altijd blijven.  Daar is niks zweverigs of mysterieus bij, voor ons is ze er echt geweest.  En wat geweest is, is een onderdeel van het leven ons leven net als mijn ouders en andere familieleden en goede vrienden die ons ontvallen zijn.  Dat zijn er velen, zo af en toe laat ik mijn gedachten daar wat over gaan en dan komen er vele namen voorbij.  ‘s Middags hebben Elwin en Wenri de bloembakken bij hen achter het huis leeggehaald en van nieuw grind op de bodem, nieuwe grond en nieuwe plantjes voorzien.

Ik heb ze daar zo goed en kwaad wat bij geholpen en advies gegeven.  Het afval kon mee terug op de aanhanger, die ik had meegenomen.  Ook een paar zakken met boomschors, dat was in de aanbieding bij het plaatselijke tuincentrum.  Drie zakken voor vijftien euro, “ Nou doet u er maar zes “.  Het is een klein aanhangertje met nog kleinere bandjes, en echt veel gewicht lag er niet op.  Toen ik het beestje had aangeschaft van een goede kennis, die ook een trekhaak achter mijn opeltje had gemonteerd, was er al één bandje vervangen.  Gisteren heeft die het in elk geval prima gedaan, de niet vervangen is nu niet meer.  Niet meer als in, de lucht aan de juiste zijde.  Bij een goed functionerende luchtband zit de meeste lucht aan de binnenzijde.  Nadat wij een stukje met de aanhanger hadden gereden op weg naar huis, was er niet voldoende band meer om de lucht geconcentreerd op zijn plaats te houden.

Dan sta je daar aan de kant van de weg, mijn eerste gedachte was de overjarige potgrond daar te dumpen en de aanhanger daar te laten staan om dan met alleen de auto door te gaan en ergens een nieuwe band te bemachtigen.  Het schijnt dat deze handeling bij wet verboden is, mijn tweede ingeving was om hulp te bellen.  We zouden om het toch een beetje een feestelijk tintje te geven samen barbecueën.  Net voordat we weggereden waren had Elwin de barbecue al aangestoken, we zouden er immers binnen een half uur weer zijn.  Mijn dochter heeft hem opgehaald en ik ben bij de auto met defecte aanhanger gebleven.  Daar heb ik al met al een uurtje rustig kunnen nadenken en uitrusten.

De hulp is gekomen, heeft het wiel er onder weggehaald en hij had gelukkig het oude bandje van de andere kant nog al die tijd in zijn garage bewaard.  Een geluk bij een ongeluk zullen we maar zeggen.  Toen de zaak zover hersteld was heb ik het aanhangertje naar huis gereden en ben daarna snel weer teruggegaan.  Mijn vlees was inmiddels meer dan gaar, en mijn speciaalbiertje lag al een poosje koeltjes op mij te wachten, zijn broertje ook.  Is er wat mis met een klein aanhangertje als er alleen maar een band aan flarden is gereden ?  Hij voldoet niet meer aan datgene waar hij voor bedoeld is.

Als ik inmiddels zover ben dat het beter gaat met het naar de wc gaan en dat ik ook nog maar één keer ’s nachts van bed af moet vanwege druk op mijn waterleiding.  Als lopen me steeds wat beter afgaat en mijn buik wat minder op spanning staat, zodat het probleem hoofdzakelijk nog in mijn linkerbovenbeen zit.  Dan ben ik misschien net wel een beetje als mijn aanhanger, nog een beperkt gebrek maar verder nog goed in staat door te gaan.  Nog niet zover dat ik al als afgeschreven beschouwd en bestempeld mag worden.  Een paar kleine mankementen maar verder nog uitstekend bruikbaar.

Alles met mate, is de slogan.  Dat ik in mijn activiteiten steeds net even te ver ga, dat ligt geheel aan mijn gedrevenheid.  Maar nog steeds te dragen zonder zware pijnstillers, al is het af en toe best wel aanlokkelijk.  Vandaag in de tuin wat keien met de kruiwagen verplaatst, op mijn knieën in de bak getild en op mijn knieën er weer uit gehaald en in de tuin gestapeld.  Na de tweede keer werd het met al te zwaaren pijnlijk, na de derde wilde ik met alle geweld nog één ritje maken.  Dat is dus tever gaan, ik weet het en ik wist het ook van te voren al.  Waarom dan toch gaan rijden met een bandje om een aanhanger die niet meer aan de minimale eisen voldoet ?

Ach laat maar, ik ben mij er goed van bewust.  En heb rustig dus even een uurtje in mijn auto langs de kant van de weg over na kunnen denken.  Ik denk dus ik besta.  Oftewel in mijn geval, ik dacht dus ik bestond.

