Dat denk ik. Tenminste dat denk ik, dat ik dat denk.

Als ik heel eerlijk moet zijn, dan moet ik hier erkennen dat ik toch wel wat geschrokken ben. Van twee kanten zelfs. De afgelopen weken heb ik meerdere gesprekjes mogen voeren, met diverse goede bekenden. Hier durf ik zelfs zo ver te gaan, ze vrienden te noemen. Hoezeer ik mij daar soms ook over verbaas, er zijn velen die geraakt worden door deze mededeling. Nu ik van de kennisgeving, wat betreft de oplopende waarde, wat meer afstand heb genomen, kijk ik er nu wat genuanceerder tegenaan. Er is altijd wat tijd nodig om zaken te laten bezinken.
Tevens de reden, dat ik er nog even op terug kom. Dan wat betreft de andere zijde van mijn schrikken. Deze ligt wat gecompliceerder. Ergens is het niet leuk voor buitenstaanders, berichten van deez’ aard te ontvangen.

Zo terloops wordt er bij deze of gene zo her en der wat geïnformeerd naar het wel en wee. Dikwijls met de niets aan twijfel overlatende vraag, “Hoe gaat het ?” Het enige juiste, en ook gehoopte antwoord luidt dan voor de vragende – in wezen was het geen vraag –  “Goed”. Ieder ander repliek is derhalve fout. Fout als in het tegenovergestelde van goed. “Prima” of “Het gaat wel”, zijn al twijfelgevallen. Er gaat een zekere – lees : onzekere – ondertoon van uit. Vaak heeft het antwoord op de gestelde vraag hoe het gaat, in de meest voorkomende gevallen iets wat dicht bij deze antwoorden in de buurt komt. Waarom, zo zult u zich ongetwijfeld – vast niet – afvragen ? Al eerder heb ik hier mijn mening, ongevraagd, over gegeven. Wat wil men horen, en wat krijgt men te horen ?

Als ik anderen nu met een verhaal opzadel waar in te lezen valt dat zaken toch net even anders lopen dan op gerekend werd, dan zit menigeen daar niet op te wachten. Ze hadden liever iets anders gelezen. Ik voel me daar dus best wel wat door bezwaard. Aan de andere kant weet ik dat er in de voorgaande periode werd meegeleefd. Ook dat er daardoor juist een inkijkje werd gegeven in het reilen en zeilen van waar wij een paar jaar mee te stellen hadden – en dus nog hebben – Voor de duidelijkheid, het is geen klagen. Gewoon zaken bespreekbaar maken. Niets meer en niets minder. Iedere lezer heeft wat mij betreft de vrijheid er iets van te vinden. Toch voel ik nu dat ik anderen met mijn besogne kwel.

Dat gevoel heb ik bij het schrijven van de voorgaande verhalen niet gehad. Het was iets als een langlopende teevee serie, waar steeds weer een nieuw seizoen aan werd toegevoegd. Nu, alweer een tijdje, na het, indertijd, afrondende verhaal, voelt het als het weer lostrekken van een maar heel langzaam en matig geheelde wond. Afgezien van de breuk daaronder en eventueel littekenweefsel, is er nog iets kwalijks achtergebleven. Tenminste, als de PSA-waarde ons niet bedriegt. Er zijn momenten dat het niet meevalt om een mens te zijn. Dan beperk ik mij in dit geval met de beschrijving, “Een denkend wezen”.
Dat is voor mij waar het om draait. Niet het oeverloos gepeins, waar velen onder gebukt gaan. Behalve dan de semi-sportvisser die met zijn hengeltje aan het water de verdwaalde blik laat zweven over het haast rimpelloze water, wiens gedachten – net als het vredig dansende dobbertje, direct verbonden met het gemene haakje daaronder – letterlijk kant noch wal raken.

Zei Toon Hermans niet eens, “Soms denk ik wel eens, wat denk ik nu weer.” Of was het toch Wim Kan ? Of het wetenschappelijk onderbouwd is, weet ik niet. Toch hoor ik wel eens iets over de relatie tussen denken en dementie. Wat wel uit een studie naar voren komt, is dat negatief denken de kans op geestelijke aftakeling aanmerkelijk verhoogd. Ik vraag me wel eens – vaker dan eens – af, waardoor denk ik ? Niet waarom, maar wat het teweeg brengt.

Bijna drie week geleden ben ik geopereerd aan de mij al heel lang plagende buikbreuk. De plek waar zo’n drie jaar geleden de prostaat inclusief de tumor en andere kwalijke zaken uit mijn lichaam zijn verwijderd. Er zat een gaatje van ongeveer een centimeter in de onderhuid, en, zoals verwacht, vrij veel littekenweefsel. Of daar ook wat aan gedaan is, dat weet ik – nog – niet. Een lang wachten daar in het ziekenhuis. Ze lopen daar letterlijk op hun tenen. De planning ligt zo strak, dat er helemaal niks mag tegenzitten. Dat was dus wel het geval. Geloof mij, ik vind het niet erg om vier uurtjes te wachten.
Wel hebben ze op mijn verzoek even contact opgenomen met het thuisfront. Die dachten ook vast, “Waarom horen we niet dat het achter de rug is”. Als je dan tegen kwart voor drie – ik moest er om half twaalf zijn – te horen krijgt dat het hele gebeuren misschien niet doorgaat, dan wordt het iets anders. Iemand die terug was van de OK, lag daar bij te komen op de zogeheten verkoeverzaal. De ruimte waar je voor en na de operatie verblijft. Hij had veel pijn, en ging derhalve weer terug naar de operatietafel. Dat verlengde mijn wachttijd met iets meer dan een half uurtje.

Ik neem niemand iets kwalijk. Zo gaan zaken soms. Zodra er dan gezegd wordt dat je aan de beurt bent, dan gaat het ineens heel snel. Het ene moment wurm je je op de tafel waar de ingreep zal plaatsvinden, het volgende moment ben je weer terug op de plek waar je vlak daarvoor twee uur hebt liggen wachten, en denken. Daar heb je dan ruim de tijd voor. Ik heb me werkelijk geen moment verveeld. Daarna weer kalm aan herstellen, en niet teveel doen. Lichamelijk dan. Het stak behoorlijk, meer dan ik mij van voorgaande ingrepen kan heugen. Al kan dat ook aan mijn geheugen liggen. Ach het meeste zit toch tussen de oren, zullen we maar zeggen. En de rest zullen ze mettertijd nog wel wat aan gaan doen. Dat denk ik tenminste. Vrijdag horen we er weer meer van, dan zijn de zes weken voorbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: