Respect en soms zonder klachten

Hier eigen ik mij de vrijheid toe te mogen stellen dat iedereen, niemand uitgezonderd, ergens wel eens in meer of mindere mate betrokken is of is geweest bij een ernstige ziekte.  En zo is ook iedereen er wel van doordrongen, dat het telkens weer anders wordt ervaren.  Anders voor zij die er van, laten we het noemen, een veilige afstand van horen.  Anders voor zij die het bij directe naasten beleven, en als laatste categorie bij zij die het zelf aan hun eigen lichaam ondervinden.

Dit is een vrij ongecompliceerde beschrijving van de wijze hoe om te gaan met ingrijpende krankheid en kwalen.  Misschien is het op het eerste oog in het geheel niet zo duidelijk te zien, wat precies de positie is van een aandoening, of juist de nasleep ervan, bij zij die er mee te maken hebben of hadden.  Expres gebruik ik hier dus ook de verledentijdsvorm.  Wanneer is iets achter de rug, wanneer komt het moment dat er gesproken kan worden van een definitief herstel ?

Nu ik, zo’n dertien weken inmiddels, wat assisteer in Stadskanaal bij ac De Regenboog ( ac staat trouwens voor agogisch centrum, dit om verwarring te voorkomen bij mijn lezers, wat het laatste zou zijn wat ik wil ) begin ik mij er steeds meer bewust van te worden hoe goed het altijd was.  Niet goed als in dat alles lekker liep nee goed als in, nergens echt zorgen over maken.  Niet dat ik me zorgen maakte.  Ik had, en heb nog steeds, het volste vertrouwen dat het goed zal komen.  Misschien een beetje lastig om de juiste uitleg te geven, maar ik leefde mijn leven op een wijze die voor mij gewoon was.  Ergens had ik, mijn geloofsovertuiging ten spijt, ergens had ik het gevoel dat ik controle had over mijn aanwezig zijn hier op deze planeet.  Maar er waren vele aangelegenheden waar ik blind voor was.

Misschien kan ik het een beetje verhelderen met een kleine bespiegeling van iets wat mij vroeger, lang geleden bij mijn eerste part-time baantje, is opgevallen.  Samen met mijn ouders was het zaterdagmorgen de tijd om boodschappen te doen, en wel bij de grote kruidenier die toen nog niet op de kleintjes lette en al helemaal niks van hamsteren wilde weten.  Nu is het een ieder bekend, dat de verkochte artikelen steeds weer worden bijgevuld.  Een grootgrutter kan nou eenmaal niets met lege vakken.  Deze werden, en vast nog steeds, geleverd op pallets en hoge karren die zich tot het moment van leeghalen in de van toepassing zijnde wnkelpaden staan te wachten, de zogeheten straatjes.  Voor de eenvoudige winkelbezoeker, ik beschouw mijzelf niet als bijzonder, zouden deze obstakels zeker op moeten vallen.

Als wij ons daar met ons winkelwagentje door de diverse afdelingen verplaatsten, moesten deze voorraden klaargestaan hebben om uitgepakt en als vakvulling gebruikt te worden om op zodanige wijze de bezoekende klanten tevreden te stellen.  Wilt u mij wel geloven, dat tot het moment dat ik daar zelf als vakkenvuller heb gewerkt, ik nooit iets van die volle palletten en hoog volgestouwde karren heb gezien ?  In mijn ogen waren ze er gewoon niet.  Hoe komt dat ?  Mijn visie is deze, omdat ik er geen interesse voor had.

Het is het grote verschil tussen kijken en zien.  En zo is het nu ook met mij gesteld, natuurlijk heb ik wel vaker mensen in rolstoelen gezien of zij die zich verplaatsten met een scootmobiel.  Maar mijn interesse ging daar niet naar uit, ik registreerde deze passanten en liet het daarbij.  Van naasten hoorde ik over ernstige ziektes als kanker, ik zei dan dat ik het heel erg vond, en ging verder met mijn dagelijkse beslommeringen.

Weet u, soms heb ik de sterke overtuiging dat ik weer zonder vermoeidheid en pijn ben.  Meteen denk ik dan, aangezien ik al heel lang een bepaalde wijze van handelen mij eigen heb gemaakt als in de manier van traplopen of iets laag van de grond pakken door op mijn knieën te gaan zitten.  Allemaal dingen waar ik op zo’n van pijn verlaten moment dan denk, “ Hé, ik stel mij aan, er is niks mis met me “.  Nu al vele malen kom ik, nadat ik weer net even te lang heb doorgezet of even teveel heb gelopen, tot de ontdekking dat het er nog steeds is.  Het sluimert, en als ik dan even geen rekening houd met mijn gesteldheid, dan kan ik weer een dagje rustig aan doen.

Zaterdag was het ook weer zo’n dag.  De week ervoor iets te lang doorgegaan, hooguit twee uurtjes per keer, met het maken van de nieuwe keukendeurtjes, ook ‘s morgens nog even gras gemaaid.  En dan ga ik me vreselijk zitten ergeren, als ik ‘s middags met net weer iets teveel pijn heb te kampen.  Eigen schuld ?  Daar wil ik niet naar toe.  Hoe kun je nou weten of iets over is als je het niet zo nu en dan op de proef stelt ?

Een wijs advies van mijn wederhelft luidt, “ Zie een dag waarop het goed gaat als een betere dag, en niet dat het weg is “.  Maar wanneer is het dan wel echt over ?  Laat ik duidelijk stellen dat ik hier niet loop te klagen, inmiddels heb ik mensen ontmoet die met hun beperkingen gewoon door blijven gaan.

Daar heb ik diep respect voor, en dan blijft er voor mij werkelijk zeer weinig te klagen over.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s