Een mening, geloof en afwijkingen

Al heel lang, probeer ik voor mijzelf iets helder te stellen.  Inmiddels ben ik mij bewust geworden, dat heel veel aan mij als persoon ligt.  Kijk, ik ben geen psycholoog en voor psychiater mis ik de juiste opleiding, derhalve ook de betreffende papieren, maar dat lijkt mij een overbodige toevoeging.  Toch denk ik nog steeds, dat ik wel een heel klein beetje mensenkennis heb.  Het feit dat ik soms te weinig met die kennis doe, is voor mij ook niet te begrijpen.
Altijd geef ik een ander het voordeel van de twijfel.  Net zo lang tot het, voor anderen al lang begrepen, bewijs wordt geleverd.  Zelfs dan nog blijf ik mij blindstaren op de kleine positieve signaaltjes.

Ja, ik geloof in de goedheid van ieder mens.  Ja, ik weet dat er enkelen misschien wel meer, zich hier niet aan houden.  In de bijbel lees ik het, “ De andere wang toekeren “.  Ook, “ Het stof van je kleren vegen, en naar een andere plaats gaan “.
Mijn streven, en daar schiet ik gewoonlijk vaak in te kort, maar mijn streven is en blijft het grote voorbeeld te volgen.  Ruim tweeduizend jaar geleden is er Iemand geweest, die het ons heeft voorgedaan.  Hij is zelfs verder gegaan, dan om het even wie het ooit zou kunnen.  Toch heeft Hij in al Zijn goddelijke wijsheid, best wel krachtige taal geuit.
De mensen op hun fouten wijzend.  Zo was er iemand die Hem vroeg wat het koste om goed te zijn.  Zijn antwoord was simpel, “ Hou u aan de wet”.   Dat deed de man.
Toen sprak Hij, “ Verkoopt alles wat u bezit, en geef het geld aan de armen “.
Kijk daar had die man niet op gerekend, dat kwam wel even binnen.

Uiteraard is dit hierboven beschrevene iets wat een ieder voor zichzelf mag uitmaken om te geloven of juist niet.  Dit stukje gaat alleen maar over, wat ik zelf geloof.  Ben ik zonder fouten ?  Absoluut niet !  Ook daar wil ik helder in zijn.  Met de mij gegeven kennis en opgedane ervaring, denk ik het soms te weten.  En net zo vaak, moet ik achteraf weer toegeven, zat ik er volledig naast.  Toch vertik ik het om een ander een oordeel aan te rekenen.  En ja, regelmatig is daar een teleurstelling.  Dan kwam het over, alsof ik iemand iets aan reken.  Een oordeel vel.  Ja, uiteraard heb ik mijn mening over anderen.

Vertel me eens eerlijk, ben ik de enige die hier steeds tegenaan loopt ?  Weet u, het grote verschil tussen mensen en andere schepsels is het feit dat wij kunnen denken.  Ik zeg duidelijk, “ kunnen ” denken.  Dat er zich meer dan dertien sukkels in een dozijn op deze aardkloot bevinden die domweg op hun instinct afgaan, doet daar niks aan af.
Mijn excuses voor de gebruikte benaming van deze wereld en haar ingezetenen.
Soms gaan zinnen een eigen leven leiden, en ontstaat deze taal.

Zo af en toe volg ik een beetje de debatten die politici onderling aangaan.  Ook daar gaat het vaak verdacht veel lijken op instinctieve uitlatingen.  Iedereen heeft recht op een eigen mening.  Maar dan moet er natuurlijk wel een eigen mening zijn.  Het blind achterna lopen van om het even wie dan ook, valt in een hele andere categorie.  Steeds merk ik, in de mij persoonlijk voorgekomen gevallen, dat er een vast riedeltje wordt afgedraaid.  Of er wordt domweg, gezwegen.  Net dus als er al te vaak gedaan wordt, wanneer twee of meerdere kopstukken van politieke partijen met elkaar de degens kruisen.  Dan vermoed ik twee mogelijke redenen.
Ofwel, ze willen er niet over praten, daar zou een belangrijke afweging aan ten grondslag kunnen liggen.  Aan de andere kant, zou het ook kunnen zijn dat ze het eenvoudigweg niet weten.  Dat ze bang zijn om iets te zeggen wat niet waar is, of ze geen opvatting over mogen ventileren.
Nu hoor ik u denken, “ Een politici, die iets zegt wat niet waar is ”.  Ja, zelf zie ik ook de ironie.

Hier wil ik het houden bij eerlijkheid, tegen beter weten in.  Een bijzonder verhaal inmiddels.  Hoe ik er bij kom ?  Dat is nou iets wat ik dus liever voor mezelf houd.
Dat er in mijn hoofd soms rare kwinkslagen, zelfs zonder mijn private inmenging, voor onmogelijk gehouden afslagen nemen, dat is mij al heel lang bekend.
Ach, en deze stukjes worden toch niet zoveel gelezen.
Het is inmiddels van een, “ naar anderen toeschrijven “, toch meer iets als, “ van mij afschrijven “ geworden.  En eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.  De mens is toch in wezen een kudde dier.
En waar het aas is, daar zullen zich de dieren verzamelen. ( Matt. 24:28 )
Dus als alle anderen het zo zien, dan zal het wel zo zijn.  Jammer.

Advertenties

Lang geleden, een jaar en weer op weg

Sinds kort heb ik, als ik zin heb of een echte reden om een keukendeurtje te openen, last van een déjà vu.  De meeste van mijn lezers, als ik zo vrij mag zijn het op deze wijze te benoemen, de meesten weten dat mijn vrouw en ik de trotse opa en oma zijn van de allermooiste kleindochter.  Komende zaterdag zal zij één jaar worden.  Voor zij die niet op de hoogte zijn van alles wat wij allen met haar hebben moeten beleven, verwijs ik naar enkele eerdere bijdragen hier op mijn site.
22 Juni en 25 juni, dat zijn de data waarop de ingrijpende stukken staan geschreven.  Nu gaat het super goed met onze grootste schat.  En straks dus haar eerste verjaardag.

