Ik geloof het wel

Geen tuinman

 Daar ‘s morgens in die stille hof

waar je nog geen tuinman trof

Liep een vrouw, zij zocht haar Heer

en elke keer denk ik dan weer

 

In de ochtend, ‘t lege graf

zij naar de and’ren zich begaf

die and’ren haar toen niet geloofden

Wat ging er om, daar in hun hoofden

 

Die derde dag, zo na de kwelling

lezen wij van de vertelling

Dat engelen daar heel terecht

“Hij is hier niet”, hebben gezegd

 

Zoals verteld, en opgeschreven

is het daar niet bij gebleven

Zijn trouwe vriend, die had gelogen

heeft zich in het graf gebogen

 

De gebroken vrouw, zij bleef alleen

totdat de Heer aan haar verscheen

haar naam daar sprak, en zij de Zijne

Soms zit geloven, in het kleine

 

Nee, geen bewijs kan ik verstrekken

geen doden weer tot leven wekken

Nee, slechts vertrouwen op die Stem

Geen tuinman nee, want dit is Hem

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++

Nabijheid

Veel valt nog te beschrijven,
een keer over te dichten.
Een enkel iets zal blijven,
ik wil mij niet verplichten.

Dat wat ik vind, en wat geloof,
geheel mijn eigen zaken.
Het is niet veel dat ik beloof,
maar heb wel zo mijn baken.

Ik zeg ook niet, dat God bestaat,
dat lijkt mij juist verkeerd.
Geloof het wel, het daarbij laat,
nooit anderzijds beweerd.

Want weten is zo vaak een feit,
dat weinig ruimte biedt.
Vaak daardoor overgaat in strijd,
zo werkt geloven niet.

Dus in geloof mijn zekerheid,
Hij is ons steeds nabij.
En juist in alle narigheid,
heel dicht aan onze zij.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Decemberfeest

Weet echt niet goed, wat is er mis,

dat niet vijfentwintig, de datum is.

Waarom ook iemand zich dus stoort,

een kerstboom versierd, die er niet bij hoort.

 

Mogen we niet bij wijze van gedachte,

zingen van herders, die lagen bij nachte.

Dat in die dagen van Augustus de Keizer,

een telling eens uitging, het maakt ons niks wijzer.

 

Om samen te komen, met familie of vrienden,

kadootjes te geven aan wie het verdienden.

Wat doet het ter zake, wie zit er mee ?

Het gaat om de vrede, de liefde, ‘t idee.

 

Dat ooit verteld is, dat Hij in een stal kwam,

‘s nachts daar in Beth’lem, uit David’s stam.

Misschien ooit wat mooier gemaakt en beschreven,

voor mij blijft het Kerstfeest, van toen een gegeven.

 

Wij hebben de vrijheid om zelf te geloven,

of Hij eens op aarde kwam, van daar boven.

Laten wij dankbaar zijn, samen en hier,

elk Kerstfeest beleven, op eigen manier

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De vader van

Al zeker wel een jaar of wat,

vraag ik mij af van dit en dat.

Hoe het daar ging, zo lang voorbij,

en of hij dacht, ‘t is niets voor mij.

 

Natuurlijk weet ik er wat van,

hoe hij daar hoorde bij het plan.

Maar wat hij werkelijk nou vond,

verdrongen naar de achtergrond.

 

Hoe zouden wij in deze tijd,

zijn omgegaan met deze strijd.

We kunnen lezen wat hij wou,

maar door de boodschap bleef hij trouw.

 

U vraagt zich af, waar dit om gaat,

in die tijd best wel delicaat.

De liefde meer dan vrouw en man,

de Heil’ge Geest, een reddingsplan.

 

Maria we lezen meer van haar,

van Jozef eigenlijk weinig, maar

en dat vind ik karaktervol,

hij verrichtte daar zijn vadersrol.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Kerstvraag

Kunnen wij wel Kerstfeest eren,

ieder jaar, al vele keren.

Verkondigen van echte blijdschap,

de waarheid zien in deze boodschap.

 

Is het simpel uit te leggen,

weten wij wel wat we zeggen.

Vrede op aard’ en fijne dagen,

dat wou ik u oprecht eens vragen.

 

De donk’re dagen in het licht,

is liefde geven meer een plicht.

En iedereen maar vrolijk groeten,

omdat wij willen, of het moeten ?

 

Wat ik dolgraag door wil geven,

gaat veel verder dan dit leven.

Misschien lijkt velen dit op dromen,

maar ik geloof, “Hij is gekomen”.

 

Of dat nou in een stal geschiedde,

met herders en met wijze lieden?

Dat is niet waar het echt om draait,

‘t gebeuren misschien iets verfraaid.

 

De kern waar, denk ik, het om gaat,

is zien op welke plaats je staat.

Zijn komen hier, bedoeld als zegen,

de vraag, “Ben je ervoor of tegen ?”

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Klachtenfeit

De monteur werd getoucheerd

door een geïrriteerde klant

Er was niets aan de hand

ook eig’lijk niks verkeerd

 

Hij besloot hiermee ‘t debat,

“Zo gaat het continu,

‘t is net een déjà vu,

bekijk ‘t maar, ‘k ben het zat“

 

Maar onze reparateur

wist niet wat de klant bedoelde

Alleen onrecht wat hij voelde

gaf van woede hem een kleur

 

Hoe zulke mensen ’t stelden

dat wie herstelt, hetzelfde is

Dat is echt geen gelijkenis

en daar ook nog over schelden

 

En dat is ‘t waar het om gaat

wie gelooft krijgt zo een stempel

Ik denk dan steeds warempel

hebben ze ooit met mij gepraat ?

 

Wat in kerken wordt verkondigd

is helaas niet altijd waarheid

Soms zelf gespeelde vroomheid

maar wie heeft nooit gezondigd ?

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Het blijft geloven

Nee echt, de wetenschappers hebben gelijk

nooit kwam één weer, terug van het rijk

gestorven zijn, dood, voor altijd gedaan

hoezo het idee, Eén is opgestaan

 

We weten toch allen, als het einde er is

dan is het gedaan, voorbij en gemis

Vanaf dat moment zal ‘t nooit meer zo zijn

en daarbij komt dan ook nog de pijn

 

Alleen al het denken dat na het sterven

een gestorvene zomaar weer ‘t leven kan erven

Zeg nou toch zelf, dat blijft toch een sage

en zit je als weldenkend mens met veel vragen

 

Zovele zaken zijn, zeg gerust ongeloof’lijk

ons verstand weet wel beter, het is toch onmoog’lijk

Maar zegt daar dat ene woordje hier iets

toch overtuigd zijn, al vat je dan niets

 

Misschien juist dat opstaan, terug uit de dood

is voor ons denken, te moeilijk te groot

In deze paar zinnen, gaat de boodschap vrij snel

ondanks vele vragen, geloof ik het wel

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Samen met God

 Kan God een wonder maken

verbreken of verzaken

Niets om het mensje geven

beroven van het leven

 

Zou God zich willen wreken

veel harder dan in preken

Heeft Hij wel in de gaten

wat wij soms om Hem laten

 

Wil God die Heerser wezen

waarvoor wij zouden vrezen

Genietend van Zijn machten

geen pijnen echt verzachten

 

Hoe God Zijn macht wil uiten

gaat ons verstand te buiten

Wij kunnen ‘t niet bevatten

Zijn almacht in te schatten

 

Voor ons blijft het geloven

de Vaderhand van boven

Die troostend steeds wil zorgen

bij Hem zijn wij geborgen

 

Echt snappen doe ik ‘t niet

bij weer zo’n groot verdriet

Wij mogen bij Hem schuilen

en samen met Hem huilen

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ik geloof het wel

De meest geslepen uitspraak

is voor mij toch deze

waar gaat het om in wezen

het gaat juist óm de uitspraak

 

In combinatie met de blik

en zo een beeld dan schets

gezegd in ‘t dialects

“Ik weet het zeker, denk ik”

 

Dat dit niet licht te volgen is

kan ik best wel snappen

Ik zit soms wat te grappen

verbaasd wat ‘t gevolg dan is

 

Want als geen, dit vatten kan

is er geen argument

U bent van mij gewend

en ik denk er het mijne van

 

Volgt u het nog, dit woordenspel

of denkt u, laat maar lopen

Dat mag ik toch niet hopen

ach, ik geloof het wel

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Judas de mol

 Zo diep in de grond kan niemand hem zien

toch graaft hij zijn gangen, buiten het zicht

Doet daar als mol gewoon maar zijn plicht

heeft lak aan structuur, ondermijnt bovendien

 

Waarom ik hier weer over mollen begin

dat heeft een reden, die ik graag voor u klaar

Misschien vergezocht, maar in wezen wel waar

heel soms heeft het zwijgen een diepere zin

 

Drie jaren trok iemand samen met and’ren

door een deel van het land om daarbij te leren

daarmee met vrienden Hem later kon eren

Helaas dat de tijd soms een mens kan verand’ren

 

Was in de basis steeds het oogmerk oprecht

kan soms na een tijdje het geloof wat verweest

Zou het van het begin af er nooit zijn geweest

was heel zijn doen al van de oorsprong onecht

 

Kon hij zo de mol zijn, die fingeerde om dan

de Messias te looch’nen, of was het een plicht

Verraad moest er komen, want de Hemel zat dicht

Ging zo wat gebeurde dan gewoon volgens plan ?

 

Steeds vind ik het lastig, zo graag zou ik weten

als Hij niet gekust werd daar ‘s nachts in die hof

Het was met een reden, God doet nooit alsof

en wie zijn wij dan, om de ander te meten ?

Advertenties