Een oud verhaal met een afloop

mde
Bij ons in de woonkamer staat een oude metalen korf.  Zo eentje die vroeger door boeren werd gebruikt om zaken als bieten of aardappelen in op te bergen.  Dat is ook de geschiedenis van deze, van mijn schoonvader.
Een heel bijzondere man, dat was hij.  Erg in zichzelf gekeerd, gewoon met zijn eigen dingen bezig.  Hij was nog echt van de oude stempel.  Een tractor heeft hij nooit in bezit gehad.  Maar goed ook, want hij zou er geen voordeel van hebben gehad.  Op deze werktuigen rijden, was voor hem niet weggelegd.  Hij had een grote Belg.  Ik doel hiermee op een Belgisch paard, en dan geen kleintje.  Als er dan eens iets op het land te doen was wat teveel werd voor één pk, dan werd er iemand bijgehaald die wel met een trekker overweg kon.

Helaas voor mijn schoonvader heeft de Belg vroegtijdig het loodje gelegd.  Ook waren de acht koeien die hij, samen met zijn vrouw ( mijn schoonmoeder dus ) elke dag twee maal moest melken, al niet meer aanwezig.  Hij deed alleen nog wat eenvoudige dingen op het land, vraag me niet welke.  Binnen zitten was een niet door hem gebezigde traditie.
Tot het moment dat hij op het eind van een zaterdag, nog even een kijkje ging nemen bij zijn oom en tante.  Die lagen begraven op de algemene begraafplaats, aan de rand van het dorp.  Volgens hem, tenminste dat vertelde hij later, stond het zogeheten kopstuk niet heel stevig meer.
We hebben het hier dus over een rechtop staande steen bij een graf, geen liggende steen dus.  Nu moet ik mij trouwens meteen weer corrigeren.  De in eerste instantie nog rechtop staande granieten zerk was, mede doordat mijn schoonvader deze een klein beetje heen en weer bewoog, wel een liggende geworden.  Op zich is daar nog niemand door geschaad.  Helaas voor hem in dit geval viel de steen zijn kant op.  Dit had hij te laat door, en kwam er met één been bekneld onder te liggen.

Volgens eigen zeggen, is hij daar ruim drie kwartier mee aan het wurgen geweest om weer los te komen.  De term, “Met één been in het graf staan”, is voor mijn nooit meer hetzelfde geweest.  Zijn hele onderbeen was zodanig beschadigd, dat hij maandenlang niet kon lopen.  Voor iemand die zijn hele leven buiten vertoefde, is dit een hel.  Ook voor mijn schoonmoeder, is dat geen makkelijke tijd geweest.  We hebben met ons drieën daar zo goed als het kon een weg in gevonden.
Op het laatst dachten wij dat hij ook geestelijk te hard was geraakt.  Het bleek toch ernstiger te zijn, longkanker.  Hij heeft het zelf ongetwijfeld al ver van te voren aangevoeld.  Een ziekenhuisopname, de eerste dag van mijn vakantie.
Drie weken later, de laatste dag ervan, hebben wij hem begraven.  Twee dag na zijn verjaardag, die hij niet meer beleefd heeft.

Het was een goede man.  Wist alleen niet goed dit te uiten, iets wat hem als kind nooit was geleerd.  Zo ging dat vroeger, praten over gevoelens of zeggen iemand iets goed had gedaan, dat deed je niet.  Hij was gek op zijn beide kleindochters.  Zag alleen overal gevaren.  In zoverre kan ik dat alleen maar beamen.  In dat opzicht is er niets veranderd.  Inmiddels ben ik al bijna een jaar geleden bevorderd tot opa.  Ik ga zelfs elke avond met oma op bed.  Geen zorgen, mijn vrouw weet ervan.  Dat zou dan wel weer een heel ander verhaal worden.

Waarom ik, na mijn tweede werkdag, daar ineens aan dacht ?  Ik zit nu wat vaker boven, daar staat immers mijn elpeecollectie.  Ook staat daar, wat een ware uitkomst is voor iemand die er van houdt naar vinyl te luisteren, een platenspeler.  Nu ik overdag wat meer mijn lichaam belast, probeer ik het ’s avonds wat kalmer aan te doen.
Ben zelfs weer begonnen aan, De Elfenkoningin van Hubert Lampo.  Daarbij luister ik graag naar goede muziek.
Tegenover mij, op de bank gezeten, staat die mand met nog een klein stukje oranje touw.  Dat heeft hij er heel lang geleden aangeknoopt.  Uit respect hebben we dat nooit losgehaald.  Uit respect heb ik hier ook een stukje van zijn leven beschreven.

Iets geheel anders dan alle voorgaande stukjes.  Zie het als een eerbetoon.
Ohja, met het werk gaat uitstekend.  Het is wennen, maar het voelt goed.  Zo gaat het leven.  Soms gebeuren er moeilijke dingen, soms hele moeilijke en soms ook hele mooie.  En in een heel enkel geval, we moeten er geen gewoonte van maken, gebeurt er iets prachtigs.

En trouwens, leen nooit onnodig geld.  ( Dat laatste komt van Larry Norman, op het eind van zijn song, Moses in the wilderness te vinden op de briljante elpee, Upon this Rock )  Waarom ik dit laatste hier vertel ? Geen flauw idee, vond het gewoon iets aardigs om dit verhaal mee te laten aflopen.mde

Advertenties

Een eind en een nieuw begin

En weer een dag er voor.  Ja, ik weet wel, er is altijd een dag er voor.  In veel gevallen is het zo dat het een grote zegen is, dat we het niet weten.  Een dag voor een sterfgeval, een dag voor een auto-ongeluk of een dag voor dat er de volgende dag wordt aangekondigd dat je ontslagen wordt.  En ja, van al deze gevallen kan ik beamen dat er een dag aan vooraf ging.  In het huidige geval kan ik zeggen dat er anderhalf jaar aan vooraf is gegaan.  Zoals velen van u zullen en kunnen begrijpen, is dat een heel stuk langer dan de gebruikelijke vierentwintig uur die in een dag zitten.