Zodra kleine meisjes, ook kleine jongetjes trouwens, maar zodra zij beginnen te lopen, zij het dan met ondersteuning van voorwerpen als een tafel of een stoel.  Of nog beter zelfs, met hulp en begeleiding van mama of papa, oma of opa, of tante Jis.  Dan zichzelf kunnen verplaatsen, en met de kleine grijphandjes iets wat eerder nog, vanwege hoogte, niet bereikbaar was, wordt dat dan ineens wel, bereikbaar dus.  En nu zijn er bepaalde zaken, waarbij dit toch beter voorkomen kan worden.  Ik duid hierbij dan op zaken als afwasmiddel of andere schoonmaak gerelateerde vloeistoffen.
Uiteraard ook zware dingen, die tijdens het vallen naar de grond delen van het bewuste meisje zouden kunnen raken, en tijdens die aanraking het kleintje bezeren.  En tenslotte gaat het hier natuurlijk over persoonlijke bezittingen die niet van nature bestand zijn tegen kleine grijpgrage handjes.  Tevens vallen die spulletjes in de categorie kostbare of dierbare kleinoden, waar steeds zuinig op is geweest.

Dit alles hebben wij dus, als toentertijd ouders, meegemaakt met onze eigen dochters.  Ook toen heb ik de keukendeurtjes, niet van deze keuken, voorzien van inbraakbeveiliging.  Zij het dan, dat ze voor volwassenen vrij eenvoudig te openen zijn.  Hetzelfde geldt trouwens voor flessen met kindveilige sluiting.  Deze werkt trouwens ook voortreffelijk voor ouderen, en alle anderen die niet ongeoorloofd een flesje van het één of goedje dat nadelige gevolgen ter weeg brengt bij hen die dit nuttigen.  Even weer terug naar dat keukendeurtje, waar ik twee weken geleden, in combinatie met alle andere keukendeurtjes, dus beveiliging sluitinkjes aan heb geschroefd.

Bij dat betreffende deurtje is het nu niet meer kindvriendelijk.  Of misschien juist wel, maar dan vanuit het kinderlijk oogpunt gezien.  Ik had een pan nodig, en trok net even iets te hard het deurtje open.  Deze ging ook open, in combinatie met een geluid dat je normaal gesproken niet hoort bij het openen van een keukendeurtje.

Nu een honderdtachtig graden draai naar mijzelf.  Inmiddels heb ik mijn tweede werkweek, we hebben het wel over drie dagen per week, er dus weer op zitten.
Dat, als ik het zo mag verwoorden, is best wel pittig.  Pijnlijk ook, bij tijden dan, maar de capsules die de zenuwpijn moeten beperken, doen uitstekend werk.  En zo af en toe, soms een ietsjepietsje maar, doe ik net even een klein beetje meer.  Dan gaat het net als de, hierboven uitvoerig beschreven, kindvriendelijke / onvriendelijke sluiting.
Dan gaat het niet meteen stuk.  Wel net even anders. ( lees : pijnlijker )  Dan ben ik, zoals wel eens eerder gebeurde, over de grens gegaan.  Het is en blijft een leerproces.
Wederom heb ik weer de juiste mensen om mij heen.  Ik prijs mij daarmee gelukkig.

Weer terug naar de verjaardag zaterdag.  Papa heeft er voor gekozen twee palen en een dwarsligger aan zijn jonge dochter te geven.  Wel op maat gemaakt, en van schroefgaten voorzien.  Mama heeft ze al een keer gebeitst, die palen.
Voor de duidelijkheid, voor haar eerste geboortedag krijgt zij een schommel van de oma van haar mama.  Ik durf dat hier wel te schrijven, ze kan immers toch nog niet lezen.
En mijn laptop ligt in een la waar ze niet bij kan.  Mocht dat wel het geval zijn ?  Ze kent mijn wachtwoord toch niet.

Nu maar hopen dat ze van schommelen houdt.  Kruipen en lopen in elk geval wel.
En pogingen om deurtjes te openen, wat dus met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bij één deurtje zou kunnen gaan lukken.

Zij lopen, hij draait en ik geniet

Andere omgeving, andere gewoontes.  Ach, de meeste mensen zijn gelijk.  Hooguit dat de ene net iets gelijker is dan de andere.  En op plekken of plaatsen waar toerisme een belangrijke bron van inkomsten is, komen veel verschillende gasten.  De ene nog iets verschillender dan de andere.  Maar als ze ontdaan worden van hun rugzakjes, handtasjes, petjes, zonnebrillen, snelle cabrio’s en paraat in de hand gehouden steeds nadrukkelijk aanwezige mobieltjes, blijven we allemaal elkaars gelijke.
Zo hebben we kennis mogen nemen van gasten met een oriëntaals uiterlijk, tenminste ze hadden zo’n kapje waarmee de neus en mond afgedekt werden.  Het vlaams accent kwam zeer regelmatig voorbij.  Onmiskenbaar waren ook de Engelse woorden die gesproken werden, en ja vanzelfsprekend het ons vertrouwde Nederlands passeerde regelmatig de revue.

Afgelopen zomer zijn wij een weekje in Polen geweest.  Daar in een wat grotere plaats bij een terrasje hoorde ik ook een moeder iets tegen haar kind zeggen.  Jawel, in het Nederlands.  Ik kan het dan niet laten een opmerking te maken.  Kijk, daar had ze net even niet op gerekend dat jonge moedertje.  En ook dit keer is het me weer gelukt.  Nu was het een oudere Duitse dame die iets opmerkte tegen haar, heb ik voor het gemak maar aangenomen, man.  Terloops beaamde ik haar reactie.  Ik kon haar voelen denken.  Ze herstelde zich snel, en keek lachend achterom.

Wat mij altijd weer het hoogste genoegen schenkt, is als anderen niet op het juiste equivalent kunnen komen wat betreft de vertaling.  Ongevraagd wil ik me daar ook wel eens aan te buiten gaan.  Altijd met oprechte bedoeling, en nooit kleinerend.
IMG_20190519_164935
In Cochem, waar wij een middagje verbracht hebben, zag ik een orgeldraaier.  Vriendelijk gezicht, kleurrijke lange jas afgerond met een bolhoedje en dapper draaiend aan de slinger van zijn kleine orgeltje.  Een pittoresk pleintje rondom een fontein met waterspuwend beeld.  Daarbij wat tafeltjes en iets meer stoeltjes.  Geflankeerd door de vele rijk gesorteerde souvenierswinkeltjes.

Het is allemaal incompleet zonder de in elkaar overgaande welbekende wijsjes.  Voortgesproten uit een klein houten kastje met een idem, maar dan metalen, slinger.  En zo de ontastbare leegtes tussen de oude gebouwen opvullend met tedere klanken van weemoed.  Een weemoed die ons terugbrengt naar vroeger.  Vroeger toen we nog niets wisten van wat we nu weten.
Nadat wij daar aan een klein tafeltje iets eenvoudigs hadden genuttigd, door mij bekrachtigd met een glas witte wijn, was de man verdwenen.  Even dacht ik werkelijk te maken te hebben met iets als magisch realistisch, daar kan ik niks aan doen.  Dat krijg je als je Lampo leest.
Gelukkig zagen wij hem even later verderop weer de betoverende klanken hun vrije gang laten gaan.  Wederom de sfeer ten goede versterkende.

