Zesentwintig, en wat ooms en tantes

Eigenlijk is het nooit mijn bedoeling geweest de zaken die mij overkomen op te schrijven, laat staan ze op een openbaar netwerk te plaatsen waar iedereen ze kan lezen.  Ik had er ook nooit op gerekend dat ik inmiddels over de afgelopen tijd al net zo veel verhalen heb gemaakt als mijn leeftjd.  Mijn doel was om zesentwintig keer iets onder woorden te brengen en er dan weer mee stoppen.  Haast kan ik u horen denken hoe komt hij nou op dat aantal ?  Uiteraard ben ik bereid u hier nader over in te lichten, ik zou het buitengewoon onaangenaam zelfs onsympathiek vinden om hier geen verdere uitleg over te verstrekken.

Het is net zoiets als het gezegde, “ Ben je belaaitafeld “.  Alleen wil ik u hier de uitleg schuldig blijven, ware het dan dat ik absoluut niet weet wat deze uitdrukking inhoudt.  Maar in de grond komt het praktisch op hetzelfde neer.  Het zijn voor mij vertrouwd gebezigde uitspraken vroeger bij ons thuis.  We hoorden ook wel andere uitdrukkingen langskomen, maar daar wil ik dan weer liever niet mee naar buiten treden.  Dat blijft toch een beetje hangen in de relationeerde sfeer, en zeker niet bevorderlijk voor een ieders gemoedsrust.  Vooral de mijne niet, sommige zaken moet je nou eenmaal laten rusten.  Geen zorgen, ik kijk terug op een vrij normale jeugd.  Okee, sommige dingen waren wat mij betreft niet strikt noodzakelijk geweest, en weer andere hadden dan rustig mogen gebeuren.

Als ik eraan terugdenk dan geloof ik niet dat het een bijzonder onaangename tijd is geweest, dit zeg ik met de kennis van nu.  Wij hadden vroeger trouwens wel veel kennissen, nu we het daar toch over hebben.  Mijn ouders dan uiteraard, wij hadden daar nog niet veel kennis van.  Beiden waren geboren en getogen in Enschede, dat was ook het gebruikelijke dialect waarin mijn ouders zich onderling onderhielden.  Na hun trouwen in negentienéénenvijftig gingen ze wonen in Utrecht, daar heeft het gezin zich ook ontwikkeld tot het clubje van zeven leden.  Ik was het jongste lid, en nog steeds ben ik het jongste lid.  Nu misschien ook wel met het kleinste lid, maar ook dat zou mijn vertelling een geheel andere strekking geven.

Al de vrienden en kennissen van mijn ouders werden door ons steevast oom en tante genoemd, al naar gelang hun geaardheid wat in die tijd nog vrij eenvoudig was.  Iemand met een broek was een oom zij die geen broek droegen een tante.  Niet dat u hieruit mag concluderen dat de vrouwelijke kennissen zonder broek liepen, al blijft dat beeld mij nu wel parten spelen.  Bij ons was het net als bij Godfried Bomans, heel veel ooms en tantes.  Hij sprak dan dat in hun familie meer tantes voorkwamen dan ooms, maar dat zou best eens om een vorm van natuurlijke selectie hebben kunnen gaan.  Kijk maar eens op You Tube bij “ De Kopstukken ”, dan wordt één en ander wel duidelijk.

Wederom een heel verhaal zonder dat u als lezer er enig helder licht van kunt verwachten, of is dit een onlogische uitspraak.  Het leuke van woordspelingen vind k altijd, dat wanneer ze niet bestaan er toch begrepen wordt wat er bedoeld is.  Alweer een zin verder en nog steeds is er geen duidelijkheid over het eerder genoemde getal, nee niet negentienéén en zeventig maar het nog eerder vermelde zesentwintig.  Iedereen heeft wel een kleur die zijn of haar favoriet is, zo ook met automerken waar dan het onderscheid te maken is tussen welke men graag zou willen hebben en die soort welke ze zich dus kunnen veroorloven.  Vaak gaat het daarbij trouwens niet om hetzelfde merk, uitzonderingen daargelaten.  Naast diverse voorkeuren die men zich als eigen beschouwd is er ook het altijd blijvende geluksgetal.  En dat is waar ik op doel.

Als er aan mijn moeder werd gevraagd om een getal te noemen, dan zei ze steevast zesentwintig.  Als dezelfde vraag aan mij gesteld wordt, zeg ik altijd vier.  Het immer genoemde cijfer van mijn moeder had te maken met haar gebortejaar, toen ik klein was had ik dat niet door.  Maar het noemen van zesentwintig beschouwde ik als volkomen normaal, en naar een reden vragen vond ik op die leeftijd niet persee noodzakelijk.  Sommige dingen vindt je nou eenmaal niet, niet als in niet nodig.  Zo vond ik het eigenlijk niet nodig om verder te gaan met nummer zevenentwintig, een beetje uit eerbetoon.  Helaas, nu ben ik al bijna mijn leeftijd voorbijgestreefd.

Misschien het er nu maar bij laten, anders zou het straks alleen maar uitdraaien op dit soort onzinnige stukjes.  En daar zit vast niemand op te wachten, nog niet in driehonderdzesenvijftig jaar.  Of wel dan ?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s