Logisch ontbijt en grenzen aangeven

In wezen heb ik altijd al moeite gehad met de beschrijving “Meteorologische winter”.  Het klinkt, ondanks de overeenkomstige term, nogal onlogisch.  Winter is al helemaal misplaatst.  Moet ik ineens denken aan een vakantie lang geleden met onze dochters in Limburg.  Daar stond op een bord ergens aan een woning, waar de weg een slinger tussen de huizen doormaakte, “Logies ontbijt”.  Mijn oudste dochter, destijds iets jonger dan nu, las deze woorden als, “Logisch ontbijt”.  Ze vond dat best wel vreemd, ontbijt is toch altijd iets wat te verwachten is bij een overnachting.
Later zag ze zelf ook de grap er wel van in.  Jaren daarna, toen wij weer eens een weekje op vakantie waren in die zuidelijke provincie, kwamen wij daar weer langs.  We waren met een heel clubje, dochters met aanhang en twee andere vrienden, en weer werd daar even sarcastisch op gewezen.  De vier heren hadden het eerst niet door, misschien was dat nu juist wel weer logisch.

Inmiddels hebben we één weekend wat sneeuw gehad, en verder een paar nachtvorsten.  De temperatuur is al zover opgelopen dat de natuur al weer tot leven schijnt te komen.  Gisteren alvast de rozen wat gesnoeid.  Dit kon ik staand doen.  Ook de steeds verder oprukkende bramenstruiken, heb ik weer wat teruggedrongen.  En een klein gedeelte van de oprit, heb ik door het verwijderen van de onophoudelijk groeiende klimop, bijna een halve meter breder gemaakt.  Dat laatste heb ik op mijn knieën gedaan, wat dan wel weer een kwalijke houding was.  Ook het twee keer lopen met de kruiwagen, is niet meer één van mijn favoriete bezigheden.  Al met al een kleine twee uurtjes, met meerdere onderbrekingen, mij daar vermaakt.

Ze zeggen vaak, “Met vallen en opstaan”.  Dat vallen kunnen we hier buiten beschouwing laten, dat opstaan is dan weer een geheel ander verhaal.  Het is gek, dat als ik ergens even mee bezig ben, het me niet zo licht afgaat als ik graag zou willen.  Dan ga ik weer naar binnen om in mijn stoel wat bij te komen, maar zodra ik daar zit wil ik het liefst weer snel naar buiten om wat te doen.  Het is de tegenstrijdigheid, de grens die er is.  Nu is stilzitten nooit één van mijn geliefde tijdsverdrijvingen geweest.  Nu lijkt het er simpelweg bij te horen.  En steeds weer denk ik, nu is het over.  En steeds weer ervaar ik het tegenovergestelde.  Heeft iemand daar ooit wel eens wat over gezegd of geschreven ?

Onze jongste dochter is voor een paar dagen, samen met een vriendin, naar Londen.  Voor hen, en de vele anderen die nu vakantie hebben, is het natuurlijk heerlijk om deze temperaturen te ondervinden.  Het had ook koud kunnen zijn of regen en storm.  Net anders dus dan op gerekend.  Nu meer dan een jaar geleden, had ik ook op iets heel anders gerekend.  En toch mag ik hier ook van genieten.  De welbekende lat heeft een iets lagere positie toegewezen gekregen, maar ik kan daar ruim aan voldoen.
Of het straks allemaal weer goed gaat komen ?  Of het alsnog een beetje gaat winteren, met temperaturen onder het vriespunt ?  Of het straks in het voorjaar voor mij vol te houden is zo af en toe wat in de tuin te doen ?  Of er straks voor mij weer tijden komen dat ik weer iets meer kan betekenen voor deze maatschappij ?  Of er straks bij de nieuwe psa-waarde weer een lager getal wordt gemeten ?

Onder de gegeven omstandigheden, hoor je mij niet klagen.  Het is een kwestie van je aanpassen.  Afgelopen week ben ik ook op cursus geweest in verband met mijn functie als vrijwilliger.  Dat was een vrije keuze.  Deze training werd omschreven met”, “Communicatie en grenzen aangeven.  Laat ik het er op houden, dat het voor mij een te lange zit was.  Behoorlijke steken in mijn lies en bovenbeen, maar ik heb de tijd uitgezeten.  Heb ik er nog iets van opgestoken ?  Deze vraag hoop ik in een later stadium nog eens te beantwoorden.  Over drie weken het vervolg.
Wel weet ik inmiddels dat een gemiddeld persoon ruim vier millioen prikkels binnenkrijgt.  Per seconde wel te verstaan, ik heb het net nog even nagekeken.  Het schijnt zo te zijn, dat we er maar hooguit tien kunnen verwerken.  Sommigen komen niet verder dan vijf, een enkeling weet niet eens waar ik het nu over heb.

Stilletjes had ik een beetje de hoop dat er ook uitleg zou komen over mensen die meer dan tien prikkels per seconde ervaren.  Zover werd er nu niet op de materie ingegaan.  Ik vermoed dat ook in een later stadium hier geen woorden aan besteed zullen worden.  Ach, dan hebben we altijd nog het grenzen aangeven.  Mijn dochter geniet lekker in Engeland, dat zal straks ook wel anders worden als ze daar een grens gaan aangeven.  Net als die muur van Trump.
Ontbijt okee, maar of het allemaal nou zo logisch is . . .  Het bestaan lijkt welhaast grenzeloos.  Daar laat ik het maar bij.

Advertenties

Voordat de messen geslepen worden

Openlijk zal ik het niet snel toegeven, een ieder concludeert uit deze woorden het zijne of hare, maar toch loop ik te vaak weer tegen de twijfel op.  Niet dat het lopen nou als een prettig tijdsverdrijf wordt ervaren, maar bij wijze van spreken.  Hoe vaak is het mij inmiddels overgekomen dat ik haast overtuigd was dat het over was.  Dat het van dan af, over was.  En steeds weer, tot nu toe dan, bleek het niet zo te zijn.

Vandaag weer naar het plaatselijke ziekenhuis geweest, voor de uitslag van de gemaakte echo.  Daar had ik nog niet iets over geschreven.  Het was in de tijd dat ik niet zeker wist of ik nog zou blijven schrijven.  Maar het gezegde luidt, “ Wie schrijft, die blijft “.  ( zelf heb ik dat weleens aangevuld met, “ en soms wat overdrijft “. )  Dat was dan ook de reden om wat minder frequent iets vertellen.  Ja, ik weet dat ik gisteren een wazig stukje heb geschreven over wachten, en nog geen dag later kom ik hier weer mee.  Neemt u het mij niet kwalijk, u hoeft het niet te lezen.  Dat is uw vrije keuze, en dat heb ik hoog in mijn vaandel staan.  Het recht op vrije keuze, zolang het mij maar niet opgedrongen wordt.

