Lavalamp met uitjes

Vannacht toch weer vervelende pijn gehad en nu nog, toch maar weer wat pijnstillers tot mij genomen.  Gisteravond ook al twee, maar dat had ik bij voorbaat gedaan ik zag de spreekwoordelijke bui al hangen.  Zoals gezegd was er gisteren de jaarlijkse poëzieavond in de bibliotheek, en ik wilde daar toch graag even naar toe.  Wij zijn tot de pauze gebleven ik mocht gelukkig als tweede wat voordragen, Gea heeft het gedicht van onze kleindochter voorgedragen, “ Mijn engeltje ”.  Vond ik heel knap van haar, ik durfde er niet op aan te emotioneel.  ‘s Morgens was ik al even op koffieleut geweest en gemakshalve ga ik er maar even van uit dat dit voor een wrak in mijn positie ietsjes teveel van het goede is geweest.  Ach een mens is nooit te oud om te leren, zegt men toch.

Vannacht, toen ik wat lag te draaien en onrustig te doen in mijn bed moest ik weer denken aan die lavalamp die mijn moeder vroeger had.  Ik zal hier, op mijn eigen wijze, trachten u een beeld te geven van deze lamp.  Het geheel bestond onder andere uit een metalen onderstuk, de voet van de lamp waarin zich dus de eigenlijke gloeilamp bevond.  Deze produceerde de warmte om het wat zich erboven bevond in beweging te krijgen.  Dat bovenste gedeelte was eigenlijk niet meer dan een grote limonadefles met zo’n geribbelde plastic dop.  Die dan weer op zijn of haar beurt werd afgedekt door een, van hetzelfde soort metaal als de onderkant van deze lichtbron, gesloten hulsje een afdekkapje.  In het glazen middengedeelte, wat dus de vorm van een litersfles had, bevond zich naast een heldere vloeistof ook iets wat veel leek op kaarsvet.  Wat in buitenwerking staande periode van de lamp afgekoeld de toestand van een vaste vorm had.  Werd, door middel van het indrukken van het kleine knopje onderaan de lamp, de verlichting ontstoken, dan ontstond op deze eenvoudige doch doeltreffende wijze een opwarming onder de fles.

Jaren later, nadat de lamp gesneuveld was, kwam ik tot de ontdekking dat onderin de fles een metalen veer in de ronde vorm op de bodem lag.  Deze zorgde naar alle waarschijnlijkheid voor het vasthouden van de warmte.  Als er nu voldoende warmte werd gegenereerd aan de onderzijde van bovengenoemde fles, dan begon de zich eerst nog in vaste vorm bevindende substantie die het meest weghad van een hoopje roodgekleurde reuzel, van vorm te veranderen.  Het ging over van de vaste vorm naar een meer vloeibare, eerst heel traag maar later steeds op een meer bevallige wijze met steeds meer betovering.  Het was een waar spel van gewichtsloosheid, zo zweefden de kwalachtige stukjes omhoog om daar later doordat ze afkoelden weer te zakken om daar weer op temperatuur te komen voor de volgende stijging.

Een waar schouwspel, waar ik als kleine jongen uren naar kon kijken.  Die tic heb ik dus al op jonge leeftijd ergens opgelopen.  Toen later, in de ogen van mijn moeder, de lava substantie niet meer de diepe kleur rood bevatte heeft zij dit simpelweg opgelost door er wat peren – of bietensap bij in te gooien.  Zoiets in elk geval.  Ik vond dat best een gewaagde onderneming, per slot van rekening had ook de gehele vloeistof deze kleur aan kunnen nemen, en was er alleen nog maar een rode lamp te zien zijn geweest.  Voor je het weet krijg je dan ’s avonds bezoek van hunkerende heren die iets kwijt wilden, gelukkig bleef de rode kleur beperkt tot de eigenlijke stof, die koud vast was en verwarmd vloeibaar werd.

Hoe wil ik hier nu weer een draai aangeven wat de link legt met hoe ik mij heden tendage voel.  Het zou leuk zijn nu met dit verhaal te stoppen en de lezer aan het denken te zetten.  Maar dat zou mijn eer te na zijn, en ik wil u dit niet aandoen.  Let op, hier mijn idiote visie op de lavalamp.  Tot het moment dat de kleine bolvormige uitstulpingen zich losmaakten van de zich op de bodem bevindende voorraad, waren er eigenwijze stukjes die te vroeg de sprong waagden.  Ze kwamen hooguit halverwege de fles in een uiterlijkheid die nog verdacht veel weghad van de koude vorm.  Die daalden dus weer zonder helemaal boven te zijn geweest.  Tot daar beneden voldoende warmte was verzameld om dan alsnog de top te bereiken.  Ja, ze hadden gewoon meer tijd nodig.

Net als ik nu dus, ik dacht gisteren voldoende opgewarmd te zijn om mijn dagelijkse routine te doorbreken met twee uitjes.  Helaas, dat was dus te hoog gegrepen.  Daar zal ik toch nog even wat meer geduld voor moeten hebben.  Nog even wat meer op temperatuur komen, één uitje was voldoende geweest, twee is waarschijnlijk net tot halverwege de fles.  Vandaag maar kalm aan doen, u ziet ook ik leer er elke dag weer wat bij.  En een dag niet geleerd is een dag niet geleefd . . . of was dat nou met lachen ?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s