Julietta, Teigetje en Shakespeare

Eénenzeventig, het jaar waarin ik opnieuw moest beginnen.  Met mijn negen jaar had ik natuurlijk bijzonder weinig ervaring, en waarvan ik kennis had mogen nemen ben ik het meeste al lang weer vergeten.  Misschien dat ze nog ergens opgeslagen liggen in één van de vele kamertjes in mijn hoofd, die een ieder van ons schijnt te bezitten.  Ze zullen vast niet afgesloten zijn, alleen zit het probleem vaak in het archieveringssysteem.  We weten dat ze ergens zijn, die haast vergeten herinneringen, alleen we kunnen ze niet meer terugvinden.  Heel soms dan speelt er soms iets door mijn hoofd waarvan ik denk dat ik het ken, niet direct een déjà vu gewoon voelen dat je ervan op de hoogte bent geweest.

Het was het jaar waarin wij verhuisden negentienéénenzeventig van de grote stad in het westen naar een iets kleiner dorpje in het noorden, een wereldreis voor een ventje dat op een normale dag niet verder van huis kwam dan drie straten.  Een grote stad kenmerkte zich in die tijd vaak als een verzameling kleine buurtjes, eigenlijk een beetje als dorpjes.  Alles was op loopafstand, de kleuterschool aan het einde van onze straat, het winkelcentrum De Rijnbaan om de hoek en uiteraard zwembad Den Hommel wat je met gemak lopend kon bereiken.

Ik heb even gezocht naar de naam van het winkelcentrum en las op wikipedia dat er ook wat bekende Nederlanders uit de buurt Kanaleneiland komen.  Fred Kaps, de goochelaar wist ik van, die woonde om de hoek op de Peltlaan.  Maar dat ook Erwin Krol de weerman, Henk Temmink de zanger en zelfs Geert Wilders een politicus daar hun wortels hebben liggen geeft mijn kijk op mijn geboortegrond toch een heel ander kleurtje.  Zesenveertig jaar geleden, een lange tijd waarin alles al een aantal keren is veranderd.  De ene keer ten goede de andere keer net anders dan op gehoopt, en voor de rest alleen maar zaken die volgens de gebruikelijke verwachtingen een mensenleven kleuren.

Er zijn veel dingen om over te schrijven, nog meer dingen die ik misschien al wat eerder had moeten vastleggen omdat ze inmiddels verhuld lijken te zijn door een waas waar ik alleen nog maar onduidelijke contouren in kan onderscheiden.  Zoals je soms ergens iemand aan de overkant van de straat ziet lopen waarin je dan het loopje en de houding van een lang geleden overleden bekende herkent.  Morgen is het een jaar geleden dat Julietta geboren werd, tweeëntwintig weken, geen schijn van kans om te kunnen leven.  Geen ontwikkeling van de linkerhartkamer, een foutje in haar DNA.  Het was zo’n prachtig meisje, heel klein maar helemaal kompleet.  Ja, het is een zwaar jaar voor ons allemaal geweest.  Ingrijpend en heftig, en toch gaan we door.

Morgen de eerste onjaardag vieren van mijn leven, het is een woord dat ik nog ken van Winnie de Pooh.  Daar was het gezegd door Teigetje meen ik, één keer per jaar een vérjaardag en alle andere dagen een ónjaardag.  Ik wil het hier anders gebruiken, een engeltje dat wel geboren is maar nooit heeft geademd kan eigenlijk geen verjaardag vieren.  Toch gaan wij dat morgen doen, het zal dubbel worden met gemengde gevoelens.  Mijn dochter verwacht over zes weken een tweede kindje, volgens de laatste echo gaat alles boven verwachting goed.  Waarom boven verwachting ?  Na Julietta is het begrijpelijk dat de ouders, en wij er om heen, heel goed ervaren hebben hoe het anders kan lopen.

Een kind krijgen, of voor mijzelf gesproken een kleinkind, is en blijft een wonder.  Wat de medische wetenschap er ook over te vertellen heeft, wat voor overtuiging wij er ook op nahouden, het is en blijft een hele bijzondere gebeurtenis.  En in een iets andere context geldt dat voor ons hele leven.  Stel dat wij nooit in negentienhonderdéénenzeventig de grote stad hadden verruild voor Winschoten.

Stel je eens voor.  Stel dat er bij Julietta een gezond hartje was ontwikkeld.  Stel dat het bij mijn prostaat bij een ontsteking was gebleven.  Stel dat bij mijn goede vriend uit Alkmaar geen foutje was geslopen in zijn DNA.  Stel dat Hij, die is opgestaan uit de dood, had toegegeven aan de aantijgingen die naar Hem werden geroepen daar aan het kruis en Hij er van af was gekomen en de strijd op had gegeven.  Nee, er valt niets voor te stellen, de dingen gebeuren maar op één manier.  En maar één keer hebben wij de kans daar iets mee te doen, of niet te doen.  “ To do or not to do “, that’s the answer.

Te ver gaan en verdwalen

Vandaag de grens bereikt en, zoals ik ben, er gewoon overheen gegaan.  Niet dat ik weet of dat de juiste wijze is, maar wel die het beste bij mij past.  Wat snoeiwerk in de tuin gedaan, de heide terug geknipt, de taxushaag met de heggeschaar gekortwiekt, de halfstam vruchtbomen van de uitlopers en de gekruisde takken ontdaan en de woekerende bramen wat van afgesneden.

Klinkt veel, ik heb het met meer dan de helft van mijn normale tempo gedaan.  In mijn huidige toestand, waarbij vooral mijn been maar ook mijn conditie enorm te wensen overlaat, lijkt het haast een onmogelijke klus.  Ik heb doorgezet met toch net even teveel moeite, steeds maar weer doorgaan omdat ik een beetje probeer mezelf te bewijzen.  Toen ik ook nog een beginnetje wilde maken met het leghok voor de kippen ging het fout, in eens was het op.  Heel langzaam aan ben ik weer naar binnen gestrompeld.  Daar mijn vertrouwde ruimzittende joggingbroek aan gedaan, waar ik eigenlijk altijd een enorme hekel aan heb gehad, en me helaas genoodzaakt voelde een morfine tabletje in te nemen.

De rest van de dag en avond zal ik het weten, maar ik geloof wel dat het op deze manier weer op gang moet komen.  Een paar uur, met ruime pauzes en zoals gezegd heel kalm aan, in de tuin nog niet eens de zwaarste klusjes doen valt mij dus enorm zwaar.  Een half jaar geleden lachte ik daarom, een avondje en ik had hetzelfde bereikt.  En nu, nu ben ik er nog trots op ook, het is me tot op zekere hoogte gelukt.  Het is eenvoudigweg de blik waarmee je er naar kijkt.

Er gaat een verhaal van drie wandelaars die een flinke tocht wilden maken door de bergen en bossen.  Wat te verwachten was gebeurd, ze verdwalen en het begint al aardig donker te worden. In het najaar koelt het ook vrij snel af, dus ze zullen een plek moeten vinden om te overnachten.  Zoals gebruikelijk is in dit soort parabels, komen ze bij een eenvoudige optrekje waar ze de nacht kunnen verbrengen.  Binnen ziet het er aardig verzorgd uit, er is zelfs een houtkachel.  Alleen vinden ze het wel vreemd dat deze niet op de vloer staat, maar ongeveer een meter boven de grond, hangend aan wat staaldraden.  De kachel wordt door één van hen ontstoken, en ze gaan er onder zitten om op die wijze weer op temperatuur te komen.

Terwijl ze daar zo zitten zegt één van hen dat hij misschien wel weet waarom die warmtebron zich in die toestand bevindt.  “ Ik denk “, begint hij, “ Dat de eigenaar op deze wijze het vuur de juiste plaats wil geven, het verhogen van de warmte “.  Zijn wandelvriend denkt daar anders over, “ Nou volgens mij probeert hij een soort circulatie op gang te brengen door het vuur dichter bij het plafond te brengen en zodoende de warmte langs de wanden omlaag de gehele ruimte van een behaaglijke temperatuur voorziet “.  De derde trekker ziet het geheel anders, hij is er absoluut van overtuigt dat hij die het zo gemaakt heeft zich onder de kachel het veiligst voelt.  Net als in de moederschoot, knus met de benen opgetrokken een oud vertrouwt gevoel terughaalt.

Zo zitten ze daar ieder met zijn eigen idee, dan gaat de deur open en komt er iemand binnen.  Hij heeft wel vaker onbekende gasten gehad die een slaapplek zochten vanwege het onbekend zijn met de omgeving, en ziet het niet als een onoverkomelijkheid daar de nacht te verbrengen.  Hij biedt ze zelfs een maaltijd aan, en zo praten ze wat over koetjes en kalfjes.  Wat ik dan weer een absurde uitdrukking vind maar goed zij hadden daar hun zinnen op gezet en wilden het over koetjes en kalfjes hebben.  Als ze daarna bij de hangende kachel komen willen ze toch graag weten waarom het zo geplaatst is.