Vandaag behoefde ik dus niet echt lang te wachten, misschien iets te lang gezien het feit dat, nog steeds, het zitten op een hoge stoel door mij als vervelend ervaren wordt.  Er was kort geleden een echo gemaakt van het gebied rond mijn liezen.  Er was nog enige verwarring, en om zeker te zijn werd er nog een deskundige bijgehaald.  Er werd iets opgemerkt in de trant van, “ Waarom een echo, als er in oktober nog een scan is gemaakt “.  Ik verontschuldigde mij nog met de woorden, “ Nou, het was volgens de arts om extra te controleren en uit te sluiten “.  Dat leek voldoende want er werd door de bijgeroepen assistentie naarstig gezocht met het echo ding.  “ Ja “, zo probeerde hij mij uit te leggen,
“ Een breuk vinden met de echo methode, is best wel lastig zoniet onmogelijk “.  Toch scheen hij iets wat op een breuk leek te herkennen.  Daarna was hij vrij vlot weer vertrokken.  Het was vast een druk bezette arts, tussendoor werd hij ook al even weggeroepen.

Vanmorgen werd mij meteen verteld, dat het inderdaad om een breuk ging.  Ergens was ik daar niet verbaasd over, maar toch was ik niet overtuigd dat dit de oorzaak kon zijn voor mijn klachten.  Eerst liet ik haar rustig haar verhaal afmaken zo van, “ Gezien de operatie in het afgelopen jaar is het nu niet meer mogelijk op dezelfde wijze te handelen, er zal op de ouderwetse wijze via een snee toegang worden verschaft tot mijn innerlijke, en daar zal dan opnieuw een matje worden geplaatst die de zaak zal verhelpen “.  “ Het geheel kan gewoon weer met een dagopname “.

Toen zij begon over het slijpen van de messen, ging ik tot actie over.  Zo heb ik haar verduidelijkt dat ik, gezien de aard en klachten waar ik mee liep en de ervaring van een breuk die ik jaren geleden had, ik eigenlijk niet zo goed de pijn kon verklaren.  Toendertijd drukte ik de zaak weer naar binnen, en heb op die ambachtelijke wijze nog zeker anderhalf jaar ermee doorgelopen.  Ook had ik ‘s nachts geen hinder van onaangenaamheden.  Nu word ik wel eens twee tot drie keer wakker vanwege pijn.  Ook het langs de binnenkant van mijn linkerbeen, soms tot aan mijn voet, trekken van iets als zenuwpijn leek mij in deze uitleg niet op zijn plaats.

Nu weet ik uit ervaring dat artsen er niet van gecharmeerd zijn dat hun oordeel wordt tegengesproken.  Bij deze uiterst vriendelijke arts bleek dat dus een onnodige zorg te zijn.  “ Ja zoals u de pijnklachten beschrijft, is dat niet gepast in het geval van een breuk “.  Ze liet de messen even voor wat ze waren, en kwam met het voorstel de neuroloog er naar te laten kijken.  Zelf ben ik er eigenlijk wel een beetje klaar mee, maar het ligt voor de hand dat de mening van wederom een andere specialist in elk geval weer iets meer duidelijkheid zou kunnen verschaffen.  Er zal bericht komen voor een afspraak voor neurologisch onderzoek, en als dat dan allemaal weer achter de rug is kan er weer contact gezocht worden met deze dame van heelkunde.

Bij tanken of boodschappen doen heb je soms een stempelkaart, jammer dat ze dit vermaak niet in het ziekenhuis hanteren.  Waarschijnlijk had ik dan al diverse speelgoedknuffels of kortingsbonnen verdiend, misschien zelfs een messenset.
Ach, er zijn vele jaren geweest dat ik mij zelden in een hospitaal heb opgehouden,
zij het dan op bezoek.  Die achterstand heb ik nu inmiddels wel ingelopen.
Goed dat ze er zijn.  En nog beter, dat er ook goed naar de patiënt wordt geluisterd.  Nou ja, uitzonderingen daargelaten.

Er zijn geen wachtenden meer voor u

Wij zijn meerdere keren in een attractiepark geweest.  Zoals daar bijvoorbeeld het Ponypark Slagharen is, wat inmiddels een andere naam heeft gezien het feit dat er zich geen pony’s meer op het terrein bevinden.  Ook moet ik hier bekennen, dat al die keren dat wij er zijn geweest ik geen enkele hoefdragende viervoeter heb mogen ontmoeten.  Dan heb je Julianapark, Het land van Jan Klaassen en uiteraard, wat mij betreft het mooiste park, de Efteling.

Mensen hebben toch ergens een vreemde kronkel om uitdagingen aan te gaan.  De één gaat daar dan iets verder in dan de ander, bungee jumpen van een hoge brug ergens over een woeste rivier of abseilen langs een meters hoge waterval en in het allerergste geval samen met je beide dochters een bezoekje brengen aan de primark.  Dat laatste is een grapje, ik blijf over het algemeen ver uit de buurt van dit soort zaken.  Staan te wachten is trouwens wel in de bovenstaande gevallen een bittere noodzaak.

Wachten in de rij voor de kassa, hetzij om een park binnen te mogen, anderzijds om de langgehoopte, en na vele rekken of bakken doorzocht en gepast hebbende, kledingstukken te mogen afrekenen.  Ook het wachten, stilstaan en langzaam rijden, in een file om ergens aan te komen.  Waar dan ook vele anderen dezelfde stil gekoesterde wens er op na hielden, gezellig een dagje uit te zijn.  Er is nog een moment van wachten, en dan doel ik dit keer niet het verbeiden in een wachtkamer in het ziekenhuis, of het wachten op een uitslag van een arts.  Ook het moment dat er weer een controle komt om te kijken hoe de zaken er voor staan, is niet waar ik dit keer doel.

Het gaat dieper dan dat.  En ik geloof ook niet dat het eenvoudig te begrijpen is.  Althans als u het niet zelf aan den lijfe hebt ondervonden.  Op het moment dat een attractie zoals ik noem maar willekeurig een achtbaan, en dan zeker niet de Baron 1898.  Op het moment dat de reizigers uitstappen en de zitjes bezet worden door nieuwe argeloze slachtoffers in spé, dan zijn er daarna een paar seconden waarop er niets gebeurt.  Met de kennis dat er aanstonds wel iets op het programma staat.  Iets wat soms best wel als heftig te omschrijven is.  Gelukkig valt het dan achteraf ook vaak weer mee, en wordt er meteen weer aangeschoven in de ruim drie kwartier durende wachtrij voor nogmaals een hartverzakking.

