Er zijn geen wachtenden meer voor u

Wij zijn meerdere keren in een attractiepark geweest.  Zoals daar bijvoorbeeld het Ponypark Slagharen is, wat inmiddels een andere naam heeft gezien het feit dat er zich geen pony’s meer op het terrein bevinden.  Ook moet ik hier bekennen, dat al die keren dat wij er zijn geweest ik geen enkele hoefdragende viervoeter heb mogen ontmoeten.  Dan heb je Julianapark, Het land van Jan Klaassen en uiteraard, wat mij betreft het mooiste park, de Efteling.

Mensen hebben toch ergens een vreemde kronkel om uitdagingen aan te gaan.  De één gaat daar dan iets verder in dan de ander, bungee jumpen van een hoge brug ergens over een woeste rivier of abseilen langs een meters hoge waterval en in het allerergste geval samen met je beide dochters een bezoekje brengen aan de primark.  Dat laatste is een grapje, ik blijf over het algemeen ver uit de buurt van dit soort zaken.  Staan te wachten is trouwens wel in de bovenstaande gevallen een bittere noodzaak.

Wachten in de rij voor de kassa, hetzij om een park binnen te mogen, anderzijds om de langgehoopte, en na vele rekken of bakken doorzocht en gepast hebbende, kledingstukken te mogen afrekenen.  Ook het wachten, stilstaan en langzaam rijden, in een file om ergens aan te komen.  Waar dan ook vele anderen dezelfde stil gekoesterde wens er op na hielden, gezellig een dagje uit te zijn.  Er is nog een moment van wachten, en dan doel ik dit keer niet het verbeiden in een wachtkamer in het ziekenhuis, of het wachten op een uitslag van een arts.  Ook het moment dat er weer een controle komt om te kijken hoe de zaken er voor staan, is niet waar ik dit keer doel.

Het gaat dieper dan dat.  En ik geloof ook niet dat het eenvoudig te begrijpen is.  Althans als u het niet zelf aan den lijfe hebt ondervonden.  Op het moment dat een attractie zoals ik noem maar willekeurig een achtbaan, en dan zeker niet de Baron 1898.  Op het moment dat de reizigers uitstappen en de zitjes bezet worden door nieuwe argeloze slachtoffers in spé, dan zijn er daarna een paar seconden waarop er niets gebeurt.  Met de kennis dat er aanstonds wel iets op het programma staat.  Iets wat soms best wel als heftig te omschrijven is.  Gelukkig valt het dan achteraf ook vaak weer mee, en wordt er meteen weer aangeschoven in de ruim drie kwartier durende wachtrij voor nogmaals een hartverzakking.

Dat wachten net vlak voor de eigenlijke ontwikkeling is misschien maar heel kort, toch wordt het door de meesten als langer ervaren.  Het wachten waar ik al de hele tijd naar toe wilde, is meer het afwachten.  En dan het afwachten wat er voor mij in het verschiet ligt.  De laatste tijd heb ik op teevee gezien, en ergens op internet meerdere keren gelezen van anderen die ook herstellende zijn van, zeg maar gerust, levensveranderende ingrepen.  Op het moment dat ze er midden in zitten, is er veelal ruim begrip voor hun situatie.  Toch komt er een tijd, dat ze weer verder moeten.

Het is van de buitenkant niet te zien, voor een buitenstaander, hoe ze nog steeds kampen met de gevolgen.  Vooral als ze, zoals ook ik het steeds weer probeer, er niet mee te koop te lopen.  Niet zielig willen doen, niet voor de omgeving laten weten dat het niet meer zo gaat als voordat het plaatsvond.  Echt, ik ben bang dat dit niet te begrijpen is.  En in wezen is dat ook goed zo.  Het hele leven, ook van zij die gezond zijn, is het afwachten op wat komen gaat.

Zei John Lennon niet eens, “ Life is what happens to you while you’re busy making other plans “.  Niet door hem zelf bedacht, maar gebruikt in het nummer Beautiful Boy dat hij schreef voor zijn zoon Sean.  Het waren wel woorden die uit zijn hart kwamen.  In ons leven denken we soms dat alles gewoon is.  In een wereld waar eigenlijk niks meer gewoon is.  Of nog scherper geformuleerd, waarin alles als gewoon beschouwd zou moeten worden.  Dat mag iedereen naar eigen weldunken invullen.

Luther, de man van de vijfennegentig stellingen en andere zaken waar de toenmalige Katholieke kerk niet geheel gelukkig mee was, die Luther heeft eens gezegd, “ Als morgen de wereld vergaat, zal ik vandaag nog een boom planten “.
De eerder genoemde John Lennon schreef in het nummer Imagine juist, “ Imagine there’s no heaven, and no religion too “.  Of ik nog een boom zou planten als ik wist dat Jezus morgen weer terug kwam, dat durf ik niet te beloven.

Wel blijf ik geloven dat het beter gaat worden, veel beter dan wij ooit ook maar kunnen voorstellen.  Tot die tijd blijf ik gerust afwachten, soms met lichte spanning maar meestal in het volste vertrouwen.  Misschien dat het niet lang meer duurt, ik blijf doen wat ik kan en mag.  En verder gewoon loslaten, keurig op mijn beurt wachten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s