Afgelopen zaterdag heb ik een statement gemaakt.  Niet als in een uitspraak of een belofte over iets waarvan ik later zou moeten toegeven dat het te hoog gegrepen was.  Nee, ik heb daadwerkelijk iets opgeruimd.  U moet weten, dat wij naast onze woonkeuken beneden ook nog een woonkamer boven hebben.  Bij het tekenen van de woning hadden wij in onze kinderlijke onwetendheid bedacht, dat het misschien wel iets moois zou zijn om lekker kalm tot rust te komen in een aparte ruimte.  Afgezonderd van alle hectiek waarmee een gemiddeld mens zo af en toe in zijn of haar leven te kampen heeft.  Beneden een ruime woonkeuken, met aangrenzend een terras.  Eenvoudig te bereiken via een schuifpui.  Een buitenplek voor in de zomer.
Regelmatig hebben wij van die voorziening gebruikt gemaakt, zij het dan ‘s avonds.
De veranda ligt op het zuiden, en als het zonnetje goed haar best doet is het daar niet uit te houden, behalve dan als je een sinaasappel bent.  Wat wij dus niet zijn.  Boven zou het dan onze herfst, cq winterresidentie worden.  En nee, daar wordt toch minder vaak gebruik van gemaakt dan wij ons hadden voorgenomen.  De Kerstdagen hebben wel vaak de bovenkamer als decor gebruikt.

Dit heugelijk feit lag mede ten grondslag aan mijn persoonlijke inzet, nu anderhalf jaar geleden alweer, er het jaarlijks weerkerende Kerstdorp op te bouwen.  Toen begon het net een beetje tot mij door te dringen, dat de in mijn bloed geconstateerde afwijking gerelateerd aan iets met mijn, toenmalig nog aanwezige, prostaat, best wel eens heel ernstig kon gaan worden.  Ik geef hier ruiterlijk toe, dat het door mijn hoofd speelde, dat dit zomaar mijn laatste Kerst kon gaan worden.  Dit klinkt misschien best wel heftig, maar geloof me, het voelde toen nóg heftiger.
Om de begintijd van mijn burnout wat te verwerken, ben ik toen vrij vroeg met het bouwen van het Kerstdorp begonnen.  Eind november stond het daar in volle verlichting en glorie.

De hele tijd, heb ik het niet op kunnen brengen de zaak weer af te breken.  Alleen kreeg het een aangepaste benaming.  We noemden het gewoon, het winterdorp.  Dat kon gerust het hele jaar blijven staan.  Halverwege december tweeduizendachtien, werd het, zonder dat er iemand met de vingers hoefde te knippen of dozen van zolder tillen en een dag lang op de knieën te bouwen, weer het vertrouwde Kerstdorp.  Tot afgelopen zaterdag sierde deze witte opstelling ons, zo goed bedoelde, wintervertrek.
Na de diverse negatieve ( lees voor ons : positieve ) bloeduitslagen, de inmiddels vrij goed werkende medicatie tegen overijverig werkende zenuwen, de vruchtenafwerpende gesprekken die ik met zowel mijn therapeut als ook de dame van Lentis en het feit dat ik morgen ( lees : dinsdag ) weer mag gaan werken, heb ik de keuze gemaakt het geheel in dozen naar de zolder te verbannen.  Zoals iemand wel eens ritueel wat liefdesbrieven verbrandt of, in een erger geval, enkele eertijds dierbare foto’s aan de vlammen prijsgeeft, heb ik de huisjes, poppetjes, verlichting en drie kerken uit de woonkamer verwijderd.

De hele zaak opfikken vond ik een beetje overdreven.  Hetgeen ik wel eens gedaan heb, met een van lucifersstokjes gemaakt schooltje.  Het hek om het pleintje had ik gemaakt van nog ongebruikte zwafelstokjes, dus slechts de zijkant van een luciferdoosje was voldoende om de zaak in de hens te zetten.
Er wordt wel eens profetisch gesproken van, “ Morgen begint de rest van mijn leven ”.  Dat is in mijn geval meer waar dan ooit.  Hoe het zal gaan ?  Ik weet het echt niet.
Maar heel eerlijk gezegd en geschreven, dat heb ik nog nooit geweten.  Ik prijs mij gelukkig, dat ik dit alles niet van te voren heb geweten.

Zoals er geschreven staat, “ Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last “.  Eén, hooguit twee dagen voor uit kijken, verder moeten we niet gaan.
U hoort het van een ervaringsdeskundige die er lang over na heeft mogen denken.
U al het goede wensende.  Zij die gaan werken, groeten u.

Wat aanpassen en weer doorgaan

Het is heus niet zo dat ik uitverteld ben, of uitgeschreven.  Ook, zoals het er nu op lijkt, niet afgeschreven.  Dat stond altijd in bibliotheekboeken gestempeld, die niet meer interessant waren voor de uitleen.  Wat ik al eerder had verwoord, ik heb best veel bijgeleerd.  En, althans dat zal de toekomst uitmaken, ook veel afgeleerd.
Eens, heel lang geleden, heb ik te maken gehad met een carpaal tunnelsyndroom.
Na de nodige onderzoeken, spuiten en fysiotherapieën kwam ik ten slotte terecht bij een neuroloog.  Nu heb ik altijd al wat moeite gehad met beroepen die eindigen op de verleden tijd van liegen.  Dat is zuiver een gevoelsmatige kwestie, gegroeid nadat ik kennis mocht nemen van het begrip theoloog.  Dat komt omdat ik het vreemd vind dat je om iets te geloven, gestudeerd moet hebben.  En in veel gevallen, zijn zij die deze weg gegaan zijn van hun geloof afgestapt.

De neuroloog.  Hij heeft mij toendertijd onderzocht, en kwam tot de conclusie dat ik te kampen had met het al eerder genoemde, carpaal tunnelsyndroom.  Kortweg, CTS genoemd.  Wat er toen duidelijk werd, was dat door een jarenlange éénzijdige beweging iets in de verdrukking was gekomen.  Operen was de meest voor de hand liggende optie.  Alleen zijn antwoord over de slagingskans, en het eventueel herhalen van de ingreep, gaven mij de overtuiging, nu het beestje na vele jaren zoeken toch een naam had gekregen, met snijden te wachten tot het niet meer ging.  Verandering van houding zou ook een oplossing kunnen zijn, een tijdelijke dan.

Ik heb toen, zoals dat zo luisterrijk wordt omschreven, mijn eerste lang gehoopte schreden in de timmerindustrie gezet.  Zo heb ik het nog een paar jaar kunnen rekken.  Nu inmiddels al weer ruim dertig jaar geleden.  Een mooie periode. Ik hield van mijn werk met hart en ziel.  Al was het in die beginperiode wel hard werken, dagen van ruim negen uur.  Soms ‘s avonds weer terug om iets af te maken, en elke zaterdagmorgen er lekker tegen aan.  Het was vijf minuten fietsen, iets wat ik toen nog prima kon.  Toch kwam ondanks andere bewegingen en niet meer de éénzijdige handelingen bij het verpakken sodazakjes, wat ik bijna zeven jaar had volgehouden mede ook omdat de hele timmerindustrie volledig op haar gat lag, toch kwamen de klachten terug.  Wederom naar de neurloog, daar alle onderzoeken van voren af aan, en dan te horen krijgen dat operen toch de enige oplossing was.