Dat wachten net vlak voor de eigenlijke ontwikkeling is misschien maar heel kort, toch wordt het door de meesten als langer ervaren.  Het wachten waar ik al de hele tijd naar toe wilde, is meer het afwachten.  En dan het afwachten wat er voor mij in het verschiet ligt.  De laatste tijd heb ik op teevee gezien, en ergens op internet meerdere keren gelezen van anderen die ook herstellende zijn van, zeg maar gerust, levensveranderende ingrepen.  Op het moment dat ze er midden in zitten, is er veelal ruim begrip voor hun situatie.  Toch komt er een tijd, dat ze weer verder moeten.

Het is van de buitenkant niet te zien, voor een buitenstaander, hoe ze nog steeds kampen met de gevolgen.  Vooral als ze, zoals ook ik het steeds weer probeer, er niet mee te koop te lopen.  Niet zielig willen doen, niet voor de omgeving laten weten dat het niet meer zo gaat als voordat het plaatsvond.  Echt, ik ben bang dat dit niet te begrijpen is.  En in wezen is dat ook goed zo.  Het hele leven, ook van zij die gezond zijn, is het afwachten op wat komen gaat.

Zei John Lennon niet eens, “ Life is what happens to you while you’re busy making other plans “.  Niet door hem zelf bedacht, maar gebruikt in het nummer Beautiful Boy dat hij schreef voor zijn zoon Sean.  Het waren wel woorden die uit zijn hart kwamen.  In ons leven denken we soms dat alles gewoon is.  In een wereld waar eigenlijk niks meer gewoon is.  Of nog scherper geformuleerd, waarin alles als gewoon beschouwd zou moeten worden.  Dat mag iedereen naar eigen weldunken invullen.

Luther, de man van de vijfennegentig stellingen en andere zaken waar de toenmalige Katholieke kerk niet geheel gelukkig mee was, die Luther heeft eens gezegd, “ Als morgen de wereld vergaat, zal ik vandaag nog een boom planten “.
De eerder genoemde John Lennon schreef in het nummer Imagine juist, “ Imagine there’s no heaven, and no religion too “.  Of ik nog een boom zou planten als ik wist dat Jezus morgen weer terug kwam, dat durf ik niet te beloven.

Wel blijf ik geloven dat het beter gaat worden, veel beter dan wij ooit ook maar kunnen voorstellen.  Tot die tijd blijf ik gerust afwachten, soms met lichte spanning maar meestal in het volste vertrouwen.  Misschien dat het niet lang meer duurt, ik blijf doen wat ik kan en mag.  En verder gewoon loslaten, keurig op mijn beurt wachten.

Onzekerheid, twijfel en geloven

Dit keer valt het mij zwaar en lastig om de juiste woorden te vinden, die goed weergeven wat ik probeer te vertellen.  Nu gebruik ik zelfs de benaming, vertellen en niet mijn meestal gebruikte, schrijven.  Misschien omdat ik al een paar keer heb gehoord, van zij die deze stukjes lezen, dat het voelt alsof ik het zit te vertellen.  Het is gewoon een stijl die mij goed ligt, die ik als zeer prettig en vertrouwd ervaar.  Daarnaast zou ik niet weten hoe ik het anders moest doen.

Sinds ik voor mezelf de keuze heb gemaakt, niet meer te verwachten dat er nog verbetering zal optreden, dat dit het is.  Sinds die tijd loop ik tegen de knagende twijfel op.  Hoe moet ik het uitleggen ?  Kijk, heb ik nog last van iets ?  Ja, dat heb ik.  Valt er mee te leven ?  Ja, zolang ik mijn grenzen goed in acht neem, is er mee om te gaan.  Als ik dan bij tijden wat minder pijn voel, dan gaat er meteen weer iets door mijn hoofd dat mij bezorgd maakt.  Het is inderdaad zo, dat ik dan echt tegen de grens aan ga.  Een beetje forceren, en kijken hoe ver er te gaan is.

Komende week zal er een specialist zijn of haar licht over laten schijnen.  Zit er nog een derde breuk ?  Komt de zeurende en af en toe stekende pijn van beschadigingen of littekenweefsel ?  Moet ik gewoon doorbijten en mij door de pijn heen doorzetten ?  Dit is wel één van de meest lastige dingen.  Het zij verre van mij om aanstellerig gedrag te vertonen.  Wat blijft is het niet weten.  En geloof me, er is meer dat ik niet weet dan wat ik wel weet.  Niet meer goed alles kunnen, is in feite een leerproces.

Er zijn in wezen twee groepen mensen.  De grootste groep bestaat uit mensen zonder tekortkomingen.  Hier beperk ik me voor het gemak even tot de lichamelijke beperkingen.  Natuurlijk ben ik zeer op de hoogte dat er velen zijn met geestelijke limitaties, met beperkingen in het hoofd.  Hier wilde ik het houden bij fysieke klachten.  Door mijn vrijwillige ondersteuning, drie dagdelen in de week heb ik inmiddels, nog meer dan eerder, kennis mogen nemen van zij die daar juist onder gebukt gaan.  Dit is een geheel andere materie.  Veelal is het aan de buitenzijde niet te zien, zij het dan door het gedrag dat getoond wordt.

Het strikken van mijn veters, zo af en toe trek ik mijn nette schoenen aan, het strikken daarvan gaat niet geheel zonder pijn.  Een stuk lopen, waar ik vroeger niet eens bij stilstond, ( dit is een grappig bedoelde zinsspeling ) dat kost mij heden ten dage iets meer inzet.  Zo zijn er nog vele van die zaken, waar ik op een andere manier mee om heb moeten gaan.  Zo mag ik mij dus gelukkig prijzen, dit is sarcastisch bedoeld, om te mogen behoren tot de tweede groep mensen.  Zij die elke dag op vele momenten het anders doen dan de eerste groep, die geen beletsel kennen.  Zij het dan wettelijke en verder binnen de gebruikelijke gedragsnormen.

Om nu nog een klein stapje verder te gaan.  Soms twijfel ik echt bij welke groep ik nu eigenlijk thuisbehoor.  Misschien is de welbekende wens, ook hier weer de vader van de gedachte.  Dat er dingen zijn die ik niet meer kan, of waar ik rekening mee moet houden, dat is een feit.  Dat een aantal van die dingen blijvend is, idem ook een feit.  Hoe moet ik dan tegen de rest van mijn nog ontvangende leven aan kijken ?

Dat is waar ik in deze tijd mee zit.  Laat ik het duidelijk stellen, hier valt mee te leven.  Zelfs het feit dat ik nu heel andere dingen doe dan wat ik ooit had kunnen bedenken te gaan doen.  Neem nou het vertellen van mijn belevenissen hier.  Gedichten schrijven vond ik al heel wat.  Daar kun je de zaken nog een beetje aankleden.  Niet met zoveel woorden er op in gaan.

Ben nu ruim over de helft bij het bewerken en omzetten van mijn eerder geschrevene.  Zoals ik hier voor al melde, het voelt heel bijzonder.  Het is de beschrijving van een periode uit mijn eigen leven, opgeschreven op het moment van beleven.  Teruglezend zit daar een lange en toch wel gewennende periode tussen.  Een periode die ook nu nog toeneemt en rijpt.

Er is al die tijd maar één ding wat niet veranderd is, en dat is mijn geloof.  Of ik het nou bij het rechte eind heb of niet.  Die keuze laat ik aan u.
Zoals ik al bij meerdere stukjes eindigde, “Ik geloof het wel”.

Terugblik en vooruitzicht

Sinds een paar weken, ben ik dus begonnen met het redigeren van mijn geschrevene.  Eigenlijk sinds een paar dagen heel serieus en wat intensiever.  Terwijl ik het nu, na een jaar, teruglees, is dat wel een goed woord trouwens ?  Nu ja, terwijl ik de verhalen weer de revue laat passeren, dan beleef ik alles weer opnieuw.  Wat mij nu vreemd voorkomt is, dat ik toen niet wist wat er nog allemaal te beleven viel.  Meerdere keren beschrijf ik de pijn in mijn bovenbeen en de linker lies.  Ook al de andere geblesseerde plekken, maar de liesstreek komt vaak voor.  Nog steeds is het niet over.

Het lijkt steeds helderder te worden, dat het zo blijft.  Al vele keren was ik er haast van overtuigt dat ik weer de oude was.  Even daarna bleek dus steeds dat de waarheid iets genuanceerder lag.  Na een te lange tijd van vallen en weer opstaan, heb ik nu de keuze gemaakt.  Niet dat er veel te kiezen is, maar het blijft een keuze.  Er is ook altijd de keuze niet te kiezen.  Maar het lijkt me overbodig te vermelden, dat ook dat dus een besluit is, een keuze.  Voor mij is dit een concreet besluit.  Het komt er nu op aan dat ik me hier aan moet gaan houden.

Inmiddels ben ik de eerste vijftig verhalen bij langs gekomen, en lees heel vaak dat ik de hoop uitspreek dat het nog wat beter zou gaan worden.  En natuurlijk is het ook stukken beter geworden.  Ik mag mij gelukkig prijzen.  Met vele anderen is het stukken minder gegaan.  Wat ik dus voor mezelf als realiteit wil gaan zien, komt hier op neer.  Alles hangt voor het grootste gedeelte van mezelf af.  Als er een dag tussen zit dat het minder pijnlijk is, dan is het niet meer dan dat.  Te vaak heb ik mezelf voor de gek gehouden, met de gedachte dat het over was.  Steeds zocht ik weer de grens op, in de hoop dat er een omslagpunt zou komen, en ging dan net een stapje te ver.

Wat ik me nu tracht aan te wennen is het tegenovergestelde.  Eerder stoppen.  Niet meer en niet minder.  Dus geen vooruitzichten op verbetering, maar dit accepteren.  Ook in mijn vrijwillige bijdrage moet ik niet meer doen of willen dan gevraagd wordt.  Het is geen kwestie meer om alles te willen weten of doen, nee gewoon datgene doen waartoe ik in staat ben.  Dat is een vreemde gewaarwording voor mij, geheel tegen mijn natuur in.  Afgelopen zondag zelfs stekende pijn gehad.  Zaterdagmiddag naar Stadskanaal geweest en toch verder gelopen terwijl ik voelde dat het meer pijn ging doen.  ‘s Avonds bijna een uurtje naar een verjaardag geweest, en te lang op een hoge stoel gezeten tot het niet meer wou.

Wat is nou de grens, wanneer is het te veel ?  Maandag toch maar weer bij de huisarts langs geweest, en nu een afspraak staan met het ziekenhuis afdeling heelkunde.  Het kon gaan om nog een derde breuk in de omgeving van mijn linker lies.  Zekerheid is niet te geven, daarom bezoekje aan een specialist.  Er blijft ook nog steeds de reden van klachten, te zoeken in beschadigingen ontstaan tijdens het opereren.  Zelf raak ik daar steeds meer van overtuigt.  Indertijd heb ik aan de andere zijde iets hoger, ook een breuk gehad.  Deze is al eerder op de echo gezien, de recidivebreuk.

Dat was indertijd, ik heb er meer dan een jaar mee doorgelopen, een ander soort pijn.  Nu voelt het als ribbels die over elkaar heen schuiven.  Ook is er, wanneer ik dus iets teveel doe, een uitstraling naar onderen in mijn been.  Laat ik nogmaals duidelijk stellen dat ik absoluut niet ga klagen, het is zoals het is.  En in wezen heb ik ook niets te klagen.  Zovelen zijn er, die er veel erger aan toe zijn.  Ik denk dan op dit moment vooral aan mijn broer, met de operatie vandaag is het niet zo gegaan als hij op gehoopt had.  Dat zijn pas harde klappen die dan te verduren zijn.  Ik blijf er op hopen dat er voor hem een oplossing gevonden zal worden.

Als het bij mij zo blijft als nu, dan accepteer ik dat.  Hier valt mee te leven, ik moet me er alleen aan houden niet de grens te overschrijden.  Nog eerder dus rust nemen.  En dan vooral niet inbeelden dat ik weer beter ben.  Tegen een depressie aanlopen is één ding, er weer helemaal van af komen ?  Al vaak heb ik gehoord dat er altijd iets achterblijft, een schaduw die je achtervolgt en op sommige momenten je zelfs inhaalt.

Ik merk dat vooral als er dingen om mij heen gezegd of gedaan worden waar ik geen vat op heb.  Dan komt dat nare gevoel weer de overhand nemen.  En lijkt het hele zelf gereconstrueerde bouwvallige kaartenhuis volledig in elkaar te storten.  Nee, ik ben er nog niet.  Of juist wel, maar lagen mijn verwachtingen te hoog.