Ik zat bij een vrolijk water spuwende fontein, met mijn rug naar het water.  Toen op een onverwachts moment de wind even uit een andere hoek waaide, werd mijn jas nat.
Op zich niet erg, alleen had ik hem nog aan.  We zijn maar op een andere plek gaan zitten.  Naast mij stond de kleurrijk geklede man zijn boeltje in te pakken.  Het was inmiddels tegen vieren, en misschien was hij dan vrij om te gaan.  Terwijl hij daar zo bezig was keek ik met genoegen op welke eenvoudige doch doelmatige wijze hij zijn kleine karretje vol pakte.  Dan komt hij naar mij toe, en we maken een praatje.
Zoals het hoort blijkt het om een bijzonder vriendelijke man te gaan.
Aan de wijze waarop hij eerder die middag zijn afgespeelde pianorollen weer met toewijding oprolde, had ik al een vertrouwd gevoel.
Soms heb je dat.  Elkaar het beste toewensende, namen wij afscheid met een stevige handdruk.  Nog even keek ik hem na, met een dubbel gevoel.  Vaak denk ik dan wat ik had willen vragen of zeggen.  Hij was op dat moment net bezig de zaken, die van zijn tweewielertje verschoven waren, weer goed te leggen.

Ach, overal kom je toch steeds weer dezelfde mensen tegen.  De poppenkast heeft dan misschien een andere kleur of vorm, er hangen andere gordijnen voor en de gesproken woorden klinken anders.  Jan Klaassen en Katrijn hebben andere namen.  Maar de voorstelling blijft overal hetzelfde.
Of je nu rondwandelt in Evoléne in Zwitserland, Gent in België, Buren op Ameland of Trier in Zuid-Duitsland, overal zijn winkels, terrasjes, oude kerken en diverse bezienswaardigheden.  Het is alleen maar ons gevoel.

Nou ja, alleen dan in Cochem.  Daar speelde een ingetogen sympathieke orgelman aangename deuntjes.  Hoop dat het twee euro muntstuk dat ik in zijn blikje deponeerde voldoende was.  Ach, sommige zaken zijn nou eenmaal onbetaalbaar.

Een stem uit het verleden, toeval ?

Hoe gaat dat in een leven ?  Zijn er redenen aan te dragen waarom wij bepaalde ervaringen als de onze beschouwen ?  Misschien niet helemaal de juiste vraagstelling, een ervaring hebben we achter de rug.  En waar ik naar toe wil, is juist het feit waarom dat zo het geval is.  Zelf ben ik een fervent tegenstander van de dooddoener, “toeval”.
En ja, ik weet dat zelfs in de bijbel tot drie keer toe het woord toeval voorkomt.  U kunt dat zelf eenvoudig controleren, dat is geheel aan u.

Afgelopen week, is de oudste dochter van een goede vriendin getrouwd.  Haar man leeft helaas niet meer.  Dat was ook de reden dat ze mij een tijdje geleden had gevraagd, een kort gedichtje te schrijven wat zij tijdens de dienst wilde voordragen.  In wezen zou het zo over moeten komen, dat haar eigen vader haar iets vertelde.  Al sinds 1972 was ik met hem bevriend, zij het dan met tussenposes waarin wij weinig contact hadden.  Het is zelfs zo, dat hij toch wel de reden is geweest dat ik mijn vrouw heb ontmoet.
Dat ging in die tijd nog met een krijtbord.  Alleen al over deze belevenissen zou ik een verhaal kunnen schrijven.  Zij die mij persoonlijk kennen, weten dat ik verzot ben op vertellen.  Soms maak ik van deze eigenschap met veel genoegen gebruik, in alle andere gevallen gewoon om te plagen.

Al vaker heb ik hier vermeld, dat ik zo slecht nee zeggen kan.  Maar in dit geval, heb ik het met een zekere vorm van trots gedaan.  Ja, ik heb haar vader goed gekend.  Langer zelfs dan alle andere vrienden, wij hebben twee jaar op dezelfde lagere school gezeten.  Ook gingen wij naar dezelfde kerk.  Het is toch iets anders, dan dat ik gewoon mijn eigen gevoel of ervaring aan mijn toetsenbord toevertrouw.
Gisteren kreeg ik een lief berichtje, waarin nogmaals de dank werd uitgesproken.
Ook heb ik een gedeelte van de dienst teruggekeken.  Ja, onze vriendin heeft het fantastisch gedaan.  Best een hele opgave en uitdaging dit zo te doen.
Zelf heb ik, bij de begrafenissen van mijn beide ouders, een persoonlijk gemaakt gedicht voorgedragen.  Ik weet dus uit eigen ervaring hoe aangrijpend dit kan zijn.

Dit is nou typisch een geval, waarvan ik pertinent weiger de term toeval te hanteren.  Laten we wel zijn, áls mijn ouders na hun trouwen niet Enschede hadden ingeruild voor de grote stad Utrecht.  En áls ze daar na twintig jaar niet de wortels hadden losgerukt en verhuisden naar het iets noordelijker gelegen Winschoten.  En áls zij indertijd daar niet nogmaals verkasten van Winschoten-noord naar zuid, waardoor ik op een andere lagere school terechtkwam ?  Ja, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Weet u, als mijn zus een piemeltje had gehad, dan zou ik met vier oudere broers boven mij zijn opgegroeid.  Een enkeling zal het bekend zijn, dat ik een groot liefhebber ben van de Vlaamse, helaas overleden, schrijver Hubert Lampo.  Zijn romans vallen onder de noemer, magisch-realisme.  Voor wie hier niet mee bekend is, zoek de term maar eens op.  Vast en zeker zal de naam Lampo daarbij opduiken.  Soms denk ik wel eens dat het hele leven zo in elkaar steekt.  Wanneer is het vrij gebruikelijk dat iets gebeurd, en in welke gevallen zit er toch een zekere mate van onwaarschijnlijkheid in het spel.