“ Tsja “, vertelt de eigenaar van het onderkomen, “ Ziet u, hier is niet veel in de buurt te krijgen alles komt van ver ”.  “ Toen ik deze haard wilde aansluiten kwam ik wat buis te kort, gelukkig had ik wel voldoende staaldraad “.  Wat ik precies met deze anekdote wil verduidelijken ?  Kijk, we hebben allemaal onze kijk op zaken die we tegenkomen of meemaken.  Een typische menselijke eigenschap is, dat we altijd proberen een reden te vinden voor iets.  Een reden waarom dingen ons overkomen is daar een steeds weer terugkerende van.

Moet ik me afvragen waarom ik deze ziekte heb gehad en genezen ben, terwijl een ander er aan overlijdt, of ongeneeslijk is ?  Zoals bij zoveel vragen die wij onszelf inbeelden, is het antwoord niet te bedenken.  Wij halen onszelf van alles in het hoofd, maar misschien is het beter dat niet te doen.  Ofwel het antwoord is onmogelijk te begrijpen, ofwel het is zo simpel dat wij het niet willen begrijpen.

Carpe Diëm, misschien is dat wel het beste, en heeft Luther al niet eens gezegd, “Als morgen de wereld vergaat, dan plant ik vandaag nog een boom “.  Zo moeten we dat denk ik doen, niet te veel afvragen maar gewoon doorgaan, en klaar staan voor elkaar.  Iemand onderdak geven, een hand op de schouder en soms ook niet meer dan een luisterend oor en een beetje warmte.

Goed, beter en de beste

Het feit dat ik me wat kwaad had gemaakt over de wijze waarop wij in het ziekenhuis zijn bijgepraat heeft op dat moment toch wel een beetje de vreugde overschaduwt dat ik mezelf weer mag beschouwen als een gezond persoon.  Het is nooit mijn bedoeling geweest er op deze wijze op te reageren, die opmerking van de uroloog moet ik hem, achteraf gezien, nageven.  De opsomming van mijn pijnklachten of eigenlijk mijn antwoord op zijn vraag hoe het met me ging, is daar slechts de aanleiding toe geweest.  Verder maar geen woorden meer aan spenderen, ik ben genezen en daar was het in eerste instantie allemaal om te doen geweest.

Zo langzamerhand begin ik mij weer op te maken om actief te gaan deelnemen aan de “normale” gang van zaken.  Ik gebruik expres de aanhalingstekens omdat ik niet weet wat normaal is.  We mogen er duidelijk over zijn dat er heel veel gebeurd is.  Kun je dan verder gaan waar we gebleven waren ?  Misschien dat het in veel gevallen zo wordt getracht op te pakken, maar vaak niet werkt.  Het ligt in de prognose over een paar weken weer, zij het op therapeutische basis, wat uurtjes te gaan werken.  Dat zal volgens verwachting de nodige tijd en moeite vergen, maar ik geloof wel dat ik er weer aan toe ben.

Het is wel degelijk mijn doelstelling daar anders mee om te gaan, zij die mij persoonlijk kennen snappen vast wat ik hiermee kenbaar wil maken.  Voor alle anderen, ik ben van nature nogal strevend naar perfectionistisch gedrag.  Vergeef deze oude man, het is een aangeboren afwijking en daarnaast, ik werk eraan.

Een hele goede vriend van mij deelde mij mee dat uit een test van zijn DNA was gebleken dat hij dezelfde neurologische aandoening had als zijn vader en zijn oma hadden.  Het is een erfelijke kwaal die niet te genezen of te stoppen is, het is een slopende ziekte heb ik gelezen en in een filmpje gezien.  Het schijnt maar weinig voor te komen in Nederland, maar als ik het van mijn goede vriend hoor dan wat mij betreft net even te vaak.  Zoals ik al vaker heb proberen te vertellen, het is een rijke zegen om gezond te zijn.  En onthoudt dat niemand weet wanneer dat niet meer het geval is.  Mijn kameraad verwacht dat tegen de tijd dat hij vijftig wordt de klachten zullen beginnen, maar dat is slechts gissen met een redelijke slag om de arm.

Hoe is het toch mogelijk dat er zoveel mensen zijn die denken dat iets altijd blijft zoals het is, dat heb ik nog nooit begrepen.  Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat er simpelweg lieden zijn die gewoon niet denken, niet met dingen bezig zijn.  En als ik dan heel eerlijk moet zijn, dan zou ik er van willen zeggen, dat ik soms wel eens een beetje jaloers op ze ben.  Hoe eenvoudig zou het leven zijn als we ons nergens zorgen over maken, hoe makkelijk komen we dan onze aardse dagen door.  Een kleine toevoeging hierop, ik schreef al dat ik soms jaloers op ze ben maar in de meeste gevallen niet met ze zou willen ruilen.  Wat zou ik een hoop gaan missen als mijn gedachten er mee zouden stoppen, al die mooie dingen.  Ook de nare zaken, want dat maakt nou juist het gelukkig zijn zo mooi.

