Zin en onzin van het vragen

Het vreemde is dat het haast gewoon begint te worden met vreemden over mijn wel en wee te spreken.  Dat ik hier voor een ieder die het lezen wil mijn persoonlijke visie op het leven ten toon sprijd, dat laat ik dan even buiten beschouwing.  Er is mij door een aantal vrienden opgemerkt dat het een goede zaak is dingen van je af te schrijven.  Zoals ik vast al in een eerder stukje heb uitgelegd, ik kan niet van mij af schrijven.  Hooguit naar een ander toeschrijven, en op het moment dat er iemand tegenover mij zit gaan andere zaken een hoofdrol spelen.

Als ik hier zo op mijn stoel zit, wat onderuit gezakt zodat mijn been haast in het verlengde van de rest van mijn lichaam komt te liggen wat op dit moment de meest prettige houding voor mij is, dan valt het mij niet zwaar deze woorden vast te leggen.  Met iemand een gesprek voeren is iets heel anders, ik zoek dan altijd naar de onopvallende signalen dat mijn gesprekspartner begrijpt wat ik probeer over te brengen.  Dus niet a priori dat mijn woorden op de juiste wijze bij de ander binnenkomen, maar vooral of ik kan inschatten of dat wat ik probeer te duiden ook zo begrepen wordt.  Misschien wat ingewikkeld, maar wel waar ik voor mijn gevoel vaak tegen aanloop.  Ook of ik niet de indruk heb achtergelaten dat ik niet of slecht heb geluisterd.

Ik weet het, de ander treft geen enkele blaam.  Sterker nog, ze zijn er vaak helemaal niet mee bezig.  Het is geen onbedoelde desinteresse, het is iets wat zo gegroeid is.  Mijn sleutelwoord, dat ik hoog in mijn vaandel heb staan, is communicatie.  Mevrouw A vraagt aan dame B, “ Hoe gaat het met u ? ”  Het enige wat dan als repliek wordt verwacht is, dat het goed gaat.  Dat moet ook wel want A luistert al niet meer naar B omdat ze er vrij snel aan wil toevoegen wat er allemaal met haar is.  Het is net als een buitenlandse taal leren, eindelijk een keurig in het Frans uitgesproken zin perfect kunnen stellen aan een ingezetene van dat land.  Apetrots zijn op de juiste intonatie van het geheel, de vriendelijke en begrijpende blik van het Franse wijnboertje die je zojuist dus hebt gevraagd of hij ook wijn aan particulieren verkoopt.  En dan het vloeiende snel uitgesproken antwoord van de landbouwer waarin net even teveel woorden voorkomen die niet op je uit het hoofd geleerde talenlijstje stonden, als het al om woorden gaat misschien maar gewoon klanken, die je niet hebt geleerd bij je LOI cursus Frans voor beginners.

Het probleem zit hem, zoals u kunt lezen, niet altijd in de vraag.  Meestal is het een antwoord dat de kwestie ingewikkelder maakt, vooral als het een antwoord is waar niet op gerekend wordt.  Of wat men dan liever niet wil horen, of misschien juist wel maar dan liever van een ander.  Kijk als mijn dochter naast mij in de auto zit en opmerkt dat mijn snelheid toch wat aan de hoge kant ligt, heb ik dat liever dan dat een wetsdienaar in functie, die me net aan de kant heeft gezet, dit opmerkt.  Als je collega zegt, “ Nog een weekje te gaan “, dit met het oog op je vakantie van drie weken die in het verschiet ligt, klinkt dat toch een stuk geruststellender dan dat de arts in het ziekenhuis, na een diepgaand onderzoek dat aan jou toevertrouwd.  Het gaat dus om luisteren en niet in de laatste plaats, naar wie.

Terugkomend op deze, met een toch steeds weer oprecht bedoelde lichtvoetige ondertoon en vaak net iets voor mijn gevoel te lange, verhaaltjes.  Niet met het gevoel van een roepende in de woestijn, waar ik al helemaal nooit de reden van begrepen heb.  Staan roepen in een uitgestorven grote afgelegen zandvlakte waar geen kip je hoort, maar dat terzijde.  Nee, ik beschouw het nog steeds als een prettig iets om hier wat letters in een voor mij heldere volgorde en in de juiste combinaties te plaatsen derhalve iets zinnigs trachten te verwoorden.  En al slaat het dan nergens op, het blijft zinvol, in elk geval vol zinnen.  Velen zullen zeker ook bekend zijn met het adagium, het devies, de gevleugelde woorden, “ Bezint, eer ge begint “.

Tenslotte wil ik hier nog even kwijt dat als ik het voor het kiezen had gehad, hier niet inmiddels het vijfenzestigste epistel binnen drie maanden was verschenen.  Het was voor mij niet verder gekomen dan af en toe wat klessebessen met goede vrienden, en soms het plaatsen van een gedichtje of een leuke door mij beleefde anekdote uit vroeger tijden.  Helaas, ik kan het niet mooier maken.  Het kan natuurlijk ook zo zijn dat mijn exquise gewoonte, het subtiele gegeven waarmee ik dit onder woorden gebrachte stukje begon, op een aimabele en vermakelijke wijze wordt opgepakt.  Dan zou het toch nog wat zin hebben.

Straks krijg ik hier thuis weer te horen, “ Waarom heb je nou weer van die onbegrijpelijke woorden gebruikt “.  Ik gok er op, vragen worden altijd op waarde ingeschat.  Zolang als ik maar weet wat ik bedoel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s