Een wijze van denken

Achteraf voldoende

Inmiddels al het één en ander beleefd

derhalve vermeldend, “We hebben geleefd”.

Met neergaan en opstaan, struikelend vallen

wij allen voor één, en één met ons allen

 

Het leven is eigenlijk, meer dan een wonder

al denken dan velen, we kunnen wel zonder

Is niet het andere, het totaal onverwachtte

het harde en zware, waar wij nooit aan dachten

 

Is daar niet waar in wezen, al lijkt het ontwijkend

het antwoord te zien, maar pas achteraf ?

Ook dachten wij eerst, “Is dit soms een straf ?’

 

Maar het was nog niet alles, het gebeuren niet af

we keken tever, van het heden afwijkend

Aan het eind bleek de kracht, meer dan toerijkend

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Aan het begin een eind

Het beleven, oud en nieuw, daarmee heb ik weinig

sterker nog, de hele week al maakt mij wat chagrijnig

Als ik dan bedenk wat er weer gaat gebeuren

niks heb ik met geknal, hooguit wat met de kleuren

 

Snel nog even zaken op een rijtje willen zetten

beloftes met gewoontes te stoppen, korte metten

Van voor af aan weer met een heel leeg jaar beginnen

nog even op de drempel, overdenken en bezinnen

 

Dan voel ik weer de kilte, hoe zwaar het is geweest

dan voel ik ook de pijnen, van wat ons heeft geraakt

Zoals het achteraf steeds blijkt, het was niet altijd feest

 

Komt het vaak niet er op aan, all’ wat is meegemaakt

dan bedoel ik werk’lijk alles in lichaam en in geest

ik moet helaas bekennen, ook dit jaar was onvolmaakt

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De Steenhouwer

Hij hakte stenen voor z’n brood

waarom, ik zou ‘t niet weten

Hij werkte hard, zijn rug ontbloot

de zon die deed hem zweten

 

Wat had hij er voor over

één keer de zon te zijn

Zo rustig achterover

and’ren zwetend in zijn schijn

 

Wat is dat, het licht verzwakt

hij wordt niet meer verblindt

het stralend licht, nu ingepakt

bedekt door ‘n wolk gestuurd door wind

 

De zon wil hij dan niet meer zijn

laat hem die wolk maar wezen

won hij het van de zonneschijn

wat had hij nog te vrezen ?

 

Dreef daar voort aan ‘t hoge zwerk

de wind die zou hem dragen

niemand stelde paal en perk

en niemand stelde vragen

 

Plots ziet hij een berg verschijnen

loopt daar vast, stijgt langzaam op

naar de zon, die ‘m doet verdwijnen

komt maar niet voorbij de top

 

Zo wordt die wolk een vlekje

totdat er niets meer is

Die berg blijft op z’n plekje

een wolkenhindernis

 

Dan heeft hij zijn keus gemaakt

ja een berg, dat wil hij zijn

Hij werkte door, de berg die kraakt

met hakken krijgt hij ‘m klein

 

Soms wil je voor heel even

een ander zijn, die heeft het goed

Maar is dat zo, is niet je leven,

zoals je leven wezen moet !

 

+++++++++++++++++++++++++++++

Dag na dag

Dan is daar weer een nieuwe dag

maar morgen is het afgeleefd

Vandaag wat ik beleven mag

is morgen dus voorbij gestreefd

 

Want ‘s morgensvroeg begint het weer

de lei nog onbeschreven

Al vele jaren elke keer

zo gaat het heel mijn leven

 

Als de dag erna dan start

de oude afgesloten blijkt

Soms goed, soms ook met pijn in ‘t hart

mijn leven weer een stuk verrijkt

 

En elke keer een dag erbij

ook elke keer een zegen

Ja, gisteren wat minder vrij

soms zit het even tegen

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++

De waterkruik

Een waterdrager vertelde ‘n keer

wat zijn kruik hem toevertrouwde

Daar liep hij mee heen en weer

en zelfs twee kruiken sjouwend

 

Die kruik vroeg aan zijn eigenaar

bedacht niet echt, maar dit keer mag ‘t

dat kruiken praten, wacht nou maar

niet dat u er om lacht

 

Hij vroeg dus aan zijn metgezel

waarom hij mee moest gaan

van bron de berg op huiswaarts snel

maar kwam steeds leeg daar aan.

