Misschien nog een dagje

Hoe vaak wij de afgelopen dagen een ritje hebben gemaakt naar Groningen, ik weet het echt niet in elk geval minder dan de papa en mama van Nina.  Elke dag, soms wel vaker op één dag, zijn zij met de Twingo of de Micra die kant op getoerd.  Vanmiddag op de terugweg kwam het mij al voor dat de afstand steeds korter aanvoelt, maar dat zal ongetwijfeld alleen in mijn hoofd zo zijn.  Er wordt regelmatig wat aan de weg gewerkt, maar dat al deze aanpassingen de afstand tot het UMCG verkorten dat is iets waar ik van weet dat het niet zo is.

De wandeling door het ziekenhuis zelf, naar de afdeling waar onze kleindochter ligt, is wel iets korter geworden.  Niet zozeer in het aantal te zetten stappen alswel in de af te leggen hoogte.  Van de derde naar de tweede verdieping, van de kinder IC naar de kinderafdeling.  Ook is het daar een stuk rustiger, ze ligt daar nu zelfs helemaal alleen.  Morgen zullen er nog wat onderzoeken gedaan worden, zodat ze weten hoe haar hartje het doet na de ingrijpende operatie.  Verder zal dan blijken of ze misschien wel naar huis mag, waar Elwin en Wendela als goede ouders natuurlijk enorm naar uitzien.  Ze weten wel dat het verblijf in het hospitaal niet eerder zal beëindigen dan wanneer de artsen er groen licht voor geven.  Bijna twee weken heeft het al met al dan geduurd.

Twaalf dagen en dertien nachten, voor een vakantie vaak net te kort voor een verblijf op een verpleegafdeling in het ziekenhuis een lange tijd.  De beide afgelopen keren dat ik er zelf heb gelegen, mocht ik in principe dezelfde dag, of in het nodige geval, de volgende weer huiswaarts keren.  In het eerste geval niet een geplande overnachting, alleen ‘s nachts weer met ambulance opgehaald vanwege hevige pijn.  Toen mocht ik wel een nachtje langer daar vertoeven, in het budget van een liesbreuk operatie was geen ruimte voor een overnachting.  Weer ophalen met een ziekenauto en dan wel een nacht blijven, kwam uit een ander potje.

Ja, ik heb mij daar de volgende dag bijzonder over opgewonden.  Vooral toen door de behandelend arts werd medegedeeld, dat als ik nog een tweede nacht wilde blijven, dat geen enkel probleem zou zijn.  Ik heb nog iets gezegd van, “ Dat hadden jullie beter gisteren kunnen zeggen “.  U begrijpt vast dat ik onwetend was van het bestaan van de verschillende daartoe rijkende potjes.  Nu, hier bij Nina is van dit alles geen enkele sprake.  Niet eerder dan verantwoord.  Ik denk dat het straks weer even wennen zal zijn, vier weken voor een jonge dochter gezorgd en dan ineens het los moeten laten.  Alles wat er gebeurd is zal een plekje moeten krijgen, bij ons allemaal die er zo direkt bij betrokken waren.

Als ik mijn dochter daar in het ziekenhuis zie zitten met haar kleine dochtertje op de arm, dan moet ik soms even slikken.  Het is goed zo, het is allemaal goed zo ook als ik Elwin daar bij zie zitten dan voel ik ergens de pijn die ons te lang heeft begeleid.  Van het ziekenhuis hebben ze een bedelring gekregen, nee niet om bij de ingang van het Universitair Medisch Centrum Groningen elke passerende voorbijganger aan te klampen om mee te willen dragen in de onkosten die dit alles met zich meebrengt.  Daar zijn gelukkig ziektekostenverzekeringen voor, en laten we daar in dit land dankbaar voor zijn.

Dat wat zij gekregen hebben, eigenlijk is het dus voor Nina, is een ring van een kleine acht centimeter rond, waaraan de diverse bedels worden gehangen.  Voor elk gebeuren een bedel, een metalen plaatje in de diverse vormen en kleuren.  Zo is de eerste eentje voor reanimeren, dat alleen al vind ik toch behoorlijk heftig.  Ja, dat is inderdaad hoe het begon.  Wat ik dan wel weer jammer vind is dat er geen eentje was voor een ritje in de ambulance.  Wel voor de IC tijd, de diverse infuses, de beademing, de katheters en het meerdere keren prikken.  Daar kreeg ze er zelfs drie van, ergens vind ik dit een mooie geste toch komt het wel over als iets dat betoont dat alles wat er gebeurd is, er echt iets toe doet.  Naast de vele foto’s en de verhalen die ze later zal horen en zien, naast het grote litteken wat ongetwijfeld langzaam aan minder zichtbaar zal worden, heeft ze dus ook deze ring samen met een bijbehorend dagboekje.

Voor een kleine dame van nog geen zes weken is dat al een hele verzameling.  Ze mag er dankbaar en trots om zijn, dankbaar dat het allemaal zo goed mocht verlopen en trots op die kanjers van ouders die er steeds waren en bij zullen blijven.  En ook wij zijn vervuld van trots, dit zijn dingen die je niemand toewenst, maar samen zijn we er voor elkaar geweest.  En altijd zullen we er voor elkaar zijn, door dik en dun, in voor- en tegenspoed tot de laatste dag.

Misschien dat hier lezers zijn die zich afvragen waarom hier dit alles verwoorden, dat antwoord moet ik u helaas schuldig blijven.  Laten we het er op houden dat er niet altijd een reden hoeft te zijn, en dit lijkt mij zo’n geval.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s