Er is één ding waar ik echt van overtuigd ben, er gebeuren dingen in je leven waar je geen vat op hebt.  Daar kun je dan mee doen wat je wilt.  Ofwel je omdraaien en hard weglopen, er met een grote boog omheen gaan en net doen of het er niet is.  De andere, en wat mij betreft enige juiste mogelijkheid, het met beide handen aan te pakken.  Het te omarmen, en het je eigen te maken.
Heel soms zit je er dan meer dan vijfendertig jaar aan vast.  Zo af en toe komt het er simpelweg op neer, een paar zinnetjes achter elkaar te plaatsen hopende dat je daarmee een stem uit het hiernamaals een klank kunt geven.  Ja, dat doe je voor een vriend.
Als ik niet precies diezelfde week net weer met werken was begonnen, was ik er graag zelf gaan kijken.  Lang zitten blijft lastig, en vooral als je dezelfde week al een paar keer de grenzen niet in acht hebt genomen.

Nee heus, het gaat prima.  Het is even anders dan het afgelopen jaar, maar het voelt goed.  Voor zij die trouwens meer van eerder genoemde vlaamse schrijver zouden willen lezen, kan ik “De komst van Joachim Stiller” aanraden.
Allemaal het beste en veel leesplezier gewenst.

Een oud verhaal met een afloop

mde
Bij ons in de woonkamer staat een oude metalen korf.  Zo eentje die vroeger door boeren werd gebruikt om zaken als bieten of aardappelen in op te bergen.  Dat is ook de geschiedenis van deze, van mijn schoonvader.
Een heel bijzondere man, dat was hij.  Erg in zichzelf gekeerd, gewoon met zijn eigen dingen bezig.  Hij was nog echt van de oude stempel.  Een tractor heeft hij nooit in bezit gehad.  Maar goed ook, want hij zou er geen voordeel van hebben gehad.  Op deze werktuigen rijden, was voor hem niet weggelegd.  Hij had een grote Belg.  Ik doel hiermee op een Belgisch paard, en dan geen kleintje.  Als er dan eens iets op het land te doen was wat teveel werd voor één pk, dan werd er iemand bijgehaald die wel met een trekker overweg kon.

Helaas voor mijn schoonvader heeft de Belg vroegtijdig het loodje gelegd.  Ook waren de acht koeien die hij, samen met zijn vrouw ( mijn schoonmoeder dus ) elke dag twee maal moest melken, al niet meer aanwezig.  Hij deed alleen nog wat eenvoudige dingen op het land, vraag me niet welke.  Binnen zitten was een niet door hem gebezigde traditie.
Tot het moment dat hij op het eind van een zaterdag, nog even een kijkje ging nemen bij zijn oom en tante.  Die lagen begraven op de algemene begraafplaats, aan de rand van het dorp.  Volgens hem, tenminste dat vertelde hij later, stond het zogeheten kopstuk niet heel stevig meer.
We hebben het hier dus over een rechtop staande steen bij een graf, geen liggende steen dus.  Nu moet ik mij trouwens meteen weer corrigeren.  De in eerste instantie nog rechtop staande granieten zerk was, mede doordat mijn schoonvader deze een klein beetje heen en weer bewoog, wel een liggende geworden.  Op zich is daar nog niemand door geschaad.  Helaas voor hem in dit geval viel de steen zijn kant op.  Dit had hij te laat door, en kwam er met één been bekneld onder te liggen.

Volgens eigen zeggen, is hij daar ruim drie kwartier mee aan het wurgen geweest om weer los te komen.  De term, “Met één been in het graf staan”, is voor mijn nooit meer hetzelfde geweest.  Zijn hele onderbeen was zodanig beschadigd, dat hij maandenlang niet kon lopen.  Voor iemand die zijn hele leven buiten vertoefde, is dit een hel.  Ook voor mijn schoonmoeder, is dat geen makkelijke tijd geweest.  We hebben met ons drieën daar zo goed als het kon een weg in gevonden.
Op het laatst dachten wij dat hij ook geestelijk te hard was geraakt.  Het bleek toch ernstiger te zijn, longkanker.  Hij heeft het zelf ongetwijfeld al ver van te voren aangevoeld.  Een ziekenhuisopname, de eerste dag van mijn vakantie.
Drie weken later, de laatste dag ervan, hebben wij hem begraven.  Twee dag na zijn verjaardag, die hij niet meer beleefd heeft.

Het was een goede man.  Wist alleen niet goed dit te uiten, iets wat hem als kind nooit was geleerd.  Zo ging dat vroeger, praten over gevoelens of zeggen iemand iets goed had gedaan, dat deed je niet.  Hij was gek op zijn beide kleindochters.  Zag alleen overal gevaren.  In zoverre kan ik dat alleen maar beamen.  In dat opzicht is er niets veranderd.  Inmiddels ben ik al bijna een jaar geleden bevorderd tot opa.  Ik ga zelfs elke avond met oma op bed.  Geen zorgen, mijn vrouw weet ervan.  Dat zou dan wel weer een heel ander verhaal worden.

Waarom ik, na mijn tweede werkdag, daar ineens aan dacht ?  Ik zit nu wat vaker boven, daar staat immers mijn elpeecollectie.  Ook staat daar, wat een ware uitkomst is voor iemand die er van houdt naar vinyl te luisteren, een platenspeler.  Nu ik overdag wat meer mijn lichaam belast, probeer ik het ’s avonds wat kalmer aan te doen.
Ben zelfs weer begonnen aan, De Elfenkoningin van Hubert Lampo.  Daarbij luister ik graag naar goede muziek.
Tegenover mij, op de bank gezeten, staat die mand met nog een klein stukje oranje touw.  Dat heeft hij er heel lang geleden aangeknoopt.  Uit respect hebben we dat nooit losgehaald.  Uit respect heb ik hier ook een stukje van zijn leven beschreven.

Iets geheel anders dan alle voorgaande stukjes.  Zie het als een eerbetoon.
Ohja, met het werk gaat uitstekend.  Het is wennen, maar het voelt goed.  Zo gaat het leven.  Soms gebeuren er moeilijke dingen, soms hele moeilijke en soms ook hele mooie.  En in een heel enkel geval, we moeten er geen gewoonte van maken, gebeurt er iets prachtigs.

En trouwens, leen nooit onnodig geld.  ( Dat laatste komt van Larry Norman, op het eind van zijn song, Moses in the wilderness te vinden op de briljante elpee, Upon this Rock )  Waarom ik dit laatste hier vertel ? Geen flauw idee, vond het gewoon iets aardigs om dit verhaal mee te laten aflopen.mde

Een eind en een nieuw begin

En weer een dag er voor.  Ja, ik weet wel, er is altijd een dag er voor.  In veel gevallen is het zo dat het een grote zegen is, dat we het niet weten.  Een dag voor een sterfgeval, een dag voor een auto-ongeluk of een dag voor dat er de volgende dag wordt aangekondigd dat je ontslagen wordt.  En ja, van al deze gevallen kan ik beamen dat er een dag aan vooraf ging.  In het huidige geval kan ik zeggen dat er anderhalf jaar aan vooraf is gegaan.  Zoals velen van u zullen en kunnen begrijpen, is dat een heel stuk langer dan de gebruikelijke vierentwintig uur die in een dag zitten.