Dat zal zo’n beetje 1996 geweest zijn.  Binnen twee weken beide handpalmen opengesneden, en gelukkig weer keurig dichtgenaaid.
Sorry, we hadden het over het veranderen van houding.  Lichamelijk geloof ik zeker dat daar vast wel mogelijkheden liggen.  Mensen kunnen stoppen met roken, het nuttigen van teveel alcohol bevattende dranken achter zich laten.  Zelfs meer gaan bewegen, serieus de sportschool bezoeken en meer uitingen in dat scala.  Het zijn zaken die absoluut op te brengen zijn.  Maar persoonlijk denk ik dat het veranderen van een natuur, welhaast onmogelijk is.  Het is een uiting van je karakter, iets wat in je zit.
Wat wel mogelijk is, een buitenstaander zal het verschil niet eens merken, ondanks je gevoel en instelling, anders te reageren.  Niet als liegen, begrijp me niet verkeerd.  Nee, ik ben overtuigd dat door even een pas op de plaats te maken, even de tijd te nemen voor er gerepliceerd wordt, er best iets te bereiken valt.
Als lid van het menselijk ras, ben ik bevoorrecht te kunnen en mogen denken.

Dit klinkt misschien wat neerbuigend, maar dit maakt wel het essentiële verschil tussen ons en de rest van de schepping.  Het is soms een kwestie van wennen, maar ik ben zeker van mijn zaak.  Kijk, hier in huis wordt wel eens, zelfs vaker dan eens, geopperd dat ik adrem ben.  Ze zeggen het in iets krachtigere bewoording, maar de strekking is eender.
Tijdens mijn meedraaien bij Cosis als vrijwilliger, kreeg ik juist te horen dat ik zo geduldig ben en zo goed kon luisteren.  Jawel.  Dat laatste is ook al meerdere malen uitgesproken door zowel mijn therapeut alswel mijn psycholoog.  En deze mensen liegen toch niet, ondanks wederom de uitgang, loog.

Ja, ik ben de stellige mening toegedaan dat ik meer ruimte laat vallen tussen een gestelde vraag en mijn antwoord.  Dit ondanks het feit, dat ik in veel gevallen mijn antwoord al klaar heb.  En ja, ik heb absoluut wel naar de vraag geluisterd.
Mijn gedachten gaan vaak snel.  Daar kan ik, helaas, niks aan veranderen.  Wel kan ik er aan werken de ander de indruk te geven dat ik betrokken ben.  Want geloof me, anderen voor de gek houden ligt niet in mijn aard.  Nou ja, alleen als het grappig bedoeld en oprecht is.  Desnoods sarcastisch, en niemand er nadelige gevolgen aan overhoudt.
Ik heb goede vrienden die daarvoor instaan, u mag ze er naar vragen.

Op het eind komt alles goed

Belofte maakt schuld.  In feite steeds weer de reden dat ik alleen dan wat beloof, als ik ook in staat ben deze toezegging na te komen.  Natuurlijk heb ik mij het afgelopen anderhalf jaar echt op mijn plek gevoeld.  Ook zij waar ik in wezen voor kwam, hebben daar aan bij gedragen.  Laten we eerlijk zijn, de zeer vele maanden waarin ik niet mijn werk heb kunnen doen en ook niet wist hoe, wanneer en of het ooit weer “gewoon” zou gaan worden, zijn best wel vervelend geweest.
Steeds heb ik gezegd, “ Het is maar goed dat het ons overkomt, en niet zij die er niet tegen kunnen ”.  Dat is uiteraard een onnodige en onzinnige opmerking.

Daar ben ik best wel goed in.  Onnodige en onzinnige opmerkingen te maken.  En ook nog vaak op verkeerde momenten en bij te hoog ingeschatte gezelschappen.  Te hoog als in het begrijpen van sarcasme, my middle name.  Niks ten nadele, ieder z’n talent.  Elke gek zijn gebrek, zullen we maar zeggen.
U kunt concluderen uit het voorafgaande, dat er iets te melden valt.  In mijn vorige schrijven heb ik even laten vallen dat er iets nieuws aan zat te komen.  Terwijl ik dit schrijf, denk ik even terug aan eerder deze dag.  Ja, ik heb afscheid genomen van mijn goede vrienden bij de Regenboog.  Goede vrienden, zijn het absoluut geworden.

Volgende week breekt er een nieuw tijdperk voor mij aan.  Dan ga ik weer, eerst op therapeutische basis, aan een nieuwe job beginnen.  Maandag eerst het benodigde VCA diploma behaald, met een score van acht komma acht.  Ja, daar ben ik dan best wel, naast er dankbaar voor te zijn, trots op.  De hele voorafgaande week flink op geblokt, en de hele dag een pittige training gevolgd bij een zeer kundige opleider.  Heb hem daar nog speciaal een compliment voor gegeven.  Dat vind ik dan zeker op zijn plaats, vast als enige.

Het is best wel opmerkelijk te noemen, dat op het moment dat ik medicatie heb tegen de pijnklachten er iets als een nieuwe baan op mijn pad komt.  Ja, zoals ik eerder al heb geschreven, vertrouwen en loslaten.  Morgen nog de MRI-scan, daar zal uit moeten blijken of en in hoeverre er beschadigingen zijn aan de zenuwen in mijn bovenbeen.  Maar nogmaals, de capsules die ik ‘s morgens en ‘s avonds inneem, schijnen hun werk goed te doen.  Toegegeven dat ze maandag wel ondersteuning gekregen hebben van twee ibuproven 400 mg.  Het was een lange zit, maar het resultaat maakte alles goed.

Een aantal cliënten en zelfs begeleiders waar ik bij de Regenboog toch een goede relatie mee heb opgebouwd, hebben de wens uitgesproken dat ik daar toch weer terug zou keren.  Om daar nou de conclusie uit te trekken dat ze mij een nieuwe werkplek misgunnen, daar geloof ik niet in.  Daar zijn ze ook veel te aardig voor.  Ze hebben er vast een andere reden voor, om dat uit te spreken.

Onze beide dochters zijn voor een weekje bij vrienden in Polen.  Best wel even vreemd.  Het is ze beide gegund, even samen met vrienden op vakantie.  Zoals Claudia en Waylon het zo mooi bezingen, “ Want ik mis je zo graag “.  Het gevleugelde gezegde gaat ook hier weer op.  “Afwezigheid in de liefde is als wind bij het vuur, het kleine blaast het uit maar het grote wakkert het aan “.
En dan te bedenken dat ik ga werken bij een bedrijf in brandbestrijding.  Hoe leuk wil je het hebben ?