We zullen het wel zien, we zullen het wel beleven.  En verder niets.

Gelukkig zijn, worden en blijven

De eerlijkheid gebiedt mij hier te vermelden dat ik er een jaar geleden anders voor stond.  Toen had ik net de zware ingreep achter de rug, en lag ik verbonden aan infuus en katheter gedragen in een ziekenhuisbed.  Wat is een jaar, wat was voor ons het afgelopen jaar ?  Zo heel langzamerhand begint het bij deze ouwe kerel binnen te dringen, dat dit het is.  Dit zijn de veelzeggende woorden die alles verhelderen.  En zo moet het goed zijn.  Niet goed zoals ik regelmatig het afgelopen jaar had gehoopt dat het zou worden, maar wel goed zoals het er nu voorstaat.

Zoals ik eerder had verteld, ben ik bezig mijn eigen stukjes weer te lezen.  Wilt u wel geloven, dat ik na zoveel maanden en weken nog precies weet hoe ik mij in die tijd voelde.  Vanuit dat oogpunt kijkende kan ik dus met de hand op mijn hart vermelden, dat het goed is.  Nee, ik kan niet meer wat ik toen als normaal beschouwde.  Wat dat normaal voor mij betekende is, nu ik terugkijk, helemaal niet zo normaal.  Voor de meesten onder ons, is het de gewoonste zaak van de wereld ‘s morgens wakker worden de ogen opendoen, van bed afstappen en daarna zelf wassen en aankleden.  Dat zijn dus vier dingen op een rij waar voor velen al diverse problemen opduiken.

Ik heb mij voorgenomen hier een positief verhaal neer te zetten, toch wil ik het graag duidelijk maken dat gezonde mensen een rijk gezegend zijn.  Is het nou zo dat zij die al bij het opstaan tegen complicaties aanlopen, als zij al in staat zijn te lopen, maar is het nou zo dat zij het bezwaarlijker hebben ?  Nee, dat geloof ik niet.  Dit valt onder de noemer, gelukkig zijn.  Wat is er nodig om gelukkig te zijn ?  Vult u het maar in.  Geluk begint waar we inzien en voelen dat we gezegende mensen zijn.  Geluk kun je afdwingen, tenminste, dat heb ik mijn hele leven geroepen.  En ergens denk ik daar nog steeds zo over, zij het dan dat ik inmiddels wel andere vormen van geluk heb mogen ervaren.

Nu ik hier kalm zit, terwijl ik zoveel anders van plan was te gaan doen in mijn schuur, nu voel ik mij best wel gelukkig.  Het morfinepilletje zal daar zeker een flinke bijdrage aan leveren, maar toch.  Het vinden van de rust en kalmte om te accepteren dat het is zoals het is, dat klinkt misschien heel makkelijk.  Geloof mij dat er heel wat water naar de zee gedragen moest worden, om mij daarvan te overtuigen.  En nog steeds, ik ben er nog bij lange na niet.

Kijk, ik was alleen maar van zins een houten plaat van vijftig centimeter bij een meter in de schuur zodanig te bewerken dat deze in de inloopkast aan de muur geplaatst kon worden met ingefreesde legplankjes zodat mijn dochter daar haar bak attributen kan opbergen.  Zulke beperkte werkzaamheden moeten toch op te brengen zijn.  Op de garagezolder, waar ik wat voorraad heb staan, heb ik wat stukken mdf-plaat gevonden en toen wou het niet meer.  Nog wel heb ik ze naar beneden gedragen en op mijn werkbank gelegd, daarna heb ik de schuur op slot gedraaid en ben naar binnen gegaan.

Was het te verwachten ?  Mijn dochters zouden deze vraag positief beantwoorden.  Ja, tijdens de feestdagen waarin ik mij keurig en kalm heb gedragen, begon ik weer het gevoel te krijgen dat het de goede kant opging.  Wel de steeds aanwezige zeurende pijntjes, maar eigenlijk voelde ik mij best wel prima.  Inmiddels weet ik dat het rechtop zitten en idem het staan mij anders afgaat dan voor een jaar geleden, maar toch.  Heb net ruim een uur met één van mijn broers aan de telefoon gesproken, hij heeft over anderhalve week een zware operatie op het programma staan.  Al vanaf halverwege de jaren zeventig heeft hij te kampen met de ziekte van Crohn, een ontsteking aan de darmen.  Een slopende ziekte, waar hij elke dag mee te stellen heeft.  Daar leeft hij al zoveel jaar mee, wees er van doordrongen, dat is niet iets om licht op te vatten.

De woorden waarmee ik dit verhaal begon gingen dus over zaken een jaar geleden, bij hem praten we dan over een half mensenleven ruim veertig jaar.  Dan tel ik niet eens mee, spreekwoordelijk gezegd dan want natuurlijk mag ik wel meetellen.  Het zijn fases die gelijk onbekende stations genaderd en gepasserd worden als door een trein met vakantiegangers die iets anders van de wereld willen zien.  Ik heb dus een andere wereld gezien, en meermaals verwoede pogingen gedaan, deze mij eigen te maken.  Wat ik er van kan zeggen is, het valt niet altijd mee.  Maar toch, toch wil ik hier vooral benadrukken dat ik gelukkig ben.

Morgen weer een nieuwe dag en daarna de rest van mijn leven.  Vooral doorgaan.  En bovenal positief blijven.  Ede Staal heeft het vroeger al zo mooi gezongen, “ ’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, of ’t wer altied wel weer licht “.

En trouwens, de langste nacht hebben al weer gehad.

Een gezellige avond, vrijwilliger zijn en meer

Gisteren in mijn functie als vrijwilliger, ja zo voel ik het toch het hebben van een functie, als vrijwilliger bij AC de Regenboog, mocht ik weer een uurtje taal-coachen.  De A bij AC staat voor agogisch.  Wat in de ware betekenis van het woord inhoudt, het opzettelijk veranderen van een gedragspatroon.  Een beetje vreemde omschrijving voor het helpen van mensen waar het even anders gaat dan ze zouden willen.

Naast het houtlokaal ben ik ’s woensdags actiief als taalcoach, gewoon het spreken met en luisteren naar anderen en daarbij het leren omgaan met de Nederlandse taal.  Deze groep bestaat uit aardige lieden oorspronkelijk afkomstig uit andere landen, maar al vele jaren medelanders.  U begrijpt dat dit me op het lijf geschreven is, taal is een tweede natuur voor me.  Het was in het begin even aftasten wat het nou precies inhield, maar al doende leert men.  En ik ben zo vrij om hier te vermelden dat het zeer wordt gewaardeerd.