Afgelopen zaterdag heb ik een statement gemaakt.  Niet als in een uitspraak of een belofte over iets waarvan ik later zou moeten toegeven dat het te hoog gegrepen was.  Nee, ik heb daadwerkelijk iets opgeruimd.  U moet weten, dat wij naast onze woonkeuken beneden ook nog een woonkamer boven hebben.  Bij het tekenen van de woning hadden wij in onze kinderlijke onwetendheid bedacht, dat het misschien wel iets moois zou zijn om lekker kalm tot rust te komen in een aparte ruimte.  Afgezonderd van alle hectiek waarmee een gemiddeld mens zo af en toe in zijn of haar leven te kampen heeft.  Beneden een ruime woonkeuken, met aangrenzend een terras.  Eenvoudig te bereiken via een schuifpui.  Een buitenplek voor in de zomer.
Regelmatig hebben wij van die voorziening gebruikt gemaakt, zij het dan ‘s avonds.
De veranda ligt op het zuiden, en als het zonnetje goed haar best doet is het daar niet uit te houden, behalve dan als je een sinaasappel bent.  Wat wij dus niet zijn.  Boven zou het dan onze herfst, cq winterresidentie worden.  En nee, daar wordt toch minder vaak gebruik van gemaakt dan wij ons hadden voorgenomen.  De Kerstdagen hebben wel vaak de bovenkamer als decor gebruikt.

Dit heugelijk feit lag mede ten grondslag aan mijn persoonlijke inzet, nu anderhalf jaar geleden alweer, er het jaarlijks weerkerende Kerstdorp op te bouwen.  Toen begon het net een beetje tot mij door te dringen, dat de in mijn bloed geconstateerde afwijking gerelateerd aan iets met mijn, toenmalig nog aanwezige, prostaat, best wel eens heel ernstig kon gaan worden.  Ik geef hier ruiterlijk toe, dat het door mijn hoofd speelde, dat dit zomaar mijn laatste Kerst kon gaan worden.  Dit klinkt misschien best wel heftig, maar geloof me, het voelde toen nóg heftiger.
Om de begintijd van mijn burnout wat te verwerken, ben ik toen vrij vroeg met het bouwen van het Kerstdorp begonnen.  Eind november stond het daar in volle verlichting en glorie.

De hele tijd, heb ik het niet op kunnen brengen de zaak weer af te breken.  Alleen kreeg het een aangepaste benaming.  We noemden het gewoon, het winterdorp.  Dat kon gerust het hele jaar blijven staan.  Halverwege december tweeduizendachtien, werd het, zonder dat er iemand met de vingers hoefde te knippen of dozen van zolder tillen en een dag lang op de knieën te bouwen, weer het vertrouwde Kerstdorp.  Tot afgelopen zaterdag sierde deze witte opstelling ons, zo goed bedoelde, wintervertrek.
Na de diverse negatieve ( lees voor ons : positieve ) bloeduitslagen, de inmiddels vrij goed werkende medicatie tegen overijverig werkende zenuwen, de vruchtenafwerpende gesprekken die ik met zowel mijn therapeut als ook de dame van Lentis en het feit dat ik morgen ( lees : dinsdag ) weer mag gaan werken, heb ik de keuze gemaakt het geheel in dozen naar de zolder te verbannen.  Zoals iemand wel eens ritueel wat liefdesbrieven verbrandt of, in een erger geval, enkele eertijds dierbare foto’s aan de vlammen prijsgeeft, heb ik de huisjes, poppetjes, verlichting en drie kerken uit de woonkamer verwijderd.

De hele zaak opfikken vond ik een beetje overdreven.  Hetgeen ik wel eens gedaan heb, met een van lucifersstokjes gemaakt schooltje.  Het hek om het pleintje had ik gemaakt van nog ongebruikte zwafelstokjes, dus slechts de zijkant van een luciferdoosje was voldoende om de zaak in de hens te zetten.
Er wordt wel eens profetisch gesproken van, “ Morgen begint de rest van mijn leven ”.  Dat is in mijn geval meer waar dan ooit.  Hoe het zal gaan ?  Ik weet het echt niet.
Maar heel eerlijk gezegd en geschreven, dat heb ik nog nooit geweten.  Ik prijs mij gelukkig, dat ik dit alles niet van te voren heb geweten.

Zoals er geschreven staat, “ Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last “.  Eén, hooguit twee dagen voor uit kijken, verder moeten we niet gaan.
U hoort het van een ervaringsdeskundige die er lang over na heeft mogen denken.
U al het goede wensende.  Zij die gaan werken, groeten u.

Wat aanpassen en weer doorgaan

Het is heus niet zo dat ik uitverteld ben, of uitgeschreven.  Ook, zoals het er nu op lijkt, niet afgeschreven.  Dat stond altijd in bibliotheekboeken gestempeld, die niet meer interessant waren voor de uitleen.  Wat ik al eerder had verwoord, ik heb best veel bijgeleerd.  En, althans dat zal de toekomst uitmaken, ook veel afgeleerd.
Eens, heel lang geleden, heb ik te maken gehad met een carpaal tunnelsyndroom.
Na de nodige onderzoeken, spuiten en fysiotherapieën kwam ik ten slotte terecht bij een neuroloog.  Nu heb ik altijd al wat moeite gehad met beroepen die eindigen op de verleden tijd van liegen.  Dat is zuiver een gevoelsmatige kwestie, gegroeid nadat ik kennis mocht nemen van het begrip theoloog.  Dat komt omdat ik het vreemd vind dat je om iets te geloven, gestudeerd moet hebben.  En in veel gevallen, zijn zij die deze weg gegaan zijn van hun geloof afgestapt.

De neuroloog.  Hij heeft mij toendertijd onderzocht, en kwam tot de conclusie dat ik te kampen had met het al eerder genoemde, carpaal tunnelsyndroom.  Kortweg, CTS genoemd.  Wat er toen duidelijk werd, was dat door een jarenlange éénzijdige beweging iets in de verdrukking was gekomen.  Operen was de meest voor de hand liggende optie.  Alleen zijn antwoord over de slagingskans, en het eventueel herhalen van de ingreep, gaven mij de overtuiging, nu het beestje na vele jaren zoeken toch een naam had gekregen, met snijden te wachten tot het niet meer ging.  Verandering van houding zou ook een oplossing kunnen zijn, een tijdelijke dan.