Wij, de al bijna een jaar al opa en oma, hebben ook nog een weekje vakantie in petto.  Een beetje symbolisch als afsluiting van een periode.  Was het een nare tijd ?
Misschien niet echt.  Maar dat is achteraf natuurlijk eenvoudig te zeggen.
Weet ik trouwens zeker dat het van nu af aan beter gaat ?  Echt niet !  Vind ik dat een beperking ?  Nee, dit is hoe het gaat.  Dit is het echte leven.  Geen film of een al te lang lopende tv serie.  Zou ik met een ander willen ruilen ?  Van je never nooit niet.
Met frisse moed de toekomst tegemoet.  Zal ik eens wat verklappen ?

Eigenlijk had ik er niet meer op gerekend.  Het leven is mooi.  Te mooi om het kalm aan te doen.  En ik heb nu inmiddels een hele tijd mogen oefenen.
Dank aan iedereen die net als ik er in zijn blijven geloven, en ons gesteund hebben.
Als het op prijs gesteld wordt, schrijf ik nog wel eens een verhaaltje.  Geef maar een seintje.  Barry Ryan zong bijna vijftig jaar geleden al, “ Give me a sign ”.
Daar sluit ik me dus bij aan.
Voor iedereen het allerbeste gewenst.

Vertrouwen en loslaten

Deze week heb ik toch weer het sterke pijnstillende middel tot mij genomen.  En nee, ik was niet lichamelijk buiten mijn onbeschreven boekje gegaan.  De reden, dit keer, lag ten grondslag aan de indrukken van buitenaf.  Zonder hier veel woorden aan te spenderen, wil ik het er in het kort op houden dat er zich heel misschien nieuwe mogelijkheden aanbieden.  Vooralsnog wil ik hier nog niet verder op in gaan.  Maar ik kom er later absoluut op terug.

Afgelopen zaterdag, heb ik een paar uurtjes gevuld met het metselen van een flessenmuurtje.  Een laag muurtje bestaande uit wat kant en klaar cement en, inderdaad, flessen.  Bij de vijver heb ik jaren geleden een zelfde bouwwerk gecreëerd.  Zoals te verwachten ben ik dit keer wederom te lang doorgegaan, de aard van het beestje.  Serieus anderhalve dag, de zaterdagavond niet meegerekend, met veel pijn rondgelopen en gezeten.  Tsja, hoe zal dat ooit gaan in mijn toekomst ?
Doceren, en mezelf in acht houden.  Daar zal het om draaien.

Vandaag met de stenen rand, rond de grascirkel begonnen.  Het is een bestrating van vijf klinkertjes breed, met een rechtop staand steentje langs de buitenkant als steun.  Inmiddels is het gras er wat overheen gegroeid, en de steentjes liggen er wat hobbelig bij.  Bijna een meter gedaan, en daarna weer gestopt.  Vond het van mezelf een hele prestatie, dat ik niet net als afgelopen week heb doorgezet tot het echt niet meer ging.  Het blijft een pijnlijke houding, zo op de knieën en gebogen bezig zijn.
Eigenlijk moet ik dat gewoon niet meer doen.  Maar zeg nou zelf, wie gaat het dan oppakken ?  Hoe verlang ik toch naar het moment dat ik weer een beetje kan meedraaien in de grote mensenmaatschappij.  Zo langzamerhand heeft het toch lang genoeg geduurd ?  Het is wat het is, en het zal worden wat het gaat worden.

Mijn dochter heeft gisteren haar nieuwe, voor haar dan het is een tweedehandsje, auto opgehaald.  Het karretje wat zij had is helaas overleden.  Er was een andere auto tegen aan gereden, en toen waren ze beide stuk.  En dan bedoel ik dus, écht stuk.  Gelukkig voor beide partijen, geen lichamelijk letsel.  Hooguit wat blauwe plekken en lichte kneuzingen.  Ook onze kleindochter, die achterin haar zitje zat, is er goed van af gekomen.  Ja, spannend was het wel.  Als je een telefoontje krijgt, “ Pap, ik heb een ongeluk gehad, en de auto is total-loss ”.  Rij dan maar kalm naar de twintig minuten verderop gelegen plaats des onheils.  Drie politieauto’s en twee ambulances, dat is dan best wel even slikken.  Het mocht allemaal weer goed komen.  En blikschade schijnt er in de meeste gevallen bij te horen.  Zo worden we er weer eens met de neus op gedrukt, dat er maar weinig zekerheden in het leven zijn.

Hoe belangrijk is het om nooit weg te gaan zonder groet, of met ruzie uit elkaar te gaan.  Het zou maar zo kunnen zijn, dat het de laatste keer is.  We kunnen er helder over zijn, geniet zolang het kan.  Soms is het zomaar ineens later.
Oma heeft daar een goede oplossing voor, gebruikt ze al jaren.  Ze heeft haar wekker op tien minuten eerder staan.  Dus is ze steeds haar tijd vooruit.  Niet echt natuurlijk, maar hoevelen lopen er niet op deze aarde rond die zichzelf steevast voor de gek houden ?  Sterker nog, hoevelen zijn er die zich doelbewust door anderen in het autootje laten nemen ?
De afgelopen dagen heb ik wat horen zeggen over de hemel, en het beeld dat menigeen daarover heeft.  Ook heb ik een paar keer op tv iets langs zien komen over de nasleep en gevolgen van kanker.  U zult denken, wat een opmerkelijke combinatie.  Voor beide heb ik één woord, “Vertrouwen”.  Dat gaat heel ver, vertrouwen op herstel van een kwalijke ziekte.  En vertrouwen in iets waar niemand het fijne van weet, maar velen een mening over hebben.  Bang zijn om dood te gaan ?  Nee, dat heb ik geen enkel moment ervaren.

Nog steeds wil ik er in geloven dat het weer goed komt, daar ben ik voor mezelf van overtuigd.  Dat is vertrouwen en loslaten.  Wat in twee woorden te beschrijven is, maar soms een heel mensenleven lang duurt.  Hoevelen zijn er niet die alle psalmen en gezangen in de kerk uit hun hoofd kunnen meezingen, maar als er iets ingrijpends in hun leven plaatsvindt blijkt het toch een heel ander verhaal te worden.  Ik laat ieder het zijne.  Heb de handen al vol aan het mijne.
Ik hou het op vertrouwen en loslaten, dat eerste heb ik altijd gedacht dat ik had.
Dat tweede ben ik nog elke dag mee bezig.  Zoals vaak gezegd wordt, “Het blijft een kwestie van geloven”.  En ja, ik geloof het wel.