 

Want in die ene oude kruik

daar zat een scheur en water vloeide

langs drager’s hals over zijn buik

om daarna d’ aarde te bevloeien.

 

De drager gaf als antwoord toen

zijn gesjouw, van bron en t’rug

was niet voor niets, want kijk dat groen

langs ’t pad, gelekt van drager’s rug

 

Eerst was het hier dor en kaal

nu begroeid door vocht gevoed

Is dit nou niet een mooi verhaal ?

soms is iets stuk en werkt toch goed !

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beleven is

Zo vaak is het beschreven

veel woorden aan besteed

Maar zonder te beleven

snap je echt geen reet

 

Ik weet het klinkt wat grof

maar dekt wel goed de vracht

ik doe niet vaak alsof

werd vast ook niet verwacht

++++++++++++++++++++++++++++++++++++

En heel soms . . .

De stemmen en de beelden

onverwachts bewust

Die ons leven deelden

en heel soms gesust

 

Vaak net bij ‘t ontwaken

wanneer de slaap nog is

Dromen even raken

en heel soms ‘t gemis

 

Trachten het te pakken

het gebrek aan vat

Ontglipt, en ‘t laten zakken

en heel soms een pad

 

Luisteren en jagen

naar woorden zacht gezegd

Vormen die vervagen

en heel soms onecht

 

Los moeten wij het laten

ongrijpbaar en fragiele

Nee, niets in de gaten

en heel soms ontviel

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Leef gemeten tijd

De wijze oude man, die dat nog niet was

werd nooit zo genoemd, dus eigenlijk maar pas

Niet dat hij er mee zat, hooguit dan een beetje

en wat hij niet wou weten, zo dacht hij, dat vergeet je

 

De wijze slimme grijsaard, tenminste die drie haren

hadden dan die kleur, maar wel al vele jaren

Die was nog kwiek en levenslustig, dartelde wat rond

oma, in de echt verbonden, was ook nog goed gezond

 

De leeftijd die wij ons bedenken, vaak maar een getal

het gaat niet om hoever je staat, hoe daar gekomen bent

Drukte maken om hoe oud, en verder bovenal

 

Dat wat jij werkelijk echt vindt, en welk signaal je zendt

dat is zoals wij allen weten, verschillend per geval

belangrijk is persoonlijkheid, en of jij jezelf wel kent

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rijstvaardig recht

 Hoe ga je om met onrecht

als je iets wordt aangedaan

De woorden vals en slecht

Hoe daarmee verder gaan

 

Wat ik eens heb gehoord

een behoorlijk oud verhaal

uit een ver gelegen oord

Daar gebeurde iets, driemaal

 

Daar had een boer een akker

waar rijst op werd verbouwd

En al was de man wat zwakker

hij had zelf een dam gebouwd

 

Zo bleef het water op zijn land

en kon zijn rijst goed groeien

Want u weet voor een rijstplant

moet er veel water vloeien

 

Nou had hij ook een buurman

niet echt een fijne gast

Die dacht, ja wat die man kan

is voor mij ook wel gepast

 

Alleen, bedacht hij later

want van rijst wist hij wel wat

Hoe krijg ik daar nou water

hoe wordt mijn akker nat

 

Het antwoord was een eitje

slechts een gaatje in de dijk

Zo stroomde op zijn weidje

het vocht van buurman’s rijk

 

Daar stond de oude kweker

verrast de dag daarop

Hij wist het nog niet zeker

Maar zat wel met een strop

 

Herstelde snel zijn kering

bracht een laagje water aan

Het ging hier om zijn nering

En de grond en zijn bestaan

 

Zoals reeds werd verwacht

begon weer de lekkage

Ja, nog diezelfde nacht

het werd welhaast een rage

 

Er is iets voor te zeggen

als er nu een strijd ontstaat

De dief koud om te leggen

u weet vast hoe dat gaat

 

Maar niet de goede teler

hij zag dat anders, want

Hij gaf iets om zijn steler

loodste water op zijn land

 

Daarna sloot hij de grens weer

En bevloeide ‘t eigen land

Hield zo zijn eigen eer

En zijn gratie goed in stand

 

Er is altijd een reden om

te roepen, ”Onrechtvaardig”

Er op te slaan, ook oliedom

blijf gewoon een beetje aardig

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Als je jong bent

 

Als je jong bent lijkt het leven

nog een lange weg te gaan

Later denk je, ‘t is maar even

was jij deel van een bestaan

 

Als je jong bent en nog klein

zijn veel zaken onbegrijpbaar

Wat de zin is van het zijn

zo ver weg en onbereikbaar

 

Als je jong bent, en je broer

soms wat naar doet, beetje jennen

Samen stoeiend op de vloer

later leer je hem pas kennen

 

Als je jong bent, nog niet groot

van volwassen zijn niets weet

Ook te weinig van de dood

hooguit een oma die dat deed

 

Als je jong bent, ‘t nageslacht

ontstaan vanuit je ouders ooit

Onbewust nooit aan gedacht

verleden tijd vaak onvoltooid

 

Als je jong bent, maar niet echt

gezinsverband verbreed, verdwenen

Ach, alles is al eens gezegd

het hele leven slechts een lenen

 

Als je oud bent, moe gestreden

al is je leeftijd daar niet naar

Onderweg teveel geleden

alles kon, dus laat nu maar

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

L ‘amour

Het begon eertijds subtiel

wat mij indertijd beviel

Alles  nog zo onbekend

inmiddels meer dan wat gewend

Veel werd toen niet gesproken

de liefde zacht ontloken

zo fragiel en nog zo broos

als het ontluiken van een roos

die steeds haar schoonheid houdt

Na zoveel jaren, zo vertrouwd

Een rimpel meer of minder

dat geeft geen enk’le hinder

Nee het antwoord, zonneklaar

ik hou nog steeds van haar

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

En zo

En zo blijkt dan weer

misschien soms verwacht

niet altijd aan gedacht

goedemorgen, goedenacht

Zomaar de laatste keer

 

En gaan die achterblijven

bedenken wat zij willen

geen tijd om te verspillen

hun angsten zo verstillen

De laatste wil beschrijven

 

En houden daarna aan

zo gaat het in het leven

stilstaan duurt maar even

het wordt ons wel vergeven

We moeten verder gaan

 

En misschien eens staan

zo heel diep van binnen

zo geen uitvlucht minnen

zo zelf dan bezinnen

Het onverwacht kan gaan

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dat had ik nooit verwacht

 

De wijsheid komt vaak met de jaren

waarom, waardoor, hoe en de rest

Onnavolgbaar goed doordacht

met trachten te veel tijd verpest

altijd pogen te verklaren

Dat had ik werk’lijk nooit verwacht

 

Zolang je nog aan ‘t groeien bent

zoek je vaak naar explicatie

als ik het voor mezelf verzacht

dan geef ik toe, ik raak gewend

misschien een vorm van acceptatie

Dat had ik werk’lijk nooit verwacht

 

Ineens dan voel je op een dag

dat maar weinig zeker is

met een grijns gauw weggelacht

inzien waar het echt aan lag

een leven slechts beleven is

Dat had ik werk’lijk nooit verwacht

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Het blijft wennen

 

Als ik aan het leven denk

daarnaast het onbekende

Soms te weinig aandacht schenk

dat later zelf herkende

 

Maar wat is kennen, wat is waar

gewoon in het voorbij gaan

tegenkomen groeten, maar

niet uit jezelf begaan

 

Oh, zeker niet als kwaad bedoeld

soms zit iets even tegen

Soms lijkt een vriendschap afgekoeld

Soms nooit een kans gekregen

 

Wat ik wilde zeggen hier

dat wij terwijl wij horen

Luisterend, maar voor de sier

het bereikt slechts onze oren

 

Als ik dan weer, achteraf

steeds weet, en blijf erkennen

Misschien ziet u van buitenaf

waar ik nooit aan zal wennen

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een kus in de morgen

 

Nadat ik ‘s morgens opsta

nog voor ik van de trap ga

Dan wil ik altijd even

m’n kind’ren ‘n kusje geven

 

Da’s vroeger zo ontstaan

heb ‘t sinds die tijd gedaan

Dat moment is telkens weer

een vreugde en een eer

 

Want wat er ook gebeurt die dag

of ‘t groot is of juist klein

Hoe de rest ook komen mag

‘t zou de laatste kunnen zijn

 

Dus neem hiervoor de tijd

vergeet nooit zo te doen

Eens is een groet een afscheid

blijft het de kus van toen

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bemoeispelletje

Voor hen was het een spel

geen wedstrijd geen verlies

Ik zag het als duel

en schreeuwde mijn advies

 

Geen van mijn beide kinderen

stoorde zich daaraan

Maar ik liet mij niet hinderen

ging er keihard tegenaan

 

Pas toen ik ging beginnen

veranderde er wat

Ons team begon te winnen

maar de jongens waren ‘t zat

 

Toen had ik het begrepen

het ging niet om de eer

Nadat ik had ingegrepen

was het geen spelen meer

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De juiste Toon

 

Als je even niet weet hoe te gaan

beren op de weg, pech in ’t bestaan

Wel oren die echt luisteren

maar monden ook die fluisteren

“Zie je wel, dat komt ervan”

en denken er het hunne van

Je hebt er zo’n verlangen naar

je wilt het echt, maar ‘t is te zwaar

Die ene slechts kan dat je geven

zoals eens Toon al had geschreven

Die met je lacht en bidt en griend

er voor je is, dat is je vriend

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een ringgedachte

 De tijd verscholen aan het eind van het jaar

een beetje de rust, een beetje, schijnbaar

De lichtjes gaan branden, vroeg in de schemering

het duister verdrongen door dansende glinstering

 

De warmte daar binnen, een kachel die brandt

een kop chocolade verwarmt mild mijn hand

Diep in mijn hoofd klinkt zachtjes een fluistering

ergens het verleden, nu slechts herinnering

 

De mensen met wie ik mijn leven toen deelde

veel zijn er niet meer, geen tijd die het heelde

Het plaatje gekleurd, soms slechts een arcering

de tinten verweven door bonte schakering

 

De maand van het jaar, een tijd van bezinnen

wanneer we onpeilbaar en diep van binnen

verscholen, verstopt niet te zien door verwering

bang toe te geven, op zoek naar waardering

 

De dingen die w’ eerst niet, te weinig bepraat

bemerken ontdekken, vaak veel te laat

Zo is ‘t hele leven in feite een lering

en ik geef het toe, ook slechts mijn ervaring

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 Zij en ik

De muren die mijn weg blokkeren

banaal bezinnen en bezeren

Opgetrokken hooggehouden

natgepapt en drooggehouden

 

De wil te blijven, onvermurwbaar

vechtend voor en onuitstaanbaar

Voor mezelf blijven geloven

de waarheid drijft altijd naar boven

 

En tot zolang, verwachtend naar

nee, heus niet meer dan een gebaar

wat anderen niet kunnen ogen

 

Of willen zien, onhandelbaar

zo wordt er heel wat afgelogen

Zijn zij het dan die zich bedrogen ?

Advertenties