Deze dagen ben ik heel erg bezig met dezelfde periode een jaar geleden.  Vandaag is het driehonderdvijfenzestig dagen geleden dat er bij mij een botscan werd gemaakt.  Ik schrijf het aantal dagen voluit, zo lang geleden voelt het inmiddels ook.  Maar ik weet het nog als was het vanmorgen gebeurd.  En dat terwijl er in die afgelopen driehonderdvijfenzestig dagen al zoveel meer dingen plaats hebben gevonden.  Over twee dagen zal ik herinnerd worden aan de operatie van toen.  Hoe ik me daar, vlak voor de zware ingreep, zorgen heb liggen maken hoe laat ik die morgen nog even een half glaasje sinaasappelsap had gedronken.  Ik had niet goed in de mij ter hand gestelde brochure over de voorbereiding op de operatie.  Dat je niet een paar uur voor de ingreep, maar een paar uur voor de opname nuchter moest zijn.

Waar een mens zich al niet over kan opwinden.  Is het echt zo dat de tijd, naarmate dat we zelf ouder worden, sneller voorbijgaat ?  En we dan gaan terugkijken en denken aan vroeger ?  Wat is eigenlijk vroeger, in wezen valt gisteren daar ook onder.  Vanavond hadden we een gezellig etentje met de andere vrijwilligers.  Deze mensen kon ik tot voor een paar maanden geleden niet, en andersom zij mij ook niet.  Dat was vroeger en dit is nu, het was trouwens vroeg genoeg.

Niet dat ik het weet hoe dat bij anderen gaat, en of dit ook bij u voorkomt, maar tijdens zo’n etentje weet ik op diverse opmerkingen en besproken onderwerpen wel een herinnering boven te halen.  Steeds doe ik dan mijn best om te laten blijken dat ik luister, wat ik ook zeker doe, maar er ook naar mijn gevoel te vaak op in te willen haken.  Soms denk ik wel eens, dat moet ik niet denken maar dan heb ik het al gedacht.  Tegen mezelf zeg ik dan ook hetzelfde als hierboven, maar dan in plaats van denken dus zeggen.  Als u begrijpt wat ik zelf denk dat ik zou kunnen bedoelen te zeggen.

Ik geef hier een voorbeeld.  De eerste paar jaren van ons huwelijk woonden we in een straat in het pitoreske Winschoten, daar hadden we naaste buren waar we zo af en toe mee visiteerden.  Hij werkte bij een groot bedrijf dat contacten onderhield met diverse verre landen, waaronder China.  Eens was er een deligatie overgevlogen voor zaken.  Mijn altijd bereidwillige buurman kwam met het lumineuze, maar achteraf gezien totaal verkeerd ingeschatte, idee deze gasten mee te nemen naar een restaurant waar zij zich vast thuis zouden voelen.  Jawel, hun culinaire uitstapje was bij de plaatselijke chinees.

Nou was mijn naaste buur al geen held wat betreft het nuttigen van de diverse uitheemse kookkunsten.  Toen ze daar binnenstapten en hij nog een poging deed iets van de menukaart te kiezen, waren zijn gasten al in overleg met de uitbaters van de zaak.  Om kort te gaan, hij heeft een zware avond beleefd en ook nog voor zijn gevoel door eigen schuld.

Hoe ik hier nou weer bij kwam ?  Misschien dat ik daar ooit nog eens het antwoord op ga vinden.  Er zijn vooralsnog genoeg verhalen die ik nog eens wil optekenen, misschien niet allemaal om openbaar te maken maar dat valt later wel te bezien.  Inmiddels ben ik de verhalen van een jaar geleden aan het lezen en bijschaven, toen ik ze schreef wist ik niets van wat er allemaal stond te gebeuren.  Nu nog steeds niet, ik ben alleen een jaar ouder en vele ervaringen verder.

Op naar nieuwe uitdagingen, zij het slechts andere dan die ik tot voor een jaar als voor mogelijk beschouwde.

Over gedichten en zo

Afgelopen weekend was het alweer de laatste dag van de expositie van schilderijen en beelden van mijn gewaardeerde vriend.  Vier weken geleden, dat was dus vorig jaar, toen ben ik daar ook geweest tijdens de opening.  Op zijn vriendelijke verzoek.  Nou is eigenlijk alles wat hij mij vraagt vriendelijk, maar op zijn toenmalige verzoek wat korte gedichtjes te schrijven om bij zijn schilderijen en beelden te plaatsen had ik eigenlijk meteen ja gezegd.  Samen hebben we daar een aantal uitgezocht en een vijftiental zijn ook daadwerkelijk gebruikt.

Ruim twee weken voor de eerste expositiedag belde hij mij op met de vraag, of ik ook eventueel wat wilde voordragen uit mijn eigen werk.  Zoals het mij steeds weer overkomt, heb ik daar ook meteen instemmend op gereageerd.  En zoals ik al eerder hier heb geschreven, denk ik dan achteraf heb ik niet te snel ja gezegd ?  Nee, ik heb mij daar niet met een Jantje-van-Leiden afgemaakt.  Hetgeen betekent dat ik, zoals ik in alle zaken waar ik voor ga, mij er voor de volle honderd procent voor in gezet heb.  Eén van de aanwezige kunstenaars kwam na mijn voordracht meteen naar mij toe, mij zijn onderarm tonend, met de woorden, “Ik heb kippevel op mijn armen, wat heb jij mij geraakt met je gedicht”.  Kijk, daar ben ik dan weer trots op.

Niet vanuit de hoogte, nee gewoon trots dat ik een ander weet te raken.  Dat beschouw ik als een gegeven talent, iets waar ik alleen maar dankbaar voor kan zijn.  Binnenkort is er weer de week van de poëzie, waarin gedichten centraal staan bij zij die daar in geïnteresseerd zijn.  Met in die week, de avond van de poëzie.  Al drie voorgaande jaren heb ik daar enkele van mijn gedichten voor mogen dragen.  Zij die mij kennen, weten dat ik helemaal niks op heb met wedstrijden in wat voor vorm dan ook.  Kijk als het om punten, snelheden of vaste waarden gaat, dan is er altijd een winnaar.  Zodra echter er sprake is van een beoordeling, dan laat ik mijn beurt voorbijgaan.