 

Even weer wat bijpraten

Alweer een tijdje geleden dat ik me er toe heb gebracht iets te vertellen.  De reden ?  Misschien heb ik niet zoveel meer te vertellen.  Tenminste, iets wat de moeite waard is.  De laatste uitslag wat betreft de PSA waarde was goed.  Er was geen meetbare waarde.  Over drie maanden de volgende meting.  Soms ga ik zelfs geloven, dat ik grotendeels hersteld ben.  Op de andere momenten denk ik dat er in de meeste gevallen binnen de grenzen gebleven wordt.
Bij het laatste gesprek met de uroloog werd er ook al even gezinspeeld op een operatie.  De breuk, die ze gevonden hadden met de echo, zij het dan met een fikse slag om de arm, kon verholpen worden.  Als ik het al eerder besprokene en onderzochte op een rijtje zet, dan meen ik dat het om drie breuken ging.  De recidivebreuk, de breuk op de plek waar de prostaat door is verwijderd, en dus eentje die zich ergens in de liesstreek zou moeten ophouden.  Helaas wordt er geen garantie gegeven op het verdwijnen van de pijnklachten.  De afspraak met de neuroloog staat.  Daarna zullen we de volgende mogelijkheden bekijken en de gewenste stappen zetten.
Tot zover de bijgewerkte administratie.

Hoe staat het er verder eigenlijk voor ?  Het lijkt er op, dat het zich een beetje stabiliseert.  Ergens is er een status quo.  Gedraag ik mij een beetje, zowel fysiek als mentaal, dan is het tot op zekere hoogte uit te houden.  ’s Nachts toch regelmatig zeurende pijn in mijn lies en been.  ’s Morgens bij het wakker worden net even teveel dingen die maar geen eigen plekje kunnen vinden in mijn hoofd.  Ja, eigenlijk zou ik mij gelukkig moeten prijzen met de klachten die er over zijn gebleven.

Het begeleiden van anderen bij Cosis, gaat mij goed af.  Eigenlijk is dat best wel verrassend te noemen.  Iemand als ik, steeds de streber geweest.  Altijd geroepen dat ik er niet was, of dat ik er voor drie tot vierhonderd procent voor zou gaan.  Nu neem ik de tijd om rustig te luisteren, en zelfs wat kalmer te spreken.  Aan dat laatste zijn nog wel een aantal verbeter puntjes toe te voegen, maar het lijkt er op dat het echt iets voor mij is.  Dat zijn tenminste de reacties die mij bereiken.
Met de vervangster bij de organisatie die zich bezig moet houden met mijn reïntegratie, is er een kennismakingsgesprek geweest.  Met haar voorganger is het bij een kennismakingsgesprek gebleven.  Het schijnt nog wel eens voor te komen dat, bij instellingen als deze, iemand zomaar vervangen wordt.  Zo was het ook al bij de verzuimspecialist, de club die de betalingen en alle andere zaken wat betreft ziektewet regelt.  Laat ik het er op houden dat het, alles bij elkaar, niet altijd meevalt.

Nu zal ik de laatste zijn om te klagen.  Al is het wel zo, dat ik het liefste dit alles zo snel mogelijk achter mij zou willen laten, en weer mijn oude leventje oppakken.
Zo langzamerhand dringt het tot mij door wat er allemaal, aan best wel ingrijpende zaken, gebeuren kunnen in een mensenleven.  Ook hoe moeilijk het is, daar een juiste weg in te vinden.  En bovenal hoe lastig het is daar mee om te gaan.
Een beetje het punt halverwege de eerste stijging bij een achtbaan, om het voorbeeld er maar weer eens bij te pakken.  Maar dit keer eentje waar de passagiers niet verder worden verhoogd.  Een kleine onoverkomelijkheid die de voortgang blokkeert, er is iets wat het niet meer doet.  Er zijn dan twee mogelijkheden.  Of de attractie komt hijgend en puffend weer in beweging, ofwel het punt daar halverwege het traject is het hoogst bereikbare voor de durfhalzen.  De brandweer of een andere hulpdienst zal er aan te pas moeten komen om alle inzittenden weer met de beide benen op de grond te krijgen.
Wat op zich ook als een spannend avontuur beschouwd mag worden.

Wat ik met deze omhaal van woorden wil duiden is, dat ik niet weet waar het vanaf het punt waar ik mij bevind heen zal gaan.  Wat ik ook al eens eerder hier heb geschreven, dat ik het nog steeds vreemd vind in een achtbaan terecht gekomen te zijn, terwijl ik mij niet bewust was dat ik in de rij heb gestaan.  Wat ik wel wil benadrukken is dat het mij telkens weer verbaast hoe er steeds weer anderen op mijn pad komen, waar ik, was ik niet uitgevallen uit het arbeidsproces, nooit tegen aan was gelopen.  Een hele andere wereld dan welke ik in al de voorgaande jaren als de mijne had beschouwd.
Dus of het nu nog wat beter gaat, of het zo blijven zal of dat er nog iets anders achter aan komt, ik pak het met beide handen op.  Wat het ook is, het is van mij.
Daar kan een ander niks mee.  Hooguit dan mijn verhalen een beetje volgen.
Of in het ergste geval, mij persoonlijk meemaken en het dan moeten aanhoren.
Mijn oprechte excuses.

Geen titel ? Nee, geen titel

En weer was ik er maandag stellig van overtuigd dat het beter was.  Hoe vaak is me dat nu al overkomen ?  Vrijdag zijn we weer bij de uroloog geweest, voor de uitslag van het bloedonderzoek.  De waarde was nauwelijks meetbaar.  Hetgeen dus inhoudt dat er, tot nu toe, geen reden is voor zorg.  We willen er in geloven dat dit zo blijft, het liefst heel lang.  Dan rest nog slechts de, soms, lichte beperkingen.  Er is mee te leven.  Zoals al vaker gezegd, er zijn velen die het echt zwaarder hebben.  De volgende stap zou de neuroloog worden.  De dame van heelkunde had dat al aangegeven.  Om onverklaarbare reden, of iets wat daarvoor doorgaat, is deze afspraak niet doorgegeven.
Het zal wel met een haperend computersysteem te maken hebben, of iets wat niet goed is ingevoerd.  Of juist wel, maar niet goed uitgevoerd.  Afijn, de uroloog regelt nu de afspraak met de neuroloog.

Voor de opleiding tot begeleider, waar ik best wel iets in zie, heb ik een gesprekje gehad met de zeer betrokken leidinggevende.  Eigenlijk degene die de eindverantwoording draagt bij ac de Regenboog.  We hebben al eerder gesprekken hierover gehad.  Nu was het om te kijken welke mogelijkheden er voor mij zijn.  Niet dat ik een hete adem in mijn nek voel van de controlerende instanties, maar omdat ik er al een hele tijd mee loop wat voor mij mogelijk is.  Hier wil ik nu niet diep op het besprokene ingaan.  De conclusie is dat we het beiden graag zouden willen.  Helaas zijn de omstandigheden zo, dat ik daar nog niet aan toe ben.  De tijd zal het leren.

