Het blijft een vorm van rustig verder gaan.

Eind februari heb ik mijn laatste stukje geschreven, in de verwachting dat ik het daarbij zou laten.  Dat was niet zozeer een geplande bedoeling, het is gewoon zo gelopen.  Sinds die tijd, en ook daar vóór al, vele gedichten geschreven.  Die teller staat op dit moment op bijna achthonderdvijfentwintig.  Een achtbaar aantal, al zeg ik dat met enige vooringenomenheid.  De huidige crisis met betrekking tot het virus, heeft mij al meerdere keren inspiratie doen opleveren tot dichten. 

Het is een bijzondere tijd waarin wij nu ons leven leiden.  Of moet ik hier de variant “lijden”, gebruiken ? Al meerdere keren heb ik kennis mogen nemen van uitingen die een link trachten te leggen tussen de tijd, vijfenzeventig jaar en wat langer geleden, en de huidige tijd.  Er zijn ongetwijfeld raakvlakken, maar ergens wil ik daar niet een één op één situatie van schetsen.  Zij die het toen hebben moeten doorstaan, en ook nu geraakt worden, kunnen daar een beter antwoord op geven. 

Nog steeds ben ik bezig met het doorspitten van de voorgaande verhalen.  Het valt niet mee alles weer terug te lezen en, waar nodig, hier en daar wat anders te formuleren.  Aan de strekking wil ik pertinent niks veranderen, het is geschreven met de kennis van dat moment.  Niet die van nu. 
Hoe is het nu, dit moment ?  U zult mij niet horen klagen.  Het is een deel van mij geworden, de wijze waarop ik mij beweeg in de dagelijkse sleur.  Zelf komt het mij vaak voor dat het best goed gaat.  Zou die vraag gesteld worden aan mijn naasten, dan is het antwoord misschien van iets andere aard. 
Ergens heb ik mij een wijze eigen gemaakt, waardoor ik er mee weg kom.  Hier laat ik bewust een bijvoeglijk naamwoord achterwege.  Vraag dat maar aan zij die mij dagelijks meemaken.  Goed, redelijk, aardig, grandioos of slecht.  Zij zien het beter dan ik. 

Vorige week ben ik ook een beetje, heel erg beetje teveel, overactief in de tuin bezig geweest.  Grindtegels verslepen is, zoals ik er al een aantal keren mee om de oren ben geslagen (niet met die grindtegels) een bezigheid die niet aan te raden is aan iemand in mijn positie.  Maar ze lagen mij in de weg, nu nog steeds dus.  Het heeft er in geresulteerd dat ik zowel zaterdag als zondag, meer last heb gehad.  Zodanig dat ik, na tevens wekenlang aandringen van vrouw en dochterslief, een afspraak heb gemaakt met de huisarts. 
Om de vijf zes weken, soms iets vaker (nou ja bijna soms), bezondig ik mij aan het gebruik van pijnstillers.  Telkens schrik ik dan weer hoe dat voelt.  Dan moet ik erkennen dat de anderen om mij heen gelijk hebben.  Ja, er is steeds iets als pijn.  Ook als ik dus ergens fysiek mee bezig ben, is het er steeds.  Vervelend, zeurderig, en ja toch wel pijnlijk.  Een tijdje heb ik gedacht, dat het wel wat af zou gaan nemen.  Als ik maar gewoon doorzet, zo af en toe wat forcerend.  Het enige wat er is veranderd, is mijn manier van doen. 

Hier thuis doen ze verwoede pogingen mij naar morfinepleisters te krijgen.  Ik wil daar, nog, niet naar toe.  In het onderhoud dat ik met de huisarts had, hebben we dit ook besproken.  Zijn advies was, om naast de snelwerkende vorm van pijnstilling (deze morfine werkt snel, maar is na vier uur uitgewerkt) om daarnaast een traag werkende soort te gaan gebruiken.  En dan dagelijks.  Met name om de reden, dat ik ‘s nachts zeker drie á vier keer wakker word vanwege pijnklachten. 
Dus gisteren na het eten een pilletje gehad.  Het klinkt misschien wat ordinair, maar het is beslist geen straf.  Na een tijdje kon ik vernemen dat mijn lichaam de pijn losliet en ik heerlijk kon ontspannen.  Op momenten als deze merk ik pas hoe ik ben gaan wennen aan wat ik steeds voel. 

Net als bij de snelwerkende variëteit is dan alle pijn verdwenen.  Daarnaast heb ik ook de hele nacht ongestoord doorgeslapen, zonder een drang mij op de andere zij te draaien.  Waar ik dan de voorgaande keren wakker werd om anders te gaan liggen, heb ik vannacht misschien niet goed gelegen.  Ja, weer een behoorlijk stekende zij vanmorgen.  Nu gaat het weer wat beter, languit op een stoel zittende.  Straks weer de, nu,  dagelijkse medicatie.  Maar paar weken aankijken, en dan weer op consult. 
Ook is er trouwens een afspraak gemaakt om toch maar wat te laten doen aan de wondbreuk.  Leek de hem wel beter om te doen.  Dan was er, volgens de huisarts, in elk geval één plek minder pijnlijk.  Hij heeft daar een punt. 
U ziet, het leven gaat door.  Hebben we even weer bijgepraat.  Ik tenminste.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: