Waar de bochtige weg ons leiden zal.

Al meerdere malen heb ik de afgelopen twee jaar vergeleken met een ritje in de achtbaan.  Ook wel als een waterval, waarbij na het donderende geraas van het vallende water er een poosje een ogenschijnlijk kalme watervlakte te zien is.  Wij zijn jaren geleden, mijn vrouw en ik, bij de Krimmler watervallen geweest.  Om daadwerkelijk bij het hoogste punt van deze waterpartij te komen hebben wij er zo’n vier-en half uur over gedaan.  Naar beneden was het trouwens aanmerkelijk sneller.  Tussendoor waren er een aantal keren mooie uitzichten op het neerdalende water te bewonderen.
Dan kijk je over het relatief kalme water tot waar het uit het zicht verdwijnt.  Daar waar het zich, buiten ons bereik, de diepte in stort.  Vooral bij de afdaling vraag je je dan af, of je weer helemaal beneden bent aangekomen, of dat achter de volgende bocht nog een stukje water aan het vallen is.

De weg omhoog gaat bijna achteloos.  Oké, het is even doorstappen, maar je doet het dan ook om een hoger doel te bereiken.  Omlaag gaat het anders.  Ineens ben je weer bij het begin terug.  Een mensenleven zit misschien ook wel een beetje zo in elkaar.  Wanneer komt het moment dat je de top hebt bereikt ?  Als je die dus al ooit zult bereiken.
Soms is een leven te kort om aan het hoogste punt te geraken, en soms pieken mensen te vroeg.  Zonder te weten waar onze weg ons leiden zal, is het al een overwinning te noemen dat we ergens aankomen.  Ik bedoel dat we niet ergens onderweg verdwalen in het grote enge bos dat wij de wereld noemen, en worden verslonden door de boze wolf.  Die dan in wezen niets anders is dan wij zelf.

Wij maken onszelf bang voor het leven.  Bang voor wat er achter de volgende bocht op de loer ligt.  Bang voor de angst die pas dan komt, als we niet meer bang zijn.  Onder het helder, de mooie blauwe lucht weerspiegelende, wateroppervlak gaat niets schuil.  Het enige struikelblok in dezen is, dat we dat wel verwachten.  Het bekende appeltje voor de dorst.  Waar we nooit gebruik van hoeven te maken, omdat we de dorst al voorbij zijn.  Het is nooit anders geweest, en zal dat ook nimmer worden.  Terwijl we druk bezig zijn oplossingen te bedenken, lossen de problemen zichzelf op.
In de Bijbel staat geschreven, “ Er is niets nieuws onder de zon ”.  We vallen en we staan weer op, om dan even later weer onderuit te gaan.  Gevolgd door overeind komen en weer doorgaan.  Pas op het allerlaatst zullen niet meer opstaan, dat is dan na onze laatste val.

Afgelopen week ben ik naar een crematie geweest.  Het was een bezoeker van de Regenboog, waar ik een paar dagdelen per week help.  Iets meer dan een jaar geleden heb ik deze man leren kennen.  Kennen is natuurlijk geen vlag die de lading dekt.  Een aantal keren heb ik met hem mogen praten en wat assistentie verrichten bij het maken van zijn speksteenbeelden.  Vanuit een rolstoel en halfzijdig verlamd, is dat een hele opgave.  Als er iemand is die iets te klagen had over het leven, dan was hij het wel.
Geen klacht heb ik ooit van hem gehoord.  Alleen de laatste keer dat ik met hem sprak,    “ Het gaat niet meer “.  Jaren bij de bereden politie geweest.  Een statige man, zoals ik mocht horen bij de afscheidsplechtigheid en zien op de getoonde foto’s.  Ik ken hem alleen vanuit zijn zittende positie.

Voor mensen als hij, zouden ze een standbeeld op moeten richten.  Ja, hier kan menigeen een voorbeeld aan nemen.  Wie ben ik om te klagen over wat er allemaal niet meer is ?  Er zijn meer dingen die ik wel kan, dan welke niet meer voor mij zijn weggelegd.
Twee jaar geleden wist ik dat niet.  Twee jaar, en langer, geleden had ik dat wel kunnen weten.  Het enige wat ik had hoeven doen, was een beetje opletten.  Mijn blik was slechts gericht op andere zaken.  Valt mij dit euvel te duiden, om het maar eens op een indringende wijze mijzelf af te vragen ?  Nee, natuurlijk niet.  Hoe moest ik nou weten dat achter één van de vele bochten die mijn levenspad nam, deze afdaling kwam ?

We gaan stilaan verder.  Hier en daar ontmoeten we nieuwe vrienden, en hier en daar laten we iemand gaan.  Moeten we afscheid nemen.  Zolang we maar verder willen.  Ook als het soms even niet verder wil.  Hoe, wat, waar, met wie, waarom, hoe lang ?  Maakt het iets uit ?  Neem het leven.  Pak het met twee handen aan.  Omarm het, koester het.  Het is van jou.  En het mijne van mij.  Ruilen kunnen we het niet.  We zouden er hoe dan ook spijt van krijgen als we het omwisselden.
De meesten weten dat stilstaand water gaat stinken, en alleen dode vissen met stroom meedrijven.  Dus, wat doen we ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s