Afgelopen week de tweede, en laatste, avond bijgewoond voor de training gegeven aan vrijwilligers.  Communicatie en grenzen aangeven.  Ik heb daar al eerder melding van gemaakt.  Deze keer heeft het wat mij betreft meer opgeleverd.  In elk geval een certificaat, met mijn naam er op.  Deze lag voor alle deelnemers van te voren al klaar.
Zij die mij kennen, weten dat communicatie bij mij een groot goed is.  Alles staat of valt daarmee.  Hetzij dan, door het afwezig zijn van, hetzij dan door een overvloed.  Een storende eigenschap van deze schrijver, ik dus, is dat ik vaak te snel denk en reageer.
Ik leer daar mee omgaan.  En al zeg ik het zelf, soms lukt het.
Wel ben ik dan weer verbaasd dat een ander deze kwaliteit mist.  Eigenlijk meer als in het niet laat merken dat deze aanwezig is.  Wat mij dan ook steeds overkomt, is dat ik tracht er zo nu en dan, een grapje tegenaan te gooien.  Begrepen of onbegrepen.
De eerste spreken mij uiteraard het meest aan, de begrepen.

Als er, bij de training, een stelling wordt geopperd waar de deelnemers door middel van een rood of groen papiertje hun mening over kunnen geven, is dat vragen om ellende.  “Is het toegestaan dat een cliënt een hand op je schouder legt ?”  In principe ben ik geen voorstander van handtastelijkheid, maar een ieder mag daarin zelf de grenzen stellen.  Mijn buurvrouw dacht soortgelijk, ze lichtte dat nog even toe.  Nadat ze haar mening had gegeven, was ik zo vrij haar hiermee te complimenteren.  Ja, u raadt het al, dit deed ik dus in combinatie met een klopje op haar schouder.  Ze kon het hebben.  En laat ik daar duidelijk over zijn, ik ben juist wél een voorstander als het gaat om het geven van complimenten.  Het is een uitingsvorm waar veel mee te bereiken is.  Iedereen vaart wel met een opmerking waarin aangegeven wordt dat het goed is, waarin waardering wordt uitgesproken.  Waarom hebben we er dan vaak zoveel moeite mee ?

Weer begon het zitten daar mij parten te spelen.  Nog steeds zijn er de restricties waar ik hinder van ondervind.  Ach, er valt mee te leven.  Ergens leer je er mee omgaan, denk ik dan.  En ergens leg je de lat een beetje minder hoog.  Ook zal het ergens wel een keer duidelijk worden waar mijn weg heen gaat.  Waar ik naar op weg ben.  Wordt er niet zo mooi gezegd, dat de aankomst slechts een gedeelte is.  De reis, die is veel interessanter.  Elke reis begint met een eerste stap, die heb ik al een tijdje geleden mogen nemen.  Het arriveren zal in principe niets anders zijn, met deze bijstelling dat dan eerste wordt vervangen door laatste.

Staat er ook niet geschreven dat de eerste de laatsten zullen zijn, en vice versa voor de laatsten ?  Er is dus nog hoop.  Vandaag sneeuwt het, en morgen schijnt misschien de zon.  Natuurlijk doet hij dat steeds, alleen zien wij dat niet altijd.  Iets kan er dus prima zijn, zonder dat wij het zien.  Of doorhebben.  Het zal ook altijd zo blijven.  Zelfs als wij al lang vertrokken zijn.

Opknappen en herstellen waar mogelijk

Om meteen op die morfine terug te komen.  Het heeft niet die uitwerking gehad als waar ik op gehoopt, en eigenlijk ook gerekend, had.  Voor mijn gevoel vele uren geduurd voor ik in slaap viel, en tegen kwart voor vijf al weer wakker.  ‘s Avonds had ik dus eerst echt pijn.  Later op bed viel dat wat mee, maar het was voldoende om niet de slaap te vatten.  Zou het dan toch zo zijn dat na een paar weken relatief weinig verstoring wat betreft mijn geestelijke gesteldheid, er nu net even weer teveel is gebeurd ?  En dat dit dus wel degelijk invloed heeft op mijn lichaam.  Volgens Gea wel.  En eerlijk gezegd lijkt mij dat ook wel te begrijpen.
Lichaam en geest zijn één, wordt er immers vaak geopperd.  Ook door zij die er kaas van hebben gegeten.  Het zal vast invloed op elkaar hebben.  Hier zal ik u verder niet mee lastig vallen.  Laat ik het er op houden dat het nog een lange weg te gaan is.  Hetzij naar herstel, en anders om te leren omgaan met grenzen.

Vrijdag weer wat bloed af laten tappen zodat de deskundigen daar hun oordeel over kunnen vormen.  Uiteraard slechts om de waarde van de inmiddels voor mij toch wel belangrijke PSA.  Zelf probeer ik mij er van te overtuigen dat het me niet echt wat doet.  Laten we wel zijn, het kan twee kanten opgaan.  Of de waarde is niet meetbaar, en kan ik het hele gebeuren af beginnen te sluiten.  Of wel, er is weer een lichte steiging, en er zal een vervolg traject ingezet gaan worden.  Bij de uitslag na de laatste bloedtest, werd door de uroloog al even gerefereerd richting de eventule noodzakelijkheid voor iets als bestraling.  Om het wat persoonlijker te maken en nog het iets scherper te stellen, er komt volgende week een moment waarop dingen gaan veranderen.

Iedereen die ooit eens met kanker te maken heeft gehad, zal dit kunnen begrijpen.  Afgezien van mijn lichamelijke beperkingen, of hoe je dat ook moet noemen, en ook datgene wat mij in mijn hoofd nog vaak parten speelt, is er een soort van afwachting.  Iets wat er wel of niet is, en waarvan we niet weten of het er wel of niet is.  Als het weg is, dan zal ik daar mee verder moeten.  Als blijkt dat het niet zo is, zal ik daar ook mee verder moeten.  Dus naast de mogelijke beschadigingen aan zenuwen en of spieren, naast het misschien ontstane littekenweefsel door onder andere het verwijderen van de lymfeklieren in de liesstreek en naast het disfunctioneren van gevoelige delen, mag ik dan dus verder.  Laat ik hier wel meteen helder stellen dat het, zoals gezegd, niet meer levensbedreigend kan zijn.

