De laatste vlucht

Vandaag heb ik de dood weer in mijn handen gehad, een aangrijpende openingszin zou ik zo zeggen.  Maar niets is minder waar, zij die mij kennen weten dat ik soms wat overdrijf wat aandik maar liegen komt niet in mijn woordenboek voor.  Wij hebben al vele jaren konijnen en kippen bij elkaar in een grote buitenren met een gedeelte wat afgesloten kan worden.  Vroeger ben ik, nog voordat mijn dochters geboren waren, begonnen met het houden van cavia’s.  Leuke kleine piepbeestjes die maar twee dingen kunnen.  Precies ja, eten en het geëtende uitscheiden.  Later zijn daar wat konijnen bijgekomen, maar dat liep een beetje uit de hand, sjonge wat kunnen die harige schepseltjes er wat van.  Om de zes á acht weken was er wel weer een nestje met jong grut, niet te geloven.  De toenmalige overbuurman, trouw door onze dochters opa de Vries genoemd, had een kleinzoon die de konijnen gesorteerd heeft op geslacht en de rammetjes meegenomen.

Geloof me dat lucht op, sinds die tijd kwamen er alleen maar jonge cavia’s bij.  En nu is het zo dat cavia’s het over het algemeen wat kalmer aandoen, tenminste in onze ervaring.  Van de laatste cavia hebben wij een paar jaar geleden afscheid moeten nemen.  Nu zijn er alleen nog de kippen en drie konijnen over, tot gisteren dus vier.  Van het begin dat wij hier konijnen hebben gehouden is het zo dat we niet overal gaten graven om ze een laatste rustplaats te geven.  Misschien klinkt dat hard, maar wij vinden dat je zo’n beestje tijdens zijn in ons geval haar leven, een mooie tijd moet geven.  Geen klein hokje waar ze twee stappen naar voren en weer twee stappen naar achteren kunnen en nooit lekker kunnen rennen.  Hier is dat wel zo, ze kunnen in het binnengedeelte zelfs op een verhoging komen die zich aan de achterzijde van het binnenhok bevindt, zo’n drie meter breed en deze van twee zijden bereiken.  Op die wijze rondjes door de ren vliegen is een veel voorkomende bezigheid van de drie zusjes.  Nadat ze het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingewisseld, zowel geldend voor kip, konijn als indertijd de cavia, dan krijgen ze hun laatste rustplaats op een plek die is afgescheiden door een soort heuvel waar braamstruiken op groeien en waarin een open ruimte is waar je niet zonder kleerscheuren kunt komen.  Het is onze eigen dieren begraafplaats.  Met een fikse zwaai belanden ze na een korte vlucht door het luchtruim daar en kunnen ze niet meer gestoord worden. Ik denk wel dat als er iets met één van onze schapen gebeurt, wij daar toch een meer passende oplossing voor moeten bedenken.

Ik begon met de dood die ik in mijn handen had.  Ja, de dood is dus tastbaar, voor mij zo af en toe wel eens voelbaar.  We weten natuurlijk niet hoe het straks allemaal zal gaan, nou is er de geruststelling dat niemand daaraan ontkomt.  We zijn er alleen niet elke dag mee bezig, ik probeer dat ook niet te doen en in de meeste gevallen kom ik er goed mee weg.  Soms even niet, dan vouw ik mijn handen en vraag om kracht, en wonder boven wonder ik kan er weer tegen.  Ik heb altijd een bepaalde afkeer gehad van mensen die te pas en te onpas roepen, “ God zorgt voor ons “.  In mijn optiek moet je daar niet mee te koop lopen, als iemand dat zo ervaart en voelt prima, heel goed zelfs.  Alleen zitten anderen die het niet zo ervaren daar op te wachten ?  Nee, wij weten niet hoe God werkt.  Hij is Goddelijk, wij zullen dat hier nooit kunnen begrijpen.  Laten we er dan ook op die wijze mee omgaan, we kunnen een voorbeeld zijn maar alsjeblieft probeer niet een ander iets voor te houden waar hij of zij niet op zit te wachten.  Het moment dat wij moeten spreken en getuigen wordt ons wel duidelijk gemaakt, geloof me maar.

Nog even iets anders, naast onze hierboven vermelde veestapel zijn wij ook nog in het bezit van een ruime vijver, een kleine achtien kuub water volgens mijn niet te controleren berekening.  Daar zijn in de kleine zes jaar dat deze er is nog maar twee vissen boven komen bovendrijven, twee van de ruim honderd.  Kijk dat is toch weer bewonderenswaardig, als een vis in het water.  En alleen dode vissen drijven met de stroom mee.  Dus ik blijf tegen de stroom ingaan, ik leef nog.  En hoop dat nog lang te mogen zeggen, en zo ook voor al diegenen die zich in zware en moeilijke tijden bevinden.  In tegenstelling tot het prachtige nederlandstalige lied van Frans Halsema en Jenny Arean, vluchten kan altijd nog.  Om dood te zijn hoef je alleen maar te sterven, om te leven alleen maar datgene te doen wat je tot nu toe gedaan hebt.  De rest is ons gegeven.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s