Ik heb toen, zoals dat zo luisterrijk wordt omschreven, mijn eerste lang gehoopte schreden in de timmerindustrie gezet.  Zo heb ik het nog een paar jaar kunnen rekken.  Nu inmiddels al weer ruim dertig jaar geleden.  Een mooie periode. Ik hield van mijn werk met hart en ziel.  Al was het in die beginperiode wel hard werken, dagen van ruim negen uur.  Soms ‘s avonds weer terug om iets af te maken, en elke zaterdagmorgen er lekker tegen aan.  Het was vijf minuten fietsen, iets wat ik toen nog prima kon.  Toch kwam ondanks andere bewegingen en niet meer de éénzijdige handelingen bij het verpakken sodazakjes, wat ik bijna zeven jaar had volgehouden mede ook omdat de hele timmerindustrie volledig op haar gat lag, toch kwamen de klachten terug.  Wederom naar de neurloog, daar alle onderzoeken van voren af aan, en dan te horen krijgen dat operen toch de enige oplossing was.

Dat zal zo’n beetje 1996 geweest zijn.  Binnen twee weken beide handpalmen opengesneden, en gelukkig weer keurig dichtgenaaid.
Sorry, we hadden het over het veranderen van houding.  Lichamelijk geloof ik zeker dat daar vast wel mogelijkheden liggen.  Mensen kunnen stoppen met roken, het nuttigen van teveel alcohol bevattende dranken achter zich laten.  Zelfs meer gaan bewegen, serieus de sportschool bezoeken en meer uitingen in dat scala.  Het zijn zaken die absoluut op te brengen zijn.  Maar persoonlijk denk ik dat het veranderen van een natuur, welhaast onmogelijk is.  Het is een uiting van je karakter, iets wat in je zit.
Wat wel mogelijk is, een buitenstaander zal het verschil niet eens merken, ondanks je gevoel en instelling, anders te reageren.  Niet als liegen, begrijp me niet verkeerd.  Nee, ik ben overtuigd dat door even een pas op de plaats te maken, even de tijd te nemen voor er gerepliceerd wordt, er best iets te bereiken valt.
Als lid van het menselijk ras, ben ik bevoorrecht te kunnen en mogen denken.

Dit klinkt misschien wat neerbuigend, maar dit maakt wel het essentiële verschil tussen ons en de rest van de schepping.  Het is soms een kwestie van wennen, maar ik ben zeker van mijn zaak.  Kijk, hier in huis wordt wel eens, zelfs vaker dan eens, geopperd dat ik adrem ben.  Ze zeggen het in iets krachtigere bewoording, maar de strekking is eender.
Tijdens mijn meedraaien bij Cosis als vrijwilliger, kreeg ik juist te horen dat ik zo geduldig ben en zo goed kon luisteren.  Jawel.  Dat laatste is ook al meerdere malen uitgesproken door zowel mijn therapeut alswel mijn psycholoog.  En deze mensen liegen toch niet, ondanks wederom de uitgang, loog.

Ja, ik ben de stellige mening toegedaan dat ik meer ruimte laat vallen tussen een gestelde vraag en mijn antwoord.  Dit ondanks het feit, dat ik in veel gevallen mijn antwoord al klaar heb.  En ja, ik heb absoluut wel naar de vraag geluisterd.
Mijn gedachten gaan vaak snel.  Daar kan ik, helaas, niks aan veranderen.  Wel kan ik er aan werken de ander de indruk te geven dat ik betrokken ben.  Want geloof me, anderen voor de gek houden ligt niet in mijn aard.  Nou ja, alleen als het grappig bedoeld en oprecht is.  Desnoods sarcastisch, en niemand er nadelige gevolgen aan overhoudt.
Ik heb goede vrienden die daarvoor instaan, u mag ze er naar vragen.

Op het eind komt alles goed

Belofte maakt schuld.  In feite steeds weer de reden dat ik alleen dan wat beloof, als ik ook in staat ben deze toezegging na te komen.  Natuurlijk heb ik mij het afgelopen anderhalf jaar echt op mijn plek gevoeld.  Ook zij waar ik in wezen voor kwam, hebben daar aan bij gedragen.  Laten we eerlijk zijn, de zeer vele maanden waarin ik niet mijn werk heb kunnen doen en ook niet wist hoe, wanneer en of het ooit weer “gewoon” zou gaan worden, zijn best wel vervelend geweest.
Steeds heb ik gezegd, “ Het is maar goed dat het ons overkomt, en niet zij die er niet tegen kunnen ”.  Dat is uiteraard een onnodige en onzinnige opmerking.

Daar ben ik best wel goed in.  Onnodige en onzinnige opmerkingen te maken.  En ook nog vaak op verkeerde momenten en bij te hoog ingeschatte gezelschappen.  Te hoog als in het begrijpen van sarcasme, my middle name.  Niks ten nadele, ieder z’n talent.  Elke gek zijn gebrek, zullen we maar zeggen.
U kunt concluderen uit het voorafgaande, dat er iets te melden valt.  In mijn vorige schrijven heb ik even laten vallen dat er iets nieuws aan zat te komen.  Terwijl ik dit schrijf, denk ik even terug aan eerder deze dag.  Ja, ik heb afscheid genomen van mijn goede vrienden bij de Regenboog.  Goede vrienden, zijn het absoluut geworden.

Volgende week breekt er een nieuw tijdperk voor mij aan.  Dan ga ik weer, eerst op therapeutische basis, aan een nieuwe job beginnen.  Maandag eerst het benodigde VCA diploma behaald, met een score van acht komma acht.  Ja, daar ben ik dan best wel, naast er dankbaar voor te zijn, trots op.  De hele voorafgaande week flink op geblokt, en de hele dag een pittige training gevolgd bij een zeer kundige opleider.  Heb hem daar nog speciaal een compliment voor gegeven.  Dat vind ik dan zeker op zijn plaats, vast als enige.

Het is best wel opmerkelijk te noemen, dat op het moment dat ik medicatie heb tegen de pijnklachten er iets als een nieuwe baan op mijn pad komt.  Ja, zoals ik eerder al heb geschreven, vertrouwen en loslaten.  Morgen nog de MRI-scan, daar zal uit moeten blijken of en in hoeverre er beschadigingen zijn aan de zenuwen in mijn bovenbeen.  Maar nogmaals, de capsules die ik ‘s morgens en ‘s avonds inneem, schijnen hun werk goed te doen.  Toegegeven dat ze maandag wel ondersteuning gekregen hebben van twee ibuproven 400 mg.  Het was een lange zit, maar het resultaat maakte alles goed.

