En ineens

En ineens sta ik daar weer op die vertrouwde plek, bij het schoolhek voor de Gerbrandy school waar ik stiekem mijn zendingsgeld het dubbeltje en het kwartje verruilde voor één of ander stripalbum, met later zoveel spijt dat het voelde als een diepe zonde.  En ineens sta ik daar weer in de wildvreemde Oudewerfslaan op een schoolplein in een totaal onbekende plaats met allemaal scholieren die mij als net zo apart beschouwden als ik hun.  Om nog maar te zwijgen over de taalbarrière en hun andere gewoontes waar ik bijzonder weinig van begreep.

En ineens sta ik daar weer in die oude kartonnagefabriek waar ik mijn eerste echte baantje kreeg op aanraadden van een mede lts-er en goede kameraad die daar later nog een paar weken werkte tot hij iets anders had gevonden.  Bijna negen maanden ging ik daar elke dag heen, maar het was al gauw duidelijk dat het ook niet echt iets voor mij was.  En ineens sta ik daar weer in Nijmegen bij die open grafheuvel naar de, door samen met mijn toenmalige goede werkgever ( ik mocht nooit baas zeggen, “Een hond heeft een baas”, zei Henk altijd ) kist te kijken waar één van mijn dierbaarste vriendinnen in lag, en waarvan wij achteraf tegen elkaar zeiden dat wij bang waren dat die kist nooit in door die kleine opening zou passen.

En ineens sta ik daar weer, samen met mijn moeder in dat kleine door een goede vriend gerunde boekwinkeltje op de hoek van de Langestraat.  Even weg uit het ziekenhuis, waar wij later weer terug moesten komen voor verder onderzoek vanwege een achteraf ontstoken blindedarm, ik mocht daar achter in die winkel even naar de wc, ik had zeer hoge nood.  En ineens sta ik daar weer ergens in Duitsland op een druk marktplein.  Wij waren de vorige avond naar een concert van Reinhard Mey geweest, en zouden in de loop van de middag weer naar het driehonderd kilometer verderop liggende Onstwedde terugkeren.  Totdat dat telefoontje kwam dat het slecht ging met ma, nog even bleven we daar met ons net gekocht bakje soep wat we samen deelden.  We zaten nog te eten op een boomstronk tot nogmaals de telefoon ging, we konden wel kalm aan doen ma was zojuist overleden.  En ineens gaat mij dan weer dat ene liedje van mijn duitse held door het hoofd, de hele terugweg speelde het tussen mijn oren.

“Und das Fest, das wir endlos wähnen, hat doch wie alles seinen Schluß.
Nun, keine Worte und keine Tränen, alles kommt, wie‘s kommen muß.

En ineens zit ik dan te bedenken wat er allemaal de afgelopen weken is gebeurd, en wat er de komende dagen staat te gebeuren.  Van het verleden weet ik het inmiddels van de toekomst heb ik nog geen enkele kennis, zij het dan dat ik gedragen word ik en al diegenen om mij heen.  Hier past maar één lied, en daar geloof ik heilig in, wat er ook gebeuren gaat,             Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt . . . .

En ineens weet ik het weer alles komt eenmaal goed, dat is een belofte een belofte gedaan door Iemand die altijd Zijn woord houdt  En daar wil ik in geloven, ook hier zeg ik niet dat het zo is alleen dat ik er in geloof dat is mijn kracht.  Misschien dat er iemand is die dit epistel leest en denkt, die is gek.  Gelukkig dan maar.  Gelukkig dat iedereen de vrijheid heeft om te vinden en denken wat ze willen, laat mij het maar geloven.  En ineens zult u heel misschien, ergens in de verre toekomst heel misschien op een onverwachts moment iets zomaar ervaren of denken en dan zeggen, “ He, misschien zat hij er niet helemaal naast, misschien had hij toch wel een beetje gelijk “.   Wie weet . . . ineens.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s