Als er geen zwart is kan er ook geen wit zijn.  Geen haat dan ook geen liefde, geen pijn dan ook geen gezondheid.  Eén ding is wel een feit, licht kan wel het duister verdringen maar het duister kan nooit vat krijgen op het licht.  Ziektes en lichamelijke tekortkomingen kunnen een gezond lichaam tarten, en een positieve instelling kan weinig aan genezing doen.  Wat een optimistisch karakter wel kan, is in je hoofd het evenwicht bewaren.  Dat klinkt makkelijker dan het is, ik heb dat inmiddels zelf ook ondervonden.  Toch ben ik blijven geloven en vertrouwen op een goede uitkomst.

Ondanks dan wat, waarschijnlijk blijvende, tekortkomingen ben ik aan de goede zijde van de medaille terechtgekomen.  Dat is dan meteen ook wat mij raakt, zoals de hierboven beschreven situatie.  En, iets meer gerelateerd aan wat mij is overkomen, mijn overbuurman die toch ongeneeslijk zal blijven van eigenlijk dezelfde ziekte als ik heb gehad.  Ik prijs mij gelukkig dat ik hier niet over hoefde te beslissen.

Of dat wel op die wijze gaat, dat er ergens een levenspatroon ligt uitgestippeld waarlangs wij moeten gaan ?  Nee, daar kan en wil ik niet in geloven.  Gebeuren er dingen die toeval zijn ?  Ook daar kan ik met mijn gevoel en verstand niet bij.  Hoe het wel is ?  Ik laat een ieder er vrij in om hiervan te vinden en geloven wat ze willen.  Voor mij geldt, God is goed, ik ben beter, maar Hij is en blijft de beste.  Kort gezegd, ” Ik geloof het wel “.

Soms moet je keuzes maken

Heb net mijn eigen stukje van gisteren nog even doorgelezen en met de hand op mijn hart kan ik hier vermelden dat ik er nog exact hetzelfde over denk.  Inmiddels zijn er wat dingen voorgevallen die mij eigenlijk een beetje bevestiging geven.  Ik heb een gesprek gehad met de arts van de arbo en hij bleek regelmatig mijn verhalen te lezen.  Hij adviseerde zelfs anderen die met dezelfde kwaal, als wat mij is overkomen, te maken kregen hier wat te lezen.  Om zodoende het van een andere kant te bekijken, ik heb hem verteld dat ik daar best door gevleid ben.

Met de aardige dame die mij had benaderd om stukjes te schrijven voor de Treant Zorggroep en met name het Emmer Scheperziekenhuis, heb ik een korte mailwisseling gehad.  Ik heb haar op de hoogte gebracht van mijn twijfels, of ik wel de juiste persoon ben om verhaaltjes voor deze organisatie te maken.  Met pijn in mijn hart heb ik meegedeeld dat het heel misschien beter is dit niet te gaan doen, met name na ons onaangename onderhoud met de aldaar hoog aangeschreven uroloog.  Nogmaals wil ik hier benadrukken dat het om een zeer vakkundg man gaat, misschien wel één van de beste.  Waar wij op afgeknapt zijn is enkel zijn gedrag ten aanzien van mijn pijnklachten, die eigenlijk een beetje werden weggelachen.

Misschien mag je je zo uitlaten over, en het niet serieus nemen van, vragen van patiënten.  Misschien heb je een vrijbrief omdat je in technisch opzicht een goede prestatie hebt verricht en ook duidelijk van te voren hebt aangegeven wat de gevolgen konden zijn.  Zelfs dit alles in de wetenschappelijke percentages weergegeven, helemaal waar.  Chapeau voor deze man, jammer toch dat volgens ons gevoel er niet echt geluisterd werd naar onze inbreng.  Waar mijn dochter vanmiddag nog even op attendeerde was de gemaakte opmerking direkt na de operatie, “ Ik heb mijn werk goed gedaan, alles is goed verwijderd “.   Nu achteraf had de man daar volledig gelijk in, maar bij haar was het overgekomen als, “ Nou, ik heb geen fouten gemaakt “.

Zoals altijd gaat het vaak niet om het lied, slechts om de toon waarin het gezongen wordt.  Iets in die context hebben wij vanmorgen ongeveer vier keer aan mogen horen.  Naar aanleiding van de eerder gestelde vraag iets te schrijven over de zorggroep, had ik dit weekend ook nog wat gelezen op het onvolprezen internet.  Toen begon de moed mij al wat in de schoenen te zakken, er schijnt daar nogal wat gaande en gebeurd te zijn.  Maar ik weet dat je niet klakkeloos alles zomaar kunt geloven, en al helemaal niet eenvoudigweg voor waarheid aannemen.  Vandaar dat ik in mijn mailtje nog de deur op een kier had gehouden, heb alleen mijn gevoel van twijfel verwoord en de dientengevolge teleurstelling.

Wel heb ik onomwonden helder gemaakt, dat als het slechts ging om het wat meer openbaarheid schenken aan prostaatkanker ik me daar graag en met overtuiging voor wilde inzetten.  Alleen dat ik geen garanties kan geven over opmerkingen aangaande de instelling an sich.  Mijn kennis reikt niet ver genoeg om te kunnen inschatten of een enkele arts toch niet wat beïnvloed wordt door het zogenaamde haantjesgedrag.  En nog steeds weet ik dat niet, het internet doet daar nogal twijfelachtig over.  Als er op enkele sites alleen reacties worden geplaatst die eerst goedgekeurd moeten worden, dan geloof ik niet dat over het vanmorgen omschreven geval er een vermelding zou plaatsvinden.  Mijn hooggespannen verwachtingen om iets goed te mogen gaan doen heb ik dus zelf een beetje de das omgedaan.  Ja, ik weet het, weer mijn te fanatieke instelling van alles of niets, rennen of stilstaan.

Volgende week maar weer naar Muriël, heb nog het meest vertrouwen in haar behandeling.  Heel misschien kan ze nog wel iets meer voor mij betekenen, dat hoop ik ook van harte.  Over vier maanden zal er weer getest worden op de PSA waarde, maar kijken hoe we dat gaan invullen.  Misschien tegen die tijd maar gewoon even bellen om te vragen hoe het er voor staat.  Als er na klachten niet de moeite wordt genomen even naar één en ander te kijken, waarom dan de hele rit daar naar toe, zullen we maar zeggen.

Al vijfenzestig keer heb ik mij keurig gehouden aan mijn overtuiging, niet negatief over anderen te doen.  Twee keer is me dat nu dus niet gelukt.  Ik hou er niet van dingen slecht weer te geven, en dan loop je soms tegen een dillemma op.  En misschien ben ik ook wel wat teleurgesteld in mijn eigen lichaam, een beetje gefrustreerd.  Geloof me, het valt niet altijd mee.  Zelfs niet als je genezen bent van prostaatkanker, ik moet nu verder of het nou een bevrediging geeft of niet.  Feitelijk is er niets meer aan de hand, nu nog de laatste loodjes in het herstel.  Daarnaast mijn gevoel dat toch wat moeite heeft met alles wat er gebeurd is.  Vast een logisch gevolg van.

Zullen ze vast wel kunnen begrijpen, zij die het kunnen weten.  Verder wil ik aan dit voorval geen woorden meer besteden, het is genoeg zo.

Geen fijn gesprek, wel een goede uitkomst

Aangezien ik me dus wat kalm wilde houden vanwege toch wat pijnlijke momenten gisteren, heb ik de moed opgevat mijn eigen verhalen wat door te lezen.  Ik was al bezig om ze zo uit te werken zodat ik ze kan printen, dus met datum erbij en titel.  Nu heb ik een paar echt weer gelezen, voelt heel bijzonder.  Dan moet ik wonderwel ook toegeven dat ik mij er over verbaas, het leest alsof het om een ander gaat.  Aan de andere kant weet ik dan weer precies wat er door mij heen ging toen ik ze schreef, hoe ik toen zelf gevormd werd.  Helaas misschien ook wel wat vervormd.

Klinkt het heel bijzonder, als ik hier type dat ik die tijd eigenlijk een beetje begin te missen.  Niet dat ik de spanning mis of moeite heb met alles wat er met mij, met ons als gezin, gebeurd is.  Het is een tijdperk wat mij als een slingerpad is bijgebleven, ik heb het doolhof nog niet tot de uitgang bereikt, het einde is naar alle waarschijnlijkheid nog niet in zicht.  Dat zou ook niet kunnen, want aan het einde komt alles goed wordt er gezegd.  Van een enkeling die mijn kronieken leest hoor ik, de anderen schrijven het, dat het net is of ze met mij praten als ze het lezen.  Er is dan wel sprake van een eenzijdige conversatie, maar dat zijn wel vaak de betere.  Als er van twee zijden wordt gesproken, moet er logischerwijze ook van die beide zijden geluisterd worden.  Deze combinatie is toch een vruchtbare basis om samen een onderhoudt te hebben.

Het moet dan wel op zodanige wijze worden ingevuld dat wanneer één partij spreekt de andere luistert.  Zodra er op hetzelfde moment gesproken wordt van beide kanten, dan gaat het mis.  Als er daarentegen door twee partijen wordt geluisterd dan is er, ondanks dat er dan weinig informatie wordt uitgewisseld, geen man overboord.

Ja, vandaag weer naar het ziekenhuis geweest.  Ik had een stille hoop dat er iets gedaan kon worden met mijn klachten, en uiteraard de vraag of de PSA waarde meetbaar was.  Dat laatste was dus niet het geval, een super uitkomst waar wij vanzelfsprekend overgelukkig mee zijn.  Verder kan ik maar één ding concluderen, afgezien van het feit dat de arts een absoluut zeer kundig man is geeft hij niet de indruk begrip te hebben voor mijn genoemde klachten.  Wij werden op technisch gebied volledig bijgepraat zolang er maar één ding helder was, hij had zijn werk goed gedaan.

Dat je dat tegen iemand zegt die al bijna drie maanden elke dag met pijn in zijn been loopt, een stagnerende stoelgang heeft en daarnaast ook nog vaker moet plassen dan voorheen en daarbij regelmatig pijn ondervindt.  Dat deze persoon ook nog eens herstellende is van zaken die van depressieve aard zijn en niets liever wil dan weer zijn eigen leven op te pakken.  En dan ook, waarschijnlijk voor de rest van zijn leven, niet meer in staat zal zijn op een normale wijze een erectie te krijgen, waar ik het verder liever niet over wil hebben omdat dit iets is wat er behoorlijk inhakt.  Dan krijg ik het sterke gevoel dat er toch iemand behoorlijk op zijn pik is getrapt, en bijzonder slecht tegenspraak kan dulden.

Ik heb daar Muriël nog moeten verdedigen omdat zij zo geschrokken was van het uiterlijk van mijn buik, wat kan ik daar nou op antwoorden.  Ik geef toe dat ik al drie maanden hier naar toe heb geleefd met het idee dat het niet in orde zou zijn, een beetje had ik mij daarvoor in bescherming genomen.  Begrijpelijk misschien als je in de periode daarvoor, tot twee keer toe uitslagen heb moeten aanhoren waar niet op gerekend werd.  Negatieve uitslagen.  Misschien begrijpelijk als je zo lang, volgens de oncoloog te lang, met pijn blijft zitten dat je graag had willen horen dat deze klachten in elk geval serieus werden genomen.  Jammer dat ze er niet bij was, het gesprek was dan vast anders gelopen.  Tot twee keer toe moest ik me inhouden niet op te staan en netjes afscheid te nemen.

Laat ik hier duidelijk stellen dat ik geen enkel moment twijfel aan de inzet en kundigheid van de uroloog.  Maar op het gebied van omgang met patiënten zou hij, zoals wij het nu ervaren hebben, wel een extra opleiding mogen volgen.  Zij die mijn stukjes vaker lezen weten dat ik niet snel met kritiek klaar sta, ik geef toe ik ben kritisch van aard maar altijd vanuit een positief inzicht.  Hier wil me dat helaas niet lukken.  Vergeef mij als ik wat negatief overkom, ik zal daar aan gaan werken.

Graag wil ik besluiten met een goed bericht, wat ik hierboven al even aanstipte, dat luisteren en spreken, daar heb ik vanmorgen een sprekend voorbeeld van mogen meemaken.  Het is dus vooral van belang open te staan, ook al wil je dan misschien liever iets anders horen.  Ik mag zeggen dat ik gezond ben, en verder er maar mee zal leren leven.

Hier wil ik het bij laten, ik ben dankbaar voor de genezing en hoop en vertrouw er op de kracht te mogen ontvangen om door te gaan.  Dit was het dus, en als het niet anders wordt, dan blijft het zo.  Het ga u allen goed, en dat meen ik echt.

Goede Vrijdag, goede uitslag ?

Zou er iets zijn net voor of rond de feestdagen, dat er dan iets in de lucht hangt.  Een hele lieve tante van mij is indertijd begraven op Goede Vrijdag, volgens mij kun je geen beter moment bedenken om ter aarde besteld te worden.  De ingrijpende periode rondom onze levensloos ter wereld gekomen kleindochter, speelde ook rond deze tijd.  Negen april zou haar eerste verjaardag moeten zijn, misschien dat we er toch een bijzondere dag van mogen maken.  Nooit zullen we haar vergeten, kleine Julietta, ze zal er voor altijd bij horen.