Een aantal cliënten en zelfs begeleiders waar ik bij de Regenboog toch een goede relatie mee heb opgebouwd, hebben de wens uitgesproken dat ik daar toch weer terug zou keren.  Om daar nou de conclusie uit te trekken dat ze mij een nieuwe werkplek misgunnen, daar geloof ik niet in.  Daar zijn ze ook veel te aardig voor.  Ze hebben er vast een andere reden voor, om dat uit te spreken.

Onze beide dochters zijn voor een weekje bij vrienden in Polen.  Best wel even vreemd.  Het is ze beide gegund, even samen met vrienden op vakantie.  Zoals Claudia en Waylon het zo mooi bezingen, “ Want ik mis je zo graag “.  Het gevleugelde gezegde gaat ook hier weer op.  “Afwezigheid in de liefde is als wind bij het vuur, het kleine blaast het uit maar het grote wakkert het aan “.
En dan te bedenken dat ik ga werken bij een bedrijf in brandbestrijding.  Hoe leuk wil je het hebben ?

Wij, de al bijna een jaar al opa en oma, hebben ook nog een weekje vakantie in petto.  Een beetje symbolisch als afsluiting van een periode.  Was het een nare tijd ?
Misschien niet echt.  Maar dat is achteraf natuurlijk eenvoudig te zeggen.
Weet ik trouwens zeker dat het van nu af aan beter gaat ?  Echt niet !  Vind ik dat een beperking ?  Nee, dit is hoe het gaat.  Dit is het echte leven.  Geen film of een al te lang lopende tv serie.  Zou ik met een ander willen ruilen ?  Van je never nooit niet.
Met frisse moed de toekomst tegemoet.  Zal ik eens wat verklappen ?

Eigenlijk had ik er niet meer op gerekend.  Het leven is mooi.  Te mooi om het kalm aan te doen.  En ik heb nu inmiddels een hele tijd mogen oefenen.
Dank aan iedereen die net als ik er in zijn blijven geloven, en ons gesteund hebben.
Als het op prijs gesteld wordt, schrijf ik nog wel eens een verhaaltje.  Geef maar een seintje.  Barry Ryan zong bijna vijftig jaar geleden al, “ Give me a sign ”.
Daar sluit ik me dus bij aan.
Voor iedereen het allerbeste gewenst.

Vertrouwen en loslaten

Deze week heb ik toch weer het sterke pijnstillende middel tot mij genomen.  En nee, ik was niet lichamelijk buiten mijn onbeschreven boekje gegaan.  De reden, dit keer, lag ten grondslag aan de indrukken van buitenaf.  Zonder hier veel woorden aan te spenderen, wil ik het er in het kort op houden dat er zich heel misschien nieuwe mogelijkheden aanbieden.  Vooralsnog wil ik hier nog niet verder op in gaan.  Maar ik kom er later absoluut op terug.

Afgelopen zaterdag, heb ik een paar uurtjes gevuld met het metselen van een flessenmuurtje.  Een laag muurtje bestaande uit wat kant en klaar cement en, inderdaad, flessen.  Bij de vijver heb ik jaren geleden een zelfde bouwwerk gecreëerd.  Zoals te verwachten ben ik dit keer wederom te lang doorgegaan, de aard van het beestje.  Serieus anderhalve dag, de zaterdagavond niet meegerekend, met veel pijn rondgelopen en gezeten.  Tsja, hoe zal dat ooit gaan in mijn toekomst ?
Doceren, en mezelf in acht houden.  Daar zal het om draaien.

Vandaag met de stenen rand, rond de grascirkel begonnen.  Het is een bestrating van vijf klinkertjes breed, met een rechtop staand steentje langs de buitenkant als steun.  Inmiddels is het gras er wat overheen gegroeid, en de steentjes liggen er wat hobbelig bij.  Bijna een meter gedaan, en daarna weer gestopt.  Vond het van mezelf een hele prestatie, dat ik niet net als afgelopen week heb doorgezet tot het echt niet meer ging.  Het blijft een pijnlijke houding, zo op de knieën en gebogen bezig zijn.
Eigenlijk moet ik dat gewoon niet meer doen.  Maar zeg nou zelf, wie gaat het dan oppakken ?  Hoe verlang ik toch naar het moment dat ik weer een beetje kan meedraaien in de grote mensenmaatschappij.  Zo langzamerhand heeft het toch lang genoeg geduurd ?  Het is wat het is, en het zal worden wat het gaat worden.

Mijn dochter heeft gisteren haar nieuwe, voor haar dan het is een tweedehandsje, auto opgehaald.  Het karretje wat zij had is helaas overleden.  Er was een andere auto tegen aan gereden, en toen waren ze beide stuk.  En dan bedoel ik dus, écht stuk.  Gelukkig voor beide partijen, geen lichamelijk letsel.  Hooguit wat blauwe plekken en lichte kneuzingen.  Ook onze kleindochter, die achterin haar zitje zat, is er goed van af gekomen.  Ja, spannend was het wel.  Als je een telefoontje krijgt, “ Pap, ik heb een ongeluk gehad, en de auto is total-loss ”.  Rij dan maar kalm naar de twintig minuten verderop gelegen plaats des onheils.  Drie politieauto’s en twee ambulances, dat is dan best wel even slikken.  Het mocht allemaal weer goed komen.  En blikschade schijnt er in de meeste gevallen bij te horen.  Zo worden we er weer eens met de neus op gedrukt, dat er maar weinig zekerheden in het leven zijn.

Hoe belangrijk is het om nooit weg te gaan zonder groet, of met ruzie uit elkaar te gaan.  Het zou maar zo kunnen zijn, dat het de laatste keer is.  We kunnen er helder over zijn, geniet zolang het kan.  Soms is het zomaar ineens later.
Oma heeft daar een goede oplossing voor, gebruikt ze al jaren.  Ze heeft haar wekker op tien minuten eerder staan.  Dus is ze steeds haar tijd vooruit.  Niet echt natuurlijk, maar hoevelen lopen er niet op deze aarde rond die zichzelf steevast voor de gek houden ?  Sterker nog, hoevelen zijn er die zich doelbewust door anderen in het autootje laten nemen ?
De afgelopen dagen heb ik wat horen zeggen over de hemel, en het beeld dat menigeen daarover heeft.  Ook heb ik een paar keer op tv iets langs zien komen over de nasleep en gevolgen van kanker.  U zult denken, wat een opmerkelijke combinatie.  Voor beide heb ik één woord, “Vertrouwen”.  Dat gaat heel ver, vertrouwen op herstel van een kwalijke ziekte.  En vertrouwen in iets waar niemand het fijne van weet, maar velen een mening over hebben.  Bang zijn om dood te gaan ?  Nee, dat heb ik geen enkel moment ervaren.

