Te ver gaan en verdwalen

Vandaag de grens bereikt en, zoals ik ben, er gewoon overheen gegaan.  Niet dat ik weet of dat de juiste wijze is, maar wel die het beste bij mij past.  Wat snoeiwerk in de tuin gedaan, de heide terug geknipt, de taxushaag met de heggeschaar gekortwiekt, de halfstam vruchtbomen van de uitlopers en de gekruisde takken ontdaan en de woekerende bramen wat van afgesneden.

Klinkt veel, ik heb het met meer dan de helft van mijn normale tempo gedaan.  In mijn huidige toestand, waarbij vooral mijn been maar ook mijn conditie enorm te wensen overlaat, lijkt het haast een onmogelijke klus.  Ik heb doorgezet met toch net even teveel moeite, steeds maar weer doorgaan omdat ik een beetje probeer mezelf te bewijzen.  Toen ik ook nog een beginnetje wilde maken met het leghok voor de kippen ging het fout, in eens was het op.  Heel langzaam aan ben ik weer naar binnen gestrompeld.  Daar mijn vertrouwde ruimzittende joggingbroek aan gedaan, waar ik eigenlijk altijd een enorme hekel aan heb gehad, en me helaas genoodzaakt voelde een morfine tabletje in te nemen.

De rest van de dag en avond zal ik het weten, maar ik geloof wel dat het op deze manier weer op gang moet komen.  Een paar uur, met ruime pauzes en zoals gezegd heel kalm aan, in de tuin nog niet eens de zwaarste klusjes doen valt mij dus enorm zwaar.  Een half jaar geleden lachte ik daarom, een avondje en ik had hetzelfde bereikt.  En nu, nu ben ik er nog trots op ook, het is me tot op zekere hoogte gelukt.  Het is eenvoudigweg de blik waarmee je er naar kijkt.

Er gaat een verhaal van drie wandelaars die een flinke tocht wilden maken door de bergen en bossen.  Wat te verwachten was gebeurd, ze verdwalen en het begint al aardig donker te worden. In het najaar koelt het ook vrij snel af, dus ze zullen een plek moeten vinden om te overnachten.  Zoals gebruikelijk is in dit soort parabels, komen ze bij een eenvoudige optrekje waar ze de nacht kunnen verbrengen.  Binnen ziet het er aardig verzorgd uit, er is zelfs een houtkachel.  Alleen vinden ze het wel vreemd dat deze niet op de vloer staat, maar ongeveer een meter boven de grond, hangend aan wat staaldraden.  De kachel wordt door één van hen ontstoken, en ze gaan er onder zitten om op die wijze weer op temperatuur te komen.

Terwijl ze daar zo zitten zegt één van hen dat hij misschien wel weet waarom die warmtebron zich in die toestand bevindt.  “ Ik denk “, begint hij, “ Dat de eigenaar op deze wijze het vuur de juiste plaats wil geven, het verhogen van de warmte “.  Zijn wandelvriend denkt daar anders over, “ Nou volgens mij probeert hij een soort circulatie op gang te brengen door het vuur dichter bij het plafond te brengen en zodoende de warmte langs de wanden omlaag de gehele ruimte van een behaaglijke temperatuur voorziet “.  De derde trekker ziet het geheel anders, hij is er absoluut van overtuigt dat hij die het zo gemaakt heeft zich onder de kachel het veiligst voelt.  Net als in de moederschoot, knus met de benen opgetrokken een oud vertrouwt gevoel terughaalt.

Zo zitten ze daar ieder met zijn eigen idee, dan gaat de deur open en komt er iemand binnen.  Hij heeft wel vaker onbekende gasten gehad die een slaapplek zochten vanwege het onbekend zijn met de omgeving, en ziet het niet als een onoverkomelijkheid daar de nacht te verbrengen.  Hij biedt ze zelfs een maaltijd aan, en zo praten ze wat over koetjes en kalfjes.  Wat ik dan weer een absurde uitdrukking vind maar goed zij hadden daar hun zinnen op gezet en wilden het over koetjes en kalfjes hebben.  Als ze daarna bij de hangende kachel komen willen ze toch graag weten waarom het zo geplaatst is.

“ Tsja “, vertelt de eigenaar van het onderkomen, “ Ziet u, hier is niet veel in de buurt te krijgen alles komt van ver ”.  “ Toen ik deze haard wilde aansluiten kwam ik wat buis te kort, gelukkig had ik wel voldoende staaldraad “.  Wat ik precies met deze anekdote wil verduidelijken ?  Kijk, we hebben allemaal onze kijk op zaken die we tegenkomen of meemaken.  Een typische menselijke eigenschap is, dat we altijd proberen een reden te vinden voor iets.  Een reden waarom dingen ons overkomen is daar een steeds weer terugkerende van.

Moet ik me afvragen waarom ik deze ziekte heb gehad en genezen ben, terwijl een ander er aan overlijdt, of ongeneeslijk is ?  Zoals bij zoveel vragen die wij onszelf inbeelden, is het antwoord niet te bedenken.  Wij halen onszelf van alles in het hoofd, maar misschien is het beter dat niet te doen.  Ofwel het antwoord is onmogelijk te begrijpen, ofwel het is zo simpel dat wij het niet willen begrijpen.

Carpe Diëm, misschien is dat wel het beste, en heeft Luther al niet eens gezegd, “Als morgen de wereld vergaat, dan plant ik vandaag nog een boom “.  Zo moeten we dat denk ik doen, niet te veel afvragen maar gewoon doorgaan, en klaar staan voor elkaar.  Iemand onderdak geven, een hand op de schouder en soms ook niet meer dan een luisterend oor en een beetje warmte.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s