Iets mooi vinden heeft niks te maken met objectiviteit, dat gaat om gevoel.  En zeg nou zelf, gevoel is niet te meten.  Sterker nog, gevoel kan zelfs voor dezelfde persoon de volgende dag anders zijn.  Het is stemmings gerelateerd.  Nee, bij een dichterswedstrijd zul je mij nooit als een deelnemer aantreffen.  Wat mij wel sterk is bijgebleven van de drie afgelopen keren, is de variatie van het gebrachte werk.  Een oordeel zal ik er niet over geven, dat zij verre van mij.  Of het mij aanspreekt ?  Dat is natuurlijk een geheel andere kwestie, dat heeft met twee partijen van doen.

Wat vind ik essentieel aan een gedicht ?  In elk geval, dat men minstens twee minuten na het gehoord of gelezen te hebben van de laatste zin, nog weet waar het betreffende werkje over ging.  Daarnaast, en dat komt vast omdat ik er ook technisch naar luister, dat het simpelweg loopt.  Ik zie een gedicht altijd als een lied zonder melodie, die moet je er zelf bij maken.  Het hoeft dan geen lekker deuntje te zijn, gewoon dat het in een vast ritme te lezen is beschouw ik als een minimale vereiste.  Moet het persee rijmen, daar laat ik een ieder vrij in.

De definitie van een gedicht luidt dan ook, “Een gedicht is een poëtische tekst die als eenheid gelezen dient te worden”.  Dan heb je nog diverse toelichtingen en uitleg over de diverse vormen, maar in wezen draait het enkel om die eenheid.  Als ik mijn goede vriend Karwan mag geloven, is dat met kunst dus niks anders.  We hebben vanmiddag een hele tijd gesproken hoe wij beiden tegen de uitingen en weergaven van kunst en gedichten aankijken.  Kortweg gezegd, we waren het behoorlijk met elkaar eens.

Toen ik daar vier weken geleden stond tussen wat kunstenaars, waren ook mijn eerste woorden dat ik wel enige ervaring had met het voordragen tussen andere amateurdichters ( deze toevoeging vind ik belangrijk, amateur, volgens mij bestaat er niet zoiets als profesioneel dichter )  maar dat ik niet wist wat een kunstzinnig publiek daarvan zou vinden.  De hierboven beschreven reactie lijkt mij ruim voldoende, met dat kippevel-gevoel.

Van de gedrukte gedichtenbundels heb ik er zelf nog drie over van de honderdtien, misschien ook eens gaan nadenken over een verhalenbundel.  Maar ach, wie zit daar nou eigenlijk op te wachten.  Al die idiote vertellingen van mij, niemand toch ?

Nog allemaal de allerbeste wensen voor dit nieuwe jaar, was ik dat nog haast vergeten.  En als het op prijs gesteld wordt, dan zal ik ook nog af en toe wat woorden samenvoegen, hetzij in dichtvorm hetzij als verhaal.

U allen hartelijk groetend, Peter.

Goed beter, het beste gewenst

Misschien een herkenbaar fenomeen tegen het einde van het jaar, na de Kerstdagen in het stukje “eigenlijk-nergens-voor-nodig-aantal-door-te-komen-dagen”.  Er staat nog een Kerstboom, maar de reden dat deze er nog staat heeft inmiddels afgedaan.  Deze periode beschouw ik al heel lang, de op één na vervelendste van het gehele jaar.

Dezelfde bewoording gebruik ik trouwens ook altijd voor het gebied waar we wonen, de op één na mooiste plek om te verwijlen.  Dat geeft ieder ander de ruimte om zijn of haar favoriete oord beter en mooier te vinden.  Persoonlijk vind ik dat die mogelijkheid van fundamenteel belang is.  Het principe goed beter beste heb ik bovendien altijd al een onzinnige bewering gevonden.  Zeg nou zelf, vol voller volst, wat moet je daar nu mee ?  Hooguit gebruikt in een redevoering door een politiek leider van een partij die zaken anders ziet dan de heersende.  Of de hoogste man ( in rangorde, als bij een kolonie apen ) van een vereende natie van verdeelde staten met zeer uiteenlopende denkbeelden en overtuigingen.  Mijn woorden dwalen af, het overkomt me elke keer weer.

Aan het einde van het jaar dan is het vaak een kwestie van de balans opmaken.  Dit jaar staat deze toch een flink stuk in de min, althans als we het geheel zien in de vorm van een winst/verlies rekening.  Ter completering moet ik hier dan wel aan toevoegen dat ik inmiddels van, eerder voor mij, onbekende terreinen onverwacht en ook wel verheugd kennis heb mogen nemen.  Helemaal onverwacht misschien dan niet, aangezien ik altijd al in mijn leven het onverwachte heb verwacht.  Dus in wezen geheel volgens verwachting.

Vreemd dat de wijze waarop wij, waarop ik, met bepaalde dingen omga veelal ergens hun wortels vinden op een in het eigen verleden gevormde traditie.  Ja, ik ben er heilig van overtuigd dat we tradities zelf maken.  We kunnen ze derhalve ook weer loslaten of aanpassen, vervangen door nieuwe tradities.  Die vrijheid hebben we, al zijn er hele volksstammen die traditioneel gedrag als iets heiligs beschouwen.  En om de zaak in evenwicht te houden weer een tegengestelde categorie die tradities zien als een jas, die je elk moment kunt vervangen voor een mooiere cq nieuwere of omdat de oude simpelweg niet meer past.  Elk jaar blijkt achteraf gezien zodra de voleinding in zicht komt, om in de passende terminologie te blijven als het nieuwe jaar het oude jaar wordt, weer een vertrouwd jaar geweest te zijn.

Het is dus niet een “Gelukkig Nieuwjaar”, maar beter gezegd een “Nog te vertrouwen Nieuwjaar“, alleen hebben we dat eerst nog niet door.  Zodra straks de door een sneltrein vervangende stoomtrein, die zijn laatste stoom afblaast, gaat rijden, volgas de eerste maand in.  Beginnend bij het afgaan van de diverse vuurpijlen en ander knalwerk, krijgen we weer nieuwe informatie.  Dan komen er weer momenten die we mogen koesteren, die we mogen omarmen en verwelkomen als onbekende vrienden die ons pad kruisen.  Soms ook ontmoetingen die de laatste keer zijn.

In 2001 hebben wij Sinterklaas met ons zevenen gevierd, het jaar daarop waren er twee mensen minder.  Ook toen wisten we niet bij de jaarwisseling dat, nadat Geert op eerste Kerstdag was overleden, mijn schoonvader hem zeven maanden later zou volgen.  Vorig jaar, negen april tweeduizendzeventien, hebben we Julietta los moeten laten.  Tweeëntwintig weken, nooit haar oogjes opengedaan nooit enig geluidje gemaakt.  Onze wereld stortte in, toch zijn we er samen weer bovenop gekomen.  Halverwege juni dit jaar hebben we dat voor ons gevoel weer gedaan, toen ging het om Nina.                        Ook dit keer zijn we er weer bovenop gekomen, zo ontzettend gezegend zelfs samen met onze kleine meid.  Mijn eigen herstel verloopt niet zoals we hadden gehoopt, het duurt allemaal zo lang, maar ook hier zullen we sterker uitkomen.  Wat zou het leven zijn zonder upps en downs ?

