Een herinnering, een geboorte en een weg banen

Toen mijn tweede dochtertje geboren was ben ik vanuit het ziekenhuis, waar de bevalling zich had afgespeeld, met mijn oudste dochter van drie bij de toenmalige Fred van de Werf, een grootgrutter in Winschoten, drie rollen beschuit en twee doojes muisjes broodbeleg wezen kopen.  Roze muisje wel te verstaan aangezien het om het eerste levenslicht van een jong dametje ging.  Aangezien wij altijd vrijdags de boodschappen deden had ik verder geen artikelen uit de schappen meegenomen deze waren er immers al.  Derhalve werd de lopende band bij de kassa slechts gevuld met de eerder genoemde beschuiten en roze muisjes.

Een vrij logische opmerking van de bedienende cassiërre was dan ook, aan het adres van mijn terzijde staande dochtertje gericht, “ Oh wat leuk, heb jij een zusje gekregen ? ”  Verbaast keek zij, niet het winkelmeisje maar mijn oudste dochter, mij aan met een vragende blik op haar vrolijke gezichtje.  “ Hoe weet die mevrouw nou dat ik een zusje heb gekregen ? ”

Nu ik het mij weer voor de geest haal, na ruim éénentwintig jaar, zie ik nog het lachende gezicht van het meisje aan de andere zijde van de lopende band.  Kinderen weten nog niet alles, dat is een gelukkige tijd.  Zodra je dingen begint te weten, ga je ook verbanden leggen.  En als indirect gevolg dus ook onjuiste veronderstellingen daaruit op maken.  Dat laatste is eigenlijk niet relevant voor dit stukje, maar gezien mijn karakter, wijze van denken en eigen onnavolgbaarheid zal het vast door de vingers gezien worden.

Ja, onze kleindochter is geboren, Nina Mariette Elena zusje van Julietta die zij nooit zal leren kennen.  Het driejarige meisje met die vragende blik van toen is nu zelf mama geworden.  Steeds is er voor mij dat dubbele gevoel, van één kant de enorme blijdschap en dankbaarheid voor dit door Hem geschonken leven.  Geloof me het is het allermooiste geschenk wat maar te wensen is, zowel voor de ouders als voor de grootouders.  Aan de andere kant zijn er toch de verantwoordelijkheid en de ouderlijke alswel de grootouderlijke zorg.  Ja, het is een hartverwarmende blik dat kleine lieve gezichtje te mogen zien als het zo rustig in papa’s armen ligt te slapen.  Ook als haar heldere kijkertjes de, zich om haar jonge leventje heen bevindende, wereld in liggen te kijken.  Alles zo nieuw en alles zo ongelooflijk.

Van de tijd dat ik zelf zo klein was weet ik mij weinig te herinneren, toch vraag ik mij nu wel af of Nina doorheeft dat ze de warme buik van haar moeder heeft verwisseld voor een grote wereld.  Sommigen beschrijven het zelfs als, “ De grote boze wereld “.  Dat is niet wat ik mee zou willen geven aan een jong onbevooroordeeld mensenkindje.  Zolang er zulke mooie wonderen gebeuren als het krijgen van zo’n rijke zegen, dan is het nog steeds goed met de wereld.  Okee, voor de ongeoefende nog onervaren ouders kan het in het begin een paar slapeloze nachtjes opleveren.  Dat gezegd hebbende wil ik er direct aan toevoegen dat als je dan toch niet slapen kunt je wel heel veel kunt kijken naar dat aangename bekoorlijke en oogverblindende prinsesje.  Dat kleine wondertje dat je leven nooit meer hetzelfde zal maken.

Met een onmisbare inzet van neef Jan hebben we de coniferenheg langs onze tuin een halve meter minder hoog gemaakt, zo’n kleine vijfendertig meter groene muur ook aan beide zijde weer wat versmald.  Eerlijkheidshalve moet ik hierbij vermelden dat ik slechts hetgene wat op de grond viel heb opgeruimd, het echt snoeiwerk kwam voor de rekening van Jan.  En met een motor heggenschaar is dat best een topprestatie te noemen, vooral als de gemeten buitentemperatuur ruim de zesentwintig aantikt.  Dan komt er wel een hoop vocht los in de vorm van zweet, waar dan één handdoek eigenlijk te weinig voor is.

De buitenzijde kon ik eenvoudig bereiken met de zitmaaier, waar ik in dit geval de aanhanger had aangekoppeld.  Dat was nog wel te doen, de binnenzijde werd een geheel andere kwestie.  De heg staat als afscheiding van de onverharde weg naast onze grond en de tuin die de naam draagt, “ Jardin de Julietta “,  een ruim honderdvijftig vierkante meter tellende hof die indertijd bepland is met nog vrij kleine rodondendrons en een aantal sprieterige boompjes.  Dat was ruim twaalf jaar geleden, inmiddels is het, om het wat beeldend uit te drukken, een wat dichtgegroeid paradijs.  In eerste instantie was het ook zaak wat ruimte te creëren om überhaupt de te kortwieken coniferenhaag te kunnen bereiken.

Ik weet niet of u wel eens van die films gezien hebt waar Rambo-achtige figuren zich met een kapmes een doorgang vormen in een dichtbegroeid oerwoud.  Zover wil ik dan niet gaan, maar om met een kruiwagen tot heel dicht bij het afgesnedene te geraken was wel naast enige manouvreerkunst een snoeischaar een onmisbaar artikel.  Vier kruiwagens heb ik klaargespeeld, daarna was het gewoon op.  Er ligt nog zeker voor ruim acht, maar dat was niet meer op te brengen.  Volgende week maar weer wat proberen, ik heb er gewoon niet de kracht voor door te zetten.

Ook vandaag weer ontzettend moe, maar zo heel af en toe lukt het mij gelukkig te zijn.  Al zijn dat vaak korte momenten, tot het weer begint te malen in mijn hoofd.  Zo tracht ik mij een weg te banen. Tot later allemaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s