Nog steeds wil ik er in geloven dat het weer goed komt, daar ben ik voor mezelf van overtuigd.  Dat is vertrouwen en loslaten.  Wat in twee woorden te beschrijven is, maar soms een heel mensenleven lang duurt.  Hoevelen zijn er niet die alle psalmen en gezangen in de kerk uit hun hoofd kunnen meezingen, maar als er iets ingrijpends in hun leven plaatsvindt blijkt het toch een heel ander verhaal te worden.  Ik laat ieder het zijne.  Heb de handen al vol aan het mijne.
Ik hou het op vertrouwen en loslaten, dat eerste heb ik altijd gedacht dat ik had.
Dat tweede ben ik nog elke dag mee bezig.  Zoals vaak gezegd wordt, “Het blijft een kwestie van geloven”.  En ja, ik geloof het wel.

 

Even weer wat bijpraten

Alweer een tijdje geleden dat ik me er toe heb gebracht iets te vertellen.  De reden ?  Misschien heb ik niet zoveel meer te vertellen.  Tenminste, iets wat de moeite waard is.  De laatste uitslag wat betreft de PSA waarde was goed.  Er was geen meetbare waarde.  Over drie maanden de volgende meting.  Soms ga ik zelfs geloven, dat ik grotendeels hersteld ben.  Op de andere momenten denk ik dat er in de meeste gevallen binnen de grenzen gebleven wordt.
Bij het laatste gesprek met de uroloog werd er ook al even gezinspeeld op een operatie.  De breuk, die ze gevonden hadden met de echo, zij het dan met een fikse slag om de arm, kon verholpen worden.  Als ik het al eerder besprokene en onderzochte op een rijtje zet, dan meen ik dat het om drie breuken ging.  De recidivebreuk, de breuk op de plek waar de prostaat door is verwijderd, en dus eentje die zich ergens in de liesstreek zou moeten ophouden.  Helaas wordt er geen garantie gegeven op het verdwijnen van de pijnklachten.  De afspraak met de neuroloog staat.  Daarna zullen we de volgende mogelijkheden bekijken en de gewenste stappen zetten.
Tot zover de bijgewerkte administratie.

Hoe staat het er verder eigenlijk voor ?  Het lijkt er op, dat het zich een beetje stabiliseert.  Ergens is er een status quo.  Gedraag ik mij een beetje, zowel fysiek als mentaal, dan is het tot op zekere hoogte uit te houden.  ’s Nachts toch regelmatig zeurende pijn in mijn lies en been.  ’s Morgens bij het wakker worden net even teveel dingen die maar geen eigen plekje kunnen vinden in mijn hoofd.  Ja, eigenlijk zou ik mij gelukkig moeten prijzen met de klachten die er over zijn gebleven.

Het begeleiden van anderen bij Cosis, gaat mij goed af.  Eigenlijk is dat best wel verrassend te noemen.  Iemand als ik, steeds de streber geweest.  Altijd geroepen dat ik er niet was, of dat ik er voor drie tot vierhonderd procent voor zou gaan.  Nu neem ik de tijd om rustig te luisteren, en zelfs wat kalmer te spreken.  Aan dat laatste zijn nog wel een aantal verbeter puntjes toe te voegen, maar het lijkt er op dat het echt iets voor mij is.  Dat zijn tenminste de reacties die mij bereiken.
Met de vervangster bij de organisatie die zich bezig moet houden met mijn reïntegratie, is er een kennismakingsgesprek geweest.  Met haar voorganger is het bij een kennismakingsgesprek gebleven.  Het schijnt nog wel eens voor te komen dat, bij instellingen als deze, iemand zomaar vervangen wordt.  Zo was het ook al bij de verzuimspecialist, de club die de betalingen en alle andere zaken wat betreft ziektewet regelt.  Laat ik het er op houden dat het, alles bij elkaar, niet altijd meevalt.

Nu zal ik de laatste zijn om te klagen.  Al is het wel zo, dat ik het liefste dit alles zo snel mogelijk achter mij zou willen laten, en weer mijn oude leventje oppakken.
Zo langzamerhand dringt het tot mij door wat er allemaal, aan best wel ingrijpende zaken, gebeuren kunnen in een mensenleven.  Ook hoe moeilijk het is, daar een juiste weg in te vinden.  En bovenal hoe lastig het is daar mee om te gaan.
Een beetje het punt halverwege de eerste stijging bij een achtbaan, om het voorbeeld er maar weer eens bij te pakken.  Maar dit keer eentje waar de passagiers niet verder worden verhoogd.  Een kleine onoverkomelijkheid die de voortgang blokkeert, er is iets wat het niet meer doet.  Er zijn dan twee mogelijkheden.  Of de attractie komt hijgend en puffend weer in beweging, ofwel het punt daar halverwege het traject is het hoogst bereikbare voor de durfhalzen.  De brandweer of een andere hulpdienst zal er aan te pas moeten komen om alle inzittenden weer met de beide benen op de grond te krijgen.
Wat op zich ook als een spannend avontuur beschouwd mag worden.

Wat ik met deze omhaal van woorden wil duiden is, dat ik niet weet waar het vanaf het punt waar ik mij bevind heen zal gaan.  Wat ik ook al eens eerder hier heb geschreven, dat ik het nog steeds vreemd vind in een achtbaan terecht gekomen te zijn, terwijl ik mij niet bewust was dat ik in de rij heb gestaan.  Wat ik wel wil benadrukken is dat het mij telkens weer verbaast hoe er steeds weer anderen op mijn pad komen, waar ik, was ik niet uitgevallen uit het arbeidsproces, nooit tegen aan was gelopen.  Een hele andere wereld dan welke ik in al de voorgaande jaren als de mijne had beschouwd.
Dus of het nu nog wat beter gaat, of het zo blijven zal of dat er nog iets anders achter aan komt, ik pak het met beide handen op.  Wat het ook is, het is van mij.
Daar kan een ander niks mee.  Hooguit dan mijn verhalen een beetje volgen.
Of in het ergste geval, mij persoonlijk meemaken en het dan moeten aanhoren.
Mijn oprechte excuses.