Vrijdagmiddag heb ik hulp gehad van Arie.  Hij heeft het krachtstroomgebeuren in mijn schuur naar een nieuwe hoogte getild.  Indertijd had ik daar wat aan zitten rommelen.  Later zijn er wat machines verplaatst en bijgekomen, en dat was niet helemaal op de juiste wijze aangesloten.  Arie heeft dit als werk gedaan, en er een heldere kijk op.  Daar ben ik hem zeer erkentelijk voor.  Ook dat was dan waarschijnlijk weer net teveel voor mij geweest vrijdag, dus de klachten kunnen ook mede hier door gekomen zijn.  Vast niet alleen dat.  Zo af en toe weet ik dat ik te lang door ga.  Vandaag heb ik dat dus niet gedaan.  Tot twee keer toe, ben ik even binnen gaan zitten om op te laden.  Dat klinkt heel banaal, maar geloof me het druist finaal tegen mijn natuur in.

Deze dag heb ik gevuld met het van de bomen schroeven van nestkastjes.  Dit ten behoeve het reinigen en herstellen van deze broedplaatsen te vergemakkelijken.  Er lagen ook al drie op de grond, uit de bomen gevallen.  En een aantal vliegopeningen waren groter dan de oorspronkelijk aangebrachte.  Eerst het verwijderen van de stam waaraan ze bevestigd waren.  Behalve die welke al ter aarde waren gestort.  Gevolgd door ze naar de schuur te brengen en opengemaakt om ze te kunnen reinigen.  Daarna even binnen op mijn stoel wat rust nemen.  Dan beginnen met herstellen, en enkele van een nieuw dakje voorzien.  Dan weer even kalm aan en een broodje eten.  Tenslotte met een kruiwagen, waarin zeker zo’n vijftien vogelonderkomens lagen, weer naar buiten en ze stuk voor stuk weer teruggehangen.

Weet u dat zoiets mij toch een bepaalde genoegdoening geeft.  Hier heb ik in de voorgaande jaren nooit de tijd voor genomen.  Mijn mening was, dat als een mus, een koolmees, een pimpelmees of zelfs een gekraagde roodstaart een nestje wilde bouwen, dat deze dan eerst maar eens zelf de rommel van het jaar ervoor kon opruimen.  Het schijnt zo te zijn, dat de nestkastjes dan toch ongebruikt blijven.
Bij mij dus ook.  Eerst de oude zaken opruimen, en daarna met nieuwe beginnen.  Een nieuw dakje, een vlieggat of het omgooien van je gebruikelijke wijze van leven.  Ach, het zijn maar kleine dingetjes.  En het wordt altijd wat.

Geraakt, bewogen en tevreden

Misschien een vorm van berusting, of in andere bewoording, een overwinning.  Natuurlijk niet echt, het is een gevoel.  En een ieder weet, met gevoelens kun je geen zege behalen.  De afgelopen dagen is er inmiddels wel weer het één en ander besproken, met betrekking tot een vorm van reïntergratie.  Het is niet mijn bedoeling tot in details te vermelden hoe of wat.  Het feit is dat ik nog steeds in de zogeheten ziektewet loop.  Daar is helaas voor mij nog geen verandering in gekomen.

Mijn lichaam geeft beperkingen die het ene moment behoorlijk pijnlijk zijn, en op andere momenten een zeurderig gevoel teweeg brengen.  Er is, als het er op aankomt, niet een moment dat ik er niet aan herinnerd word.  Hier wil ik dan meteen aan toevoegen, dat het me niet meer zo raakt als het al wel gedaan heeft.  Het staan, het lopen en het aan een tafel zitten doe ik inmiddels met een bepaalde vaardigheid die ik mij eigen heb gemaakt.  Binnen die grenzen is het redelijk tot goed te doen.  Daarnaast heb ik er ook steeds minder moeite mee om te stoppen met iets als het gaat irriteren.
Al een aantal keren heb ik me omgedraaid van de schuur, als ik wat lichte handenarbeid wilde gaan verrichten, en ben weer kalm op mijn stoel gaan zitten.  Ook te veel dingen tegelijk op een dag plannen, lukt mij goed om te voorkomen.

Vandaag wel iets meer gedaan.  Vanmiddag geholpen bij het maken van het kerkblad.  Sinds de aanschaf van een andere nietmachine, ben ik zo’n beetje de nietmachine-expert.  Het is wel vervelend te lang in een zodanige houding te staan om de papieren in de machine te voeren.  Nou is dat hooguit een kwartiertje, toch niet zonder pijn te doen.  Dan toch even rust.  Het gaat om een gebruikte niet-en vouwmachine, nog steeds waren er wat afstelproblemen.  De leverancier is er vandaag bij geweest, en na zeker vijf keer dat ik er wat mee had aangemodderd,  is het gelukt.  En het resultaat nu van dien aard dat de dames tevreden zijn.  Ach, zolang als het niet te zwaar is en ik kan en mag helpen, doe ik het graag.  En het geeft ook nog een beetje het gevoel dat ik iets voor anderen kan betekenen.

Net als het meedraaien bij Cosis in Stadskanaal, als vrijwilliger.  Al hoop ik soms wel af en toe of er een mogelijkheid is er meer van te maken dan drie dagdelen.  Eigenlijk wel een bijzondere opmerking, terwijl ik eerder al eens schreef, dat ik me er zo langzamerhand bij neer heb gelegd.  Klopt, een contradictie.  Precies verwoord, zoals ik het beleef.  Een vorm van berusting en een overwinning.  Vandaag ben ik naar de plek geweest waar ik, tot mijn burn-out, arbeid verrichtte.  Hier thuis werd al geroepen, dat het misschien een onverstandige keuze was er heen te gaan.  En ja, vannacht een beetje onrustig geslapen en heel vroeg wakker.  Maar het is me gelukt.  Zelfs heb ik nog even een blik geworpen in de hal, die toen ik daar werkte aardig opgeruimd was.  Niet dat het er super netjes was, maar het viel me reuze mee.  De laatste keer, toen ik zo’n drie maanden bij huis was, heb ik eens een poging gedaan voor een paar uurtjes weer te gaan werken.  Dat heeft toen heel anders uitgepakt.
Nu ben ik daar geweest met een geheel andere instelling.  Vast de reden dat ik er mee om kon gaan.  Even een praatje gemaakt met een oud-collega, om hem maar zo goed mogelijk te duiden.  Die tijd dat ik daar werkte, deed ik het meeste alleen, maar in de hal ernaast was er verkoop van hout.  Nu heeft hij daar een complete winkel ingericht, en nog steeds de houthandel.  Dat was ook mede de reden dat ik er een kijkje ging nemen.  Naast het voor mezelf testen hoe ik er op zou reageren op het zien van mijn laatste werkplek en of ik inmiddels heb geleerd zaken los te laten.

