Een weekendje naar uitzien en afzien.

Kou en harde wind trotserend hebben wij ons drietjes begeven naar de rand van het veluwemeer, ergens vlakbij het pitoreske Lelystad.  Lelystad met het voor mij nergens geëvenaarde, onpersoonlijke, op een verlaten fabrieksterrein gelijkend, absoluut niet uitlokkend om gezellig te gaan shoppen, winkelcentrum.  Misschien omdat ze proberen Bataviastad te overtreffen, wat volgens mij dan alleen gelukt is als het om de hoogte van de gebouwen gaat.  We hadden daar voor een weekend een huisje gehuurd op een park van de bekende organisatie Landal, ja dezelfde club waar ook mijn dochter een paar jaar geleden in Zeeland stage heeft gelopen.

Het veluwemeer, vroeger was ik daar wel eens met mijn ouders geweest.  Daar heb ik weinig meer van herkend, maar dat zou aan mij kunnen liggen, het is hier behoorlijk volgebouwd met huisjes en grote appartementen aan het water.  Ook van dat water heb ik zeer weinig gezien maar dat zou een direkt gevolg kunnen zijn door de vrij lage buitentemperaturen, de zaak was aanmerkelijk bevroren.  Wat op zich dan wel weer een mooi plaatje oplevert, ware het niet dat de straffe wind het geheel er zeker niet aantrekkelijker opmaakte om daar even rond te wandelen.  Vooral niet voor mij in een soort van trainingsbroek, aangezien een spijkerbroek nog steeds te pijnlijk is om mee te lopen vanwege het verwijderen van mijn lymfeklieren in de liesstreek en bovenbeen.  Met name mijn linker, voor de kijkers uiteraard rechts.

In het overdekte zwembad was het water trouwens niet bedekt met een harde toplaag en gelukkig ook een stuk warmer dan buiten.  Het was wel even wennen om mijn benen weer wat sneller te doen bewegen, ik ben vroeger nooit verder gekomen dan de schoolslag.  Laten we het er op houden dat ik het na die tijd wel kon voelen dat ik mij wat aktiever heb gedragen.  ‘s Middags zijn we dus naar het al eerder beschreven hart van Lelystad geweest, als ik dan toch iets positiefs daarover wilde melden.  ‘s Avonds hadden we gereserveerd bij een uitbater in Almere, een proeflokaal met de charmante naam Bregje.  In meer plaatsen in ons koude kikkerlandje zijn deze restaurants te bezoeken, bij ons was Emmen bekend.

Ik zou het woord gezellig niet in deze context willen gebruiken, het eten was niets op aan te merken, de ambiance was ook van dien aard dat het heel gezellig zou kunnen zijn.  Alleen de beperkte afstand van het ene tafeltje tot het andere, de enorme drukte van het etend publiek en daarnaast de behoorlijk in aantal aanwezige bediening, deden er afbreuk aan.  Als ik moest inschatten dan zou ik de leeftijdsgrens om daar te mogen werken tot een maximum van twintig rekenen.  En of er veel werk wordt gemaakt van opleiding ook daar zet ik grote vraagtekens bij.  Het leek af en toe wel een beetje op een wedstrijdje, “ Wie kan de meeste rondjes door de zaak lopen “.  En dat was nog best wel een uitdaging, gezien de loopruimte om de tafeltjes, stoelen en daar aanwezige banken.  Ook moesten ze natuurlijk goed uitkijken dat ze niet tegen ander bedienend personeel aanbotsten wat toch, vanuit mijn positie beziend, zeker een aantal keren net goed ging.

Volgens mij hadden ze daar dezelfde te gaan richting als bij een rotonde, rechtsom.  Tot twee keer toe hoorden wij geluid van iets wat viel, de eerste keer een glas de tweede keer zou ik op het gehoor willen gokken op een bordje met salade.  Beide keren volgens mijn dochter door hetzelfde jonge knaapje, die ook mijn bestelde gerecht kwam brengen met de  vraag of ik dat besteld had.  Ik vroeg hem wat het dan was, wat hij bracht.  Hij wist het niet, ik durfde daar ook geen zekerheid over te geven en hij liep met het bordje weer terug.  Even later kwam een wat ouder meisje met hetzelfde bordje weer naar ons toe, of ik de varkenshaasspies had besteld, dit kon ik positief beantwoorden.  Ja, het jongste restaurantbedienertje waarschijnlijk in spé of slechts op proef, had mij dat ook gevraagd zei ze.

Ik reageerde daarop met, “ Nee, hij noemde niet de naam van het gerecht, maar vroeg alleen of ik dit besteld had “.  “ Oh dan is het dus goed “, was haar korte opvatting. Waarna ze het met een geroutineerde handbeweging voor mij op het kleine tafeltje plaatste.  Nadat het ene na het andere bedienend lid van het personeel hun rondjes langs de tafeltjes hadden gemaakt, manouvrerend door de nauwe doorgangen en ondertussen goed kijkend naar de door hen gepasseerde tafeltjes met een getraind oog waarschijnlijk speurend naar lege glazen, om de gasten dan weer te mogen verlustigen op weer snel te bezorgen drankjes.

Ik had behoorlijk last van mijn been, van te voren al een pijnstiller genomen en na het dessert, een vierkant blokje tiramisu met zonder iets erbij in de vorm van slagroom of in het andere geval een afwerking met één of ander sausje, heb ik weer gekozen voor het morfinepilletje.  Het eten was serieus uitstekend, maar ik was blij dat ik ’s avonds weer met wat minder pijn op bed lag.  Het leven is toch soms net de grenzen iets te verleggen, maar het spreekwoord blijft,  “ There’s no place like home “.  En ik begon ook mijn Bounty te missen, strak weer kalm aan mee verder.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s