Afgelopen week ben ik nog even op bezoek geweest bij de bejaarde moeder van een, veel te jong overleden, vriend van mij.  Negentientachtig is hij heengegaan na de vijfde kuur tegen de moorddadige en levensvernietigende leukemie, hij heeft het toen niet gehaald.  Haar oudere dochter en man heeft ze ook moeten loslaten, zij is alleen nog over van hun gezin.  Is dat eerlijk, is dat terecht ?  Hier zijn geen antwoorden op te geven, ik heb ze in elk geval niet.  Zo af en toe, misschien wel iets te weinig, ga ik even bij haar langs.  Gewoon om even te praten en te luisteren, zoals een gesprekje tussen oude bekenden hoort te gaan.  Ja, de tijd na Kerst is voor mij een tijd van overpeinzen en het door mijn hoofd laten gaan van gedachten die mij bezighouden.  En dat zijn er vele.

Volgend jaar, bij leven en welzijn zoals mijn vader altijd zo veelbelovend eraan toevoegde, volgend jaar nog weer meer om over na te denken.                                            Tot dan, het beste gewenst.

Warme herinneringen aan Kerst

Kerst was vroeger bij ons thuis een echt gezinsgebeuren.  Daar was een vrij eenvoudige reden voor, aangezien de andere familieleden aardig ver bij ons uit de buurt hun gezinnen hadden.  Eigenlijk meer net andersom, wij woonden ver van de oom’s en tantes vandaan.  Nou was het bij ons wel de gewoonte om iedere vriend of kennis, vage relatie van onze ouders zelfs de huisarts steevast met oom of in het geval van de andere sekse met tante aan te spreken.  Maar dat geheel terzijde, over het grote aantal oom’s en tantes heb ik mij in die jaren al voldoende het hoofd gebroken.

Beide Kerstdagen vierden wij dus gezamenlijk met ons zevenen.  Aan het gebeuren Kerstavond heb ik weinig opmerkelijke herinneringen.  Waarschijnlijk omdat daar niet al te veel aandacht aan werd geschonken, of  omdat ik dan al op bed moest.  Kerstnachtdiensten kan ik met de beste wil van de wereld niet iets in mijn, vrij goede, geheugen naar boven halen.  Wat mij het meeste is bijgebleven heeft veel te maken met een zeer rijkelijk aangeklede eettafel met servetten en diverse kaarsenstanders elk voorzien van een rode of witte kaars.

Mijn moeder was een zeer bekwame kookster, in haar jonge jaren had zij gewerkt bij een voor die tijd rijke fabrieksdirecteur in huis.  Naast huishoudelijk werk was zij ook verantwoordelijk voor het bereiden van de maaltijden.  De kerstdiners, zoals ik terugdenkend er een naam aan heb gegeven, ( toen was het gewoon het gezamenlijk eten met Kerst ) die bestonden uit andere gerechten dan welke wij de rest van het jaar voorgezet kregen.  Hooguit met Pasen dan, ook dat waren uitgebreide zeer gevarieerde etentjes.  De rest van het jaar werd gevuld met, eten wat de pot schaft.  Tijdens de Kerstdagen stonden we samen op, aten we samen, waren we samen en gingen we de rest van de dag samen naar de kerk.  Zo deden we dat elk jaar weer, ik wist niet beter dan dat het zo hoorde.

Later nadat we verhuist waren naar het noorden is die traditie eigenlijk stilletjes voortgezet, slechts de ambiance was iets anders met meer ruimte.  Uiteraard kwamen er andere gezichten bij, mijn broers kregen elk een vriendin en later mijn zus een vriend maar verder bleven het de dagen om familie te zijn.  Elk jaar een, net als ieder voorgaand jaar met dezelfde ballen, dezelfde lampjes en dezelfde  slingers versierde, kerstboom.  Het rare is dat als ik aan die tijd terugdenk het me een vertrouwd gevoel geeft, juist in een tijd als deze waarin we nu ons best doen te leven.  Misschien heeft het wel meer weg van overleven.

Nu de Kerstdagen, straks het oude jaar dat met een miniem verzetje van de wijzer in elk willekeurig uurwerk haast onmerkbaar overgaat naar een geheel Nieuwjaar.  Zoals vroeger vaak in wat voor spelshow dan ook zo verzachtend werd gesproken van, nieuwe ronde nieuwe kansen.  Dat zou ook van toepassing kunnen zijn voor een nieuw jaar, maar het grote verschil ligt in het feit dat elk jaar de regels veranderen.  We gaan samen genieten van de Gezegende dagen, misschien dat later mijn dochters er op terug zullen kijken met warme gevoelens.

Misschien niet met elk jaar dezelfde kerstboom of dezelfde versiering, wij wisselen nog wel eens af, ook niet met elk jaar dezelfde vertrouwde glazen kaarsenstanders op tafel met rode of witte kaarsen.  Hier en daar een verlichtend waxinelichtje, en verder een klein houten zelf jaren geleden gemaakt kerstboompje met lampjes waar ieder jaar dezelfde kleine, als kadootjes ingepakte houten blokjes onder liggen.  Geen oom’s en tantes of vage kennissen, nee ons kleine gezinnetje.  Inmiddels gezegend met een prachtige kleindochter, dus niet zoals het ooit geweest is.  Ja, het zijn de mooiste dagen van het jaar.  Daar mogen we, daar moeten we van genieten.  Niet echt een verplichting, nee absoluut niet, het is een rijke zegen.

Wat er ook zal gebeuren, we doen het samen.  In goede en in zware tijden, hebben we het samen gedaan.  Ik ben trots op het gezin waar ik een klein onderdeeltje van mag zijn.  Nee, niet altijd makkelijk maar ik had geen moment willen missen.  Zoals vroeger met mijn ouders, broers en zus, het is goed zo.

En hoeveel van deze saamhorige dagen wij nog mogen bleven, er is niemand die dat weet.  En laten we eerlijk zijn, dat is maar goed ook.  Reden temeer er intens van te genieten, later worden het in het gunstige geval, warme herinneringen waar we met een vertrouwd gevoel aan zullen terugdenken.