Zij, wij en de buren

“Mijn vader is een tovenaar, het is echt het is heus het is raar maar waar”.  Weet u hoe moeilijk het soms is een deuntje uit je hoofd te krijgen ?  Zo, dat was toch al jaren mijn ultieme wens, een verhaaltje met deze woorden te beginnen.  Wij waren vroeger van een stichtelijke en christelijke herkomst, zo was dat in die tijd.  Zij waren de slechte, en wij waren de goede.  En met zij werden al die anderen bedoeld die dus niet de goede waren, en geloof me dat waren er heel veel.  Misschien wel de meesten.

Soms vraag ik me wel eens af of dat nou aan opvoeding gelegen heeft, en dan die van de generatie voorafgaand aan de mijne.  Gewoon dus aan de algemeen ingeburgerd Christelijke ingebakken overtuiging van de vastgestelde waarheid.  Was het de waarheid ?  Ik ben overtuigd dat er op die wijze gedacht werd, zonder enige terughoudendheid.  Zij zijn slecht en wij zijn goed.  Ergens is dat misschien wel te begrijpen, niet dat ik er achter sta, maar het is een logisch gevolg op.  Tita tovenaar, waarom mijn dubbele gevoel ?  Onze linker buren bestonden, in de tijd van de Zaanstraat, uit een papa en mama, die een fanatiek beoefenaar van de trombone was en zich verplaatste in een originele fiat 500.

Daarnaast waren zij in het gelukkige bezit van een, in die tijd, jonge zoon iets jonger dan mijn toenmalige leeftijd.  Laten we het erop houden dat het een verwend kreng was, maar dat hebt u dus niet van mij.  Tot op zekere hoogte kon ik het best met hem vinden, hij was de reden dat ik bijna bij een ongewenst aanwezig individu de arm eruit geschroefd heb.  Twee anderen hebben mij daarvan weerhouden, maar ik was al aardig op weg dat moet ik toegeven.  Ook moet ik erkennen dat ik best wel een beetje boos was, u begrijpt vast wel dat ik dit sarcastisch weergeef.  Altijd heb ik al een zwak gehad voor mijn medemens die ergens onder moest lijden, daar had ik moeite mee.  Als ik daar toe in staat was, dan deed ik daar wat aan.  Wat was er nog meer met mijn buurjongen ?  Hij ging naar de school tegenover onze woning, lekker dichtbij.  Ik ging naar de Christelijke basisschool een eindje verder lopen.

Niet dat ik daar mee zat hoor, het is gewoon om voor u als lezer een beeld te scheppen.  Waarom een stuk lopen als de school aan de overkant van de straat was ?  Een hele goede vraag, met een nog goeder antwoord.  Het was een verkeerde school, helaas.  In mijn herinnering komt niet naar voren dat het ook op die manier verwoord is, maar wij voelden dat gewoon.  Op de school waar ik twee jaar heb mogen rondlopen, deden wij aan de Christelijke feestdagen, maar carnaval viel daar niet onder.  Achteraf vind ik dat wel een tekortkoming, aangezien dit toch van oudsher een kerkelijke inslag had.  Okee, daar was ik in die tijd niet van op de hoogte, maar achteraf gezien best wel het vermelden waard.

Tita tovenaar, voor velen van jullie zal dit bekend in de oren klinken.  Zo niet, dan maar even op You Tube, vooral dat leuke blonde ding had in die tijd meer mijn voorkeur dan die idiote buurman.  Dat geheel terzijde.  Er kwamen ook van die Grobebollen voor, althans ik meen dat die zo genoemd werden.  Tegen de tijd dat het carnaval was ging mijn, door zijn moeder overgewaardeerde, buurgenoot geheel verkleed als zo’n Grobbebol naar school.  Nog steeds zie ik hem daar de weg overstekken in zijn langharige kostuum, belachelijk maar bijzonder netjes gemaakt door waarschijnlijk zijn tromboneliefhebbende moeder.  Zijn vader heb ik nooit van enige naai-en breigerelateerde bezigheden verdacht, de hardwerkende man was werkzaam bij de plaatselijke Albert Heyn.  Al zegt dat natuurlijk verder niks over de persoon an sich.

Eén keer ben ik samen met het ventje en zijn moeder in de Fiat 500 ergens naar het hoge noorden gereden, de reden is mij volledig bijster.  Wat ik nog wel weet is dat haar zoontje voorin mocht zitten, ik mocht met opgetrokken benen dwars op de achterbank plaats nemen.  U begrijpt mijn moeizame relatie met een Fiat 500, ook in de huidige vernieuwde uitvoering.  Waar het in mijn bedoeling lag iets over te schrijven is misschien wel te begrijpen. voor deze keer dan.  Dingen die mij door het hoofd spelen, vooral als ik net wakker begin te worden.  Daar loop ik dan de hele dag mee rond, en soms is dat dus een simpel melodietje van een vroeger tv serie.

Aan de andere kant is het ook de laatste tijd het geroekoe van een duif die zijn of haar plek niet weet.  De buren aan de andere kant van onze gehuurde rijtjeshuis, hield er de hobby op na waarbij duiven een belangrijke spil vormden.  Hij hield ze, naar de nabije geluiden te herleiden, op zolder.  Aan de andere kant van de muur waar mijn slaapvertrek zich bevond.  Geloof mij, ik heb een enerverende jeugd mogen beleven.  En nee, er is niet echt iets opzienbarends dat ik hierover zou willen vertellen.

Hoe was dat ook weer met die andere kinderserie over dat kuikentje met die eierdop op z’n koppie, “ Zij zijn slecht en wij zijn goed, en dat is niet eerlijk, oh nee “.  Einde geïnterpreteerde citaat, nu dat iritante liedje nog.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s