Voor AC De Regenboog is mij gevraagd of ik advies wilde geven voor een kleine overkapping waar de uitdijende hoeveelheid scootmobielen geplaatst kunnen worden.   Aangezien ik wel een beetje ervaring heb en ook beschik over wat technisch inzicht, ik rommel ook maar gewoon wat aan, heb ik wel een idee hoe dit te realiseren is.  Zelf er veel aan meewerken, zal er niet inzitten.  Er zal een prijsje gemaakt worden voor het materiaal wat nodig is om het bouwwerk te verwezenlijken.  Terwijl ik me stellig had voorgenomen wat terughoudend te zijn, zal ik straks toch weer morfine innemen.

Mijn been is behoorlijk pijnlijk.  Het zal vast zo zijn dat zodra er weer iets gebeurd waar ik geen vat op heb, mijn lichaam daar onmiddellijk op reageert.  Zou dat mogelijk zijn ? Ik hoop snel op bericht van het ziekenhuis voor verder onderzoek door neuroloog.  Vallen, opstaan en weer doorgaan.  Tot u spreekt een gewond maar tevreden mens.

Logisch ontbijt en grenzen aangeven

In wezen heb ik altijd al moeite gehad met de beschrijving “Meteorologische winter”.  Het klinkt, ondanks de overeenkomstige term, nogal onlogisch.  Winter is al helemaal misplaatst.  Moet ik ineens denken aan een vakantie lang geleden met onze dochters in Limburg.  Daar stond op een bord ergens aan een woning, waar de weg een slinger tussen de huizen doormaakte, “Logies ontbijt”.  Mijn oudste dochter, destijds iets jonger dan nu, las deze woorden als, “Logisch ontbijt”.  Ze vond dat best wel vreemd, ontbijt is toch altijd iets wat te verwachten is bij een overnachting.
Later zag ze zelf ook de grap er wel van in.  Jaren daarna, toen wij weer eens een weekje op vakantie waren in die zuidelijke provincie, kwamen wij daar weer langs.  We waren met een heel clubje, dochters met aanhang en twee andere vrienden, en weer werd daar even sarcastisch op gewezen.  De vier heren hadden het eerst niet door, misschien was dat nu juist wel weer logisch.

Inmiddels hebben we één weekend wat sneeuw gehad, en verder een paar nachtvorsten.  De temperatuur is al zover opgelopen dat de natuur al weer tot leven schijnt te komen.  Gisteren alvast de rozen wat gesnoeid.  Dit kon ik staand doen.  Ook de steeds verder oprukkende bramenstruiken, heb ik weer wat teruggedrongen.  En een klein gedeelte van de oprit, heb ik door het verwijderen van de onophoudelijk groeiende klimop, bijna een halve meter breder gemaakt.  Dat laatste heb ik op mijn knieën gedaan, wat dan wel weer een kwalijke houding was.  Ook het twee keer lopen met de kruiwagen, is niet meer één van mijn favoriete bezigheden.  Al met al een kleine twee uurtjes, met meerdere onderbrekingen, mij daar vermaakt.

Ze zeggen vaak, “Met vallen en opstaan”.  Dat vallen kunnen we hier buiten beschouwing laten, dat opstaan is dan weer een geheel ander verhaal.  Het is gek, dat als ik ergens even mee bezig ben, het me niet zo licht afgaat als ik graag zou willen.  Dan ga ik weer naar binnen om in mijn stoel wat bij te komen, maar zodra ik daar zit wil ik het liefst weer snel naar buiten om wat te doen.  Het is de tegenstrijdigheid, de grens die er is.  Nu is stilzitten nooit één van mijn geliefde tijdsverdrijvingen geweest.  Nu lijkt het er simpelweg bij te horen.  En steeds weer denk ik, nu is het over.  En steeds weer ervaar ik het tegenovergestelde.  Heeft iemand daar ooit wel eens wat over gezegd of geschreven ?

Onze jongste dochter is voor een paar dagen, samen met een vriendin, naar Londen.  Voor hen, en de vele anderen die nu vakantie hebben, is het natuurlijk heerlijk om deze temperaturen te ondervinden.  Het had ook koud kunnen zijn of regen en storm.  Net anders dus dan op gerekend.  Nu meer dan een jaar geleden, had ik ook op iets heel anders gerekend.  En toch mag ik hier ook van genieten.  De welbekende lat heeft een iets lagere positie toegewezen gekregen, maar ik kan daar ruim aan voldoen.
Of het straks allemaal weer goed gaat komen ?  Of het alsnog een beetje gaat winteren, met temperaturen onder het vriespunt ?  Of het straks in het voorjaar voor mij vol te houden is zo af en toe wat in de tuin te doen ?  Of er straks voor mij weer tijden komen dat ik weer iets meer kan betekenen voor deze maatschappij ?  Of er straks bij de nieuwe psa-waarde weer een lager getal wordt gemeten ?

Onder de gegeven omstandigheden, hoor je mij niet klagen.  Het is een kwestie van je aanpassen.  Afgelopen week ben ik ook op cursus geweest in verband met mijn functie als vrijwilliger.  Dat was een vrije keuze.  Deze training werd omschreven met”, “Communicatie en grenzen aangeven.  Laat ik het er op houden, dat het voor mij een te lange zit was.  Behoorlijke steken in mijn lies en bovenbeen, maar ik heb de tijd uitgezeten.  Heb ik er nog iets van opgestoken ?  Deze vraag hoop ik in een later stadium nog eens te beantwoorden.  Over drie weken het vervolg.
Wel weet ik inmiddels dat een gemiddeld persoon ruim vier millioen prikkels binnenkrijgt.  Per seconde wel te verstaan, ik heb het net nog even nagekeken.  Het schijnt zo te zijn, dat we er maar hooguit tien kunnen verwerken.  Sommigen komen niet verder dan vijf, een enkeling weet niet eens waar ik het nu over heb.

Stilletjes had ik een beetje de hoop dat er ook uitleg zou komen over mensen die meer dan tien prikkels per seconde ervaren.  Zover werd er nu niet op de materie ingegaan.  Ik vermoed dat ook in een later stadium hier geen woorden aan besteed zullen worden.  Ach, dan hebben we altijd nog het grenzen aangeven.  Mijn dochter geniet lekker in Engeland, dat zal straks ook wel anders worden als ze daar een grens gaan aangeven.  Net als die muur van Trump.
Ontbijt okee, maar of het allemaal nou zo logisch is . . .  Het bestaan lijkt welhaast grenzeloos.  Daar laat ik het maar bij.