De dag na de afgelopen Kerstdagen was het moment van de uitslag na de onderzoeken.  Daarna is de zaak echt serieus geworden, en nog steeds is het niet afgelopen.  Dinsdag, de dag na de Paasdagen, zal er weer een uitslag worden verteld.  Of ik daar gespannen over ben, nee niet echt ik wacht rustig af wat er gezegd zal gaan worden.  Als er begonnen wordt met vraag hoe het nu allemaal gaat of het al wat minder is met de pijn, dan weet ik waarschijnlijk genoeg.  Toen ik gisteravond op bed ging wilde mijn been absoluut niet meewerken.  Ik wil niet meteen de woorden dwarsliggen gebruiken, want dat alleen al was veel te pijnlijk.  Echt ik wist niet hoe ik moest liggen om geen pijn te voelen, drie uur lang heb ik geprobeerd de slaap te vatten.

Bijna elke minuut heb ik mij wel wat verdraaid om zo mijn draai te kunnen vinden.  Om één uur heb ik toch besloten een morfine capsule te nemen, geheel tegen mijn gevoel in.  Al eerder heb ik hier uitgelegd, nadat de arts mij daarover in kennis had gesteld, dat morfine de darmen en hun werking blokkeerd.  Aangezien dat nog steeds niet op orde is, ben ik heel terughoudend wat betreft het tot mij nemen van deze zware pijnstillers.  Helaas zag ik het echt niet meer zitten, vrij snel daarna ben ik gelukkig weggedommeld in een bijbehorende gelukzalige toestand.  Vanmorgen maar meteen weer een zakje met poeder opgelost in water naar binnen gewerkt, hoop dat het de zaak wat stimuleert om toch te kunnen blijven ontlasten.

Vrijdag heeft Muriël, het gespeciliseerde bekkenbodemmeisje, mijn buik flink te pakken gehad.  Eerst voelde het wel goed, later maakte het toch wel wat meer indruk.  Over een week wil ze er mee verder gaan, heb wel het gevoel dat het helpt.  Misschien toch beter geweest er eerder naar toe te gaan, zo gaat dat vaak.  Toen ik bij haar binnenstapte, in de behandelkamer uiteraard maar dat lijkt een overbodige toevoeging slechts gedaan om verwarring te voorkomen, toen begroette ze mij met de woorden, “ Het is net of ik zojuist met je gesproken heb “.  Het mag voor de lezer duidelijk zijn dat ik een ietwat verbaasd keek, het is niet de gebruikelijke begroeting die je direct zou verwachten in de gegeven situatie.  Ze had net daarvoor mijn laatste verhaal gelezen, en volgens zeggen voelde het alsof we hadden zitten praten.  Het moge voor zich spreken dat mijn ijdelheid, dat beetje dat ik nog heb, werd gestreeld.

De vraag die nu misschien op uw lippen ligt, is een zeer begrijpelijke.  Waaraan was het nou te wijten dat ik niet in slaap kon komen vanwege de pijn ?  Zaterdagmiddag heb ik samen met mijn schoonzoon de kast in elkaar gezet, die we eerder al samen hadden gemaakt.  Ik heb de kennis ingebracht, hij het zwaardere werk.  En toch, zoals dus gebleken is, ben ik nog niet zodanig in staat dit alles zonder nare complicaties te kunnen volbrengen.  Gedurende de hele tijd dat we daar ’s middags onze tijd aan spendeerden, heb ik heus wel gevoeld dat ik niet echt verstandig bezig was.  Waarom dan toch mezelf plagen ?

Van nature ben ik altijd al iemand geweest die de grenzen opzoekt, en dat gedeelte net daar overheen.  Het is in de hoop dat mijn spieren, die het een paar weken kalm aan hebben mogen doen, weer een beetje hun medewerking gaan verlenen om tot een succesvolle samenwerking te komen van de diverse delen van mijn lichaam.  De hele avond had ik de stille hoop dat er geen protest aangetekend ging worden, dat was dus ook zo.  Tot het moment dat ik dus op bed ging, toen besloten ze in actie te komen.  Dat heb ik dus vakkundig de kop ingedrukt met behulp van een ingenomen capsule.  Vandaag dus een kalme dag, een bijzonder kalme dag.

Niet zoals het tweeduizend jaar geleden was, daar speelde zich toch wel het één en ander af wat de loop van de geschiedenis in een heel ander daglicht heeft gesteld.  Een zodanig daglicht dat het oogverblindend is geworden.  Niet iedereen is hiervan overtuigt, niet iedereen wil daar in geloven.  Geloof me, dat is uw goede recht.  Waar ik mee wil besluiten is de woorden uit te spreken ( doe maar net als Muriël, alsof we met elkaar praten ) “ Ik geloof het wel “.  En dat zal ik dinsdag er ook van vinden, wat de uitslag ook mag zijn.